Tariq Ali in Gent. Goede kritiek op het huidig systeem, maar geen alternatief

Op 22 februari was Tariq Ali in Gent voor een lezing op het Studium Generale, georganiseerd door de Gentse Universiteit en de Hogeschool Gent. Tariq Ali is een gekende Britse filosoof die zich jarenlang op het marxisme baseerde. In zijn boeken levert hij veelal een nuttige kritiek op het huidige systeem. Voor een antwoord op hoe we de strijd moeten voeren of wat het alternatief is, moeten we echter niet bij Tariq Ali zijn.

Boris Van Acker

De overlevenden van mei ’68, linkse intellectuele boegbeelden, die vandaag hun stem nog verheffen, kunnen enigszins met ontzag onthaald worden. Tariq Ali behoort ongetwijfeld tot deze categorie.

De manier waarop Ali werd aangekondigd en geprezen in het voorwoord van het Studium Generale, zorgde er echter voor dat ik de bewondering toch wat in vraag stelde. Noem het jong geweld of naïviteit, iets waar Ali tijdens het interview na de lezing zijn waardering voor uitsprak, maar als toeschouwer met een grote portie verontwaardiging jegens de actuele wereldpolitiek bleef ik op m’n honger te zitten.

De waarde waaraan de politieke analyse van dergelijke ‘linkse intellectuelen’ afgemeten kan worden is uiteindelijk toch de mate waarin dit in praxis kan omgezet worden. In dat opzicht was het duidelijk dat de oude marxisten als Ali vandaag een belangrijk aspect van het marxisme vergeten zijn.

Marx stelde dat ‘de filosofen de wereld hebben geïnterpreteerd, maar het erop aankomt hem te veranderen’. ‘Mr Ali, how can we escape from the trap of neoliberalism?’, klonk het enkele malen uit de zaal. Tariq Ali zei veel maar had geen antwoord.

Ogenschijnlijk correcte analyse

Uiteraard is de wereldanalyse die Ali naar voor bracht waardevol en in zeker opzicht verhelderend. Het contrast met de dagelijkse propagandastroom die de militaire uitdrukking van de neoliberale politiek van elke materiële basis ontdoet en herleidt tot een strijd om ideeën is van groot belang. Het is triest dat het denken bij de meerderheid van de mensen als dusdanig gedegenereerd is dat er van een materialistische grondslag nog nauwelijks sprake is. Het filosofisch idealisme, wat Trotski in 1936 omschreef als de evolutie weg van materialisme richting religie, of met andere woorden het teruggooien van de emancipatie van het menselijk denken naar de vorige eeuw, lijkt vandaag welig te tieren.

Voor sommigen, en ik hoop dat dat er meer zijn dan men soms durft vermoeden, is het vanzelfsprekend: De zogenaamde clash of civilisations en de dappere westerse strijd voor de democratie is niet meer dan een verhulling van een botweg doorvoeren van een hard neoliberalisme. Hedendaags kolonialisme is de militaire uitdrukking van een politiek die erop gericht is goedkope grondstoffen te vergaren. Het neoliberalisme is een allesoverheersnde doctrine geworden, en hoe dat zo is kunnen evolueren legt Ali correct uit.

De val van het Stalinisme in 1989 zette de sluizen open. Een grootschalig neoliberaal ideologisch offensief vond plaats en walste de ideologisch verwarde arbeidersbeweging in een grote ruk plat. Want hoewel de bureaucratisch geplande Sovjeteconomie gepaard ging met een spuuglelijk politiek absolutisme, was het Oostblok toch een kritisch steunpunt voor de linkerzijde in Europa en het wegvallen daarvan had grootschalige gevolgen. Een verlamde arbeidersbeweging zorgde ervoor dat de burgerlijke arbeiderspartijen (sociaal-democratie) in een versneld tempo evolueerden naar puur burgerlijke formaties en een neoliberaal programma aanvaardden. Prachtvoorbeeld is uiteraard de vervanging van het gehate Tatcher regime door het sociaal-democratische Labour, dat vandaag een neoliberaal programma doorvoert waar Tatcher alleen maar van kon dromen.

Het gevolg is bekend, een totale politieke armoede die resulteert in enerzijds een steeds dalende opkomst bij verkiezingen en anderzijds, en dit is wellicht de sterkst evoluerende beweging, de oriëntatie naar extreem-rechtse partijen, die als grote overwinnaars zegevieren op het links vacuüm en de rotte politiek van de traditionele partijen waar geen kat nog een onderscheid in ziet. De beweging naar extreem-rechts is heel logisch, gezien men op zoek gaat naar een oppositie, die tot nu toe enkel tot uitdrukking komt onder de vorm van het neo- fascisme.

Bang voor marxisme

Een correcte analyse van de geschiedenis is belangrijk. Omdat een juiste interpretatie van de geschiedenis de basis vormt voor het stellen van correcte perspectieven. Helaas gaapte tussen deze twee elementen een bodemloze kloof tijdens Ali’s uiteenzetting.

Het probleem stelde zich duidelijk. Er voltrekt zich een polarisatie, helaas is de rechterpool in tegenstelling tot de linkerzijde verrijkt met haar politieke instrumenten. Dit is een uiting van een historisch laag klassenbewustzijn en vice-versa. Het zou totaal in strijde zijn met het dialectisch denken om uit te gaan van de onveranderlijkheid van dergelijke situatie. Men hoeft zichzelf geen marxist te noemen om dit te onderschrijven. Toch lijkt Ali zich hieraan te bezondigen. Op geen enkele manier slaagt hij erin een weg vooruit aan te bieden aan de politiek gedesoriënteerde jonge generatie. Integendeel, het fout definiëren van de uitdrukking die deze generatie aan haar frustraties geeft, zal eerder tot het cultiveren van verwarring en desillusie leiden.

Ali fulmineerde hevig tegen de pogingen van de burgerlijke media om de rellen in de Franse banlieus af te doen als een religieus conflict. Hij argumenteerde zeer correct dat dergelijke rellen een sociaal-economische oorzaak hebben. Het is de frustratie van een hele generatie jongeren wie verteld is dat ze de Franse nationaliteit moeten verdienen door integratie en het deels verloochenen van hun culturele, religieuze identiteit maar in de praktijk ervaren dat ze allesbehalve gelijke kansen krijgen., geconfronteerd met een beleid dat gelijk staat met de stelselmatige afbraak van de welvaartsstaat, een beleid van discriminatie, werkloosheid, etc..

Het gebrek aan een politiek instrument voor deze onderdrukte groep binnen de samenleving, dat met een programma dat de neoliberale gruwel afwijst, de autochtone én allochtone jongeren en arbeiders kan verenigen, zorgt ervoor dat de frustratie niet leidt tot de uitbouw van een constructieve gefundeerde beweging, maar integendeel leidt tot de rellen die we gezien hebben.

Dit geweld is begrijpelijk maar desalniettemin verwerpelijk. Trotski stelde dat de crisis van de mensheid te herleiden is tot de crisis van de leiding van de arbeidersklasse. Dit is vandaag nog steeds brandend actueel. Niemand zal tegenspreken dat de Franse rellen enkel de rechterzijde hebben gediend en de Franse arbeidersklasse enkel verder verdeeld heeft op basis van ras en religie. Een analyse waarbij de frustratie en het uitbarsten van jonge geweld an sich niet veroordeeld wordt, maar de inconsequente houding van de linkerzijde is hier meer dan aangewezen.

Toch slaagt Ali er niet in verder te gaan dan het kritiekloos verdedigen van de rellen door ze plompweg te vergelijken met de opstanden die de Franse geschiedenis rijk is. ‘Zijn de rellen in de Franse banlieus niet het toppunt van Franse integratie? Deze jongeren hebben niemand vermoord, enkel wat eigendom verbrand en barricades opgeworpen. Daarmee betonen ze grote eer aan de heroïsche Franse volksgeschiedenis, met name de commune van Parijs in 1897’

Het kritiekloos verdedigen van de rellen is één ding, maar de historische strijd van de Franse arbeidersklasse, die de basis en inspiratiebron vormde voor de globale arbeidersklasse banaliseren tot een ongefundeerde haast instinctieve eruptie van geweld is een kapitale fout.

Uiteraard is mij niet ontgaan dat Ali deze uitspraken van een licht ironische ondertoon voorzag, maar als antwoord op de politieke armoede vandaag, biedt dergelijke analyse allesbehalve een uitweg. Je vraagt je af waar Ali als neo-marxist zijn naam vandaan haalt. Hij zelf ook wel zo bleek. Na één seconde verschrikt ademinhouden, toen hij met die term bestempeld werd, herstelde hij zich snel met de zin: “First of all, i’m not one of those people who look towards marxism as a religion. It’s a useful method but that doesnt mean it’s infinite correct.”

Spijtig dat zelfs ‘neo-marxisten’ buigen onder de Stalinistische discreditering van het socialisme als wetenschap. Uiteraard moet je je er steeds van verzekeren je niet te isoleren van het algemeen bewustzijn, maar je er volledig ondergeschikt aan opstellen betekent dat je jezelf nooit in staat ziet een rol te spelen in de ontwikkeling van naar een klassenbesef.

Verandering? Ja! Maar niet te dicht bij de deur.

Tariq Ali zag echter wel een lichtpunt. De golf van links bewustzijn dat het Latijns Amerikaans continent overspoelt, is inspirerend. Alhoewel je, volgens Ali helemaal niet over een revolutie kon spreken, maar de ontwikkelingen in Latijns Amerika er een was van een concreet toepassen van een sociaal beleid.

Het Venezolaans regime onder Chavez, de verkiezing van Morales in Bolivië, de machtsdeelname van de PT in Brazilië, het zijn ondanks hun verschillen een welkome verademing tegenover het dominante wereldkapitalisme.

Een kritische benadering was hier echter, volgens Ali, niet echt op z’n plaats, dus beperkte hij zich tot een lichte overschouwing. Volgens mij zijn een juist inschatten van de gebeurtenissen op het continent echter van onschatbare waarde. De regimes die gevestigd worden, zijn een uiting van een onbetwistbare revolte aan de basis. In de eerste plaats wordt Latijns Amerika gekenmerkt door een snelgroeiend bewustzijn bij de massa’s. Het zijn de massale arbeidersprotesten die leiden tot een klassenbewustzijn. Dat klassenbewustzijn heeft vanzelfsprekend te lijden onder de jaren van neoliberale afbraak, net zoals dat in Europa en Noord Amerika het geval is en heeft daarom nog geen duidelijk inzicht in welke het sociaal economisch alternatief op het kapitalisme zou kunen zijn.

De ontwikkelingen die zich voordoen zijn uitermate positief, maar een erkenning van dit probleem is eveneens nodig om ook hier een weg vooruit te bieden. Dat de Latijns Amerikaanse arbeiders over een enorm potentieel beschikken om te breken met het systeem van winstmaximalisatie maar dit potentieel tot op vandaag niet kunnen omzetten in een politiek wapen is een zwakheid die erkend moet worden. Kritiekloze steun verlenen aan Chavez, die blijft schipperen tussen kapitalisme en socialisme, eerder de massabeweging tracht om te buigen dan ze effectief tot haar volle uitdrukking te laten komen, is niet zonder risicos.

Waarom gaat Tariq Ali deze vraagstukken uit de weg? Vanuit zijn positie als gevierd essayist, journalist en filosoof, zou hij een bijdrage kunnen leveren aan de strijd die vandaag gevoerd wordt voor de ontwikkeling van een politieke identiteit voor de arbeidersklasse wereldwijd.

Hij zou kunnen de Latijns Amerikaanse beweging correct kritisch benaderen zonder afbreuk te doen aan haar historische en actuele waarde en dit toepassen om de beweging in Europa en de rest van de wereld een perspectief aan te reiken. Maar zonder al te omzichtig om te springen met die politieke ontwikkelingen en in één adem te vernoemen als een gelukkige tegenmacht tegen het VS imperialisme zonder meer, positief maar ver weg, duidelijk niet van toepassing op het westen, laat hij volgens mij belangrijke kansen onbenut.

Laat het duidelijk zijn, van een verlinksing, hoe onderontwikkeld ook, is er in Europa wel degelijk sprake. De tijden waarin georganiseerd protest zich beperkte tot een kleine laag geradicaliseerde jongeren, de antiglobaliseringsbeweging, is voorbij. Niet alleen hebben we de groei van de antioorlogsbeweging gezien, die de eerste stapjes van delen van de arbeidersklasse heeft aangewakkerd, maar zijn we in een situatie terechtgekomen waar het failliet van het neoliberalisme voor steeds bredere lagen van de arbeidersklasse duidelijk is en leidt tot massaprotest.

De kwestie van een politiek alternatief, als antwoord op de jaren van ideologische en politieke verwarring dringt zich op en resulteert reeds her en der in de embryonale ontwikkelingen richting nieuwe arbeiderspartijen. Het meest lichtende voorbeeld op het Europees continent is uiteraard de geboorte van de WASG, een politieke formatie die rechtstreeks voortvloeit uit de massaprotesten tegen het besparingsbeleid van de regering Schröder. Maar daarnaast zien we ook andere ontwikkelingen: het Links Blok in Portugal, de RC in Italië. Geen van allen over dezelfde kam te scheren, maar wel allen leidend onder dezelfde kinderziekte: de nasleep van het verraad van de sociaal-democratie en een decennium van neoliberale heerschappij. Politieke duidelijkheid en klassebewustzijn herstelt zich slechts langzaam, maar herstelt zich met een stellige zekerheid. De tegenstellingen binnen het wereldkapitalisme hollen de economische crisis verder uit, en de huidige elite is niet in staat deze neerwaartse spiraal tegen te houden. Daar is de destructieve radeloze politiek van de imperialistische machten getuige van.

Alles wijst er dus op dat op wereldvlak de voorwaarden voor de ontwikkelingen van een krachtige tegenreactie aanwezig zijn. Is dit zomaar te verwaarlozen?

Het licht uit, en naar huis.

‘Het neoliberalisme leidt uiteindelijk wel tot organisatie van de mensen’ bracht Ali zwakjes uit. Met deze uitspraak holt hij de feiten achterna. Men is zich aan het organiseren op dit moment, daarbij is het nodig om discussie te voeren over de manier waarop we aan die organisatie standvastigheid kunnen geven en hoe we klaarheid kunnen creëren zodat we de burgerlijke illusie van democratie het hoofd kunnen bieden.

Maar daar schiep deze lezing geen duidelijkheid over, ondanks de hoopvolle verwachting. En misschien, zo zullen velen wel zeggen, was dat ook helemaal de bedoeling niet. Misschien moeten we al blij zijn dat we even de intellectuele koppen bij elkaar gestoken hebben en voor de zoveelste maal onszelf duidelijk gemaakt hebben hoe deze wereld in elkaar zit.

Met een gerust hart naar huis dus, de wereld verandert uiteindelijk wel.

Delen: Printen: