De strijd tegen extreem-rechts in Duitsland

Op 29 oktober organiseerde Blokbuster een anti-fascistische dag in Antwerpen met verschillende discussies en nadien ook optredens. Eén van de discussies ging over de strijd tegen extreem-rechts in Duitsland. Daarbij werd gesproken door Marc Treude, gemeenteraadslid van onze zusterorganisatie in Aken. We publiceren een samenvatting van zijn inleiding.

Begin jaren 1990 was er een sterke opgang van racistisch geweld in Duitsland en gingen neo-nazi’s over tot een openlijk gewelddadige politiek. Er waren aanvallen op centra van asielzoekers (onder meer in Rostock), maar ook op individuele asielzoekers en linkse militanten.

Onze organisatie nam toen het initiatief om jongeren te organiseren tegenover dat geweld en tegen de opkomst van openlijke neo-nazi’s. We organiseerden de campagne ‘Jongeren tegen Racisme’, naar het voorbeeld van Blokbuster in België. Deze campagne slaagde er in heel wat jongeren bijeen te brengen, onder meer omwille van het internationale karakter van de campagne. In 1992 namen we deel aan de internationale Blokbuster-betoging in Brussel waarop 40.000 aanwezigen waren.

Op dit ogenblik waren er verschillende fysieke confrontaties tussen anti-fascisten en neo-nazi’s. De fascisten voelden zich immers gesterkt door de electorale steun voor rechtse krachten en door de defensieve positie van de linkerzijde na de val van de Muur. Wij reageerden op iedere aanval met een massale mobilisatie tegen de rechtse groepen zoals de NPD

Het fascistisch geweld nam grote proporties aan waardoor zelfs de burgerij vond dat er te ver was gegaan. Er kwam een campagne tegen de extreem-rechtse groepen, de meest radicale groepen werden zelfs verboden. Dit had wel als gevolg dat er een radicalisatie plaatsvond en bovendien kwam er een hergroepering rond de NPD. Die partij veranderde van karakter. De NPD was in de jaren 1960 opgericht door een oude generatie fascisten, en slaagde er pas in de jaren 1990 in om jongeren aan te trekken. De partij slaagde erin een degelijke organisatie uit te bouwen met toch een niet onbelangrijke basis.

Zeker in het Oosten van Duitsland is er in de steden een probleem met jonge neo-nazi’s. Dit komt grotendeels door de uitzichtloze situatie: de werkloosheid is er erg groot en jongeren hebben er geen perspectieven. Groepen neo-nazi’s verpesten er de sfeer onder jongeren, onder meer door alternatieve jongeren of migranten weg te pesten. Ook daartegen reageren wij met mobilisaties om te vermijden dat de neo-nazi’s de straat kunnen domineren.

Dit jaar nog betoogden we tegen de optocht van de fascisten in Berlijn. 60 jaar na de bevrijding trokken ze in een betoging voorbij de Brandenburger poort. De traditionele partijen stelden te willen protesteren en stelden voor om een volksfeest te organiseren. Wij riepen samen met vakbondsmilitanten op tot een betoging waarbij we verhinderden dat de fascisten op de Alexander Platz konden komen. Er waren 20.000 anti-fascisten in Berlijn die probeerden de nazi-optocht fysiek te verhinderen. De fascisten werden omsingeld door 2.000 agenten. De 1.000 fascisten moesten alvast het onderspit delven tegenover 20.000 antifascisten.

Hoe de NPD in Saksen de helft van haar stemmen verloor

In de strijd tegen extreem-rechts hebben wij altijd de noodzaak naar voor gebracht van een linkse oppositie. Dit perspectief werd bevestigd bij de recente verkiezingen in Duitsland. De NPD haalde nog steeds 1,6% van de stemmen, wat veel is. Maar als we de regionale uitslagen vergelijken met recente regionale verkiezingen, dan zien we dat de NPD zware klappen heeft gekregen. Dit komt voornamelijk door de ontwikkeling van de Linkspartei, een nieuwe linkse formatie die gezien wordt als een politiek verlengstuk voor de acties en bewegingen tegen het asociaal beleid.

In Saksen haalde de NPD met de nationale verkiezingen 4,5%. Eén jaar geleden, in september 2004, haalde de NPD er nog 9,2%. De partij is dus op één jaar tijd de helft van haar stemmen verloren! Anti-fascisten moeten daar lessen uit trekken en mee opkomen voor het opzetten van een nieuwe arbeiderspartij. Dat is niet enkel nodig tegenover het neoliberaal beleid, maar tevens het beste wapen in de strijd tegen de electorale groei van extreem-rechts.

De nederlaag van de NPD heeft geleid tot heel wat discussie binnen die partij. Een aantal figuren zijn uit de partij gestapt omdat ze een radicaler programma willen. Een aantal partijleden zijn weggegaan omdat ze de NPD te burgerlijk vinden. De afgesplitste groepjes kunnen een gevaar vormen aangezien de mogelijkheid reëel is dat er tot geweld wordt overgegaan met aanslagen. In Dortmund is er al geschoten op een linkse activist!

Een aantal neo-nazi’s probeert op jongeren in te spelen door zichzelf alternatief voor te doen: ze dragen T-shirts met Che Guevara op of Palestijnse sjaals. Met campagnes rond jongerenwerkloosheid kunnen ze een zekere ingang vinden, wat gevaarlijk is voor linkse jongeren.

Er wordt door de NPD geprobeerd om aanwezig te zijn in het straatbeeld. Zo was er vlak voor de algemene verkiezingen een NPD-stand in Aken. De stand was toegelaten en werd beschermd door een 30-tal fascisten die bovendien beschermd werden door de politie. Uiteraard hebben we met anti-fascisten geprotesteerd tegen de NPD-stand en stonden we 6 uur onafgebroken op straat om te protesteren. Ook in Aken is er het gevaar van oncontroleerbare radicale afsplitsingen die fysiek geweld gebruiken. Daartegenover is mobilisatie belangrijk. Een actieve en massale politieke oppositie tegen het huidig beleid en tegen extreem-rechts, is het enige ernstige antwoord op extreem-rechts.

Delen: Printen: