Portugal: Crisis, Brood en Voetbal…

Het zal wellicht niemand ontgaan zijn dat de Wereldbeker Voetbal momenteel plaatsvindt. De voetbalgekte slaat toe, en dat zeker in de Zuid-Europese en Zuid-Amerikaanse landen. Hoewel de meeste supporters enkel uit zijn op een portie hoogstaande sport en op zomerse straatfeesten, is het voor elke voetballiefhebber, zoals mezelf, ook eens interessant om het spektakel van een andere kant, de politieke kant, te bekijken. Het wordt vooral interessant als we een land bekijken dat volledig opgaat in het spel, Portugal bijvoorbeeld.

Jonas Van Vossole

Zoals heel wat Mediterrane landen, heeft Portugal de rest van de Europese Unie helemaal nog niet bijgebeend, noch op economisch noch op sociaal vlak. De economische crisis is rampzalig; de ECB houdt het op nulgroei en de werkloosheid is de laatste jaren enkel maar gestegen. Met een gemiddeld loon van 400 € per maand kan je moeilijk stellen dat Portugal te kampen zou hebben met te hoge lonen zoals in andere Westerse landen door het patronaat steeds beweerd wordt

Toch verhindert het niet dat steeds meer kapitalisten wegtrekken naar plaatsen waar de lonen nog lager liggen. Vooral de belangrijkste industrie van Portugal, textiel, lijdt onder de delocalisaties van bedrijven die op zoek gaan naar nog hogere winstmarges in het oosten. Maar ze vormen geen uitzondering op de regel. Vorige week werd bekend gemaakt dat de General Motors haar productie in Portugal sluit; 1800 mensen staan binnenkort op straat.

Daarnaast wordt Portugal geleid door een sociaal-democratische regering die zeker niet wil onderdoen voor de andere geliberaliseerde sociaal-democraten in Europa. De regering van de ‘partido socialista’ staat na één jaar dienst al bekend als de meest asociale sedert de Anjerrevolutie van 1974. Het lijkt alsof geen sociale verworvenheid nog veilig is; het regent aanvallen op de pensioenen, de ambtenarenlonen, het onderwijs, de sociale zekerheid, de witte sector…

Het is zelfs zo ver gekomen dat de rechts-liberale PSD op haar congres stelde dat ze moeilijkheden had om zich te profileren omdat de PS er zich op toelegt haar liberale programma uit te voeren. De regering kiest resoluter dan ooit de weg van het naakste kapitalisme.

Vorige maand werd beslist om één derde van alle moederhuizen te sluiten, vooral de minder productieve in het binnenland. Daardoor moeten moeders nu dikwijls 80 kilometer moeten rijden om een kraamkliniek te bereiken. Daarbij komt een frontale aanval op de leraars waarbij iedere leerkracht die geen 5 jaar dienst heeft, het kan vergeten om ooit nog een vaste benoeming te krijgen. En ook Portugal ontsnapt niet aan de Bologna-akkoorden voor het hoger onderwijs.

Het spreekt vanzelf dat dit niet allemaal kan gebeuren zonder enige vorm van protest. Mei en begin juni werden gekenmerkt door tientallen betogingen. Vorige woensdag was er een nationale strijddag van FenProf, de grootste onderwijsvakbond, met onder andere een betoging met 10.000 deelnemers in Lissabon die het ontslag van de onderwijsminister eiste. Daarnaast waren er de vele betogingen tegen de sluiting van kraamklinieken, de betogingen van de werknemers uit de openbare diensten die dreigen geprivatiseerd te worden, de betogingen tegen de sluiting van textielfabrieken… Dit zal leiden tot een nationale staking op 15 juli georganiseerd door UGT en CGTP, de twee grootste vakbonden.

De geschiedenis leert ons welke methoden de burgerij in zo’n situatie prefereert. Portugal bevindt zich in een diepe crisis waar het sociaal-democratische Keynesianisme van na 1974 haar failliet heeft bewezen. De burgerij ziet zich genoodzaakt om de hardee hand te gebruiken. En dit gaat gepaard met een situatie waarbij grote kapitaalsgroepen een monopoliepositie hebben over de Portugese economie, in zekere zin vergelijkbaar met de situatie van de jaren ’20 en ‘30.

De meest toegepaste methode van de burgerij, in gelijkaardige situaties is ongetwijfeld het versterken van het nationalisme. Onder het mom dat de natie één is, wordt geprobeerd de klassentegenstellingen te verdoezelen. Alsof het bestaan van de mensheid ervan afhangt, lijkt het alsof iedere rechtgeaarde Portugees achter één vlag hoort aan te lopen: de rood-groene vlag van Portugal.

Zo riep de president, schouder aan schouder met de nationale trainer, alle Portugezen op om vlaggen op te hangen. Elk huis, bijna elk raam, elke telefoonpaal of boom, elke tv-antenne en auto werd de laatste maand versierd met de nationale vlag. Naast het feit dat men het nationalisme wil bevorderen, lijkt het er ook sterk op dat de regeringstop goede relaties heeft met één of andere vlaggenfabrikant…

Maar het gaat verder; blijkbaar moet zelfs de parlementaire democratie wijken voor de door het regime kunstmatig versterkte voetbalgekte. Zo werd beslist om alle parlementaire activiteiten op te schorten op de speeldagen van de nationale ploeg, en worden de wedstrijden van Portugal in Duitsland bijgewoond door zowel de premier, de president als de Portugese voorzitter van de Europese Commissie… De respectievelijke staatshoofden worden bovendien om de haverklap om commentaar gevraagd over de nationale voetbalprestaties, als boegbeelden van de “natie”.

Naast het opfokken van het nationalisme wordt het voetbal eveneens gebruikt om de aandacht af te leiden van de werkelijke problemen van het land. Linkse intellectuelen in Portugal stelden vroeger meermaals dan het voetbal de rol van de kerk had overgenomen en het echte ‘Opium des volks’ geworden was. Daar zit zeker een kern van waarheid in. Men probeert de harde realiteit te verbergen achter de goede voetbalresultaten die er hopelijk voor de Portugese ploeg aankomen.

Het recept is al meer dan 2000 jaar oud, maar naar aloude Romeinse traditie is de beste remedie tegen protest blijkbaar nog steeds: Brood en Spelen…

Delen: Printen: