Blair’s laatste verkiezingen

New Labour heeft voor de derde opeenvolgende keer de verkiezingen in Groot-Brittanië gewonnen. Het werd echter een overwinning zonder veel glans voor Tony Blair, die fel verzwakt uit de verkiezingen kwam. De meerderheid van Labour in het Britse parlement daalde van 166 naar 66 parlementsleden. De belangrijkste troef van Labour was de zwakte van de oppositie en het gebrek aan een links alternatief op de meeste plaatsen.

Karel Mortier

Labour werd verkozen met 36% van de stemmen. Slechts 21% van de 44 miljoen stemgerechtigde Britten stemde op Labour. Dit was echter voldoende om een meerderheid te halen in het Britse parlement. De Conservatieven onder leiding van Michael Howard slaagden erin om een aantal zetels terug te winnen door in te spelen op racistische vooroordelen en het onveiligheidsgevoel bij een deel van de bevolking. Ze vormen echter nog steeds geen bedreiging voor Labour. De Liberalen slaagden er maar in beperkte mate in om ontevreden kiezers te winnen van Labour, ondanks de profilering als anti-oorlogspartij.

De Britse zakenkrant de Financial Times, die Labour steunde, stelde dat er geen fundamentele verschillen meer bestaan tussen de drie grote partijen en dat het er voor de ondernemingen eigenlijk niet meer zo veel toe doet wie er aan de macht is . De tegenstellingen tussen links en rechts zouden volgens dezelfde krant niet langer bestaan in Groot-Brittannië, althans niet tussen de drie grote partijen. De Financial Times rekende uit dat het verschil tussen de bestedingsplannen van de drie grootste partijen 4 miljard pond is. Dat lijkt veel geld, maar het is slechts 1% van de totale uitgaven van de Britse overheid. Het Britse weekblad The Economist en het populaire dagblad The Sun van de Australische mediatycoon Rupert Murdoch steunden Labour omdat er volgens hen geen alternatief is.

Een belangrijke nederlaag voor Blair was de overwinning van George Galloway, die uit Labour werd gezet wegens te fel protest tegen de oorlog in Irak. Hij nam het op tegen Oona King, een voorstander van de oorlog en een protégé van Blair. Minpunt is echter wel dat Galloway zich op een opportunistische manier tot de moslimkiezers richtte en dat hij geen socialistisch programma naar voor schoof.

Kritiek vanuit de vakbonden

De algemeen secretaris van de vakbond van de treinbestuurders (RMT), Bob Crow, stelde terecht dat het onmogelijk is om van Labour opnieuw een arbeiderspartij te maken. Alleen wil hij daar voorlopig nog niet de conclusies uit trekken. Op dit moment zijn er dan ook nog niet echt stappen genomen in de oprichting van een nieuwe arbeiderspartij in Engeland en Wales.

In Schotland is er de Scottish Socialist Party (SSP), waarin onze Schotse kameraden ook actief zijn. De SSP heeft het in de verkiezingen niet zo goed gedaan, deels omwille van interne strubbelingen. Het Brits kiessysteem, dat zeer sterk in het nadeel speelt van de kleinere partijen, speelt uiteraard ook een rol.

In Engeland en Wales had de Socialist Party 17 kandidaten, waarbij de verkiezingscampagne vooral gericht was op het versterken van de partij. Er waren een aantal goede resultaten (5% in Coventry North East; 2,4% in Lewisham; 2,4% in Walthamstow; 1,8% in Newcastle;…), maar de steun bij het campagnevoeren weerspiegelde zich niet in de electorale resultaten.

Ondanks de kleinere meerderheid van Labour en de zwakke positie van Blair ziet het er naar uit dat Labour door zal gaan met de aanvallen op de sociale verworvenheden van de arbeidersklasse. De aanval op de pensioenen die vlak voor de verkiezingen werd opgeschort, zal de komende maanden opnieuw oplaaien. De Britse economie zal ook niet immuun blijven voor de economische problemen in de rest van de wereld. Het faillissement van Rover, de laatste onafhankelijke Britse autoconstructeur, en het verlies van 20.000 banen, is daarvan een illustratie. De burgerij zal proberen om de crisis te laten betalen door de arbeiders. Daarom is er meer dan ooit nood aan strijdbare vakbonden en een strijdbaar, links politiek alternatief.

Delen: Printen: