Home / Vrouwen / Een socialistisch feministisch programma: arbeidsduurvermindering

Een socialistisch feministisch programma: arbeidsduurvermindering

Stop werkonzekerheid en hyperflexibiliteit
Voor een collectieve arbeidsduurvermindering !

Onderdeel van het programma van de campagne ROSA

Foto: MediActivista

Het patronaat en de Belgische regeringen voeren een waarachtige oorlog tegen de arbeids- en levensomstandigheden van de meerderheid van de bevolking. Vrouwen worden erg hard geraakt door hun aanvallen. Het is dus zeer duidelijk dat de strijd voor vrouwenrechten intiem verbonden is met de algemene arbeidersstrijd. Als de arbeidersbeweging er niet in slaagt om de besparingstrein van richting te doen veranderen, zullen arbeids- en levensomstandigheden verder verslechteren en zullen de kwetsbaarste lagen op de arbeidsmarkt – waaronder de vrouwen – de effecten ervan het hardst voelen.

Het precairder worden van werk voor vrouwen is in het bijzonder alarmerend en zal zich enkel verderzetten met de algemene annualisering van de arbeidsduur, het afschaffen van extra loon voor overuren van deeltijdse werknemers of het interimwerk van onbepaalde duur. Dan spreken we nog niet over de aanvallen tegen de openbare diensten en het niet vervangen van grote aantallen ambtenaren – een sector waarin vrouwen sterk vertegenwoordigd zijn – die de situatie van vrouwen op de arbeidsmarkt nog verder zullen aantasten.
De desintegratie van de zorgsector en de publieke sector door de opeenvolgende aanvallen van de verschillende regeringen brengt de zorg voor kinderen, ouderen, mensen met een handicap, … terug bij de gezinnen, en dan vooral de vrouwen. Deze situatie verplicht vele vrouwen ertoe om deeltijds te werken, waardoor het niet mogelijk is economische onafhankelijkheid op te bouwen (43% van de vrouwen met een inkomen uit loonarbeid werkt deeltijds, tegenover 7,8% van de mannen – Solidaris). Het huidige idee van een voltijdse job als 38-urige werkweek (wat nog naar 45 uren gebracht kan worden als gevolg van de laatste aanvallen van de regering) laat geen combinatie van werk, gezin en vrije tijd toe. De meeste vrouwen raken nooit aan een volledige loopbaan en dragen daar ook na hun pensioen de gevolgen van.

Daarom roept ROSA op om de actieve aanwezigheid van vrouwen in de sociale en syndicale strijdbewegingen en in de vakbonden te versterken. Wij roepen op tot campagnes om de syndicalisatiegraad te verhogen in sectoren die vandaag weinig georganiseerd zijn. Zij die in deze sectoren werken, hebben er groot belang bij om zich aan te sluiten bij de talloze strijdbare syndicale militanten in hun strijd tegen de aanvallen van het patronaat en de regering, en om ook intern druk uit te oefenen op de vakbondsleidingen om tot een echte opbouw van vastberaden strijdbewegingen te komen op een hele reeks terreinen (tegen de hyperflexibiliteit en de te hoge werkdruk, voor een herwaardering van de lonen, …).

Michel en zijn vrienden willen ons laten werken tot we erbij neervallen en dit terwijl talloze mensen zonder job zitten. Laat ons daartegen ingaan door een verdeling van het beschikbare werk te eisen door middel van een collectieve arbeidsduurvermindering met bijkomende aanwervingen, zonder loonverlies en met een vermindering van het werkritme!

Is dit onmogelijk te behalen? Dat zei men ook toen de arbeidersklasse voor de achturendag vocht. Langer werken, meer uren per week, met een zwaarder werkritme en loonstop, … dat is het antwoord van het patronaat en haar politici op het tewerkstellingsprobleem en de economische crisis. De gevolgen zijn rampzalig: begin 2015 waren er ongeveer 600.000 werklozen ( ) (zonder bruggepensioneerden, OCMW-uitkeringstrekkers, geschrapten, … mee te tellen), meer dan 1 op de 4 werkenden in België lijden onder te zware stress op het werk ( ), een groeiend aantal burn-outs, … De gevallen van depressie en burn-out zijn bijna verdrievoudigd: tussen 2007 en 2014 spreken we over een evolutie van 29.112 naar 83.155 gevallen per jaar ( ).

De populariteit van individuele oplossingen zoals deeltijds werken, tijdskrediet, thematische verloven, of ook de eindeloopbaanformules, toont aan dat werkenden het kalmer aan willen doen. Vandaag bedraagt het gemiddelde aantal gepresteerde uren 31 per week (en zelfs 28 als we de wettelijk verplichte vakantiedagen niet meetellen, volgens een studie van het Sociaal Secretariaat Partena en het UWE), maar dit cijfer wordt bereikt door de vele verplicht deeltijds werkenden die ook maar een deeltijds salaris ontvangen. De 30-urenweek zou ervoor zorgen dat zij die werken dat minder lang kunnen doen en over meer tijd zouden beschikken om hun gezinsleven en vrije tijd in te vullen, terwijl er ook nog eens jobs zouden gecreëerd worden voor zij die er geen hebben.

Laat ons strijden voor de 30-urenweek om degelijk betaald werk te kunnen combineren met een gezinsleven en vrije tijd.

Aangezien onze openbare diensten onder zeer ernstige besparingen te lijden hebben, zullen vrouwen – reeds zwaar getroffen door het verlies aan jobs in deze sector waarin zij sterk vertegenwoordigd zijn – het groeiende schrijnende gebrek aan opvangstructuren voor kinderen en ouderen moeten blijven compenseren. Dat vermindert de mogelijkheid om te ontsnappen aan onzeker, laagbetaald en deeltijds werk nog meer, aangezien ze vaak verplicht zullen zijn om de zorgen voor hun familie op zich te nemen. Zo worden ze in een staat van economische afhankelijkheid gehouden. De mogelijkheden tot arbeidsduurvermindering voor het opnemen van een pensioen (tijdskrediet), worden ook steeds zeldzamer, hoewel een groot aantal mensen werkloos is.

Als antwoord op deze vaststelling lanceerde FEMMA (de vrouwenbeweging van de Christelijke arbeidersbeweging) in september 2014 het voorstel van een algemene arbeidsduurvermindering tot 30 uur per week. Dit voorstel wordt gezien als en middel om het werk zonder inkomen te herwaarderen (huishoudelijk werk, opvoeding van de kinderen, verzorging van ouderen, …) en de gelijkheid tussen de seksen te stimuleren. Met de 30-urenweek als nieuwe norm voor iedereen, zouden veel vrouwen wel voltijds werken en dezelfde rechten opbouwen als mannen. Aan deze eis – die we steunen – voegen we het behoud van loon en bijkomende aanwervingen toe, om een verhoging van de koopkracht en een vermindering van de werkdruk mogelijk te maken.

Tegenover de frontale aanvallen op onze koopkracht, eisen wij een degelijk minimumloon van €15 per uur, geïnspireerd op de strijdbeweging die zich in deze zin ontwikkelt in de Verenigde Staten, evenals een herwaardering van de uitkeringen.

De productiviteit van de Belgische arbeiders blijft erop vooruitgaan, maar ze plukken er de vruchten niet van. In werkelijkheid blijft het deel van de lonen in de toegevoegde waarde maar dalen, terwijl het gedeelte van dividenden en subsidies aan bedrijven onophoudelijk toeneemt. Met de huidige herziening van de wet van 1996 inzake concurrentiekracht (een wet die een marge voorziet voor het verhogen van de lonen zonder indexatie en baremische verhogingen) gaan we die tendens niet keren. Deze wet zal de loonmatiging institutionaliseren en kan ons doen vrezen voor nieuwe indexsprongen. Vandaar dat het armoederisico van jaar tot jaar blijft groeien. Volgens een rapport van het Instituut voor Duurzame Ontwikkeling uit 2015 is het armoederisico toegenomen tot 35% voor éénoudergezinnen en tot 15% voor de globale bevolking. Vrouwen zijn goed voor 83% van de éénoudergezinnen.

De strijd die in Seattle gevoerd werd en in 2014 een minimumloon van 15 dollar per uur won, is een te volgen voorbeeld. Dit toont eens te meer aan dat strijd loont! In België zou 15€/uur voor een voltijds werkende neerkomen op €2.565 bruto maandloon, ofwel €1.650 netto voor een individuele werkende. In 2012 verdiende 40% van de Belgische werkenden minder dan dit bedrag, vooral in sectoren als de schoonmaak, de verkoop, de horeca of de textielindustrie ( ). De laagste salarissen vinden we voornamelijk terug bij jongeren, laaggeschoolde arbeiders en vrouwen: meer dan 70% van de werkenden in de laag van de 10% laagste lonen (minder dan €1.967 per maand), zijn vrouwen ( )!

Wij eisen een herwaardering van de uitkeringen en een individualisering van de rechten op werkloosheidsuitkeringen en leeflonen.
Vrouwen zijn de voornaamste slachtoffers van de jacht op werklozen die wild om zich heen slaat. In januari 2015 werden de eerste werkloosheidsuitkeringen geschrapt en ze hebben voornamelijk vrouwen getroffen (2/3 van de geschrapte of geweigerde mensen waren vrouwen, waarvan de helft alleenstaand met kinderen, volgens het vrouwenbureau van het ABVV). De aanvullende ‘inkomensgarantie’ is geschrapt voor sommige deeltijds werkenden, net als sommige tijdskredietformules die gebruikt worden om privé- en beroepsleven te verzoenen. Deze mensen zijn niet langer verzekerd van een vervangingsuitkering door het OCMW in geval van inkomensverlies en het geldt niet langer als gelijkgestelde periode voor het pensioen.
Meer dan de helft van de gepensioneerde vrouwen ontvangt minder dan €1.000 per maand (58% van de vrouwen tegenover 32% van de mannen – CSC ( )). Bovendien gebruikt het patronaat de positie van vrouwen om precair werk voor iedereen te veralgemenen.

Wij eisen kindergeld ter hoogte van de werkelijke kosten van het opvoeden van een kind, maar eveneens kwaliteitsvolle en gratis openbare diensten die voor iedereen toegankelijk zijn.

De recente regionalisering van de gezinsuitkeringen is doorgevoerd zonder middelen over te dragen. We moeten vaststellen dat de hervorming voorzien voor 2019 tot ravages zal leiden, voornamelijk onder weeskinderen, uit welk gewest ze ook komen. Dit alles terwijl de armoedegraad onder kinderen één van de hoogste van Europa is. Volgens Solidaris bedraagt deze 30% en in Brussel zelfs 40%.

Wij eisen een uitbreiding van het ouderschapsverlof met loonbehoud voor beide ouders.

Vandaag zijn de periodes van ouderschapsverlof beperkt tot een strikt minimum en veroorzaken ze een ernstig verlies aan koopkracht en dat terwijl het gebrek aan opvangstructuren voor jonge kinderen schrijnend is. Vrouwen draaien het vaakst op voor de kosten van deze ellende, waarbij ze bijna systematisch hun loon opofferen, dat vaak minder hoog is en dus nog steeds als aanvullend loon wordt gezien. Deze situatie houdt de loonkloof tussen mannen en vrouwen in stand en brengt vrouwen zeer vaak in een positie van economische afhankelijkheid of duwt hen in de armoede.

De eisen van ROSA :

• We eisen de 30-urenweek zonder loonverlies, met bijkomende aanwervingen en vermindering van het werkritme.
• We vechten voor :

o Lonen en uitkeringen die een degelijk leven voor iedereen mogelijk maken
o Werkuren die verenigbaar zijn met een gezinsleven en vrijetijdsbesteding.
o Uitbreiding van het ouderschapsverlof met loonbehoud, voor moeders en vaders.
o Een herwaardering en individualisering van het recht op werkloosheids- en vervangingsuitkeringen (weg met het statuut van samenwonende)
o Kindergeld dat de reële kosten van de opvoeding van een kind dekt.

• We nemen deel aan de versterking van de betrokkenheid van vrouwen in sociale en syndicale strijd.