Analyse door Gauche Révolutionnaire

De lokale verkiezingen in Frankrijk, met twee rondes op 23 en 30 maart, bevestigden de dieper wordende crisis voor de ‘socialistische’ regering van François Hollande. De regering betaalt een prijs voor de volledige capitulatie voor de belangen van de grote bedrijven.

Hollande werd vooral verkozen omdat hij Sarkozy niet was. De vroegere rechtse president werd weg gestemd, maar er was toch enige hoop onder de werkenden die Hollande verkozen. Bij verkiezingen sindsdien was er een record aantal mensen dat niet kwam stemmen, de participatiegraad lag op het laagste niveau in meer dan 20 jaar. Dat wijst erop dat de hoop is doorprikt en dat er een brede ontgoocheling is tegenover het volledige politieke establishment. Zeker onder jongeren is dat het geval. Bijna 40% van de stemgerechtigde jonge kiezers kwam niet opdagen, 36% in de eerste ronde en 38% in de tweede.

De werkloosheid liep in februari op tot een record van 3,3 miljoen. Daarenboven zijn er 4,9 miljoen deeltijds werkenden die eigenlijk meer uren willen. Vorig jaar kondigde de regering een besparingsoperatie van 15 miljard euro in de publieke sector aan. Bijna drie miljoen kinderen leven in armoede.

In de tweede ronde van de verkiezingen werd de regerende Parti Socialiste (PS) afgemaakt. De partij verloor de controle over 155 grote steden doorheen het land, ook al hield ze stand in Parijs. Ondanks de eigen crisis en de diepe verdeeldheid, kon de conservatieve UMP vooruitgang boeken. De partij won 140 steden over van de PS. De historische afslachting van de PS heeft geleid tot een diepe regeringscrisis. Premier Aryault nam ontslag en werd vervangen door Manuel Valls, de vroegere minister van Binnenlandse Zaken. Hollande zal nog verdere wijzigingen in de regering doorvoeren.

Het Front National (FN) van Marine Le Pen won een record aantal verkozenen met ook 14 burgemeesters. Dat is bijna drie keer zoveel als op het vorige hoogtepunt in de jaren 1990. Dit resultaat kan echter niet gezien worden als een massale steun voor het populistische en racistische beleid van het FN. Behalve de 7de sector van Marseille (met 150.000 inwoners), Hénin Beaumont en Hayange, haalde het FN geen grotere steden binnen. De partij won vooral in traditioneel ‘socialistische’ bolwerken. Het verraad van de vroegere sociaaldemocratische PS tegenover de werkende bevolking is dan ook een belangrijke reden voor het succes van het FN.

De gevestigde partijen zijn niet in staat om een antwoord te bieden op de crisis die het FN handig kan uitspelen. Als antwoord op de groei van het FN schuiven ze dan maar zelf naar rechts op om het “terrein te bezetten”. De aanstelling van Valls als premier is een uitdrukking van een dergelijke zet door de PS. Valls vertegenwoordigt slechts een kleine rechtse fractie binnen de PS en staat bekend voor soms aangebrande uitspraken en bijhorend beleid tegenover migranten. Zo verdedigde hij de maatregel om de jonge Roma scholiere Leonardo Dibrani met de politie tijdens een schoolreis op te pakken om ze uit te wijzen.

De opkomst van het FN weerspiegelt een vacuüm links van de regering en de afwezigheid van een massale linkse kracht die in staat is om het massale verzet tegen Hollande een duidelijk progressief en antikapitalistisch karakter te geven. De internationale media hadden er amper aandacht voor, maar het Front de Gauche (FdG) haalde uitstekende resultaten in die plaatsen waar het onafhankelijke linkse lijsten tegen de regering en de rechterzijde naar voor bracht. Dat is een bevestiging van het potentieel voor zo’n kracht. Deze linkse lijsten (soms met betrokkenheid van andere linkse organisaties zoals de NPA) haalden meer dan 2.000 gemeenteraadsleden in de eerste ronde en een gemiddelde van 11% van de stemmen in die plaatsen waar ze opkwamen.

Daar waar componenten van het Front de Gauche – vooral de PCF – in alliantie met de PS opkwam, leidde dit tot deelname in de vernedering en nederlaag. We zien het potentieel van een echt linkse oppositie tegen de gevestigde partijen, zeker waar deze oude partijen zoals met de PS het geval is in de regering zitten.

Zoals we eerder schreven na de eerste ronde van de verkiezingen:

“Hoe meer het FdG duidelijk opkwam voor een alternatief op de regering, hoe meer stemmen er werden behaald. Zoals we stelden was er nood aan lijsten van het FdG samen met andere linkse krachten die duidelijk zijn in hun verzet tegen de PS.

“We delen het standpunt van Mélenchon als hij stelde dat het beter was geweest indien het FdG en alle componenten ervan een duidelijke oppositie tegen de PS naar voor hadden gebracht met eengemaakte lijsten in het hele land. Dergelijke lijsten zouden minstens toegelaten hebben om tot een begin van links verzet tegen de regering van Hollande te komen. Wat Mélenchon echter niet zegt, is dat hij in heel wat steden samenwerkt met de EELV (dat de regering steunt). Het gaat om 90 steden waar dit gebeurde.

“In de komende maanden zal het ‘verantwoordelijkheidspact’, het besparingsplan van Hollande, worden doorgevoerd met tal van nieuwe aanvallen op de openbare diensten, lonen, sociale zekerheid en tegelijk nieuwe cadeaus voor de rijken en de bazen. Hollande voert hetzelfde beleid als Sarkozy, hij laat de werkenden betalen voor de crisis van het kapitalisme.

“Sommigen dachten dat een stem voor het FN volstond als een luidruchtig protest tegen het beleid van de PS en de harde economische en sociale situatie. Dat is uiteraard niet het geval. Het FN biedt geen enkele uitweg uit de kapitalistische uitbuiting, laat staan dat de partij opkomt voor het behoud van de openbare diensten. De protectionistische maatregelen en de voorgestelde discriminatie tegen sommige werkenden van buitenlandse afkomst, dienen enkel om de echte schuldigen, de kapitalisten, uit de wind te zetten.

“De goede resultaten voor sommige lijsten links van de PS tonen de mogelijkheden en geven aan dat de situatie rijp is voor de opbouw van een linkse oppositie tegen Hollande en alle pro-kapitalistische partijen. Een dergelijke brede en democratische oppositie die alle werkenden, jongeren, werklozen, gepensioneerden, mannen en vrouwen, Fransen en anderen, samenbrengt, kan de strijd aangaan tegen het beleid dat de belangen van de bankiers, grote patroons en aandeelhouders dient.

“Op 12 april is er een grote betoging voorzien onder de slogan van een ‘linkse revolte’. Dit gebeurt op initiatief van Mélenchon, Besancenot en de meeste krachten links van de PS. Dit kan een belangrijke stap zijn in de richting van een eengemaakte strijd tegen het beleid van Hollande en tegen het kapitalisme.”


Nawoord. Gisteren betoogden er 100.000 mensen in Parijs in een linkse betoging tegen de regering en tegen het besparingsbeleid. Het succes van deze betoging toont het potentieel van een linkse oppositie.