Home / Dossier / Revolte in Groot-Brittannië: Labour & Jeremy Corbyn

Revolte in Groot-Brittannië: Labour & Jeremy Corbyn

jeremycorbyn-768x515Margaret Thatcher moet zich in haar graf omdraaien. De ‘Iron Lady’, de grote architecte van de neoliberale contrarevolutie van de jaren 1970 en 1980 – naast de Amerikaanse president Reagan – stelde dat haar grootste realisatie ‘New Labour’ was. Ze had het over de omvorming van Labour in een openlijk kapitalistische partij onder leiding van Tony Blair die tussen 1997 en 2007 premier was. Vandaag wordt Labour verscheurd door een politieke burgeroorlog waarin het partij-apparaat samen met een grote meerderheid van verkozenen recht tegenover partijleider Jeremy Corbyn en de tienduizenden nieuwe leden staat.

dossier door Nicolas Croes uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Het begon een jaar geleden. De Britse Labour-partij moest een nieuwe partijleider verkiezen na de verkiezingen van mei 2015 die het slechtste resultaat opleverden sinds 1987. De conservatieve Tories haalden op overtuigende wijze een nieuw mandaat binnen. De regering-Cameron had in de vijf voorgaande jaren een hard besparingsbeleid gevoerd: er werd drastisch geknipt in de sociale zekerheid, er kwam een ‘Bedroom Tax’ (een extra belasting op huizen met een leegstaande kamer), de flexibiliteit op de werkvloer werd opgedreven (onder meer via de zogenaamde nulurencontracten), verhoging van de inschrijvingsgelden aan de universiteiten tot 9.000 pond per jaar (ongeveer 10.500 euro). Resultaat: bijna een miljoen mensen werden afhankelijk van voedselbanken en de werkenden kenden de grootste achteruitgang van lonen sinds het Victoriaanse tijdperk.

Voor de meeste commentatoren was het meteen duidelijk waarom Labour verloor: de Britten kozen resoluut voor de rechterzijde. De Financial Times titelde: “Miliband [toenmalig kopstuk van Labour] betaalt de prijs voor zijn bocht naar links.” De Socialist Party, onze zusterorganisatie in Engeland en Wales, betwistte dit. “Labour heeft niet verloren omdat het te links is, maar net omdat het niet links genoeg is en weigert om een alternatief op de besparingen te verdedigen. Labour beperkt zich tot ‘besparingen light’.” Als er ook rekening wordt gehouden met de kiesgerechtigden die geen goede reden vonden om te stemmen, kwam David Cameron in 2015 amper aan 24,4% van de stemmen. Niet echt een overweldigend mandaat voor de verderzetting van de besparingspolitiek.

Boomerangeffect met de nodige ironie

Na de verkiezingsnederlaag diende Miliband zijn ontslag als partijleider in. Er kwam echter een onverwachte factor in de campagne voor zijn opvolging. In 2014 had de partijleiding de interne kiesprocedures aangepast naar het model van de Amerikaanse voorverkiezingen. Het doel was om het gewicht van de vakbonden in de partij te beperken. In tegenstelling tot België waren het in Groot-Brittannië de vakbonden die de Labour-partij hadden opgezet. De nieuwe kiesprocedure hield in dat wie een symbolisch bedrag van 3 pond betaalde als sympathisant mee kon beslissen over wie de voorzitter zou worden. Het establishment van de Labour-partij kon zich toen niet inbeelden wat de gevolgen hiervan in 2015 zouden zijn. Het aantal leden en sympathisanten van Labour groeide van 190.000 in augustus 2014 tot 300.000 in september 2015!

De kandidatuur van Jeremy Corbyn zorgde voor een nooit gezien enthousiasme. Corbyn beloofde een breuk met het besparingsbeleid waardoor hij zich sterk onderscheidde van de drie andere kandidaten (Andy Burham, Yvette Cooper en Liz Kendall). Corbyn kreeg de steun van de belangrijkste vakbonden. Bij de erfgenamen van Tony Blair heerste paniek. Zo was het niet bedoeld. Corbyn was er in de voorzittersverkiezingen bijgehaald om een kandidaat van de linkse folklore te hebben, maar nu begon hij een grote groep van jongeren en werkenden aan te trekken. Plots is het alle hens aan dek. Yvette Cooper stelt dat de verkiezingen gaan om “de ziel van de partij.” Zij en Liz Kendall roepen vervolgens op om te stemmen voor “gelijk wie, als het maar Corbyn niet is.” Tony Blair mengt zich zelf in de discussie en schreeuwt het uit: een overwinning van Corbyn zou leiden tot de neergang en misschien zelfs de totale vernietiging van de partij. De gevestigde media blijven niet aan de kant staan, ze begonnen een vreselijke lastercampagne. Tevergeefs.

Op 12 september 2015 werd het nachtmerriescenario van de partijleiding werkelijkheid. Corbyn won de verkiezingen in de eerste ronde met 59,5% van de stemmen. Een meerderheid in de drie kiescolleges – de partijleden, de leden van geaffilieerde vakbonden en de sympathisanten die 3 pond betaalden – steunt hem. Op 13 september 2015 kondigt Labour aan dat er sinds de aankondiging van de overwinning van Corbyn nog eens 15.000 nieuwe leden aangesloten waren.

Premier Cameron haalt meteen uit: “Labour vormt nu een bedreiging voor onze nationale veiligheid, de veiligheid van onze economie en die van jullie familie.” Je moet het maar durven zeggen! Verschillende Labour-verkozenen moeten niet voor Cameron onderdoen. Zij zien in de verkiezing van de ultralinkse anti-oorlogsactivist een “vreselijke ramp.” Michael Meacher, minister in een Labour-regering tussen 1974 en 1979 en daarna opnieuw onder Blair tussen 1997 en 2003, stelde dat het ging om “de grootste niet-revolutionaire omwenteling van de sociale orde in de moderne Britse politiek. Na 20 jaar van kapitalistische euforie, hebben de mensen er genoeg van en moet Labour nu terugkeren naar zijn werkelijke principes en waarden.” (The Guardian 13 augustus 2015). De toekomst zou echter duidelijk maken dat het niet zo eenvoudig was.

De oorlog is verklaard

Gedurende een jaar probeerden het partij-apparaat en de meerderheid van de verkozenen Corbyn te saboteren. Uiteindelijk wordt van het Brexit-referendum in juni 2016 gebruik gemaakt om een poging tot ‘machtsgreep’ te ondernemen. Corbyn wordt ervan beschuldigd dat hij onvoldoende campagne voerde voor ‘Remain’ (het behoud van het EU-lidmaatschap) en de meeste leden van het schaduwkabinet van Labour, een soort fictieve oppositie-regering, nemen ontslag. Ze roepen Corbyn op om ontslag te nemen als partijleider. 80% van de parlementairen, 172 van de 230, stemmen een motie van wantrouwen tegen Corbyn. Maar die weigert ontslag te nemen. De belangrijkste vakbonden bevestigen hun steun en 10.000 mensen komen in allerijl naar een protestactie voor het parlement om Corbyn te steunen. Er worden nieuwe verkiezingen uitgelokt waarvan het resultaat op 24 september bekend gemaakt wordt (net nadat deze krant naar de drukker vertrekt).

De rechterzijde maakte van de zomer gebruik om een massale zuivering door te voeren waarbij al wie verdacht werd van steun aan Corbyn geviseerd werd. Een groep medewerkers van het partij-apparaat doorzocht de Facebook- en Twitter-accounts van de nieuwe leden en sympathisanten om er bewijzen van een gebrek aan partijtrouw te vinden. 130.000 mensen die sinds januari lid werden, vooral op basis van een enthousiasme over de nieuwe voorzitter, mogen niet stemmen. Van de 180.000 nieuwe sympathisanten, die slecht 48u de tijd kregen om te registreren en deze keer 25 pond moesten betalen, worden er 50.000 van de stemming uitgesloten. De rechterzijde komt met één kandidaat tegen Corbyn: Owen Smith, die zich als links probeert te profileren. Weinigen laten zich vangen aan dit manoeuvre: Smith wordt gezien als een marionet van het partij-apparaat en de erfgenamen van Tony Blair.

Ondertussen houdt Corbyn massale meetings in het hele land. Op 2 augustus waren er 10.000 op een meeting in Liverpool. Uiteindelijk zullen meer dan 600.000 mensen zich uitspreken in de verkiezingen. Volgens de laatste peilingen kan Corbyn een grote overwinning boeken met meer dan 60% van de stemmen. Volgens de officiële cijfers kwamen er 300.000 nieuwe leden bij door het ‘Corbyn-effect’. Dat is rampzalig voor het partij-establishment. Een rijke donateur van de partij, Michael Foster, verloor er zijn geduld bij en vergeleek de medestanders van Corbyn in de media met een commando van “nazi stormtroopers”.

Het is nog steeds maar het begin…

Jeremy Corbyn lijkt dan wel op weg naar een nieuwe overwinning, maar een compromis met de vertegenwoordigers van het kapitalisme binnen Labour zit er niet in. Een vroegere raadgever van Tony Blair, John McTernan, verklaarde openlijk: “Revoluties zijn onvermijdelijk bloedig. We moeten niet naïef zijn: Labour uit de handen van Corbyn en McDonnell halen vereist een revolutie.” Dezelfde politicus riep recent de conservatieven op om “de spoorbonden voor eens en voor goed uit te schakelen.” (The Telegraph 10 augustus 2016).

De Financial Times publiceerde op 24 juli een artikel van parlementslid John Cruddas. Daaruit blijkt de ongerustheid van de rechtervleugel van Labour. Hij schreef dat de “beste historische vergelijking niet in het parlement moet gezocht worden, maar in Berlijn in 1918,” ten tijde van de Duitse revolutie. Hij vergelijkt de anti-Corbyn verkozenen met “Friedrich Ebert die de Sociaaldemocratische Partij (SPD) leidde.” De beweging voor Corbyn werd vergeleken met de revolutionaire “Spartakisten, waaronder Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, die gesteund werden door de arbeidersbeweging, de fabriekscomités en de arbeiderscomités.” Cruddas voegde eraan toe dat Ebert uiteindelijk de Freikorps (milities die mee aan de basis van de fascistische beweging zouden liggen) op de leiders van de opstand afstuurde. Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht werden inderdaad vermoord. Is er enig compromis mogelijk met een rechterzijde binnen Labour die dergelijke vergelijkingen maakt?

Een van de scenario’s is dat de rechterzijde van partij splitst om een nieuwe formatie te vormen. De uitdager van Corbyn, Owen Smith, verklaarde: “Ik denk dat het goed mogelijk is dat de partij opgesplitst wordt indien Jeremy de verkiezingen wint.” Maar de rechterzijde zal mogelijk aarzelen om dit te doen in de hoop dat Corbyn in de toekomst alsnog kan afgezet worden. Een andere optie is dat sommigen de partij verlaten terwijl anderen blijven. Een deel van de rechterzijde hoopt dat premier Theresa May vervroegde verkiezingen uitroept waarna de conservatieven winnen en Corbyn ontslag moet nemen. Het is weinig waarschijnlijk dat May haar mandaat tot 2020 uitzit. Maar de enorme zwakte van de regering en de diepgaande verdeeldheid binnen de conservatieven maken vervroegde verkiezingen erg risicovol.

In tegenstelling tot de periode na de eerste overwinning van Corbyn in 2015 mag men nu niet langer proberen zoeken naar een compromis met de Blairisten. De beweging rond Corbyn moet zich organiseren om de vooruitgang te consolideren. Er is nood aan een duidelijk antibesparingsprogramma dat door de verkozenen wordt aanvaard als voorwaarde om te zetelen in naam van Labour. Ter linkerzijde twijfelen sommigen over een splitsing met de rechterzijde van Labour. Maar die splitsing vermijden, kan enkel door te capituleren voor de pro-kapitalistische elementen in de partij. Die laatsten zullen zich enkel welwillend opstellen indien de linkerzijde hen niets in de weg legt, geen bedreiging vormt voor hun carrière en, nog belangrijker, indien Labour zich volledig beperkt tot het kader van het kapitalisme.

Labour herstichten

De verkiezing van Jeremy Corbyn biedt een kans om een massale arbeiderspartij te vormen, al dan niet onder de naam ‘Labour’ en met een open en inclusieve benadering op federalistische basis waarbij de groenen, antikapitalistische socialistische organisaties, vakbonden die momenteel al dan niet met Labour verbonden zijn, lokale campagnes, … samen strijden tegen de besparingen terwijl ze tegelijk hun eigenheid behouden. Jeremy Corbyn lijkt in grote lijnen akkoord met een dergelijke benadering. Hij verklaarde: “We kunnen de verkiezingen enkel winnen door mensen te overtuigen die niet stemmen of voor een andere partij stemmen. Als iemand politiek evolueert en lid wil worden van Labour, maar voorheen lid was bij de Lib Dems, de groenen of iets anders, dan is dat zeer goed. Welkom bij Labour.” Gevraagd naar de mogelijkheid dat de Socialist Party, de zusterorganisatie van LSP in Engeland en Wales, zich affilieert bij Labour stelde Corbyn: “Ik kijk ernaar uit om op een bepaald ogenblik met Peter Taaffe [de algemeen secretaris van de Socialist Party] te spreken.”

Zelfs een kleine groep van enkele tientallen verkozenen die vastberaden campagne voert tegen de besparingen en die aan de kant van werkenden in strijd staat, zou veel meer betekenen voor de strijd tegen de conservatieven dan de huidige 232 Labour-verkozenen die de besparingen, privatiseringen en oorlogen mee ondersteunen. Een Labour-partij die consistent tegen besparingen ingaat, kan snel electorale vooruitgang boeken. Kijk maar naar de snelle opmars van het Griekse Syriza in de aanloop naar de verkiezingen van januari 2015, toen Syriza nog een anti-besparingsbeleid bepleitte. Een dergelijke partij kan snel electoraal terrein winnen met een alternatief op de aanhoudende besparingen, privatiseringen en toenemende ellende voor de meerderheid van de bevolking.

Een cruciaal element zal de steun aan extra-parlementaire strijd zijn. Het was de staking van Ford Dagenham die geleid heeft tot de wet die gelijke lonen tussen mannen en vrouwen oplegde. Het was de dreiging van een algemene staking die afdwong dat gearresteerde dokwerkers in 1972 werden vrijgelaten. Het waren de 18 miljoen mensen die weigerden om de Poll Tax te betalen die een einde maakten aan het bewind van Margaret Thatcher en die haar opvolger, John Major, dwongen om de taks af te schaffen.

Beeld je in dat er na jaren van harde besparingen, waarbij de gemeenten gemiddeld 40% van hun middelen verloren, enkele gemeentebesturen opstaan die weigeren om de besparingen verder door te voeren en elkaar daarin steunen. Dat is wat in Liverpool in de jaren 1980 gebeurde. Beeld je in dat deze gemeentebesturen de steun zouden krijgen van de partij van Corbyn in het parlement. Een dergelijke strijd zou gezien de opgestapelde woede tegen de besparingen erg populair zijn. Het zou niet alleen mogelijk zijn om deze strijd te winnen. Het zou ook de strijd tegen de conservatieven versterken, mogelijk nieuwe verkiezingen uitlokken en zo de kans creëren voor het aan de macht komen van een regering onder leiding van Corbyn. Dit is slechts één voorbeeld van hoe een linkse partij in het parlement, zelfs met een beperkt aantal verkozenen, kan handelen als spreekbuis van de arbeidersklasse en als politieke vertaling van het verzet tegen de besparingen. Zo’n partij kan de krachtsverhoudingen in het voordeel van de arbeidersklasse doen kantelen.

Het kapitalisme omverwerpen

De Socialist Party steunt Jeremy Corbyn en probeert tegelijk de beweging verder naar links te krijgen, onder meer met de waarschuwing dat toegevingen vandaag in een later stadium tot nederlagen kunnen leiden. De kapitalisten verzetten zich vastberaden tegen een grotere rol van de overheid en verhogingen van hun belastingen. Om zelfs het bescheiden programma van Corbyn in de praktijk te brengen, zal extraparlementaire actie van cruciaal belang zijn. Dit vereist de actieve mobilisatie van de arbeidersklasse om het beleid van een linkse regering te ondersteunen.

Het huidige programma van Jeremy Corbyn is een stap vooruit op de pro-kapitalistische koers van de vorige Labour-leiders. Maar het blijft allemaal nog erg voorzichtig. De ervaring van Syriza in Griekenland, waar de leiding van een antibesparingspartij onder druk van de grote bedrijven capituleerde om vervolgens zelf de besparingen door te voeren, toont dat de strijd tegen de besparingen een antikapitalistische breuk vereist en een socialistisch perspectief. We moeten opkomen voor de volledige nationalisatie van sectoren zoals de spoorwegen maar ook de sleutelsectoren zoals financiën of staal. Zo kan een economische productie uitgewerkt worden op basis van een democratisch plan waarin de bevolking de cruciale beslissingen neemt.

 

Militant Tendency. “Better to break the law than break the poor”

Standpunten die voorheen als verouderd werden afgedaan, kennen momenteel een opmerkelijke terugkeer in de Britse media. We kunnen er artikels lezen over thema’s als nationalisatie, socialisme, … maar ook over trotskisme, een verwijzing naar de aanhangers van de Russische revolutionair Leon Trotski. Zo werd heel wat geschreven en gesproken over de Militant Tendency, de voorloper van de Socialist Party. Rond de Militant Tendency werd in 1974 het Committee for a Workers International (CWI) opgezet. LSP is de Belgische afdeling van het CWI.

Deze politieke stroming ontstond in 1964 rond de krant Militant. De daaropvolgende jaren vormde Militant de marxistische vleugel binnen Labour, op een ogenblik dat de actieve betrokkenheid van een arbeidersbasis druk kon zetten op de burgerlijke partijleiding. Militant groeide tegen eind jaren 1970 uit tot de belangrijkste revolutionaire kracht in Groot-Brittannië. In de jaren 1980 telde Militant drie parlementsleden en had het een massale invloed onder de jongeren, in een aantal vakbonden en enkele steden en gemeenten, waaronder Liverpool.

De Militant Tendency speelde een centrale rol in de rebellie van de stad Liverpool tegen Thatcher. Liverpool dwong 60 miljoen pond extra af van de regering-Thatcher om 5.000 sociale woningen te bouwen naast zes nieuwe kinderopvangverblijven, vier scholen, zes sportcentra, … Dit was enkel mogelijk door een gedurfde opstelling van het stadsbestuur, massale betogingen van de lokale bevolking, een algemene staking van de publieke sector en de staking van de mijnwerkers die op hetzelfde ogenblik plaats vonden. Margaret Thatcher reageerde brutaal en was vijf jaar verwikkeld in een harde strijd tegen Militant. Thatcher dacht er op een bepaald ogenblik zelfs aan om het leger te sturen. Labour in Liverpool verloor niet van Thatcher. Het verraad door de nationale partijleiding van Labour die de gemeenteraadsleden uit de partij zette, gaf Thatcher de kans om het gemeentebestuur af te zetten en een functieverbod op te leggen.

Later slaagde Militant er in om met een niet-betalingscampagne tegen de Poll Tax, een vlaktaks voor alle gezinnen, Thatcher neer te halen. 18 miljoen Britten weigerden de belasting te betalen, de conservatieven moesten de taks en Thatcher laten vallen. Zoals onze kameraden stelden: “Je kan beter de wet breken dan de armsten.”

Na de val van de Berlijnse Muur en het verdwijnen van het Oostblok (stalinistische dictaturen die een karikatuur van socialisme vormden), ging de sociaaldemocratie wereldwijd verder naar rechts en verdween een groot deel van de actieve arbeidersbasis. Op hetzelfde ogenblik, eind jaren 1980, voerde Labour een heksenjacht tegen Militant. Een werking binnen Labour was niet langer aan de orde, Militant werd de Socialist Party en bleef pleiten voor een breed politiek instrument voor de werkenden en jongeren.

Kom naar een van onze meetings over Corbyn

Klik op de afbeelding voor een grotere versie

Klik op de afbeelding voor een grotere versie

Groot-Brittannië zit in woelige waters. Sinds de Brexit zijn het de voorzittersverkiezingen voor Labour die de gemoederen doen oplaaien. Er is een regelrechte oorlog uitgebroken tussen de rechtse parlementaire vleugel van “Blairisten” en een revolte van onderuit die de linkse koers van Corbyn verkiest.

Net als Sanders in de VS doet hij pleinen en zalen vollopen. Jong en oud gaat de straat op voor een uitgesproken anti-besparingsbeleid. Eisen zoals de hernationalisatie van de spoorwegen, een einde aan de loonmatiging, belangrijke investeringen in de nationale gezondsheidszorg en onderwijs zijn razend populair. ‘Versleten’ socialistische ideeen worden terug opgepikt. Jeremy Corbyn bezwijkt niet onder de druk van een racistisch discours zoals onze Vlaamse JC (John Crombez), maar roept op tot eenheid van de werkende klasse tegen oorlog, onderdrukking en uitbuiting.

De parlementaire Labour-top huivert voor de mogelijkheid dat Corbyn op dit programma de volgende verkiezingen zou winnen. Corbyn heeft het potentieel in handen om van Labour een partij van en voor de werkende klasse te maken, met een actieve en mondige massabasis.

Roger Bannister was in de jaren ’70 en ’80 lid van Militant in Liverpool, waar de Labour-gemeenteraad een zeer links en sociaal beleid voerde tegen Thatcher. Hij werd door de rechtervleugel van Labour uitgesloten wegens te socialistisch. Bannister is een gekende syndicalist in Unison en haalde bij de recente burgemeesterverkiezingen in Liverpool 5% voor TUSC (Trade Union & Socialist Coalition).

De relevantie voor de sociale strijd in België

Ook hier woedt de sociale strijd en groeit het ongenoegen tegen het rechtse besparingsbeleid. Eind 2014 deed een massale stakingsbeweging de regering Michel bijna vallen, maar de vakbondsleiding zette niet door, onder meer bij gebrek aan een politiek alternatief.

Net als in Groot-Brittannië hebben de Vlaamse en Franstalige sociaal democratie meer dan 20 jaar een neoliberaal beleid gevoerd en verdedigd. De gevolgen voor onze gezondheidszorg, sociale sector, bejaardenzorg, onderwijs enzovoorts zijn dramatsich.

Omdat er politiek geen uitweg lijkt, drukt het verzet zich vooral op syndicaal vlak uit. Maar de arbeidersbeweging heeft beide nodig: een vakbond vermag niets als ze haar strijd niet politiek kan vertalen. En een arbeiderspartij vermag niets als ze niet voortdurend gesteund en geduwd wordt door sociale strijd.

Afwachten wat de volgende verkiezingen brengt kan catastrofaal zijn. Rechts kan opnieuw winnen, wanneer de beweging haar geen halt toeroept. Ook in België is een nieuwe massale arbeiderspartij met een actieve en mondige basis nodig.

Eric Byl was tot begin ’90 actief bij de marxistische vleugel binnen de SP, lid van een lokaal SP-bestuur en jarenlang lid van het nationaal bureau van de Jongsocialisten. Hij is nu nationaal secretaris van de Linkse Socialistische Partij en verantwoordelijk voor haar syndicale werking.