Niall Mulholland sprak met Athina Kariati van Nieuw Internationalistisch Links, onze zusterorganisatie in Cyprus, over het akkoord tussen Cyprus en de Trojka, de betekenis ervan voor de werkende bevolking en het socialistische antwoord op de crisis.

Wat zijn de Cypriotische regering en de Trojka overeen gekomen?

Ze zijn tot een akkoord gekomen over de economische en sociale ramp die de Cypriotische arbeidersklasse en kleine bedrijven wordt opgelegd. Eens te meer worden de gewone werkenden gevraagd om een enorm hoge prijs te betalen voor de crisis van de euro en van het kapitalistische systeem.

De Cypriotische regering onder leiding van president Nicos Anastasiades is met de Trojka (IMF, ECB en EU) een reddingsplan van 10 miljard euro overeengekomen. Het BBP van Cyprus bedraagt 17 miljard euro en dit reddingsplan is dus enorm. Om toegang tot het reddingsplan te krijgen, moet Cyprus zelf 5,8 miljard euro ophalen. Het akkoord voorziet hoge bijdragen voor wie meer dan 100.000 euro op de bank heeft, het kan oplopen tot 40%. Als gevolg van deze belasting op spaargeld – een nooit geziene ontwikkeling in de eurozone – zullen heel wat kleine familiebedrijfjes bankroet gaan, het spaargeld van de middenlagen zal hard getroffen worden.

De grootste bank van het land, Laiki Bank, wordt gesloten en opgesplitst in een ‘goede’ en een ‘slechte’ bank. De Bank van Cyprus zal geherstructureerd worden en 9 miljard euro schulden van Laiki Bank overnemen. Dat is een extra last waar de spaarders voor zullen moeten betalen. Er wordt al verwacht dat de Bank van Cyprus onvoldoende geld zal vinden en ook kan instorten.

De Cypriotische banken gingen op 28 maart opnieuw open nadat ze twee weken gesloten waren. Er zijn strikte controles op de bedragen die kunnen afgehaald worden. Er wordt gesteld dat de kapitaalcontroles moeten voorkomen dat er een bankrun komt. Maar wie zegt dat er na deze maand van kapitaalcontrole geen bankrun zal zijn? De rijken zouden al grote sommen buiten het land hebben gehaald, tot twee miljard euro verdween tussen januari en de week voor de banken sloten. Het geld werd van Cypriotische banken weg gehaald om op de maatregelen voorbereid te zijn. Het zijn kleinere spaarders die door de maatregelen zullen getroffen worden.

Het plan werd niet in het parlement gestemd omdat de grote lijnen van het herstructureringsplan voor de banken vorige vrijdag al werd gestemd. Hierdoor kregen de minister van Financiën en de verantwoordelijke van de Centrale Bank voldoende macht om zelf te beslissen.

Als gevolg van deze maatregelen zal Cyprus niet langer een financieel centrum in de regio zijn. Indien zowat 40% op grote bedragen op de spaarrekeningen wordt ingehouden, zal dit de Cypriotische economie in een diepe recessie storten. En dat is niet alles.

Naast deze maatregel is er ook een ‘memorandum’ tussen Cyprus en de EU waarbij er massale privatiseringen zullen komen. De (semi-)staatsbedrijven zoals het telecombedrijf, de elektriciteitssector en de havens zullen verkocht worden, ook al zijn ze alle drie winstgevend.

Wat betekent dit akkoord voor de toekomst van Cyprus?

Het zal leiden tot een sterke vermindering van de kredieten in Cyprus, grote besparingen en privatiseringen. Het kan tot een kwart van het nationale inkomen van Cyprus kosten. Gewone Cyprioten zullen daar de prijs voor betalen, het zullen niet de superrijke Russische oligarchen of de Cypriotische elite zijn die betalen. Er liggen jaren van economische depressie zoals in Griekenland voor ons. Zoals veel Cyprioten zeggen: dit is de ergste catastrofe voor de werkende bevolking sinds de oorlog met Turkije van 1974.

De Trojka stelt dat het een einde wil maken aan het ‘financiële model’ van Cyprus dat dienst deed voor het geld van de Russische en andere oligarchen. De basis daarvoor was een erg lage vennootschapsbelasting van 10%. De Cypriotische regeringen, ook de vorige regering onder leiding van de AKEL (Cypriotische communistische partij), zorgden er voor dat het land een aantrekkingskracht uitoefende op dergelijk geld. De Europese elite in Brussel en Berlijn was zich maar al te goed bewust van de rol van Cyprus als ‘off shore’ bank toen het land in 2008 bij de eurozone kwam. Alleszins was het mogelijk om in het verleden met de ECB controles uit te voeren op het Cypriotische banksysteem om de vermeende witwasoperaties te stoppen. Maar de EU-bureaucraten hebben dat niet gedaan. De belangrijkste reden voor de huidige problemen is te vinden bij de belangen van Cypriotische banken in het economische failliete Griekenland.

De Cypriotische regering zal niet in staat zijn om de enorme schulden terug te betalen, zeker niet op een ogenblik dat de economie een sterke neergang kent. Net zoals in Griekenland het geval was, zal ook de Cypriotische regering terug naar de Trojka moeten gaan om nieuwe leningen te vragen. Dat zal leiden tot nieuwe besparingsmaatregelen. Het is niet houdbaar en kan op een bepaald ogenblik leiden tot een exit van Cyprus uit de eurozone.

Hoe reageert de werkende bevolking op de gebeurtenissen?

De sfeer onder de werkende bevolking is de afgelopen tien dagen enorm veranderd. De poging van de Trojka om de Cypriotische regering ertoe aan te zetten om een taks in te voeren op alle spaargeld, dus ook van wie slechts een beetje geld op de bank heeft, leidde tot een grote woede onder de werkende bevolking en onder kleine ondernemers. Er waren protestacties met duizenden betogers voor het parlement.

De enorme druk van de bevolking zorgde ervoor dat het voorstel werd verworpen. Zelfs de regeringspartij onthield zich bij de stemming over haar eigen voorstel. Het nieuws dat de maatregel was weg gestemd, leidde tot vreugde onder heel wat werkenden en kleine ondernemers. Eindelijk ging het parlement in tegen de Trojka. Het was meteen ook een boodschap voor de werkende bevolking in het naburige Griekenland en de rest van de eurozone en de EU, verzet tegen de besparingen kan maatregelen stoppen.

Er was een grote hoop in het idee dat er met Rusland een beter akkoord zou gesloten worden om de financiële problemen op te lossen. In het verleden hebben Russische oligarchen grote sommen geld naar Cyprus gebracht omdat ze er hoge intrestvoeten kregen. Maar de Russische regering was voorzichtig en wilde geen conflict met de EU en zeker niet met Duitsland, dat een belangrijke handelspartner van Rusland is. De poging om Russische hulp te krijgen, mislukte dus.

De rechtse regering zocht wanhopig naar andere maatregelen. Er werd zelfs voorgesteld om de pensioenfondsen te nationaliseren om de banken bij te staan. Maar dat werd verworpen door de EU. De Trojka zette ondertussen grote druk op de Cypriotische regering. De Europese Centrale Bank (ECB) dreigde de geldkraan naar Cyprus volledig dicht te draaien tegen maandag 25 maart tenzij er een nieuw akkoord werd bereikt dat naar de zin van de Trojka was.

Dat is waarom het Cypriotische parlement een hervorming van de banksector goedkeurde met een kapitaalcontrole en een ‘solidariteitsfonds’ voor de banken. De wetten waren zo ingewikkeld dat heel wat parlementsleden erkenden dat ze niet begrepen waar ze nu eigenlijk over stemden. De media steunden de regering en legden niet uit wat de maatregelen betekenen voor de gewone bevolking. Wel was duidelijk dat Laiki Bank niet hetzelfde zou blijven en dat ook heel wat personeelsleden van de bank zouden afvloeien. Enkele dagen later waren er dan ook protestacties van het personeel van Laiki Bank. Voor het eerst in de geschiedenis van Cyprus was er een betoging van maar liefst 7.000 werkenden uit de banksector.

De banken bleven dicht en de gewone mensen konden maar een beperkte hoeveelheid geld afhalen. Er was een reële bezorgdheid en zelfs een element van paniek. Mensen begonnen voedsel te hamsteren omdat ze bang waren dat de voorraden niet zouden bijgevuld worden.

Op 25 maart werd een akkoord gesloten met de Trojka en was er voor het eerst in dagen geen protestactie voor het parlement. Na een week vol tumult en spanning waren veel Cyprioten opgelucht dat er een vorm van stabiliteit zou komen en de banken terug de deuren zouden openen. Velen waren uitgeput en wanhopig genoeg om te denken dat er nu een oplossing zou zijn voor de diepe economische problemen van het land, zelfs indien dit betekent dat er ‘moeilijke tijden’ voor ons liggen.

Maar toen de volledige impact van het akkoord duidelijk werd, was er een enorme toename van angst maar ook van woede. Heel wat werkenden en jongeren waren geschokt toen ze vernamen in welke mate zij moeten opdraaien voor de economische problemen. De privatiseringen en jobverliezen zullen samen met de afbouw van de banksector leiden tot een economische neergang. Heel wat kleine bedrijven en diensten waren verbonden aan de financiële industrie en zullen de deuren moeten sluiten zonder dat er een alternatief is. Zelfs de toeristische sector kan in de problemen komen. De voorzitter van het financiële comité van het parlement, Nicholas Papdopolous, moest erkennen dat Cyprus op weg is naar een “diepe recessie met hoge werkloosheid”.

Moet Cyprus dan maar de euro verlaten en terugkeren naar het pond?

Heel wat mensen zijn dat idee genegen om een einde te maken aan de dictaten van de niet-verkozen Trojka. Vorige week gaf een peiling aan dat 67% positief stond tegenover een exit uit de euro (43,7% stelde ‘absoluut zeker’ te zijn en 23,6% ‘zeker’) en tegenover het idee om elders hulp te zoeken. De eurozone met een munt waaraan de lidstaten niets kunnen veranderen, zal de levensstandaard in Cyprus verder naar beneden trekken net zoals dit in Griekenland het geval is. Cyprus werd pas begin 2008 lid van de Eurozone, veel Cyprioten associëren de euro enkel met de diepe economische crisis. Velen zien terug op de Cypriotische pond als een munt uit betere tijden. De banden met de EU en de eurozone worden gezien als slechts één onderdeel van de externe verhoudingen van het land, er zijn ook historische, culturele en economische banden met Groot-Brittannië, het Midden-Oosten en Rusland.

Maar is een terugkeer naar het pond een oplossing voor de werkende bevolking? Een zekere controle op de nationale munt laat een nationale regering toe om meer geld te drukken naargelang de directe noden van de economie, bijvoorbeeld om tekorten te financieren en liquide middelen in de economie te pompen. De ECB weigert dit te doen. Een devaluatie van de munt maakt de export ook goedkoper. Maar er is een kost voor dit alles. De import wordt duurder en de prijzen stijgen (wat ook gevolgen zou hebben voor de waarde van spaargeld) wat de levensstandaard geen goed zou doen. Dat is wat er in Argentinië gebeurde toen de munt een decennium geleden van de Amerikaanse dollar werd los gekoppeld. Miljoenen Argentijnen – werkenden en middenlagen – gingen bankroet. De economie begon na enkele jaren opnieuw te groeien, maar in een veel gunstiger wereldwijde economische situatie dan vandaag. De gedevalueerde munt maakte het voor Argentinië mogelijk om gebruik te maken van de veel grotere exportbasis. Als het kleine Cyprus de eurozone verlaat met een economie die in puin ligt, zal dit gebeuren in de context van een Europese regio in economische depressie met krimpende markten.

Nieuw Internationalistisch Links, het CWI in Cyprus, heeft sympathie voor het algemene gevoel van de massa’s die opkomen voor een exit uit de eurozone, een exit uit een munt die ons alleen maar rampspoed heeft gebracht. Socialisten zijn ook gekant tegen de euro van het patronaat en de besparingen. Maar we leggen ook uit dat een exit uit de eurozone op zich, op kapitalistische basis, geen oplossing vormt voor de levensstandaard van de werkende bevolking. Het kan enkel leiden tot een heropleving van de economie en de levensstandaard indien het gepaard gaat met een socialistisch programma voor de herstructurering van de falende economie.

Opdat de herinvoering van het pond een stap vooruit zou zijn voor de werkende bevolking, moet de samenleving fundamenteel anders georganiseerd worden zodat de belangen van de overgrote meerderheid van de bevolking centraal staan. Dit betekent onder meer dat de controle, het bezit en het beheer van de samenleving in handen van de gemeenschap komen door nationalisaties onder arbeiderscontrole en -beheer. Het omvat ook een weigering om de schulden te betalen. Dat is de enige manier om de basis te leggen voor een groei van de economie.

Is er een verzet van de werkenden en jongeren tegen het akkoord met de Trojka?

De vakbond van bankpersoneel heeft vorige week betogingen gehouden voor het parlement. Het personeel was woedend omdat hun jobs bedreigd zijn. De sluiting van Laiki Bank zal onvermijdelijk leiden tot jobverlies. De rechtse vakbondsleiding heeft een staking die gepland was voor 26 maart wel afgeblazen. Ze beweerden dat de regering hen ‘garanties’ had gegeven dat alle jobverliezen zouden opgevangen worden met ‘vrijwillig’ vertrek en dat de pensioenen van de personeelsleden gegarandeerd zijn. Deze vakbondsleiders plaatsen vertrouwen in een regering die op tien dagen tijd eerste instemde met de dictaten van de Trojka, deze vervolgens weg stemde en er vervolgens toch opnieuw mee instemde. Dat wekt vertrouwen…

Wij steunen de eis voor het behoud van alle jobs en garanties voor alle pensioenen. Het zijn niet de gewone werkenden in de banken die verantwoordelijk zijn voor de crisis in de eurozone en van het systeem van de superrijken.

Er was een betoging van meer dan 2.000 scholieren tegen het akkoord met de Trojka, de jongeren stellen dat hen enkel werkloosheid en armoede of emigratie te wachten staat. Op 27 maart was er een betoging van de ‘Beweging tegen privatiseringen en besparingen’, een front waarin ook de organisaties van AKEL, de vakbonden en andere linkse groepen zoals Nieuw Internationalistisch Links, actief zijn.

Er waren kleine acties van nationalisten, extreemrechts en fascisten. Ze hebben hier nog geen brede steun, maar proberen zich te spiegelen naar het voorbeeld van Gouden Dageraad in Griekenland. Dat is een waarschuwing voor de Cypriotische arbeidersklasse. Tenzij de linkerzijde de politieke ruimte kan opvullen, zullen de fascisten in Cyprus mogelijk groeien en steun vinden onder ontgoochelde lagen van de samenleving.

Onder druk van het protest moest de regering op 28 maart aankondigen dat er uitzonderingsmaatregelen zouden komen om ervoor te zorgen dat de universiteiten geld hebben en dat het personeel uit de publieke sector en in de banken hun lonen zullen krijgen. Uiteraard wil de regering dat het personeel van de banken de taks op spaargeld uitvoert.

De werkenden kunnen geen vertrouwen stellen in de regering en moeten voor hun eigen belangen opkomen. De vakbondsacties zijn totnutoe niet gecoördineerd en er komt geen bredere strijd met stakingsacties tegen de aanvallen van de Trojka. De vakbonden moeten samen met jongerenorganisaties, antibesparingscampagnes en linkse partijen samenwerken om de strijd te coördineren. Ze moeten massale bijeenkomsten organiseren in de werkplaatsen en wijken, zowel op lokaal als nationaal vlak, om massastrijd tegen de besparingen voor te bereiden en te organiseren en tegelijk de discussie over alternatieven aan te gaan. Massale betogingen en stakingen van langere duur zullen nodig zijn als onderdeel van het verzet.

Tot in februari was de president van Cyprus Demetris Christofias, een communist van de AKEL. Wat doet de AKEL nu?

AKEL is de grootste linkse partij. Maar er is geen duidelijk ordewoord voor de werkende bevolking. Er werd wel opgeroepen tot protestacties aan het parlement, maar er wordt geen alternatief naar voor gebracht. De partij beperkt zich tot slogans als ‘Neen aan de Trojka’ en ‘Neen aan het memorandum’. Over een andere samenleving wordt zedig gezwegen.

Bij de stemming op 22 maart over de taks op het spaargeld hebben de parlementsleden van AKEL zich onthouden. Bij de stemming over de kapitaalcontrole en het zogenaamde ‘solidariteitsfonds’ werd voor gestemd. De partijleiding verklaarde dat ze de president niet wilde aanvallen tijdens de crisis in het land.

De partij stelt dat het een ’15 puntenprogramma’ heeft als uitweg uit de crisis, maar het heeft dit programma nog niet naar buiten gebracht. In plaats van de werkenden toe te laten om dit programma te beoordelen, werd het enkel in gesloten bijeenkomsten met de rechtse president besproken. Tot voor kort was de partij aan de macht en werd geen enkele maatregel in socialistische zin genomen. Het is dan ook weinig waarschijnlijk dat het nieuwe ’15 puntenprogramma’ radicaal ingaat tegen het door crisis getroffen kapitalisme. De partijleiding was een hevige voorstander om bij de eurozone te gaan en blijft dit verdedigen.

Onder druk van de bevolking roept de partij nu op tot een referendum over het akkoord met de Trojka om de bevolking toe te laten om het akkoord te verwerpen. Er is echter geen ernstige campagne hierrond. Tegelijk werden ook twee financiële analisten uit Griekenland en Duitsland uitgenodigd om te discussiëren over alternatieve voorstellen om Cyprus uit de invloedssfeer van de Trojka en zelfs de eurozone te houden, maar het is niet dat dit de leiding bindt. De partijleiding ziet haar rol vooral als ‘verantwoordelijke’ oppositie tegen een rechtse en asociale regering.

Andere kleinere linkse krachten zoals ERAS, gaan verder dan AKEL en hebben directe eisen zoals ‘nationalisaties’ en een ‘rijkentaks’. Maar er wordt geen uitgewerkt socialistisch programma naar voor gebracht.

Wat brengt Nieuw Internationalistisch Links naar voor?

Wij willen een oplossing op basis van de behoeften van de werkende bevolking: weigering om de schulden te betalen, nationalisatie van de banken onder arbeiderscontrole en –beheer,… We eisen een garantie voor de kleine bedragen op de spaarboekjes, voor de pensioenen en uitkeringen. De schulden van de gewone bevolking moeten kwijt gescholden worden, niet die van de grote bedrijven.

We moeten de eisen van de Trojka verwerpen en dat leidt natuurlijk meteen tot de kwestie van de munt. Een arbeidersregering moet een plan hebben om de exit uit de euro te organiseren en een nationale munt in te voeren, maar zonder illusies dat dit op kapitalistische basis een oplossing zou vormen. Het moet onderdeel zijn van een socialistisch en internationalistisch programma.

We verzetten ons ook tegen de privatiseringen, eisen een belasting voor de superrijken en de onteigening van de gangster-oligarchen en de superrijke elite uit eigen land. We komen op voor het publieke bezit van de sleutelsectoren zodat een democratische planning van de economie naar de behoeften van de meerderheid van de bevolking mogelijk wordt, in plaats van voor de winsten van de minderheid van bankiers en speculanten.

Er moet een onmiddellijke overheidsinterventie komen om financiële subsidies en goedkope leningen aan te bieden voor kleine bedrijven en boeren, zodat deze sectoren van de Cypriotische economie overeind blijven en er geen duizenden jobs verloren gaan. Kleine bedrijven die met sluiting bedreigd zijn, kunnen gereorganiseerd worden in democratisch beheerde bedrijfjes. Het personeel in deze bedrijven moet uiteraard volledige vakbondsrechten hebben en een gegarandeerd leefbaar loon.

De Cypriotische arbeiders moeten zich verbinden met de arbeidersbeweging in Griekenland en de rest van Europa – dat zijn immers onze echte bondgenoten – niet met de heersende klassen en de regeringen van de EU. Een nieuwe krachtige linkerzijde is nodig in Griekenland, een linkerzijde die opkomt voor een regering die de belangen van de werkende bevolking centraal stelt. De huidige situatie in het land is wanhopig, enkel een stoutmoedig internationalistisch en revolutionair programma kan een uitweg uit de crisis aanbieden. We zullen de komende periode ongetwijfeld heel wat strijd zien, de linkerzijde zal daarin de kansen moeten grijpen om zich op te bouwen en de strijd aan te gaan voor de macht op socialistische basis.

Zou een arbeidersregering niet geïsoleerd staan?

Zo’n regering zou uiteraard niet positief onthaald worden door het Europese kapitalisme en zou meteen uit de eurozone en de EU vliegen. Er zou meteen een kapitaalcontrole moeten komen om kapitaalvlucht te stoppen. Op basis van een democratisch geplande economie en een staatsmonopolie op buitenlandse handel, zou een arbeidersregering een noodprogramma opzetten waarbij massaal wordt geïnvesteerd in publieke gezondheidszorg, onderwijs en welzijn. Op deze basis zou volledige tewerkstelling mogelijk zijn.

Zou het kleine Cyprus hierdoor alleen staan tegenover een vijandig Europees kapitalisme? Wij denken van niet. Doorheen Europa werd enthousiast gereageerd toen het Cypriotische parlement het eerste pakket van de Trojka weg stemde. Beeld je maar eens in wat de reactie zou zijn indien er een arbeidersregering in Cyprus zou komen.

Een socialistisch Cyprus zou een enorme aantrekkingskracht hebben voor de werkende bevolking en de armen doorheen Europa. Arbeiders en jongeren in Griekenland en andere door de crisis getroffen landen zoals Portugal, Spanje, Italië en Ierland zouden er zich direct in kunnen vinden. Het zou de basis kunnen vormen voor een gezamenlijke strijd van de Europese werkende bevolking tegen de besparingen en de kapitalistische heerschappij. Het zou leiden tot een strijd op een hoger niveau, voor een confederatie van socialistische staten waarbij deze staten op gelijke basis en op democratische wijze zouden samenwerken. Dat is iets totaal anders de eurozone met de dictaten van de grote kapitalistische landen. Een socialistisch Europa zou een einde maken aan de miserie die vandaag wordt aangericht door het Europa van de bankiers, grote aandeelhouders en kapitalisten.