Waarom socialisme voor vrouwen nodig is

Het is onmogelijk een blauwdruk te maken van hoe de socialistische samenleving eruit zal zien, dat zal uiteindelijk beslist worden door die generaties die het socialisme opbouwen. Maar de machtsovername door de arbeidersklasse, vandaag de absolute meerderheid van de bevolking in de ontwikkelde kapitalistische landen, zal de belemmeringen die op de reële vrouwenemancipatie staan wegnemen. Vandaag zijn we er immers steeds meer getuige van dat de vrouwenemancipatie die heeft plaatsgevonden sinds de jaren ’60 enorm beperkt is en onder aanval blijft staan.

Anja Deschoemacker

Vrouwen hebben in de ontwikkelde landen belangrijke stappen vooruit gezet, ze hebben daar ook hard voor gevochten. Vooral de opname op de arbeidsmarkt is van groot belang: zonder financiële onafhankelijkheid kunnen vrouwen niet vrij zijn, hoeveel wetten er ook mogen gestemd worden.

Het maakt ook dat vrouwen opgenomen worden in de klassenstrijd, de enige strijd die volgens ons tot bevrijding kan leiden. Maar die opname is slechts gedeeltelijk.

De reële situatie is dat vrouwen verantwoordelijk blijven voor gezinstaken die ze gratis moeten uitvoeren, wat hun mogelijkheden op werk, vooral voltijds werk en zeker werk als kader, ernstig belemmert.

Vrouwen die carrière willen maken, moeten vandaag nog vaak de verscheurende keuze maken tussen carrière en kinderen – of een huisman vinden (maar enquêtes tonen dat mannen zo’n rol niet meteen aantrekkelijk vinden).

Om vrouwen echt “vrij” te maken en hun tweederangspositie op economisch vlak (hogere werkloosheid, lagere lonen, onzekere contracten,…) teniet te doen, zou het gezin moeten worden afgeschaft. Uiteraard spreken we hier niet over het gezin als de relatie tussen mensen en hun kinderen, die onder de niet-bezittende lagen over het algemeen uit vrije wil en uit liefde is aangegaan, maar over de instelling zelf.

Wat bedoeld wordt, is de organisatie door de samenleving van de huishoudelijke taken en het zien van iedere persoon als een individu die rechten en plichten in de samenleving heeft.

Vandaag heeft in België bijvoorbeeld een samenwonende vrouw niet langer recht op een werkloosheidsuitkering. Voor het leefloon wordt gewerkt met een “gezinsuitkering” voor het gezinshoofd, meestal een man. Ook kinderen worden niet als individuen met rechten gezien, maar als de verantwoordelijkheid van de ouders.

Wij pleiten ervoor dat kinderbijslag de reële kosten dekt, opdat iedereen ongeacht zijn/haar financiële toestand kinderen kan krijgen en ze in de beste omstandigheden kan opvoeden. Onder het kapitalisme is dit programma onuitvoerbaar omdat het regelrecht ingaat tegen de belangen van het systeem.

Het socialiseren van de huishoudelijke taken via wasserijen en strijkwinkels, bedrijfs en wijkrestaurants, crèches en zorginstellingen voor zieken, ouderen en gehandicapten, organisatie van vrijetijdsbesteding voor kinderen en jongeren, poetsdiensten, enz. is noodzakelijk om hierin verandering te brengen.

Vandaag organiseert de staat dit in zeer beperkte mate. Die diensten werken bovendien veelal met lage lonen en onzekere statuten voor haar werknemers.

Wij bedoelen dus niet dat ongeschoolde vrouwen voor peanuts de was van beter begoede gezinnen moeten doen. Onder het socialisme zouden die jobs volwaardige jobs zijn met een volwaardig statuut en volwaardige lonen en het zou bovendien gaan om nieuwe openbare diensten aan de bevolking, waarbij de kost door de samenleving in haar geheel wordt gedragen en niet rechtstreeks door de gebruiker wordt opgehoest.

Seksisme heeft een materiële basis in de samenleving, met name de ondergeschikte economische positie van vrouwen. Zolang vrouwen afhankelijk zijn, ook al is het maar ten dele, van een mannelijke kostwinner, zolang zullen relaties tussen mannen en vrouwen niet harmonieus verlopen en zullen machtsverhoudingen die relaties bepalen.

De Russische Revolutie heeft een schitterende poging gedaan om deze situatie op te lossen (en de lezers worden warm aangemoedigd om “De Positie van de Vrouw in de Ontwikkeling van de Maatschappij” van A. Kollontai te lezen, waar zij ingaat op de diverse maatregelen), maar de middelen ontbraken in dit straatarme en onderontwikkelde land, dat bovendien geconfronteerd werd met een dodelijke isolatie na het mislukken van de Europese revolutionaire bewegingen.

Trotski stelde terecht dat de tweederangspositie van vrouwen onder het stalinisme een teken was dat de samenleving niet langer in de richting van socialisme ontwikkelde. Zolang vrouwen niet vrij zijn en de relaties binnen de arbeidersklasse verpest worden door seksistische vooroordelen en tradities, kan ook de samenleving zelf niet vrij zijn.

Trotski stelde zelfs dat vrouwenbevrijding en socialisme hetzelfde betekenen: het bevrijden van vrouwen betekent de opbouw van een socialistische samenleving waarin ieder werkt naar zijn/haar mogelijkheden en krijgt naar zijn/haar behoeftes. Niet de uniformiteit dus die socialisten verweten wordt (op basis van de ervaring met die bloedige karikatuur van het socialisme dat het stalinisme was), maar de gelijkheid in verscheidenheid waarop iedere reële samenwerking van mensen gebaseerd is.

Delen: Printen: