Home / Dossier / Van ongenoegen tot massabeweging – de strijd tegen ‘Thatcher in België’

Van ongenoegen tot massabeweging – de strijd tegen ‘Thatcher in België’

thatcherinbelgieMet een actieplan dat opbouwt naar een algemene staking op 7 oktober weten we wat ons de komende maanden te doen staat: het ongenoegen op de werkvloer maar ook daarbuiten zoveel mogelijk omzetten in een actieve beweging waarmee we de regering doen vallen. Het eerste actieplan in 2014 toonde het potentieel: we deden de regering wankelen en zetten onze bekommernissen op de agenda van de publieke opinie. Maar toen viel het stil en kon de Thatcheriaanse regering overeind kruipen waarna nieuwe aanvallen volgden. Deze regering moeten we stoppen; ze uitzitten is onverantwoord voor onze levensstandaard.

dossier door Geert Cool uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Actieplan van 2014 toonde het potentieel

Nog voor het aantreden van de rechtse regering in 2014 was er protest. Wat er zou komen was immers al duidelijk met de maatregelen van de gelijkaardig samengestelde Vlaamse regering. Die kondigde in de zomer van 2014 onder meer een forse verhoging van de inschrijvingsgelden voor het hoger onderwijs aan naast verhogingen van de zorgpremie en extra besparingen. Tegen de federale regering-in-vorming was er op 23 september 2014 een eerste militantenconcentratie met 7.000 aanwezigen in Brussel. Toen al was er sprake van een indexsprong, aanvallen op pensioenen en afbouw van het stakingsrecht. We zouden een ander type van regering krijgen, de slogan ‘Geen Thatcher in België’ vond gretig ingang op de militantenconcentratie.

In het pamflet dat wij verdeelden op 23 september deden we volgende voorstellen voor de strijd: “Waarom geen informatiecampagne, met degelijke argumentatie, pamfletten en affiches om collega’s op de werkvloer aan te spreken en te motiveren. Liefst met een concreet ordewoord zodat we gezamenlijk reageren en niet alle richtingen tegelijk uitgaan. Dat kan een nationale betoging of meerdere provinciale betogingen en meetings zijn om de strijdvaardigheid te meten. We kunnen er algemene vergaderingen tijdens de werkuren op de werkvloer aankondigen. Daar kan dan een actieplan ter discussie worden voorgelegd, met provinciale beurtstakingen en betogingen die uitmonden in een nationale 24- of 48-urenstaking. Als de regering tegen dan nog niet toegegeven heeft of gevallen is, kan een week later op algemene vergaderingen op de werkvloer de idee van een dagelijks hernieuwbare staking worden voorgelegd, gestemd en georganiseerd.”

Er kwam effectief een nationale betoging op 6 november, gevolgd door provinciale stakingen op 24 november, 1 december en 8 december om een hoogtepunt te kennen met de algemene staking van 15 december 2014. Waar er personeelsvergaderingen gehouden werden, versterkte dit de strijd. Maar het bleef beperkt tot enkele werkplaatsen. Het initiatief bleef grotendeels in handen van de vakbondsleidingen, wat het mogelijk maakte om begin 2015 de beweging stil te leggen. Dit gebeurde niet zonder moeite.

Een wel erg nipte meerderheid in de ACV-Raad van 10 februari – 49% voor, 45% tegen, 6% onthouding –  stemde voor het loonakkoord met een marge van maximaal 0,8%, maar met behoud van de indexsprong. Er werd hoop gevestigd in het overleg, onder meer in het kader van een tax shift die voor eerlijker fiscaliteit moest zorgen. Die tax shift werd echter een nieuwe aanval op onze koopkracht en een nieuw cadeau aan de grote bedrijven. Het overleg leverde niets op en als er al een kleinigheid dreigde afgedwongen te worden via het overleg, schoof de regering dit meermaals gewoon aan de kant, denk maar aan de correcties voor de eindeloopbaan of de beschikbaarheid van oudere werklozen. Voor harde aanvallen als de afschaffing van de 38-urenweek en het overloon, werd zelfs geen sociaal overleg meer georganiseerd. Ondertussen werden de acties in de eerste maanden van 2015 beperkt tot ‘thematische’ acties zonder perspectief of enthousiasme.

Het einde van het eerste actieplan in 2014 was ontgoochelend voor veel militanten. Maar we mogen de positieve elementen ervan niet vergeten: het opbouwend karakter van de acties waarmee we onze krachten versterkten, de offensieve acties waarmee we ook andere lagen meetrokken en de publieke opinie aan onze kant kregen, het feit dat we met onze acties de regering konden doen wankelen. Velen zagen het potentieel van deze beweging, waardoor de ontgoocheling door het niet realiseren ervan groter was.

Een nieuw actieplan vertrekt vandaag van de ervaringen en verworvenheden van het actieplan in 2014. De basis van de vakbonden is groter geworden, het recordaantal kandidaten bij de sociale verkiezingen (132.750!) bevestigt dit. Dit zijn meer kandidaten dan in 1979, na de eerste protestgolf tegen de aanzetten tot neoliberaal besparingsbeleid met onder meer de vrijdagstakingen van 1977 tegen de rooms-blauwe regering Tindemans-De Clercq die onder druk van het protest viel. Daarna duurde het tot 1981 vooraleer een nieuwe rechtse regering de neoliberale draad terug oppikte. Sindsdien zijn heel wat industriële bastions verdwenen, maar toch waren er dit jaar meer kandidaten bij de sociale verkiezingen. Ook blijkt de betrokkenheid bij de vakbonden groter te zijn, zo stelt een studie van interimkantoor Randstad dat 53% van de werknemers zich vandaag sterk betrokken voelt bij de vakbond, tegenover 44% bij de vorige sociale verkiezingen in 2012. Ook dit is het resultaat van het opbouwend karakter van het actieplan in 2014.

Daarnaast kunnen we vandaag verder bouwen op de ervaring van een offensieve strijd waarmee we onze eisen brede ingang lieten vinden waardoor we andere lagen meetrokken. Eind 2014 gaf een peiling van VTM en Knack aan dat maar liefst 85% van de Vlamingen voorstander was van een vermogensbelasting, ook stelde 55% begrip te hebben voor het vakbondsprotest. Op de betogingen en stakingen was er telkens ondersteuning door jongeren – zeker in Gent waar er een beweging tegen de verhoogde inschrijvingsgelden werd uitgebouwd – en vanuit de socio-culturele sector met onder meer Hart boven Hard. In een offensieve strijd is hetgeen ons verenigt evidenter dan wat ons verdeelt.

Na het actieplan van 2014 stelt de vraag zich wel hoe we zelf meer controle op onze strijd kunnen hebben, zodat er niet gewoon van bovenaf op een pauze- of stopknop wordt geduwd. Het voorstel dat wij in september 2014 al deden rond personeelsvergaderingen om het actieplan te bespreken en te stemmen, heeft niet enkel tot doel om de betrokkenheid bij de acties te vergroten. Het stelt ook de vraag wie er de verantwoordelijkheid voor de acties neemt, dus ook voor het stopzetten ervan. Zo kunnen we de grotere actieve basis van de vakbonden consolideren en ten volle benutten.

In 2014 was de regering aan het wankelen, net voor de algemene staking van 15 december stond volgens een peiling van La Libre en RTBF nog slechts 20% positief tegenover de regering-Michel, tegenover 43% negatief en 39% onbeslist. Tegenover de Vlaamse regering stonden meer mensen negatief (29%) dan positief (28%).  Met een Thatcheriaanse regering die na elke slag terug overeind probeert te kruipen om des te harder terug te slaan, weten we dat overleg ons nergens zal brengen. De regering uitzitten in de hoop op beterschap na volgende verkiezingen, betekent dat we zeker in de huidige context van economische problemen nog jaren van besparingen laten passeren. En dan nog is het resultaat onzeker. De Britse vakbondsleiding volgde deze strategie maar de conservatieven van Cameron wonnen de volgende verkiezingen en zetten het besparingsbeleid verder. Dit kunnen we in België niet riskeren, de inzet van ons protest moet de val van de regering zijn. Gelijk welke regering daarna komt, zal rekening moeten houden met een zelfbewustere arbeidersklasse.

Samengevat: we moeten ons sterker organiseren om de betrokkenheid te maximaliseren en de beweging te versterken, maar meteen ook onze democratische controle op onze strijd te vergroten. Hiermee kunnen we het ongenoegen omzetten in een brede massabeweging waarmee we op basis van een opbouwend actieplan de rechtse regering en het besparingsbeleid wegstaken. Wie de strijd aangaat, kan verliezen. Wie ze niet aangaat, is al verloren.

 

Algemene staking: ‘als uw machtige arm het wil, ligt heel het raderwerk stil’

Onderhuids groeit het ongenoegen bij brede lagen van de bevolking. Tegelijk is de heersende retoriek van de gevestigde politici en de traditionele media bijzonder rechts. Sommigen leiden daaruit af dat er een verrechtsing zou zijn en dat het draagvlak voor de vakbondsacties en –standpunten beperkt zou zijn. Als we op de media afgaan, klinkt dit aannemelijk en het heeft ongetwijfeld een zeker effect. Maar het onderhuidse ongenoegen tegenover de enorme ongelijkheid en de besparingen die telkens opnieuw onze levensstandaard ondermijnen, verdwijnt niet omdat het in de kranten wordt weggeschreven.

In feite is er een groeiende kloof tussen de heersende retoriek en wat er door brede lagen van de bevolking wordt ervaren en gedacht. Gevestigde partijen die zich links noemen, zoals de sociaaldemocratie (PS, SP.a) en de groenen kijken vooral naar boven en passen zich makkelijk aan de rechtse retoriek aan. Dit isoleert hen van het breed gedragen ongenoegen en maakt het ook erg moeilijk om daar een politieke vertaling aan te geven.

Doorheen onze acties, zeker in het kader van een opbouwend actieplan dat meerdere maanden duurt, kunnen we wat onbewust aanwezig is bewust maken. Elke strijdbeweging is rijk aan lessen en nieuwe activisten die ervoor zorgen dat we op grotere schaal onze eisen en bekommernissen naar voor kunnen brengen. Een algemene staking vormt daar een hoogtepunt van, het toont immers aan dat de gewone werkenden in staat zijn om de economie plat te leggen. Zonder onze arbeidskracht is hun kapitaal niets waard. “Als uw machtige arm het wil, ligt heel het raderwerk stil,” was de slogan van de Nederlandse spoorstaking van 1903.

De nadruk bij een algemene staking in de huidige context ligt vooral op het eenmakende karakter ervan: we staken allemaal samen, niet sector per sector of regio per regio. Maar een algemene staking gaat verder dan dat. Het betekent een mobilisatie van de arbeidersklasse tegen de kapitalisten en tegen de kapitalistische staat, zelfs indien niet alle deelnemers van de staking zich daar ten volle bewust van zijn. Een algemene staking legt immers het volledige systeem plat en zorgt ervoor dat duidelijk wordt dat de gewone werkenden, de arbeidersklasse, in staat zijn om de samenleving in handen te nemen.

Bij een algemene staking van langere duur waarbij stakerscomités de bevoorrading gaan organiseren, stelt dat zich nog scherper. Dan hebben we in feite twee machten: de verlamde kapitalistische en het embryo van een nieuwe arbeidersstaat. De burgerij zal nooit zomaar de macht uit handen geven, we zullen georganiseerd moeten zijn en afrekenen met alle mogelijke wapens van de kapitalistische staat. Een algemene staking vandaag is vooral gericht op het tonen van de sterkte en de solidariteit van de arbeidersbeweging, het kan lagen meetrekken die voorheen nog niet tot actie bereid waren. Bovendien wordt doorheen deze strijd veel geleerd, praktische ervaringen wegen altijd sterker door. Daar moeten we ook iets mee doen: een krachtsverhouding uitbouwen waarmee we doorheen algemene stakingen tot een breuk met het kapitalisme komen en kunnen beginnen met de opbouw van een ander systeem, een socialistische samenleving.

 

Een eigen politiek alternatief voor de arbeidersbeweging

De regering en het besparingsbeleid wegstaken is mogelijk. Maar wat komt er daarna?

Een terugkeer van een centrumlinkse regering onder leiding van de sociaaldemocratie die hetzelfde beleid op een trager ritme voert, is geen alternatief. Natuurlijk zou een regering die aantreedt nadat haar voorganger is gevallen onder druk van arbeidersprotest, op haar tellen moeten passen. Na de val van de regering Tindemans-De Clercq in 1977 duurde het vier jaar voor er een regering kwam die opnieuw dezelfde aanvallen durfde doorvoeren. Na de val van de regering Martens-Verhofstadt in 1987 onder druk van het protest tegen het Sint Annaplan in 1986, verdwenen de liberalen voor meer dan 10 jaar uit de regering. Een regering die volgt op een weggestaakte regering – ook al wordt die val uiteindelijk communautair ingekleurd zoals het in 1977 en 1987 gebeurde – moet rekening houden met een meer zelfbewuste arbeidersklasse.

