Nederland: val van regering leidt tot vervroegde verkiezingen. Zal de SP de kansen grijpen?

Nederland trekt in het najaar naar de stembus na de val van het kabinet van premier Balkenende. De politieke crisis in Nederland komt deels voort uit een onstabiliteit veroorzaakt door een groot ongenoegen van brede lagen tegenover de traditionele partijen. Dit biedt heel wat kansen en mogelijkheden voor de radicalere linkse Socialistische Partij (SP), maar dan zal dit wel moeten gebeuren met een duidelijk programma en een afwijzen van iedere deelname aan een neoliberaal beleid.

Standpunt van onze Nederlandse zusterorganisatie Offensief

De feitelijke gebeurtenissen rond de val van de regering in Nederland zijn door de media uitgebreid belicht: daaraan hoeven wij minder aandacht te besteden. OFFENSIEF beziet deze politieke gebeurtenissen als een klassenkwestie. De val van het kabinet is het gevolg van de impopulariteit en afkeer tegen deze regering bij de arbeidersklasse. Gezegd moet worden dat het verzet helaas vaak passief was, weinig bewust, slecht georganiseerd en niet voorzien van een duidelijk alternatief.

De breed gevoelde weerzin tegenover het kabinet leidde tot de angst bij CDA, VVD en D’66 om stemmen te verliezen. Dit is de werkelijke oorzaak achter de val van dit kabinet. Het dreef de regeringspartijen uiteen. D66 dolf bij twee eerdere crises het onderspit en keek de politieke dood in de ogen. Een derde keer door de pomp gaan voor CDA en VVD zou het einde van deze partij hebben ingeluid. Hoewel het kabinet de laatste maanden wat meer steun kreeg vanwege het economisch herstel, heerst er een diepgewortelde afkeer onder de arbeidersklasse tegen het beleid van bezuinigingen en privatiseringen, en de zogenaamde hervormingen in het algemeen. Het kabinet stuitte drie keer op rij onverwacht op massaal verzet: bij het massale vakbondsverzet in oktober 2004, bij de afwijzing van de Europese Grondwet in juni 2005 en bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2006.

De vakbondsleiding heeft gefaald om de afkeer te organiseren en vorm te geven in concrete, massale actie om een einde te maken aan dit kabinet. Dat kabinetten Balkenende tot drie maal uit elkaar zijn gevallen en niet door het verzet vanuit de vakbeweging waarvoor op 2 oktober 2004 wel degelijk een massabasis bleek te bestaan ten val zijn gebracht, toont het failliet van de huidige vakbondsleiding. De vakbondsleiding is vierkant verantwoordelijk voor de schade die de kabinetten Balkenende ondanks hun zwakte hebben kunnen berokkenen aan de arbeidersklasse, door middel van de invoering van de Euro, het nieuwe stelsel van ziektekosten, de wijzigingen in de WW en WAO, de wijzigingen in prepensioenen en pensioenen.

Het verzet tegen de Europese Grondwet van juni 2005 bleef zonder politieke gevolgen. Alle burgerlijke partijen inclusief de PvdA waren voor. Alleen enkele rechtse populisten waren tegen. De SP speelde als enige politieke partij een vooraanstaande rol in de oppositie tegen de Europese Grondwet en bracht daarmee de burgerlijke partijen een diepe nederlaag toe. De gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006 maakten duidelijk hoezeer de politieke steun voor de coalitiepartijen was uitgedund. De angst voor de toen nog in 2007 geplande parlementsverkiezingen sloeg ze om het hart.

Deze angst leidde tot instabiliteit in de coalitie. De rol van D66 is hierboven al geschetst. De rechtervleugel van de VVD zette onder leiding van Verdonk steeds meer in op rechtspopulisme, vreemdelingenhaat en racisme om steun terug te winnen. Het lukte de VVD leiding net om deze vleugel politiek onder controle te houden bij de lijsttrekkerverkiezing. Maar de rechtervleugel en Verdonk zijn en blijven onmisbaar voor een goed verkiezingsresultaat. Het CDA kreeg de verdediging van de AOW als campagne door de PvdA op een presenteerblaadje aangereikt maar is door zijn verantwoordelijkheid voor drie falende en bezuinigende kabinetten toch niet geheel zeker over het verkiezingsresultaat.

Vandaar dat Balkenende III alles uit de kast gaat halen in de vorm van “leuke dingen voor de mensen” om zo een verkiezingsoverwinning op 22 november te kopen. Daarna gaat men vrolijk door bezuinigen (bedragen van 15 miljard euro worden al genoemd), privatiseringen en liberaliseringen. De leukste dingen reserveert het kabinet voor de ondernemers: 700 miljoen bijvoorbeeld aan verlaging van de winstbelasting en het zekerstellen van de aanschaf van de Joint Strike Fighter. Het kiezersvolk wordt met een paar fooien afgescheept. Het kabinet is tot alles bereid om dit mogelijk te maken, zelfs als het betekent dat ze moeten steunen op de restanten van D66 en de wrakstukken van de LPF, zoals Marijnissen zei. Overigens kan het nog fout aflopen met Balkenende III (en een volgend kabinet) vanwege de militaire expeditie in Uruzgan en de oorlog in het Midden-Oosten.

Eén ding is zeker: de arbeidersklasse zal na 22 november 2006 opnieuw verzet moeten bieden tegen de verdere aanvallen op hun levenstandaard. Een nieuw kabinet, wat de samenstelling ook is, zal deze inzetten, zeker als de huidige opleving voorbij is. Een sterke oppositie is nodig op het vakbonds- en politieke front. Voor de leiding van de vakbeweging zal er na de verkiezingen de kans liggen om herstel te plegen op de fouten van het tijdperk na 2 oktober 2004, maar dan is een meer offensieve strategie noodzakelijk.

Op het politieke vlak is op het op de kortere termijn noodzakelijk om te blijven waarschuwen voor illusies in een coalitie van PvdA, Groen-Links en de SP, hoe onwaarschijnlijk zo’n combinatie overigens ook is. Zelfs als een dergelijke combinatie tot stand zou komen, is het duidelijk uit de uitspraken van de leiders van deze partijen dat zo’n coalitie niet een beslissende breuk zou betekenen met de logica van bezuinigingen, privatiseringen, liberalisering: de logica van het kapitalisme in het algemeen. Ook op lokaal vlak zullen coalities met burgerlijke partijen geen breuk met dat beleid opleveren.

Het is aan de leiding en de leden van de SP om van de afkeer van het kabinetsbeleid gebruik te maken en de taak van de opbouw van een massale arbeiderspartij op te pakken tijdens de verkiezingscampagne. Maar ook daarna, binnen de verzetsbeweging die tegen een nieuw kabinet zal ontstaan. De basis ligt er. Maar dan is er veel meer nodig dan 17 zetels rijk worden dank zij de afkeer tegen het kabinetsbeleid. Met een socialistisch programma en een actieve opstelling behoort een veel grotere slagkracht voor de SP tot de mogelijkheden. De inzet van OFFENSIEF zal daarop gericht zijn.

Delen: Printen: