Artikel door Julien, jongerenverantwoordelijke LSP-Brussel

André Oosterlinck, voormalig rector van de KUL en voorzitter van de Leuvense Associatie, stelt voor om de inschrijvingsgelden te verdubbelen. De denktank Itinera Institute suggereert om het inschrijvingsgeld te verhogen maar de betaling ervan te verschuiven naar het einde van de studies. Deze ideeën sluiten aan bij het Engelse model waarbij er een handvol prestigieuze universiteiten zijn naast een groter aantal vuilbak-uniefs en waarbij het inschrijvingsgeld al gauw oploopt tot enkele duizenden euros waardoor jongeren met een schuldenberg afstuderen. Dit zal er niet op verbeteren met de besparingsplannen van de regering-Cameron.

Onderzoek op bestelling

Op dit ogenblik komt voor ongeveer 170 miljoen euro aan middelen voor wetenschappelijk onderzoek aan de Vlaamse universiteiten van de private sector. Het grootste gedeelte daarvan komt van contractonderzoek op vraag van bedrijven die daarvoor betalen. Onderzoek wijst uit dat het aandeel van private onderzoeksfinanciering in ons land twee keer het Europese gemiddelde bedraagt. In bepaalde onderzoeksgebieden (farmacie, geneeskunde,…) loopt contractonderzoek op tot soms 80% van het totale onderzoeksbudget. Koploper inzake private financiering langs Nederlandstalige kant is de KUL waar in 2010 voor 101 miljoen euro private financiering werd aangetrokken, goed voor 33,0% van het onderzoeksbudget. Aan de VUB ging het om 13,7 miljoen euro (24,4% van het onderzoeksbudget) en aan de Gentse universiteit om 41 miljoen euro (19,3%).

Voor de neoliberale denkers van Itinera is het eenvoudig: gezien het tekort aan middelen en de komende besparingen, moet de private financiering een grotere rol spelen. Volgens deze door de grote bedrijven betaalde denktank bengelt ons land binnen de OESO achteraan inzake private middelen in het onderwijs. Itinera stelt dat het geld dat vrijkomt door een grotere rol van de privé aangewend kan worden om de zwaksten toegang tot het hoger onderwijs te bezorgen. Een dergelijk ‘solidariteitsmechanisme’ is een excuus om de tekorten in te vullen met middelen die in de zakken van de studenten en hun ouders worden gezocht. Een grotere betrokkenheid van de private sector zal het onderwijs en het onderzoek nog meer op hun winsten afstemmen. Met het Bolognaproces vindt het idee van een universiteit/bedrijf steeds meer ingang en dit ten koste van de kwaliteit van het onderwijs.

Als volleerde neoliberaal en pleitbezorger van het Bolognaproces gaat Oosterlinck uiteraard in dezelfde richting. “De mensen moeten begrijpen dat de tijden veranderd zijn. We leefden boven onze stand. We moeten aanvaarden dat we meer gaan betalen voor veel diensten”. Wie leeft eigenlijk boven zijn stand? De studenten die in een klein kot wonen, op een dieet van pasta overleven en ondertussen moeten werken om hun studies te betalen, of de speculanten die hebben gegokt met geld dat ze zelf niet hadden om zo aan het geld te kunnen zitten dat wij nu niet meer hebben?

De traditionele politici bespreken hoe ze een besparingsbeleid kunnen voeren. De nota van Di Rupo was slechts een voorbode van wat de toekomst zal brengen. Het onderwijs zal onder vuur komen te liggen, welke regering er ook wordt gevormd. De onderhandelingen over de staatshervorming en de financieringswet zullen leiden tot besparingen. En dat terwijl er nu al grote tekorten zijn op het vlak van huisvesting van studenten (aan de ULB zijn er 835 koten voor 20.000 studenten) en terwijl bijvoorbeeld de voedingsprijzen blijven stijgen.

De krant ‘De Standaard’ plakte een cijfer op de kost van het studentenleven: een jaar op kot kost 6.700 euro. Boeken en cursussen zijn goed voor gemiddeld 277 euro. Een maaltijd in een studentenresto kost 4,73 euro. Een student die pendelt kost 7.752 euro, de uiteindelijke kost voor een kotstudent bedraagt maar liefst 11.925 euro per jaar. In dat bedrag zitten ook de kosten voor voeding, kledij en de gezinswoning.

Het Chileense onderwijssysteem is dankzij de vroegere dictator Pinochet een voorbeeld op het vlak van neoliberalisme. Sinds enkele maanden is er in Chili een massale beweging van jongeren die opkomen voor gratis onderwijs. In Griekenland voert de trojka (ECB, EU en IMF) de neoliberale druk verder op om de arbeiders en jongeren te laten betalen voor de gokschulden. Het neoliberale model van private financiering en de omvorming van de universiteiten tot bedrijven die kant en klare werkkrachten (of werklozen) aanleveren, wordt ook hier verder doorgedreven. Om het verzet te breken, gaat het Griekse establishment over tot repressieve maatregelen die niet meer gezien zijn sinds het einde van de dictatuur van de kolonels in 1973. Vorig jaar moesten 1.000 Griekse scholen de deuren sluiten als gevolg van het tekort aan middelen. De helft van de jongeren is er werkloos en onderdeel van wat een “verloren generatie” wordt genoemd. Steeds meer Griekse jongeren gaan over tot actie en pleiten voor een verhoging van de publieke middelen voor onderwijs, vandaag goed voor ongeveer 3% van het bbp.

De internationale voorbeelden tonen aan dat we voor een beter onderwijs strijd zullen moeten leveren. De besparingspolitiek dient om de markten tevreden te stellen, niet om de jongeren een toekomst aan te bieden. We moeten samen strijden, met studenten en personeel, voor meer publieke middelen voor onderwijs. Een budget van 7% van het bbp voor onderwijs zou een goede start zijn, dat was het bedrag dat voor het neoliberale offensief vanaf begin jaren 1980 aan onderwijs werd besteed.