Home / Dossier / “In essentie ging strijd steeds over het wijzigen van de verhouding tussen arbeid en kapitaal”

“In essentie ging strijd steeds over het wijzigen van de verhouding tussen arbeid en kapitaal”

Interview met Joost Vandommele, auteur van ‘Gent, een bakermat van democratie en socialisme’

De sociale en socialistische geschiedenis wordt maar zelden ten gronde in kaart gebracht. In dit boek wordt strijd van de niet-bezittende klasse in de samenleving van de Middeleeuwen tot aan de Eerste Wereldoorlog met tal van voorbeelden en illustraties toegelicht. Gent en omstreken vormen de locatie van deze geschiedenis, maar vele voorbeelden hebben ook een universeel karakter, zowel in tijd als in plaats. Joost Vandommele is reeds decennia lang activist, syndicalist en ‘rode’ gids en spreken we graag over zijn bijzonder mooie en relevante publicatie (440 pp).

Interview door Wouter (Gent)

Wat kunnen we uit jouw werk, uit de geschiedenis, leren?

La force d’example. Zo zou ik de essentie van mijn werk uitdrukken. Mensen die in de geschiedenis afhankelijk van eigen arbeid waren om een leven uit te bouwen (of om gewoon in leven te blijven), hebben zich meermaals spontaan of georganiseerd verzet tegen de dominante klassen in de samenleving. Deze voorbeelden kunnen ons tonen waar de kracht van de collectiviteit lag in het verleden, maar ook vandaag. Nu is de werkelijkheid soms complexer, maar strijd gaat in essentie nog steeds over het wijzigen van de verhouding tussen arbeid en kapitaal.”

“Een voorbeeld hoe relevant de sociale geschiedenis is: als we mensen willen voorbereiden op democratische participatie, dan kunnen we leren uit het ontstaan van de stakerskassen. Bij het ontstaan ervan waren deze stakerskassen en de prille sociale zekerheid in beheer van de arbeiders zelf. De huidige structuren zijn erg bureaucratisch, de Bismarckpolitiek in Duitsland bracht het beheer van de sociale zekerheid in staatshanden waardoor het democratisch karakter ervan verminderde. Er leeft vandaag zoiets als: ‘Het is niet meer van ons’ en er is misbruik of zoals sommigen zeggen: ‘stom om er geen gebruik van te maken, het is er toch…’. Deze vervreemding staat haaks op het ontstaan van de stakerskassen, waar het motyo was: ‘het collectieve (de sociale zekerheid etc.) is iets van jezelf en je besteelt toch jezelf niet.’ In die zin is democratisch beheer een belangrijke les voor de toekomst. Solidariteit mag geen hol begrip zijn.”

Gaat het boek louter over Gent of over de geschiedenis van de arbeidersklasse in het algemeen?

“Gent is een goed voorbeeld van hoe ook de vroege geschiedenis van de arbeidersklasse in het Westen is verlopen. In mijn boek licht ik daarom minder bekende voorbeelden van strijd in deze regio toe. In de jaren 1321-28 bijvoorbeeld vond er een grote boerenopstand (van kustboeren) plaats. Indrukwekkend hoe deze boeren collectief in opstand kwamen, wetende: het was alles of niets. In 1326 werd Gent belegerd door deze revolutionaire boeren. Nadien kwam de reactie van de gevluchte Vlaamse graaf en met de Gentse militie (die toen in reactionaire handen was; de revolutionairen leefden in ballingschap) en met steun van het Franse leger. In 1328 kwam de definitieve nederlaag: met wortel en tak werden deze vrijboeren (freemen) uitgeroeid door het feodalisme.”

“Zo’n collectief verzet tegen de machthebbers was uniek in Europa op dat moment. In latere voorbeelden van strijd refereerde men hier naar. Bijvoorbeeld in 1358, in Parijs waar een grote opstand woedde, riep men ‘Gand, Gand!’als strijdkreet: het was een referentie over kracht van de massa’s. De witte kaproen (het hoofddeksel gedragen door de harde kern van de Gentse militie), stond symbool voor de strijd in Parijs en werd nadien weer het referentiepunt in andere bewegingen (zoals nu bvb. de beeltenis van Che). Zo zie je maar hoe ‘la force d’example’ zijn effect had: hoop op verandering is gewettigd! Dus dit boek gaat over meer dan Gent.”

Geldt hetzelfde voor de hoogdagen van het socialisme in Gent eind 19e eeuw?

“Het bekendste voorbeeld in de geschiedenis van de stad is inderdaad dat van de coöperatieve beweging in die periode. Het toont welke kracht de arbeidersklasse kan hebben. Het coöperatief model was nergens zo geslaagd als hier omdat het ontstond in de perfecte omstandigheden, want kopieën lukten minder. Hier ging het vooral om productiecoöperatieven: ze konden zo zelf de internationale beweging (bvb. de SPD, het financieren van het dagblad Le Peuple etc.) financieren.  Zo nam hun soortelijk gewicht ook toe binnen de Tweede Internationale en mocht Edward Anseele in 1895 op de begrafenis van Friedrich Engels spreken. Maar ze trokken ook radicale liberalen uit de loge aan… In het rijke rode Gentse imperium kon men carrière maken. Ik denk bvb. aan de architect Ferdinand Dierkens die het indrukwekkende rode materiële patrimonium ontwierp. Was het Gentse model eigenlijk socialistisch kapitalisme of kapitalistisch socialisme? In ieder geval waren de ‘socialistische bedrijven’ onderworpen aan kapitalistische marktwetten waardoor ze (wegens te weinig kapitaalreserves) uiteindelijk ten onder zouden gaan in de crisis van 1930.”

“Het ging al definitief bergaf toen de coöperaties tot nv’s werden omgevormd (1910) en een concern vormden met de Bank van de Arbeid ( 1913) als spelverdeler. Anseele was een realpolitieker: hij geloofde wel in oplossingen binnen het kapitalisme, eigenlijk een vooruitstrevend ondernemer… Men werd toen ook sterk beïnvloed door utopische socialisten zoals Owen. Er was meer nodig! Deze hoogdagen in Gent tonen wel aan hoe groot de kracht van de arbeidersbeweging kan zijn, haar internationaal potentieel en heeft een sterke impuls gegeven aan de onmiskenbare vooruitgang die in die periode plaatsvond.”

Jouw boek is ook een indrukwekkend naslagwerk. Welk hoofdstuk uit je boek zou je als eerste aanraden voor de crisis van het kapitalisme en de strijd vandaag?

“Vooral mensen die geen kans hadden binnen het systeem en voor strijd kozen, kunnen ons vandaag iets leren. Ik denk dan aan het stuk over 1302: Het wordt dikwijls als voorbeeld van nationalisme gebruikt, maar in essentie ging het om het eerste volksfront in Europa. De relatieve democratie die arbeiders en boeren hadden opgebouwd werd bedreigd door de feodalen. Met bescheiden middelen schakelde men de grootste feodale vechtmachine uit die tijd uit. De enorme moed van die mensen (letterlijk ‘vrijheid of dood’) bewonder ik enorm! Misschien is er nu een rem op bewegingen en strijd omdat wij veel meer te verliezen te hebben.”

“Niet dat ik denk dat er een soort miserabilisme nodig is om tot een serieuze strijdbaarheid te komen. Met dit boek wil ik inspirerende voorbeelden aanreiken om de strijd nu aan te wakkeren of te versterken. Toegevingen van het kapitaal kunnen mensen in slaap wiegen. Ik wil op zijn minst toch het bewustzijn over de problemen van dit systeem vergroten en inspiratie bieden hoe we het effectiever kunnen bestrijden. Mijns inziens betekent vooruitgang continuë revolutionaire strijd in combinatie met verbetering in de huidige situatie. In dit kader zijn een andere (meer ideologische) opvoeding samen met het opkrikken van ons beschavingspeil en brede democratisering nodig. De arbeidersklasse an sich is misschien niet meer zo ‘bekend’ bij het grote publiek, want de vorm is anders dan in het verleden, maar de potentiële kracht blijft hetzelfde! Aan een breed publiek dat interesse voor dit boek toont zeg ik: ‘Er is iets te doen aan de ellende en onrechtvaardigheid van dit systeem!’”

Boek te verkrijgen in de Gentse boekhandel of bij: joost.vandommele@skynet.be  (440 pp, rijk geïllustreerd, hardcover)

Print Friendly, PDF & Email