Extreemrechts toen en nu

Uittreksel uit het boek ‘Tegen racisme en fascisme: strijd en solidariteit’ (zie onderaan)

De opgang van extreemrechts en de kwestie van bestuursdeelname zullen een prominente plaats in het publieke debat van 2024 innemen. De opeenvolging van verkiezingen versterkt dit: in mei zijn er verkiezingen in India waar Modi met zijn hindoe-nationalistische BJP opnieuw kan winnen, er zijn de Republikeinse voorverkiezingen in de VS in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 5 november en in juni zijn er behalve nationale en regionale verkiezingen in België ook Europese verkiezingen. 

In meerdere of mindere mate zien we overal in Europa een ondermijning van de traditionele pro-kapitalistische partijen en een forse opgang van extreemrechts. De radicale linkerzijde stevent op een slecht resultaat af: Die Linke kent een existentiële crisis, SUMAR (de opvolger van Unidas Podemos) verliest terrein, Syriza tuimelde in de Griekse verkiezingen terug naar minder dan 20%, de Portugese linkse partijen leden zwaar verlies in de parlementsverkiezingen van 2022. 

Enkele oudere extreemrechtse partijen staan bovenaan als eerste partij in de peilingen in hun land of regio. Dit is het geval met het Vlaams Belang, Rassemblement National (Frankrijk), FPÖ (Oostenrijk) en de PVV van Geert Wilders (Nederland). Ook Fratelli d’Italia van Meloni blijft bovenaan de peilingen staan. SD (Zweden), de Finnenpartij (Finland) en AfD (Duitsland) staan in de peilingen elk op een recordhoogte van ongeveer 20%. In Griekenland zijn er verschillende extreemrechtse partijen, waaronder de Spartanen die in de laatste parlementsverkiezingen 4,7% haalden. VOX ging onderuit in de Spaanse verkiezingen, maar kon heel wat van haar ideeën opdringen aan de PP-campagne en staat nog steeds boven het resultaat van de Europese verkiezingen in 2019. In Portugal haalt de nieuwe extreemrechtse partij Chega meer dan 10% in de peilingen. In Centraal- en Oost-Europa schoven traditionele partijen sterk naar rechts op. De PiS (Polen) en Fidesz (Hongarije) kunnen scoren en krijgen navolging in de regio. 

De internationale context versterkt het Vlaams Belang. De Amerikaanse voorverkiezingen plaatsen de antifeministische terugslag sterker in het debat. De aandacht voor extreemrechts in verschillende Europese landen zal meespelen. Dit zal het zelfvertrouwen van extreemrechts versterken. 

Extreemrechts toen en nu

Begin jaren 1990 leidden de eerste doorbraken van extreemrechts in Frankrijk, België, Duitsland … tot grote antifascistische protestacties. Dat was nog meer het geval na het schokkende geweld tegen asielzoekers in onder meer (Oost-)Duitsland, waar er in 1991 bijvoorbeeld drie doden en 449 gewonden vielen in 1.300 geregistreerde incidenten van extreemrechts geweld. Het protest werd bijzonder groot na het schokkende geweld tegen een asielcentrum in Rostock in augustus 1992. Vandaag is er meer een gevoel van berusting: het fenomeen is niet nieuw, er is een normalisering van extreemrechtse standpunten door pro-kapitalistische partijen en de beperkingen van extreemrechts zelf zijn een obstakel voor deze formaties om hun voorstellen volledig in beleid om te zetten (waardoor tegelijk hun gevaar soms wordt onderschat). Dit neemt niet weg dat de schok van extreemrechtse groei en bijhorende haatincidenten, zeker tegen de achtergrond van een groter geworden gevoeligheid en meer protest tegen onderdrukking, aanleiding kunnen geven tot belangrijke protestacties waarin wij een rol kunnen spelen. 

De crisis vanaf het midden van de jaren 1970 leidde tot een groei van extreemrechtse formaties, maar deze militante groepen botsten in de nasleep van mei 1968 met een sterk antifascisme waarin de arbeidersbeweging een belangrijke rol speelde. Pas in de jaren 1980 beleefden extreemrechtse partijen grotere en stabielere electorale doorbraken. Van het Front National in Frankrijk bij de parlementsverkiezingen in 1986, de lokale verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok in Antwerpen in 1988 tot de overname van de Oostenrijkse Vrijheidspartij (FPÖ) door extreemrechts – de ‘Haiderisierung’ (onder extreemrechts leider Jörg Haider) – en de opkomst van nieuwe formaties zoals de Zweedse Democraten (SD) of Republikäner in Duitsland. Deze doorbraken namen in de loop van de jaren negentig aan kracht toe. 

Dit gebeurde in een context van afnemend vertrouwen in de traditionele partijen, deels veroorzaakt door het harde besparingsbeleid en de daarmee gepaard gaande daling van de levensstandaard van een belangrijk deel van de bevolking. De crisis van 1974-75 deed de burgerij op zoek gaan naar een ander beleid: het neoliberalisme, dat in de jaren 1980 opkwam met Thatcher en Reagan. Om dat beleid op te leggen, was een confrontatie met de arbeidersbeweging nodig. De positie van de burgerij werd daarbij aanzienlijk versterkt door de val van het stalinistische Oostblok eind jaren 1980. Een verzwakking van de arbeidersbeweging vergrootte de ruimte voor extreemrechts. 

Extreemrechtse partijen die groot werden in de jaren 1980-90 deden dat op basis van een populistische methode. Ondanks de wortels in de collaboratie met de nazi’s en ondanks het feit dat het kader (de geëngageerde activistenbasis) van partijen als het Vlaams Blok of Front National gevormd was in het fascisme, was er geen ruimte voor klassiek fascisme. Het ontbrak aan een massabasis die in staat was om geweld te gebruiken tegen andersdenkenden en vooral tegen de arbeidersbeweging. Extreemrechts slaagde erin om veel kiezers te bereiken, maar kon dit niet omzetten in een fundamentele verbreding van de groep die bereid was om op straat te vechten (in letterlijke zin).

Deze tegenstelling leidde vaak tot spanningen, maar de meest stabiele extreemrechtse partijen hadden beide elementen nodig: een populistische benadering naar een brede laag kiezers en een meer militante harde kern die bereid was geweld te gebruiken. De militante kern voelde zich gesterkt door verkiezingsoverwinningen, waarbij de overwinningen ook het gevolg waren van een anti-establishment imago. Waar de straatvechters te brutaal werden, werd het gebrek aan bredere steun voor een beleid van straatterreur beantwoord met actief verzet en campagnes. 

Het succes van de populistische methode van in wezen neofascistische partijen zoals het Franse Front National of het Vlaams Blok in België vanaf de jaren negentig gaf aanleiding tot nieuwe formaties of de opkomst van individuen die uitsluitend op dat populisme waren gebaseerd. In Nederland was er een hele reeks rechtspopulisten, van Pim Fortuyn tot Geert Wilders en Thierry Baudet. Die krachten hebben meestal een grotere instabiliteit. Sommige nieuwe extreemrechtse krachten, zoals de Duitse AfD, zoeken een ongemakkelijk evenwicht tussen meer militante lagen en conservatieve carrièrepolitici.

De rechtse populisten in Centraal- en Oost-Europa hebben specifieke kenmerken die zijn gesmeed door zowel de geschiedenis van het stalinisme als de kapitalistische restauratie die een zwakke nationale burgerij voortbracht, terwijl sommige landen een periode van groei kenden als toeleveringsketen voor de Duitse industrie. De crisis van 2007-08 vergrootte de ruimte voor autoritaire rechtse populisten in deze landen. Ze speelden in op een gevoel van woede tegen het neoliberalisme en de rol van het westerse kapitaal, dat ze verbonden met nationalisme en autoritarisme. Tegelijkertijd moesten rechtspopulisten sociale beloften doen om hun steun te behouden. 

Als extreemrechts nu bij verkiezingen beter kan scoren dan twintig of dertig jaar geleden, is dat een uiting van een verdere neergang van het kapitalisme, maar ook van het feit dat een echt antwoord van de arbeidersbeweging grotendeels ontbreekt. Oude linkse formaties, zoals de sociaaldemocratie, omarmden de neoliberale dogma’s en verloren steeds meer hun arbeidersbasis. Waar nieuwe linkse formaties werden getest, bleken ze veel beperkingen te hebben, voornamelijk vanwege een gebrek aan vertrouwen in massamobilisatie om een breuk met het kapitalisme en de opbouw van een socialistisch alternatief te bewerkstelligen. Dit falen van links houdt de impasse tussen arbeid en kapitaal in stand en vormt de basis waarop verschillende populistische krachten en extreemrechts kunnen groeien.

In vergelijking met begin jaren 1990 is de militante kern van extreemrechts niet significant groter geworden, toch niet in de vorm van door de partijleiding gecontroleerde militanten. Groepjes in de marge die overgaan tot geweld zijn doorgaans niet stabiel. Schild & Vrienden bijvoorbeeld heeft de tegenwind na de Pano-reportage in 2018 in de realiteit niet overleefd, zelfs indien symbolen ervan blijven gebruikt worden door jongeren en zelfs indien Van Langenhove het als vehikel gebruikte voor zijn persoonlijke ambities die gretig opgepikt werden door het VB. Het omzetten van passieve steun, ook op sociale media, in actieve betrokkenheid verloopt erg moeizaam. Mobilisaties van het Vlaams Belang worden niet fundamenteel groter. De jaarlijkse door het VB gedomineerde IJzerwake vergrijst en krimpt. Langs de andere kant ontstaan er meer mogelijkheden voor het VB om aanwezig te zijn op andere acties, van Covid-complottisten over boerenacties tot protest tegen zinloos geweld. Gelukkig blijft de georganiseerde arbeidersbeweging een no-gozone voor het VB, zoals bevestigd werd met de poging tot aanwezigheid op een zorgbetoging in juni 2023.

Sinds de recessie van 2008 en de grotere ondermijning van de gevestigde partijen, zijn er meer mogelijkheden voor extreemrechts om aan het beleid deel te nemen. In de EU zit extreemrechts in regeringen in Italië (FdI, Lega), Finland (Finnenpartij) en Hongarije (Fidesz), binnenkort mogelijk ook in Nederland met Wilders. Tot voor kort zat het in regeringen in Polen (PiS),  Slovakije (Sme Rodina) en Letland (Nacionālā apvienība, nationale allantie). De Finse regering stelde meteen een besparing van vier miljard euro voor met besparingen op woonpremies en werkloosheidsuitkeringen. Daarnaast moet de werknemer de eerste dag van het ziekteverlof zelf dragen. Een privatisering van de ziekteverzekering wordt aangemoedigd. In Italië schafte de regering-Meloni het burgerinkomen, een soort leefloon, van 160.000 mensen af onder het motto ‘Wie kan werken, moet werken’. De aankondiging door Salvini van een belasting van 40% op de ‘overwinsten’ van Italiaanse banken, leidde meteen tot protest van de ‘markten’ waarop de regering-Meloni moest inbinden. De overwinstbelasting werd geplafonneerd tot 0,1% van de totale bankactiva. “Markten versus Meloni: 1-0”, volgens De Standaard. De regering-Meloni wil migratie met geweld stoppen. Het geweld is reëel, dat blijkt onder meer uit het aantal doden op de Middellandse Zee. Migratie stoppen, doet dit echter niet. Zo kwam op 26 augustus 2023 een recordaantal vluchtelingen op Lampedusa aan: 4.267. Net als VOKA in België is de regering-Meloni voorstander van gecontroleerde migratie: de komende drie jaar wil de regering werkvergunningen uitreiken aan 452.000 migranten van buiten de EU voor de landbouw, toerisme en bejaardenhulp. ‘Voormalig’ VB’er Van Langenhove verweet Meloni al dat ze een “verraadster” is omdat ze de migratie niet stopt en voegde eraan toe dat er andere maatregelen nodig zijn, die hij beter niet in het publiek zou vermelden…

Gevaar

Sociale beloften in de aanloop naar de verkiezingen worden nadien terug opgeborgen of enkel behouden voor abstracte propaganda. Extreemrechtse militanten voelen zich door electorale successen echter gesterkt en gaan sneller over tot geweld. Toen de Lega deel werd van de Italiaanse regering was er een sterke toename van racistisch geweld met in 2018 126 geregistreerde fysieke aanvallen, tegenover 46 in 2017 en 27 in 2016. Dat cijfer is nadien gedaald, maar in 2022 ging het nog steeds om 64 gevallen, waarvan 4 met dodelijke afloop.  

Na de verkiezingsoverwinning van het VB in juni 2019 was er in België een escalatie van racistisch geweld en intimidatie. Extreemrechtse jongeren intimideerden klimaatjongeren op Pukkelpop, mensen met een migratie-achtergrond werden met een racistisch pamflet in Aalst onder vuur genomen, een jonge vrouw werd door racisten aangevallen op een rommelmarkt in Berlaar, een man van Afrikaanse origine werd in elkaar geslagen in Tongeren, een stand van Blokbuster en ROSA op Dranouter werd het slachtoffer van vandalisme.  In november werd brand gesticht in een toekomstig asielcentrum in Bilzen. Het geweld bleef nadien aanhouden met extreemrechtse militanten die zich agressief opstelden, in het bijzonder rond LGBTQIA+ rechten en symbolen. 

Product afbeelding
In onze webshop:
Tegen racisme en fascisme: strijd en solidariteit
€8
Kopen
Delen:
Printen:
Voorpagina van De Linkse Socialist