Home / Geen categorie / Zomerschool. Revolutie en contrarevolutie in het Midden-Oosten en Noord-Afrika

Zomerschool. Revolutie en contrarevolutie in het Midden-Oosten en Noord-Afrika

Meer dan 2,5 jaar geleden begon de revolutionaire golf in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. In zijn inleiding benadrukte Serge Jordan van het CWI dat dit de situatie in de hele regio heeft veranderd. Er waren veranderingen op economisch, sociaal, politiek en militair vlak. Er wordt een nieuwe geopolitieke kaart getekend met daarop elementen van revolutie, contrarevolutie, oorlog, burgeroorlog, sectair geweld, economische crisis, regimeveranderingen, onstabiliteit en imperialistische inmengingen.

Verslag door Alison Hill (Socialist Party Engeland en Wales). Meer verslagen van onze zomerschool

De complexe mengeling van factoren vereist een constante aandacht en aanpassing van de analyses. Dat is gezien het ritme van de gebeurtenissen niet altijd evident. Er zijn bovendien tal van wisselwerkingen tussen de landen. Bij recente antibesparingsacties in Israël werd bijvoorbeeld door een aantal betogers verwezen naar de massabeweging in Egypte. Maar er zijn uiteraard ook erg specifieke elementen in elk afzonderlijk land.

Libië

De arbeidersbeweging in Libië staat erg zwak, wat bijdraagt tot een unieke en chaotische situatie die wordt gekenmerkt door onveiligheid en geweld. Het aantal moorden neemt drastisch toe en de centrale regering moet beroep doen op milities om de orde te bewaren. Er zijn echter steeds meer confrontaties tussen rivaliserende milities. Dat versterkt de onstabiliteit, ook al zijn er acties van de arbeidersbeweging geweest met onder meer stakingen in de olievelden.

In Marokko zijn er toenemende sociale spanningen. De heersende elite bereidt zich voor op klassenstrijd, mogelijk kan die strijd losbarsten bij een aanval op de voedselsubsidies.

Egypte neemt een centrale plaats in de Arabische wereld in. Het omverwerpen van Morsi was dan ook een belangrijk keerpunt dat de politieke ontwikkelingen in andere landen heeft versneld. Onder kapitalistische commentatoren en zelfs onder een deel van links is er heel wat verwarring over wat er in Egypte gebeurde. Wat was de rol van het leger, was het een staatsgreep of een revolutie? Het zou verkeerd zijn om rigide termen te plakken op gebeurtenissen die elementen van revolutie en contrarevolutie omvatten.

De staatsgreep werd door het leger uitgevoerd maar werd mogelijk door een oprechte revolutionaire massabeweging. Het is echter bijzonder gevaarlijk om illusies in het leger te hebben. Repressieve maatregelen tegen de Moslim Broederschap zullen nadien ook tegen de arbeidersklasse worden ingezet. De oude staatsmachine is er nog steeds.

Het excuus van de strijd tegen de politieke islam kan door de staat gebruikt worden om de eigen machtspositie te consolideren. Er waren gevallen van brutaal geweld door de overheid. Een aantal islamitische fracties kunnen hierdoor in de richting van terrorisme worden geduwd.

Islamistische groepen

De arbeidersklasse moet een eigen politieke vertegenwoordiging uitbouwen, zoniet is er ruimte voor islamistische groepen om het vacuüm deels in te nemen. Ze kunnen zeker onder de armsten een ingang vinden indien de linkerzijde daar niet aanwezig is. Deze groepen spreken niet alleen over Jihad, ze verdelen voedsel, medicijnen en andere goederen waardoor ze in bepaalde regio’s een parallelle sociale structuur vormen. De vervreemde jongeren kunnen het gemakkelijkste aangetrokken worden tot de Jihadisten. Het falen van de opeenvolgende regimes om deze jongeren een degelijke bestaan aan te bieden, zorgt voor een voedingsbodem voor de Jihadisten.

in Tunesië en Egypte blijft de strijd tussen de verschillende klassen de belangrijkste factor. Er is een intensieve klassenstrijd, wat onder meer blijkt uit het aantal stakingen. In Egypte waren er de afgelopen vijf maanden 5.544 betogingen en in Tunesië waren er in dezelfde periode stakingen bij 215 bedrijven.

Deze klassenstrijd verhindert niet dat er ook confrontaties zijn tussen verschillende politieke vleugels van de heersende klasse. In Egypte is er geen twijfel over mogelijk dat de legerleiding de massabeweging heeft aangegrepen om de rivaliserende Moslim Broederschap aan de kant te schuiven. Die Moslim Broeders hadden geen volledige controle op het staatsapparaat verworven.

In Tunesië kan het verleidelijk zijn om naar de seculiere vleugel van de heersende klasse uit te kijken om een positieve rol te spelen. Maar dat is een gevaarlijke positie. Het idee dat er eerst een seculiere staat moet komen en dat socialisme pas later op de agenda staat, zal de arbeidersklasse in de handen van de klassenvijand overleveren.

Het is geen kwestie van ofwel een seculiere ofwel een religieuze staat. Reactionaire rechtse krachten worden even goed door seculiere regeringen gesteund in de strijd tegen de werkende bevolking.

’Algerijnisering’

Er wordt wel eens gesproken over de mogelijke ‘Algerijnisering’ van Egypte, een verwijzing naar de ontwikkelingen in de jaren 1990 in Algerije. Daar werd duidelijk welke verschrikkelijke gevolgen mogelijk zijn indien de werkende bevolking en de armen geen onafhankelijk klassenperspectief zien. Sommigen ter linkerzijde juichten de staatsgreep tegen de FIS in 1992 toe, maar toen volgde een terreurcampagne door het leger. Zowat 200.000 mensen kwamen om het leven en de armen en werkenden kregen een sociale en economische ramp opgelegd.

Het Algerijnse regime is vandaag erg zenuwachtig over de mogelijkheid van een verspreiding van de massabeweging. Het regime probeert de jongeren meer faciliteiten aan te bieden – er worden bioscopen geopend en de cafés mogen tot middernacht open blijven, aan enkele gebouwen in het centrum van Algiers mogen jongeren zelfs graffiti aanbrengen. Dat dient om een revolte te vermijden. Tegelijk is er een crisis aan de top van de Algerijnse staat, onder meer door de gezondheidsproblemen van de president.

Geen enkel regime in het Midden-Oosten of Noord-Afrika is stabiel. Er is een algemene angst onder de heersende klassen voor gebeurtenissen zoals in Egypte. Er is ook een snelle afname van de steun voor de nieuwe islamistische regimes. Zowat 63% van de Egyptische bevolking stelt dat ze er slechter aan toe zijn dan voor Morsi aan de macht kwam. In deze periode sloten meer dan 4500 fabrieken de deuren.

De economische crisis beperkt de mogelijkheden voor de nieuwe regimes. Een journalist van Wall Street Journal stelde recent dat Egypte een nieuwe Pinochet nodig heeft. Maar vandaag is het voor de heersende klasse niet mogelijk om de arbeidersklasse een beslissende nederlaag toe te brengen, de revoluties beschikken immers nog over een enorme sociale kracht.

Syrische tragedie

Er is een humanitaire crisis in Syrië, iedere dag vertrekken 6.000 mensen uit het land. Vluchtelingen overspoelen Jordanië, Turkije en Libanon met een destabiliserend effect op die landen. De landbouw kent een crisis waardoor er een tekort aan voedsel is. Rivaliserende groepen bevechten elkaar – binnen de burgeroorlog zijn er nog verschillende kleinere burgeroorlogen.

De afgelopen periode kon Assad zijn positie wat versterken. Hij werd aangemoedigd door de steun die hij kreeg vanuit Iran, Irak en Hezbollah uit Libanon. De situatie is gênant voor het Westerse imperialisme. Waar zullen de wapens voor Syrische rebellen naar toe gaan? Assad zal mogelijk de controle behouden over minstens een deel van het land. Het ziet er naar uit dat dit wel eens een langdurig en bloedig conflict kan zijn.

Op hetzelfde ogenblik is er in de Israëlische heersende klasse omwille van verschillende factoren een openheid voor nieuwe militaire avonturen, wat de onstabiliteit in de regio nog kan versterken.

In de discussie werden voorbeelden gegeven van politieke activisten die de fout maken om naar een ‘progressieve’ vleugel van de burgerij (de kapitalistische klasse dus) uit te kijken in plaats van de nadruk te leggen op het feit dat de arbeidersklasse haar eigen politieke vertegenwoordiging moet uitbouwen. In Turkije werden deze opvattingen, die hun oorsprong in het stalinisme vinden, uitgetest. Velen dachten dat de politie niet tegen de betogers zou ingezet worden omdat de heersende klasse bang zou zijn van de eigen democratische rechten. Het is op een harde manier duidelijk geworden dat de heersende klasse banger is van een massabeweging van de arbeiders dan voor het verlies van eigen persoonlijke vrijheden.

In de discussie op de zomerschool werden heel wat voorbeelden uit verschillende landen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika gegeven, de discussie was rijk door de inbreng van leden uit de regio.

Palestina

Sprekers uit Israël/Palestina legden uit dat de Israëlische heersende klasse wel onderhandelingen aangaat met de Palestijnse Autoriteit maar niet om een Palestijnse staat met echte onafhankelijkheid te erkennen. De heersende klasse uit Israël wil evenmin dat de Palestijnse strijd voor onafhankelijk een inspiratie vormt voor sociale strijd in Israël zelf.

De afgelopen twee jaar was er in Israël een beweging tegen de hoge levensduurte. Laag betaalde arbeiders sloten bij vakbonden aan, Joodse Israëli’s en Palestijnen werken daar goed samen. Maar geen enkele vakbond neemt een duidelijk standpunt over de bezetting in. Volgens peilingen is 39% van de bevolking ervan overtuigd dat de nederzettingen geldverlies zijn, vorig jaar werd dat standpunt nog maar gedeeld door 24% van de Israëli’s. En 31% denkt dat de kolonisten een hinderpaal voor vrede zijn.

De eerste prioriteit moet uitgaan naar een programma dat het recht op zelfbeschikking voor de Palestijnen en de Israëlis centraal stelt als onderdeel van de socialistische strijd voor verandering. Een nieuwe Palestijnse massale beweging en opstand moet een oproep doen naar de Israëlische werkende klasse. Er is geen veiligheid voor die arbeiders indien er geen vrijheid voor de Palestijnen is – een doel dat enkel met een socialistisch programma kan bereikt worden.

In de afronding van de discussie stelde Niall Mulholland van het Internationaal Secretariaat van het CWI dat de huidige revolutionaire bewegingen doorheen het Midden-Oosten en Noord-Afrika hun basis vinden in de wereldwijde crisis van het kapitalisme. Geen enkel regime kan op kapitalistische basis blijvende hervormingen bekomen, er zal dus wellicht een opeenvolging van regimes zijn in Egypte, Tunesië en andere landen.

In Egypte was de beweging van afgelopen juni een van de grootste massabewegingen uit de geschiedenis. Revolutie en contrarevolutie gaan er samen. De generaals hadden de staatsgreep niet gepland, maar aan de vooravond van een algemene staking waren ze bang dat de massa’s het hele systeem zouden neerhalen. Het nieuwe regime zal snel onder grote druk staan om de verwachtingen in te lossen.

De beweging van juni is niet uitgeput, er is nog veel revolutionaire energie over en nieuwe delen van de arbeidersbeweging kwamen in actie. Het ontbreekt wel aan een massaal revolutionair alternatief. Het regime zit in een aanhoudend conflict met de arbeidersklasse en de Jihadisten kunnen gebruik maken van het vacuüm. Anderzijds leren de arbeiders snel lessen uit de bewegingen – het duurde maar een jaar vooraleer de Moslim Broederschap aan de kant werd geschoven.

Balkanisering

In verschillende landen is er een gevaar van Balkanisering of het opbreken van landen. In Syrië heeft Assad mee aangestuurd op een sectaire burgeroorlog om toch maar de macht te behouden. Het Westen en de Golfstaten mengen zich in het conflict waardoor het langer duurt. In Irak is er een gevaar van sectair opbreken van het land. De volledige regio wordt hertekend langs sectaire grenzen.

De nieuwe ‘onderhandelingen over onderhandelingen’ in Israël/Palestina zullen niet tot een echte Palestijnse staat leiden. Met het bestaan van de nederzettingen is het waarschijnlijk dat een voorstel van Palestijnse staat niet eens leefbaar zou zijn. Onze oproep voor twee socialistische staten als onderdeel van een socialistische federatie, zou de grenzen ook hertekenen maar dan wel op basis van een akkoord tussen de werkende bevolking na het omverwerpen van het kapitalisme.

Er is een nieuwe strijd nodig die aansluit bij de tradities van de eerste intifada, met name door een massabeweging en niet op basis van individueel terrorisme al dan niet in alliantie met burgerlijke Arabische regimes. De eerste intifada leverde uiteindelijk niet het gewenste resultaat op omdat het aan een onafhankelijke arbeidersleiding ontbrak. Een nieuwe massastrijd kan wel succesvol zijn en kan een oproep aan de Israëlische werkende bevolking doen om samen te strijden.

De afgelopen periode hebben onze ideeën een grotere ingang gevonden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, we hebben nieuwe leden gemaakt doorheen de stormachtige gebeurtenissen van de afgelopen periode. En die waren slechts een voorsmaakje van wat ons nog te wachten staat.

Leave a Reply