Moderne slavernij in Nederland: 12 uur per dag hard labeur voor hongerloontje

Op 15 juni jongstleden zijn 6 Poolse arbeiders, die in het Limburgse dorp Veulen werkzaam waren op een boerderij op staande voet ontslagen en gedwongen de camping te verlaten. Volgens de werkgever was dit omdat ze hun werk niet goed deden, maar hij gaf aan de FNV-afgevaardigde Wim Baltussen (bij wie de ontslagen arbeiders inmiddels logeren) geen onderbouwde argumentatie. Deze Poolse arbeiders vormen onderdeel van een groep van 180 Poolse arbeiders, werkzaam bij het boerenbedrijf van Van Dijck in Veulen als sla-plukkers, die sinds 28 juni jongstleden in staking zijn. De redenen voor de wilde staking zijn de slechte behandeling van deze arbeiders en het ontslag van de bovengenoemde 25 arbeiders.

Bas de Ruiter, Offensief Noord-Brabant

De arbeiders draaien diensten van 12 uur per dag voor een uurloon van € 4,50, een beloning ver onder het minimumloon. Daarnaast zijn de overige arbeidsomstandigheden ook vreselijk: een tweetal dagen voor het ontslag was de transportband kapot en werden de arbeiders verplicht de kratten met sla, die per stuk 10 kilo wegen, zelf naar boven te duwen. Voor het bankpasje dat de arbeiders door de werkgever wordt verschaft, moeten ze 40 euro betalen en voor de reparatie van de verstopte wc die midden op het land staat, werd bij iedere arbeider 25 euro in rekening gebracht. Daarnaast werden de arbeiders verplicht tot het werken in de hitte zonder water, moesten ze ’s nachts werken zonder toeslag, soms wekenlang wachten op hun geld en werden ze beledigd door de voormannen.

De directe aanleiding was het feit dat de arbeiders op 28 juni van dit jaar na een dienst van 12 uur niet werd toegestaan om te gaan slapen, maar dat ze na een paar uur pauze weer aan de slag moesten. Toen een aantal van de arbeiders weigerden na die lange dag door te werken, werden 25 van hen op staande voet ontslagen.

De werkgever – Van Dijck – gebruikte de volgende argumenten om bovengenoemde voorvallen te rechtvaardigen: volgens hem werden slechts diegenen beboet met 25 euro voor de wc die er sla en andere rommel in gooiden en die 40 euro kosten voor dat pasje was enkel omdat het door het vergeten van de pincode drie tot vier keer was ingeslikt. Overigens vond hij het maar heel normaal dat de kosten voor de pas in rekening werden gebracht bij de Poolse arbeiders die voor hem tegen ene hongerloontje arbeid leveren. Ook wees hij erop dat niet alle Poolse arbeiders die werken op zijn bedrijf meedoen aan de staking.

Die laatste argumenten worden door de ondernemer gebruikt om een beeld te schetsen van een normale arbeidsverhouding, waarin de schade die een werknemer veroorzaakt op hem worden verhaald. In deze situatie is van een gewone arbeidsverhouding, waarin op zichzelf al sprake is van uitbuiting door de werkgever die zichzelf een deel van de waarde van de arbeid toeeigent zonder ervoor te betalen (in de vorm van winst), geen sprake: men kan gelet op de omstandigheden waaronder de arbeiders werken, eerder spreken van moderne slavernij (lage beloning, ongeoorloofde lange werkdagen). De werkgever hield zich niet aan de CAO en de Arbeidstijdenwet, hoewel hij begin deze maand in gesprekken met LTO (land- en tuinbouworganisatie) en FNV Bondgenoten had beloofd dat te verbeteren. De Polen kregen geen vakantiedagen en vakantiegeld, geen doorbetaling bij ziekte en de nettobetalingen zitten niet op CAO-niveau.

Dit is geen geïsoleerd incident: de bezitters van de productiemiddelen – de kapitalisten – zijn altijd op zoek naar de goedkoopste wijze van produceren en dus ook de goedkoopste arbeidskrachten. In dit geval betekent dat het in dienst nemen van Poolse arbeiders die, omdat de ondernemer ze onder het CAO- en zelfs onder het minimumloon betaalt met een (stilzwijgend) beroep op het vaak gebruikte argument dat dit enkel voor arbeiders met de Nederlandse nationaliteit geldt, vele malen goedkoper zijn dan Nederlandse arbeiders.

Omdat de kapitalistische winstjacht het loon- en arbeidsomstandighedenniveau in Polen op een nog lager peil heeft gebracht dan in de meeste West-Europese landen is het voor Poolse arbeiders uitermate aantrekkelijk om in het “rijke” Westen te gaan werken. Geef hen eens ongelijk dat ze hun gezin een beter bestaan willen kunnen garanderen. Door de kapitalisten en de burgerlijke partijen als hun verlengstuk wordt echter in een crisis veelal de racistische en nationalistische kaart uitgespeeld om zo de arbeidersbeweging te breken en de schuld in de schoenen van de arbeiders uit andere landen te schuiven. Op deze manier blijven de kapitalisten buiten schot en kunnen zijn onverminderd doorgaan met hun winstjacht en hun druk op de politiek om belastingverlagingen, privatiseringen en liberaliseringen door te voeren die in belang zijn van de minderheid van bezitters van productiemiddelen.

Om een einde te kunnen maken aan deze hedendaagse vormen van slavernij en uitbuiting is het noodzakelijk te komen tot een politiek verlengstuk in de vorm van een werkelijke arbeidspartij waarmee de arbeidersklasse kan strijden voor een alternatief op het kapitalisme, een alternatief dat de behoeften van de meerderheid boven de belangen van de rijke minderheid stelt.

De Socialistische Partij kan samen met elementen uit de vakbeweging een dergelijke partij vormen, maar daarvoor is een duidelijke koerswijziging nodig: de SP-partijleiding dient afstand te nemen van haar illusies in de hervorming van het kapitalisme om zonder te breken met het huidige systeem tot het socialisme te komen. Haar oproep bleef in dit geval slechts beperkt tot een oproep aan de leden om aan het bedrijf een reactie te sturen via de bedrijfswebsite. In plaats daarvan zou de partij samen met de vakbond actief de staking dienen te ondersteunen en tegelijkertijd moeten strijden voor de beloning en behandeling op basis van de CAO en Nederlandse wetgeving en voor een socialistische maatschappij om daadwerkelijk aan uitbuiting, armoede, racisme en ongelijkheid een einde te maken.

Meer info

Artikel op webblog van Thijs Coppus van de SP

Bericht van de TV-zender NOS

Delen: Printen: