Home / Linkse Socialistische Partij / Onze interne functionering

Onze interne functionering

Het startpunt van onze partij is niet onze organisatorische structuur, maar onze ideeën. Wij vechten en zoeken steun voor deze ideeën en programma omdat we ervan overtuigd zijn dat ze onze beste wapens vormen in de strijd tegen de aanvallen van de kapitalisten op onze arbeids- en levensvoorwaarden en om de maatschappij te kunnen veranderen.

Maar ideeën hebben een organisatie nodig om een maatschappelijke kracht te kunnen worden. Onze structuren hebben tot doel een efficiënte en doelbewuste organisatie op te bouwen met als doel de realisatie van ons programma.

De basiseenheid van LSP/PSL is de lokale afdeling. Het is via de afdeling dat de partij communiceert en via dewelke de partij in zijn geheel een concreet beeld krijgt van de stemming en bewustzijn in de maatschappij en onder de verschillende lagen van de arbeidersklasse op een gegeven moment. De lokale afdeling brengt leden samen die actief zijn op verschillende terreinen – school, universiteit, werkvloer, wijkcomités, … – en werkt een strategie uit hoe we de partij in een bepaalde wijk of stad uitbouwen.

De betrokkenheid van ieder lid bij de afdeling is dus van groot belang. Het zorgt ervoor dat ieder lid in theorie en praktijk de nodige ervaring en vorming opdoet. Het zorgt er ook voor dat de partij via zijn leden op ieder moment een inschatting kan maken van de klassenstrijd en gepaste initiatieven kan nemen.

Het zijn de afdelingen die de afgevaardigden verkiezen voor nationale congressen en conferenties waar gediscussieerd en beslist wordt over perspectieven, programma en prioriteiten van LSP/PSL en waar een nationale leiding verkozen wordt.

Deze leiding heeft als taak de ervaring van de hele partij te centraliseren en op basis van die ervaring richting te geven aan de partij en via de partij aan de strijd van de arbeidersklasse, waarmee de partij, via haar leden, organisch verbonden is.

Van ieder lid wordt gevraagd in de mate van het mogelijke actief deel te nemen aan deze wekelijkse afdelingsvergaderingen, het partijblad (Socialistisch Links) te verkopen en te gebruiken als middel om onze ideeën en onze slogans ingang te doen vinden in de maatschappij en een maandelijkse financiële bijdrage te doen, ieder naar zijn mogelijkheden.

De organisatie van een afdeling kent verschillende taken, van voorzitter tot penningmeester, jongerenverantwoordelijke tot en met de syndicale opvolging, naargelang de grootte en sociale samenstelling van de afdeling. De sterkte en de daadkracht van een afdeling wordt niet alleen bepaald door het aantal leden dat ze heeft. Van groter belang is aantal kameraden betrokken bij de taken van de afdeling. Als slechts één kameraad verantwoordelijk is voor ieder aspect van de werking – het samenroepen van de leden, de strijdfondscampagnes, de politieke vorming, … – zal dit de werking en de mogelijkheden ernstig beperken.

Het is maar door ieder lid maximaal te betrekken, dat we in staat zullen zijn een meerderheid te winnen voor ons programma. Op basis van correcte perspectieven en programma, actieve tussenkomsten in klassenstrijd en de inzet en bereidheid om voor onze ideeën te vechten, willen we in de praktijk het vertrouwen winnen van de meest strijdbare en bewuste delen van de arbeidersklasse. Ons kapitaal bestaat uit gevormde en strijdbare leden met een inplanting in de arbeidersklasse.

De statuten

LSP/PSL werkt volgens de principes van het democratisch centralisme. Dit betekent een zo democratisch mogelijke besluitvorming en een centrale uitvoering van de besluiten. Het vereist een zo groot mogelijke betrokkenheid van de leden bij alle activiteiten van de partij en een centralisatie van die ervaring in de nationale partijstructuren. Nationale partijstructuren, die op hun beurt van onmisbare waarde zijn om op basis van die ervaring politiek en organisatorisch richting te geven aan de hele partij. Als één man/vrouw kunnen reageren, kan van een goed idee een krachtig wapen maken in de strijd voor de omverwerping van de kapitalistische maatschappij.

Wat volgt zijn de statuten van LSP/PSL. Uiteraard zijn statuten geen sluitende garantie voor het al dan niet democratisch functioneren van een organisatie. Veel belangrijker dan statuten zijn de materiële omstandigheden waarin deze organisatie moet werken, de tradities van de arbeidersbeweging en de vorming van de militanten. Statuten zijn hooguit een hulpmiddel.

Ze weerspiegelen de meest geschikte organisatievorm op een gegeven moment en zijn in die zin eerder een momentopname dan een eeuwig geldend principe. Het spreekt vanzelf dat het werken als revolutionaire socialistische partij in een parlementaire “democratie” andere organisatorische structuren vereist dan het werken onder een militaire dictatuur. Geen enkele structuur kan iedere mogelijke ontwikkeling voorzien, we kunnen hooguit proberen op een zo correct mogelijke politieke manier te handelen.

Daarbij moet het gebruik van statuten, regeltjes en voorschriften beperkt worden tot een absoluut minimum, d.w.z. tot die situaties waarin we er niet in slagen via politieke discussie gezamenlijk tot eenzelfde standpunt te komen, wanneer we gedwongen zijn om bij meerderheid een beslissing te nemen om efficiënt te kunnen ageren. Statuten moeten een werkwijze aanbieden waarbij het mogelijk is, ondanks meningsverschillen, toch gezamenlijk te ageren.

In bijlage vind je eveneens de statuten van het Committee for a Workers’ International. LSP/PSL heeft deze statuten onderschreven. De strijd voor socialisme mag immers wel beginnen op nationaal vlak, hij eindigt onvermijdelijk in de internationale arena. Wij zijn ervan overtuigd dat enkel een “wereldpartij”, zoals het Committee for a Workers’ International wil uitbouwen, een afdoend instrument is tegen het internationaal kapitaal.

De statuten van LSP/PSL moeten dus gelezen worden in samenhang met die van het CWI.

Statuten LSP/PSL

Doel en principes

1. Linkse Socialistische Partij /Parti Socialiste de Lutte is een revolutionaire organisatie die steunt op de arbeidersklasse waarmee zij strijdt voor het instellen van een socialistische maatschappij waar de arbeiders aan de macht zijn, in België en in de wereld. Om de burgerlijke staat omver te werpen en hem te vervangen door een democratische arbeidersstaat, om de productiemiddelen te nationaliseren, heeft de arbeidersklasse nood aan een revolutionaire massapartij.

2. LSP/PSL staat voor strijd, solidariteit en socialisme en vecht om deze ideeën ingang te doen vinden in de arbeidersklasse en haar politieke en syndicale massaorganisaties.

3. LSP/PSL strijdt voor een zo groot mogelijke eenheid van de arbeiders: alle pogingen van de burgerij en de bureaucratie om de arbeidersklasse te verdelen op basis van nationaliteit, ras, taal, sekse of wat dan ook, zijn een dodelijk vergif dat door de marxisten in de kiem gesmoord moet worden. Op basis van gelijke rechten voor iedereen verdedigen we de democratische rechten van de arbeidersklasse tegen de repressie van de kapitalistische staat.

4. LSP/PSL stelt dat het nationaliteitenvraagstuk in België enkel kan opgelost worden op basis van een socialistische omvorming van de maatschappij. Alleen op die basis kan tegemoet gekomen worden aan de democratische en economische verzuchtingen van iedere minderheid en kan de basis gelegd worden voor een gelijkwaardig en vrijwillig samenleven.

5. LSP/PSL baseert zich op de ideeën van het marxisme: de strijd voor socialisme is een internationale strijd, die alleen door de arbeidersklasse tot zijn conclusie kan gebracht worden. Wij zijn voor een socialistische wereldfederatie. Dan alleen kunnen de rijkdommen van heel de wereld aangewend worden voor de bevrediging van ieders behoeften. Deze materiële zekerheid zal iedereen toelaten zijn mogelijkheden optimaal te ontwikkelen.

6. LSP/PSL is de afdeling van het Committee for a Workers International (CWI) in België en werkt met de andere afdelingen van het CWI aan de uitbouw van een nieuwe revolutionaire socialistische internationale.

Organisatorische principes

Nationaal Congres

7. Het Nationaal Congres komt minstens één maal per twee jaar samen en wordt samengesteld door afgevaardigden verkozen door de afdelingen volgens de modaliteiten vastgelegd door het Nationaal Comité. Het Nationaal Comité kan tussen twee Nationale Congressen in Nationale Conferenties organiseren om met het lidmaatschap een bepaald aspect uit de politieke situatie of uit de werking te bediscussiëren.

8. Gedurende de discussieperiode in aanloop naar het Nationaal Congres, brengt het Nationaal Comité een intern discussiebulletin uit met alle bijdragen. Praktische modaliteiten zoals de uiterste data voor het opnemen van teksten en het maximum aantal bladzijden, worden bij het opstarten van de discussie door het Nationaal Comité vastgelegd.

9. Het Nationaal Congres is het hoogste orgaan van LSP/PSL. Het uittredend Nationaal Comité wordt door de opening van het Nationaal Congres automatisch ontbonden. Dit laatste organiseert zelf zijn werkzaamheden. Het Nationaal Congres verkiest een Nationaal Comité een Controlecommissie en een Financiële Controlecommissie. Op het einde van zijn werkzaamheden wordt het Nationaal Congres bij stemming ontbonden.

10. Het Nationaal Comité kan op ieder ogenblik een Buitengewoon Congres organiseren met dezelfde autoriteit als het statutaire congres.

11. Op aanvraag van 1/3 van de leden van het Nationaal Comité of van ¼ van de afdelingen moet het Nationaal Comité binnen de drie maand na de aanvraag, een Buitengewoon Congres organiseren.

Nationaal Comité

12. Het Nationaal Comité wordt verkozen door het Nationaal Congres via de modaliteiten die op dit Nationaal Congres op basis van de principes van het democratisch centralisme vastgelegd werden. Naast de effectieve leden kunnen ook kandidaat-leden met raadgevende stem opgenomen worden. Tussen twee congressen in heeft het Nationaal Comité de autoriteit van het Nationaal Congres. Het is verantwoordelijk voor de politieke leiding en de ontwikkeling van de organisatie op nationaal vlak.

13. Het Nationaal Comité heeft het recht om bij eenvoudige meerderheid nieuwe leden in het Nationaal Comité te coöpteren. Het aantal is beperkt tot maximum 1/3 van het aantal effectieven. Het Uitvoerend Bureau kan kameraden op het Nationaal Comité uitnodigen indien dit bij het voorstellen van de dagorde door het Nationaal Comité goedgekeurd wordt.

14. Het Nationaal Comité kan, tussen twee Nationale Congressen in, structuren opzetten die kunnen bijdragen tot de werking van LSP/PSL. Deze structuren werken onder de autoriteit van het Nationaal Comité en moeten er verslag uitbrengen. (vandaag zijn er o.a. een redactieraad, vrouwencommissie, jongerencomité, syndicale werkgroepen actief, deze kunnen echter in de toekomst aangevuld of gedeeltelijk vervangen worden door nieuwe structuren).

15. Het Nationaal Comité kiest in zijn schoot een Uitvoerend Bureau. Tussen twee vergaderingen van het Nationaal Comité heeft het Uitvoerend Bureau de autoriteit van het Nationaal Comité.

16. Ieder lid van het Uitvoerend Bureau krijgt een goed omschreven taak van dit orgaan.

De Afdeling

17. De basiseenheid van LSP/PSL is de Afdeling, samengesteld uit minstens 3 leden uit dezelfde regio. Ieder lid neemt deel aan de werking van zijn/haar afdeling en voert de beslissingen ervan uit. De Afdeling stuurt het werk van haar leden. Het opzetten van een nieuwe Afdeling, het opdelen van een Afdeling die te groot wordt of het ontbinden van een Afdeling, wordt besloten door de hogere instantie: het Districtsbureau of indien er geen bestaat, het Uitvoerend Bureau.

18. Iedere Afdeling vergadert wekelijks. Ze bepaalt in haar schoot de verantwoordelijkheden. Ze voert de beslissingen van de hogere instanties uit en ontwikkelt in haar interventiegebied een politiek activiteit. Wanneer 1/3 van de leden erom vraagt moet de Afdelingsvoorzitter binnen de 14 dagen een Afdelingsvergadering bijeenroepen.

19. Is lid: iedereen die de doelstellingen, de basisprincipes en de statuten van LSP/PSL aanvaardt, afdrachten betaalt en werkt onder de leiding van de officiële instanties.

20. De aansluiting van gebeurt via de Afdeling. Iedere nieuwe aansluiting wordt bekrachtigd door het Bureau van het District of bij ontbreken daarvan door het Uitvoerend Bureau.

21. Ieder lid betaalt maandelijks een ledenbijdrage. Het Nationaal Congres bepaalt een gemiddeld maandelijks streefdoel afhankelijk van het inkomen. Op basis van dit streefdoel zal de plaatselijke penningmeester regelmatig een discussie voeren met de leden over hun persoonlijke toestand om een concreet bedrag af te spreken. LSP/PSL komt haar financiële plichten na tegenover het CWI volgens de beslissingen van de instanties van het CWI.

Het District

22. Het Nationaal Comité kan beslissen om op geografische basis een groep Afdelingen te groeperen. Het Districtscongres wordt samengeroepen door het Districtscomité en komt minstens eenmaal per twee jaar samen. Op het Districtscongres wordt het Districtscomité gekozen op basis van een politieke discussie over perspectieven en doelstellingen. Het Districtscomité kan een Districtsbureau verkiezen die tussen twee vergaderingen van het Districtscomité de autoriteit van het Districtscomité heeft. Het Districtscomité en Districtsbureau werken volgens de krachtlijnen die door de nationaal verkozen structuren worden uitgewerkt.

De Controlecommissie

23. Het Nationaal Congres kiest een Controlecommissie bestaande uit 3 leden die geen deel uitmaken van het Nationaal Comité. De Controlecommissie moet alle ernstige klachten en vermoedens onderzoeken, en op basis van dit onderzoek, advies verlenen aan het Nationaal Comité of het Nationaal Congres. De Controlecommissie neemt geen beslissing en informeert het Nationaal Comité over al haar werkzaamheden.

Werkingsprincipes

24. De interne werking van LSP/PSL wordt op nationaal, regionaal en lokaal vlak bepaald door de principes en de praktijk van het democratisch centralisme. Dit betekent een zo groot mogelijke democratie bij interne discussies over het bepalen van politieke standpunten, en de meest strikte discipline in de uitvoering ervan, zodra deze standpunten zijn vastgelegd. Het houdt volgende procedure in:

a) Het verkiezen van alle leidende instanties door relevante vergaderingen en congressen, met periodieke statutaire herverkiezingen en de mogelijkheid om op elk ogenblik de instanties af te zetten door de vergaderingen die ze verkozen hebben. Deze instanties moeten periodieke verslagen uitbrengen bij diegenen die hen afvaardigden.

b) Het verbod van een bindend mandaat.

c) Het strikt dwingende karakter van de beslissingen van de hogere voor de lagere instanties, het onmiddellijk uitvoeren van de beslissingen, maar met het recht van beroep bij de hogere instanties, zonder dat dit beroep het vertragen van de uitvoering rechtvaardigt.

d) Het nemen van beslissingen door iedere instantie bij gewone meerderheid voor zover het quorum (de helft + 1) bereikt werd.

e) Zolang voldaan wordt aan de voorwaarden van lidmaatschap, heeft ieder lid het recht om binnen de structuren van LSP/PSL afwijkende meningen kenbaar te maken, zowel mondeling als via geschreven teksten. Dit houdt ook het recht in gebruik te maken van het Intern Bulletin. Tendensen en fracties kunnen, op hun vraag, erkend worden door het Nationaal Comité. Hiermee mag niet lichtzinnig omgesprongen worden. Dit kan enkel op basis van een geschreven platform, rond belangrijke meningsverschillen en na een periode van mondelinge en schriftelijke discussie om de meningsverschillen te verduidelijken.

f) Van de minderheid wordt verwacht dat ze gedisciplineerd de meerderheidsbeslissingen uitvoert, gekoppeld aan haar onvervreemdbaar recht om zich als groep op te stellen, zich in een tendens en zelfs een fractie te organiseren op basis van een geschreven platform, en over democratische rechten te beschikken zoals:
– het voorstellen van haar standpunten aan de gehele organisatie in een Intern Bulletin gedurende de discussieperiode binnen de organisatie
– de mogelijkheid om op nationaal vlak tussen te komen in de discussies ter voorbereiding van het Nationaal Congres na voorafgaande raadpleging van het Nationaal Comité
– in het Nationaal Comité vertegenwoordigd te zijn voor wat tendensen en fracties betreft.

g) Het recht voor alle leden die moeten antwoorden op een disciplinaire sanctie om op voorhand op de hoogte gesteld te worden van alle beschuldigingen tegen hen en om zich hiertegen te kunnen verdedigen.

h) Een zo volledig mogelijke informatie over de ontwikkelingen en activiteiten van de Internationale

i) Geen enkele vrijgestelde noch enig lid dat een publiek mandaat uitoefent, mag meer verdienen dan het gemiddelde loon van een geschoolde arbeider. De organisatie beslist over de aanwending van alle vergoedingen voortvloeiend uit het mandaat.

Sancties

25. Ieder lid dat sinds drie maand niet meer voldoet aan de minimale voorwaarden (actief zijn, financieel steunen) mag niet deelnemen aan de stemmingen. Na 6 maanden kan hij/zij door zijn/haar Afdeling geschrapt worden. Ieder lid dat weigert om het democratisch centralisme toe te passen of die de organisatie in gevaar brengt kan door zijn/haar Afdeling om disciplinaire redenen uitgesloten worden. De beslissing tot uitsluiting moet geratificeerd worden door een hogere instantie: het Districtsbureau of, bij gebrek eraan, het Uitvoerend Bureau. Ieder lid dat om disciplinaire redenen uitgesloten werd heeft het recht op beroep voor het Nationaal Congres.

26. Van iedere vergadering van een statutaire instantie moet een geschreven verslag van de genomen beslissingen ter inzage bijgehouden worden voor de leden van de vergadering, van alle hogere instanties die het recht hebben dit hogere orgaan af te zetten.

27. De penningmeesters van de Afdelingen moeten iedere maand een geschreven verslag uitbrengen. Het Nationaal Comité brengt een financieel verslag uit aan het Nationaal Congres.

28. De statuten kunnen met een gewone meerderheid op het Nationaal Congres gewijzigd worden.

29. Voor alles waarin de nationale statuten niet voorzien gelden de statuten van het CWI.

 

STATUTEN VAN HET COMITTEE FOR A WORKERS’ INTERNATIONAL

gestemd op het Wereldcongres van november 1993

1. Het Comittee for a Workers’ International (CWI) baseert zich op de ideeën van Marx, Engels, Lenin en Trotsky; op de belangrijkste beslissingen van de vier eerste congressen van de Communistische Internationale; op het stichtingscongres van de Vierde Internationale; en op de documenten van de Marxistische beweging sinds 1938.

2. Het CWI beschouwt zichzelf als het embryo van de toekomstige Vierde Internationale en bestaat uit nationale secties die er naar streven om in hun respectievelijke landen massale revolutionaire arbeiderspartijen uit te bouwen. Het steunt op ieder niveau op de tradities van het democratisch centralisme.

Lidmaatschap

3. Het CWI bestaat uit revolutionaire militanten die lid zijn van een eengemaakte organisatie. De leden zijn georganiseerd in secties van het CWI die in de verschillende natiestaten actief zijn.

4. ledere nationale sectie steunt op het platform en de structuren zoals bepaald en vastgelegd door de wereldcongressen van het CWI.

5. Daar waar geen nationale sectie bestaat kunnen individuen aansluiten bij het CWI en werken onder de leiding van het IS.

6. Individuele leden van het CWI moeten er naar streven groepen uit te bouwen die als nationale sectie bij het CWI kunnen aansluiten.

7. Nationale organisaties zijn in principe volwaardige secties van het CWI. Wanneer groepen zich echter nog aan het vormen zijn of nog in discussie zijn met het CWI, kunnen die verzoeken om als sympathiserende sectie erkend te warden.

Wereldcongressen

8. Het IEC is gemachtigd om alle beslissing te nemen m.b.t. affiliatie, met recht op beroep bij het wereldcongres.

9. Minstens eenmaal om de drie jaar moet een wereldcongres georganiseerd worden. Het wereldcongres is de hoogste autoriteit binnen het CWI en haar politieke documenten en resoluties, evenals haar organisatorische beslissingen en richtlijnen zijn bindend voor iedere nationale sectie.

10. Volwaardige secties zijn op congressen en conferenties vertegenwoordigd op een basis die voor iedere gelegenheid door het IEC bepaald wordt, rekening houdend met de respectievelijke grootte, invloed en belang van iedere sectie. Het aantal afgevaardigden per sectie zal nooit meer bedragen dan vijf.

11. Sympathiserende secties sturen afgevaardigden met adviesrecht: zij hebben spreekrecht maar kunnen enkel een raadgevende stem uitbrengen.

12. Alleen afgevaardigden die aanwezig zijn op het congres kunnen stemmen op basis van een stem per afgevaardigde. Dit geldt voor iedere sectie behalve onder volgende omstandigheden:
i). Secties die door specifieke omstandigheden niet in staat zijn om hun voltallige afvaardiging waarop ze recht hebben naar het wereldcongres te sturen kunnen volmachten verleend worden tot het totale aantal van de afvaardiging waarop ze recht hebben. Zulke volmachten moeten gegeven worden aan de afgevaardigde(n) die het congres bijwonen. Zo’n volmacht moet specifiek toegekend worden aan een afgevaardigde aangeduid door hetzelfde orgaan van de sectie als datgene dat de afgevaardigden verkiest.
ii). Over het toestaan van een dergelijk systeem van stemming bij volmacht, en de voorwaarden onder dewelke het zal aanvaard worden, wordt beslist door het IEC. De secties die van een dergelijke procedure gebruik maken, moeten dit bij de aanvang van het wereldcongres melden aan het Mandatencomité dat dit dan in zijn verslag aan de eerste sessie van het congres zal voorstellen.

13. Afgevaardigden van de nationale secties worden verkozen, ofwel op een relevante vergadering van het CC, ofwel op een nationaal congres.

14. Een sectie kan maar volwaardige afgevaardigden naar een wereldcongres sturen wanneer ze niet meer dan drie maand achterstaat met haar internationale afdrachten, tenzij het I EC hier anders over beslist.

15. Indien niet verkozen als stemgerechtigde afgevaardigden kunnen leden van het IEC, van de ICC evenals de auditeuren (van de kascontrole), het congres bijwonen als raadgevende afgevaardigden. Ze hebben volledig spreekrecht. Leden van het IEC hebben een raadgevende stem.

16. Aan geen enkele afgevaardigde van het wereldcongres kan een bindend mandaat opgelegd worden.
Het IEC kiest een Mandatencommissie voor het congres. Dit moet bestaan uit drie leden en moet bij het begin van de eerste sessie van het congres een volledig verslag ter stemming voorleggen.

17. Het congres verkiest een presidium dat haar werkzaamheden waarneemt.

18. Over alle kwesties wordt beslist bij gewone meerderheid van de stemgerechtigde afgevaardigden.

19. Bezoekers van nationale secties, of van landen waar geen secties bestaan, kunnen het congres bijwonen na voorafgaande toestemming van het IEC of het IS.

20. Het IEC kan een buitengewoon wereldcongres organiseren. Dit moet wanneer een derde van de volwaardige secties aangesloten bij het CWI dit vraagt.

Internationaal Uitvoerend Bureau

21. Op ieder wereldcongres wordt een Internationaal Uitvoerend Bureau (IEC) verkozen. Het wordt samengesteld uit leidende leden van de nationale secties en/of vrijgestelden van het CWI. Het lidmaatschap van het IEC zal bestaan uit volwaardige leden en kandidaat-leden, die Iaatste met raadgevende stem.

22. Het IEC komt minstens 2 keer per jaar samen om de perspectieven over belangrijke internationale ontwikkelingen en processen te bediscussiëren, en om het werk van iedere nationale sectie te bespreken en te leiden.

23. Tussen twee wereldcongressen is het IEC de hoogste autoriteit van het CWI. Het is verplicht de documenten en de resoluties ter presentatie aan het wereldcongres voor te bereiden. Via het IS is het ook verantwoordelijk voor het regelmatig uitbrengen van een bulletin.

24. Het IEC heeft het recht bij eenvoudige meerderheid van de stemmen van de volwaardige leden van het IEC bijkomende leden te coöpteren.

25. Het IS kan een buitengewone vergadering van het IEC organiseren en dit moet gebeuren op vraag van een derde van de volwaardige IEC leden.

Internationaal Secretariaat

26. Het IEC verkiest een Internationaal Secretariaat (IS) verantwoordelijk voor de dagelijkse running van de organisatie. Tussen twee IEC-meetings is het IS gemachtigd om in naam van het IEC alle noodzakelijke beslissingen te nemen. Het IS wijst aan zijn leden verantwoordelijkheden toe en legt die ter goedkeuring voor aan het IEC. Het IS legt aan iedere vergadering van het IEC een volledig verslag van zijn werking voor.

27. Het IS duidt alle relevante subcomités aan die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de werking. Dit is onderworpen aan de goedkeuring van het IEC.

28. Het IS is verantwoordelijk voor het aanduiden van de vrijgestelden van het CWI. Dit is onderworpen aan de goedkeuring van het IEC.

Democratische rechten en discipline

29. De meerderheidsbeslissingen van de Internationale zijn bindend voor alle leden/secties. Terwijl ze meewerken aan de uitvoering van de beslissingen van de meerderheid, hebben alle minderheden het recht om uiting te geven aan afwijkende meningen binnen de Internationale. Leden van secties, en nationale secties, hebben het recht om, met goedkeuring van het IS/IEC, overal in het CWI gelijk welk materiaal met deze meningen te circuleren.

30. Alle secties/leden hebben recht op beroep bij hogere instanties tegen elke beslissing waarmee ze niet akkoord gaan.

31. De leden hebben het recht om fracties te vormen rond specifieke onderwerpen en ideeën waarover meningsverschillen bestaan, nadat ze alle mogelijke procedures voor de discussie uitgeput hebben.

32. Het Wereldcongres bakent voor iedere discussie de limieten af. Voorafgaand aan het bijeenroepen van het wereldcongres is het IEC verantwoordelijk voor het bepalen van de limieten van en de manier waarop de discussie zal gevoerd worden.

33. leder lid dat blootstaat aan disciplinaire acties heeft het recht op beroep bij het eerstvolgende hoger orgaan in de sectie waarvan het lid is, het IS, het IEC en het wereldcongres; ondertussen blijft de sanctie gelden.

34. AIIe officiëlen van de Internationale en de leden van de comités kunnen afgezet worden door de instanties die hen verkozen hebben.

Internationale controlecommissie

35. Op leder wereldcongres wordt een Internationale Controle Commissie gekozen. Het bevat noch IEC-leden, noch vrijgestelden die werken voor het CWI. De ICC moet samengesteld worden uit een groep kameraden zodat ze kan functioneren in de verschillende delen van de wereld. De leden verkiezen een voorzitter.

36. Uit deze groep duidt de ICC-voorzitter in samenspraak met het IS minstens drie leden aan voor het opzetten van om het even welk onderzoek. De samenstelling van de commissie die door de ICC-voorzitter en het IS uit de groep aangeduid werd moet bij eenvoudige meerderheid goedgekeurd worden door alle leden van de ICC. Deze goedkeuring zal bekomen worden op basis van consultatie van de ICC-Ieden door de ICC-voorzitter en het IS.

37. De taak van de ICC bestaat uit:
– Het onderzoeken van alle klachten of speciale bevragingen die door het IS of het IEC naar haar verwezen werden, en het uitbrengen van een verslag aan het IEC van de resultaten van haar onderzoek en bevraging.
– Het onderzoeken van klachten van individuen, onderdelen van nationale secties en/of nationale secties tegen disciplinaire maatregelen die tegen hen genomen werden door hogere organen; en haar voorstellen hierover voor de uiteindelijke beslissing aan het IS, het IEC en het wereldcongres voorleggen.

Internationale conferenties

38. In de periode tussen twee wereldcongressen kan het IEC internationale conferenties organiseren om de discussie over belangrijke kwesties overal in de internationale organisatie op te starten en te ontwikkelen.

39. Het IEC, of het IS in samenspraak met het (EC, kan andere internationale vergaderingen/gebeurtenissen organiseren rond vorming en politieke discussie. Indien het IS/IEC dit nodig acht kunnen ook andere solidariteitsactiviteiten en campagnes opgezet worden.

Financiën

40. Iedere nationale sectie moet aan het center op driemaandelijkse basis een bijdrage betalen. Het niveau van de bijdrage wordt bepaald door een Wereldcongres, Internationale Conferenties of het IEC.

41. Waar nodig kan het bedrag dat door een sectie moet betaald worden vastgelegd worden na raadpleging tussen het IS en de nationale leidingen, waarbij rekening gehouden wordt met de relatieve levensstandaard en andere relevante overwegingen. Dit moet gerapporteerd worden aan het IEC dat dit moet goedkeuren.

42. Het IS/IEC kan ook bijkomende heffingen opleggen. Bij beslissing van het IEC kunnen bijdragen en heffingen afgevoerd worden.

43. Op iedere vergadering van het IEC en het wereldcongres wordt een volledig financieel verslag gegeven.

44. leder wereldcongres duidt drie auditeuren aan die noch IEC-lid, noch vrijgestelde van het CWI mogen zijn, om regelmatig toezicht te houden over de financiën van het CWI. De auditeuren moeten lid zijn van verschillende nationale secties. De auditeurs brengen ieder jaar een verslag uit aan het IEC en aan ieder wereldcongres.

Algemeen

45. Het IEC kan de toestemming geven voor het oprichten van gelijk welke raadgevende regionale structuur die noodzakelijk is voor de organisatie van de activiteiten van de Internationale.

46. In geval van nood heeft het IEC de macht om deze statuten te amenderen met 2/3 van de stemmen van de volwaardige IEC-leden en met goedkeuring van het eerstkomende wereldcongres.

47. Deze statuten treden in werking op 1 december 1993 en kunnen bij eenvoudige meerderheid van de afgevaardigden op een komend wereldcongres gewijzigd worden.