De ambitie van de arbeidersbeweging mag zich niet beperken tot het wegstaken van een rechts beleid. We moeten eigen alternatieven naar voor schuiven en bouwen aan eigen politieke instrumenten om die alternatieven te bekomen. Er ontstaan wereldwijd nieuwe linkse krachten die met meer of minder doorzettingsvermogen de kwestie van een ander beleid op de agenda zetten, denk maar aan Syriza (Griekenland), Podemos (Spanje), Jeremy Corbyn (Groot-Brittannië) of Bernie Sanders. Ook bij ons moet de ambitie zijn om te komen tot een kracht die in staat is om onze eisen en bekommernissen op grote schaal politiek te vertalen.

De vooruitgang van PTB/PVDA in de verkiezingen zorgt ervoor dat er eindelijk een radicale linkse stem in het parlement aanwezig is. Zo weerklinkt het standpunt van moegewerkte werknemers of van mensen die het niet breed hebben tenminste tot in het parlement. De PVDA richt zich vandaag heel sterk op een electorale benadering: wie niet tevreden is met het huidige beleid moet een volgende keer maar voor PVDA stemmen zodat er drie of vier extra linkse parlementsleden zijn. Die kunnen dan in het beste geval wegen op het beleid, zo luidt het. Voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt dit vertaald in een oproep om in Antwerpen tot een ‘links kartel’ met SP.a en Groen te komen. We begrijpen de bezorgdheid van velen die een einde willen maken aan het bewind van ‘keizer De Wever’, maar moeten we daartoe de ambitie van links beperken tot die van een kleine partner die in zee gaat met partijen die staan voor een tragere variant van hetzelfde besparingsbeleid?

Wij denken dat de ambitie van de arbeidersbeweging op het politieke terrein groter moet zijn. Het actieplan mag zich niet beperken tot het stoppen van de regering en de besparingen, we moeten in de bedrijven, op de straat, in de wijken de krachten bundelen waarmee we een andere politiek zullen afdwingen. Een campagne als die van Sanders toont het potentieel voor een partij die breekt met de politiek van Wall Street. Een kordaat initiatief in die richting vanwege de vakbonden, dat open staat voor nieuwe sociale bewegingen, de PVDA en andere krachten van radicaal links, zou een verpletterend enthousiasme opwekken en op enkele maanden tijd het politieke landschap in ons land kunnen hertekenen.

 

Een socialistische samenleving

Na jaren van neoliberaal offensief is er een groeiend ongenoegen tegen de ongelijkheid en de gevolgen van de besparingen.

Maar tegelijk blijft het bewustzijn van brede lagen van de bevolking getekend door het ideologische offensief van de neoliberalen, in het bijzonder na de val van de stalinistische dictaturen in het Oostblok. Die regimes waren karikaturen van socialisme, de afwezigheid van arbeidersdemocratie werd een absolute rem op de bureaucratisch geplande economieën. Maar het verdwijnen ervan eind jaren 1980 had toch een groot en negatief effect op de arbeidersbeweging, er verdween immers een ‘reëel bestaand alternatief’ wat voeding gaf aan de propaganda van diegenen die stelden dat er ‘geen alternatief’ op het kapitalisme mogelijk was.

Dit speelt tot op vandaag een rol in het bewustzijn. Er is nog geen breed gedragen steun voor een socialistische samenleving als concreet alternatief op de crisis en chaos van het kapitalisme. Doorheen bewegingen blijkt wel woede tegen dit systeem, maar terwijl de situatie overrijp is voor een andere samenleving blijft het bewustzijn daarrond achterop hinken. Dit laat ruimte voor de ontwikkeling van allerhande eerder utopische visies en praktijken, die eerder doen denken aan de eerste ontwikkeling van de arbeidersbeweging in de 18de eeuw.

Voor socialisten komt het erop aan om het potentieel van een nieuw ontwaken van een zoektocht naar alternatieven positief te benaderen. We moeten er op een consequente wijze inhoud aan geven door te wijzen op de kracht van de georganiseerde arbeidersbeweging die in staat is om heel het systeem plat te leggen en de basis te leggen voor een samenleving waarin de bestaande middelen ingezet worden om te voorzien in de behoeften en noden van iedereen en waarbij op democratische wijze kan beslist worden over hoe de samenleving beheerd wordt. Dat is de socialistische samenleving van de toekomst waar wij voor opkomen. Bouw mee aan LSP, dat is de beste garantie om stappen te zetten in de richting die we in dit dossier beschrijven.