Italië: van Berlusconi I naar Berlusconi II

Onder druk van de electorale vooruitgang op basis van een populistisch discours hebben een aantal neo-fascistische partijen sterke veranderingen ondergaan. In Italië vormde de MSI zich om tot de "post-fascistische" Nationale Alliantie, wat leidde tot de afsplitsing van een aantal radicale elementen onder leiding van Rauti. De partij van Rauti slaagt er niet in om een grote doorbraak te kennen, maar heeft wel een aantal partijkaders met zich mee gehaald. Anderzijds is de rechtse pool rond Berlusconi niet te beroerd om een electorale overeenkomst te sluiten met Rauti wat de neo-fascisten een parlementszetel opleverde in Sicilië.

De partij rond Berlusconi was zowat de eerste nieuwe partij die ontstond na de val van het stalinisme in het Oostblok. Forza Italia ontstond op de puinhopen van de traditionele partijen die in Italië dermate gediscrediteerd waren dat ze in staat van ontbinding waren. De Christen-Democraten verdwenen van het politieke toneel waardoor er niet langer een sterke conservatieve partij was. Berlusconi gebruikte zijn positie in het establishment (als eigenaar van AC Milaan en van een media-concern) om een politieke kiesmachine op te zetten die de steun genoot van een deel van de christen-democratie. Het werd geen partij als collectief orgaan van mensen die met politiek bezig zijn, maar een kiesmachine naar Amerikaans model. In die zin kan Forza Italia niet beschouwd worden als een neo-fascistische partij. Er is een sterk populistisch element, maar er is geen stevig uitgebouwd fascistisch kader dat bovendien een partijmachine uitbouwt gebaseerd op een fascistische ideologie.

In Italië kwam begin jaren ’90 de fascistische MSI in de regering. Dit gebeurde nadat alle traditionele partijen een enorme crisis hadden ondergaan. De anti-corruptie beweging zorgde ervoor dat een alliantie met de neo-fascistische MSI van Fini in de regering kwam onder leiding van Berlusconi. Hierover schreef ‘De Militant’ (dec.-jan. 94-95, nr. 137): "Het succes van de neo-fascisten was te wijten aan de uitzichtloze crisis van Italiaans economisch en politieke weefsel. De stemmen voor de Nationale Alliantie waren geen stemmen voor fascisme, maar tegen corruptie, misdaad, saneringen en werkloosheid. De neo-fascisten begrepen dat er geen basis bestond voor een open fascistische partij. Daarom verborgen ze zich achter een democratisch masker ondermeer door de verbrande naam MSI te veranderen in het neutralere Nationale Alliantie. Van een fascistische reactie met een massabasis vergelijkbaar met de jaren ’20 en ’30 was helemaal geen sprake". Dit betekende echter niet dat we gelaten reageerden op deze situatie, er werd in De Militant tevens gewezen op de "noodzaak van een onverzoenlijke strijd tegen neo-fascisten en iedere vorm van racisme". De sterke interne verdeeldheid in die regering en de massale mobilisaties van arbeiders eind ’94 maakten dat de regering-Berlusconi vlug ten val kwam.

Door het falen van een ernstig alternatief op het neo-liberale beleid kon de coalitie rond Berlusconi nadien opnieuw aan de macht komen. De linkse ‘Olijfboomcoalitie’ vormde na de val van de eerste regering-Berlusconi een regering die gesteund werd door de Rifondazione Comunista. Deze regering slaagde er echter niet in om een breuk te maken met het neo-liberale beleid dat voorheen ook reeds gevoerd werd. Dit leidde tot heel wat ontgoocheling en desillusies. De Rifondazione steunde de regering te lang, waardoor het ook heel wat kansen liet liggen om als linkse oppositie naar voor te komen. Het is door dit falen van de linkerzijde, dat Berlusconi en co. erin slaagden om terug te komen.

De huidige regering-Berlusconi zit steviger in het zadel dan in 1994. Nu zijn de massale protestacties tegen de aanvallen op de arbeidswetgeving, de pensioenen, de anti-oorlogsbetogingen,…. gewoon gepasseerd zonder enige reactie van de regering. Aangezien die regering geen stevige georganiseerde politieke oppositie vreest, kan het dergelijke grote bewegingen compleet negeren.

Delen: Printen: