Leestips voor revolutionairen

In deze periode van feestdagen en hopelijk voor de meesten ook een beetje rust, is het altijd goed om terug te grijpen naar een sterk boek. Hieronder enkele tips op basis van mijn lectuur het afgelopen jaar.

Door Geert Cool

Het voorbije jaar waren er enkele terugkerende thema’s in mijn lectuur. Oorlog en revolutie was er zo één. Eerder deze maand stelden twee burgerlijke economen in een interview met De Standaard nog dat “kantelmomenten van de geschiedenis wel vaker met oorlog en revolutie gepaard gingen.” Ik las interessante boeken over zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog alsook een aantal biografische werken over revolutionairen die aan de Zimmerwald-conferentie deelnamen. Een tweede terugkerend gegeven was lectuur van enkele klassiekers van het marxisme, vooral Marx en ook wat Luxemburg. Verder zaten er ook nieuwe Nederlandstalige boeken in de selectie.

Mijn favoriet dit jaar was ‘Résistance antinazie ouvrière et internationaliste: De Nantes à Brest, les trotskistes dans la guerre (1939-1945)’. Dit boek is opmerkelijk omdat het antifascistisch verzet van een groep marxistische arbeiders in deze regio sterk uitging van de klassentegenstellingen. Dit verzet bestreed niet enkel de bezetting, maar was een onverbiddelijke tegenstander van al wie gebruik maakte van de uitbuiting van de werkende klasse. Het boek toont hoe het nazisme het niet gemakkelijk had om in bezet gebied de arbeidersbeweging te breken. Zo brengt het een voorbeeld van hoe de bezetters arbeiders oppakten om ze als dwangarbeider naar Duitsland over te brengen, maar dat dit op zoveel verzet botste dat een trein met opgepakte arbeiders drie uur nodig had om een afstand van 16 kilometer af te leggen. Spoorpersoneel liet het alarm om de paar honderd meter afgaan. Vanuit de trein zongen de opgepakte arbeiders de Internationale terwijl ze door dorpen en steden afgevoerd werden. Arbeiders gingen in staking waar de trein passeerde. Er waren overigens ook stakingen die succesvol waren en loonsverhogingen opleverden of nog het vertrek van dictatoriale managers.

De trotskisten speelden een actieve rol met pamfletten, die uitgebreid geciteerd worden, en een internationalistische klassenbenadering die zelfs contacten en leden onder Duitse soldaten opleverde en vlak na de oorlog krijgsgevangenen betrok bij de werking. Er zijn nog voorbeelden van dergelijk verzet, zelfs in België waar er in Charleroi in 1942 mijnwerkersstakingen waren die geleid werden door trotskisten. Daarover zijn er helaas amper bronnen terug te vinden, al blijft de hoop dat historici alsnog bronnen naar boven brengen om dit verhaal te brengen. Dit boek vertelt het verhaal van de Tweede Wereldoorlog op een manier die je bijna nergens anders vindt, vanuit het standpunt van de werkende klasse, arbeidersstrijd en de politieke benadering van revolutionaire marxisten.  

In dezelfde periode ondernam de Britse organisatie Workers International League (WIL) een opmerkelijk werk onder arbeiders en ook onder soldaten. Het boek ‘The war and the international: A history of the Trotskyist movement in Britain, 1937-1949’ van Bornstein en Richardson leest erg vlot, Ted Grant over hetzelfde onderwerp in zijn ‘History of British Trotskyism’ is politiek vollediger en een echte aanrader. Ook rond de Tweede Wereldoorlog las ik het Franstalig boek met teksten van Trotski in de aanloop naar de oorlog. Deze selectie door Daniel Guérin werd betwist door historici, onder meer Pierre Broué had er kritiek op omdat Guérin binnen zijn selectie van teksten nog eens een selectie van passages maakte. Als je het niet leest als het laatste woord over de kwestie, kom je er niettemin pareltjes van scherpe analyses in tegen. In ‘Tommorow is ours’ van Charles-Wesley Ervin las ik onder meer de fascinerende geschiedenis van de trotskisten die een stakingsbeweging in Madras (India) leiden op het einde van de Tweede Wereldoorlog. India werd gezien als een zwakke schakel voor het kapitalisme, een schakel die in het protest op het einde van de oorlog zou kunnen breken. De massabewegingen waren er effectief indrukwekkend. Ondanks tegenwerking door de stalinisten (die geen verstoring van het koloniaal bewind wilden) waren er grote betogingen en stakingen in 1942, die navolging kregen in het protest op het einde van de oorlog. Het is tegenover die dreiging van de arbeidersbeweging dat de communautaire verdeeldheid ten top werd gedreven.

Over naar de Eerste Wereldoorlog. Het boek ‘Le mouvement ouvrier pendant la première guerre mondiale’ van Alfred Rosmer is een klassieker. Trotski merkte erover op: “De historische schets van de Franse arbeidersbeweging na de Commune, de voorbereiding van de imperialistische oorlog, het gedrag van de verschillende proletarische organisaties vóór de oorlog en toen deze uitbrak, de keten van verraad door de vakbonds- en parlementaire bureaucratieën, de eerste proteststemmen en de eerste strijdacties, de pogingen tot internationale hergroepering en de conferentie van Zimmerwald – dit is de inhoud van een boek van bijna zeshonderd strak ingebonden bladzijden.” Trotski schreef in 1936 nog in zijn recensie van het boek (althans het eerste deel ervan, het tweede zou pas na de Tweede Wereldoorlog verschijnen): “Elke revolutionaire organisatie moet haar propagandisten dit boek geven om hen te wapenen met waardevolle feiten en argumenten. Er moet een regel komen: iedereen in onze gelederen die het werk van Rosmer niet heeft bestudeerd, mag niet in het openbaar spreken over de oorlogskwestie.” Qua aanbeveling kan dat tellen!

Rosmer was zelf niet op de conferentie van Zimmerwald, waar de marxisten die zich tegen de Eerste Wereldoorlog verzetten samenkwamen. Hij beschrijft de discussies die er plaatsvonden, in het bijzonder vanuit het oogpunt van de Franse activisten. Dit wekte mijn interesse om enkele biografieën over deelnemers aan de Zimmerwaldconferentie te lezen. Helaas dreigde dit op een complete teleurstelling uit te lopen.

De biografische roman van Stefan Heym over Radek, nu ook vertaald in het Engels, was ronduit ontgoochelend. Niet alleen omdat Radek zelf overal net te laat kwam, hij was nog net niet in Rusland in oktober 1917 en was eveneens net niet in Duitsland voor de revolutie daar. Hij hield het ook net niet vol om consistent in te gaan tegen het stalinisme en capituleerde met een oproep aan andere oppositieleden om dat ook te doen. Daarnaast legt Heym wel heel veel nadruk op het persoonlijke leven van Radek. Het boek is ook ontgoochelend omdat Heym controversiële zaken in het midden laat. Zelfs het verhaaltje over het Duitse goud voor Lenin wordt niet echt weerlegd, ook al wijzen alle feiten die Heym aanhaalt in de richting van een fabel. De voorstelling van Rosa Luxemburg als partij-dictator zal bij sommige lezers verbazing wekken. De SDKPiL van Luxemburg en Jogiches was een revolutionaire partij die democratisch centralistisch georganiseerd was. Maar Heym stelt het wel eenzijdig voor als iets brutaal waarbij Radek slachtoffer was van de “ijzeren vuist” van Jogiches en Luxemburg, die dan ook nog eens voorgesteld wordt als het hulpje van Jogiches.

Nog erger was de lectuur van de autobiografie van Angelica Balabanova, ‘Rebel: politieke herinneringen 1869-1938’. Het woord ‘politiek’ is er eigenlijk teveel aan in de titel. Er zal wel een markt zijn voor ex-revolutionairen die cynisch en ontgoocheld natrappen, maar mij boeit het niet. Van een ander kaliber is de biografie ‘Henriette Roland Holst 1869-1952. Liefde is heel het leven niet’ door Elsbeth Etty. Politiek niet bepaald iets dat je moet gelezen hebben, Roland-Holst was ook politiek niet standvastig en kwesties als de suggestie van een affaire met Trotski tijdens Zimmerwald horen eerder thuis in de ‘boekjes’ dan in boeken voor marxisten. Maar ergens heb ik een zwak voor Roland-Holst omdat ze in bombastische taal soms toch eenvoudig een complex gegeven treffend kan samenvatten. Niet voor niets is het een grote dichteres. 

Zoals gezegd was de lectuur van biografieën van Zimmerwald-gangers bijna een complete teleurstelling geworden. Maar dan kwam de Franstalige biografie van Rakovsky door Pierre Broué op de radar. Rakovsky was een internationalist met scherpe inzichten over nieuwe fenomenen, zoals de ontwikkelende oorlog op de Balkan voor WO1 maar ook over de opkomst van het stalinisme. Rakovsky was actief in de Franse beweging, in Roemenië, Bulgarije, hij stond aan het hoofd van sovjet-Oekraïne en gaf mee invulling aan het bolsjewistische standpunt over zelfbeschikking, het standpunt waar Poetin vorig jaar nog hard naar uithaalde. Van de diplomatie naar ballingschap in Siberië, die verandering van omgeving veranderde niets aan de nieuwsgierigheid en werklust van Rakovsky. Hij werd een centrale spil in de Linkse Oppositie. Zeven jaar ballingschap en het aan de macht komen van de nazi’s in Duitsland, zetten hem ertoe aan om uiteindelijk toch te capituleren voor Stalin. Hij werd bedankt met een veroordeling in de Moskouse processen en in 1941 liet Stalin hem neerschieten. Een revolutionair van die kwaliteit, een echte internationalist. Zo iemand mocht van Stalin uiteraard niet overleven. 

Met Rakovsky komen we aan de Derde Internationale. De inleiding op ‘The Communist Womens Movement’ van de reeks ‘The Communist International in Lenin’s Time’  was super boeiend. De vrouwenbeweging staat in deze editie centraal met interessant materiaal over de strijd tegen onderdrukking in de samenleving, maar ook in de beweging. Onder meer Zetkin komt sterk naar voren in dit boek en in de inleiding – het volledige boek heb ik nog niet uit. Haar uitspraak dat strijd tegen onderdrukking een essentiële ‘steunpilaar’ is van de strijd voor maatschappijverandering komt uit dit boek.

Onder de klassiekers herlas ik dit jaar Marx: ‘Armoede van de filosofie’, ‘Loon, prijs en winst’ en ‘Kritiek op het programma van Gotha’. De twee laatste zijn eigenlijk erg toegankelijk en kort, meer brochurestijl. Dergelijke werken zijn essentieel en het niet alleen waard om gelezen te worden, maar ook om herlezen te worden. Twintig jaar na een vorige lectuur ervan haal ik er andere inzichten uit. Om deze werken toegankelijk te houden, brachten we nieuwe goedkope edities ervan uit. ‘Armoede van de filosofie’ is een scherpe weerlegging van het utopisme van Proudhon. Er is een zeker economisch begrip voor nodig. Wat dat betreft, staat volgend jaar hopelijk het zware werk op de agenda. De ‘Grundrisse’ van Marx, nu pas vertaald, is immers in boekvorm beschikbaar.

Naast Marx las ik ook in Luxemburg. Uiteraard ‘Hervorming of revolutie’ en ‘Massastaking, partij en vakbonden’ als voorbereiding op de nieuwe uitgave van die werken in het Nederlands. Maar ook twee exemplaren van de verzamelde werken in het Frans. Vooral het derde deel, over het Franse socialisme, was boeiend. Met een inleiding waarin de rol en ontwikkeling van grote figuren als Jaurès en Guesde wordt toegelicht, is het een goede kennismaking met de eerste stappen van de Franse socialistische beweging. Rosa Luxemburg was uiteraard vlijmscherp en compromisloos tegen opportunisme. De selectie teksten – waarvan veel vertaald door Daniel Guérin – begint met een kort artikel over de antikoloniale strijd, een element dat steevast terugkwam in het werk van Luxemburg maar dat helaas amper bekend is.

Dat brengt ons naadloos bij het beste Nederlandstalige boek dat ik het voorbije jaar las: ‘In het spoor van Fanon’ van Koen Bogaert. De Haïtiaanse revolutie is ongemeend boeiend als voorbeeld van een opstand tegen koloniale onderdrukking. CLR James schreef er de klassieker ‘Black Jacobins’ over, een schitterend maar ook wel moeilijk boek omdat het veel nieuwe informatie bevat uit een tijdperk en een regio die niet algemeen bekend zijn. Dat ligt niet aan CLR James maar aan de wel erg eenzijdige invulling van de geschiedenis die we hier leren en lezen. Bogaert brengt terecht eerherstel voor CLR James binnen de linkerzijde, legt uit hoe antikoloniaal verzet klassenstrijd was en linkt dat met de situatie vandaag. Zo’n boek moet zo breed mogelijk gelezen worden! CLR James speelde overigens een actieve rol in de Britse en Amerikaanse trotskistische beweging voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, zijn discussies met Trotski zijn nadien in artikelvorm verschenen.  

Antikoloniaal verzet wordt door sommigen vandaag afgedaan als onaanvaardbaar ‘woke’. De luidste roepers voor een verbod op pakweg Queen Nikkolah en de verbanners van boeken uit Amerikaanse bibliotheken en scholen, menen immers dat het om ‘cancelculture’ gaat. De woke-lectuur leverde behalve het vreselijke boekje van De Wever ook het hoogst amusante boek ‘Woke is het nieuwe Marrakech-pact’ van Tom Lanoye op. Dat is geen politiek afgewerkt antwoord op De Wever, die zelf evenmin een grondige analyse brengt maar zich beperkt tot anekdotiek en halve waarheden en dat opblaast tot ‘woke’. Het boekje van Tom Lanoye is echter bijzonder behapbaar en grappig. Vul de lectuur ervan aan met onze politieke commentaar op De Wever.

Hoe hou je een artikel over interessante lectuur zo kort als hierboven het geval is? Door tijdens het schrijven naast de computer een stapeltje boeken te leggen die de komende maanden op het lijstje staan. De 150 pagina’s tellende inleiding van Arundhati Roy op Ambedkars’ ‘Annihilation of Caste’ ligt bovenaan, naast ‘CLR James and revolutionary marxism’ en ‘Marx in the anthropocene’ van Kohei Saito. De ‘Complete works of Eleanor Marx’ steken mijn ogen uit, de ‘Grundrisse’ van Marx is pas uit en er is ook recent Nederlandstalig materiaal zoals ‘De mythe van normaal’ van Gabor Maté en de aangrijpende roman ‘Een klein detail’ van Adania Shibli over Palestina. Januari is bovendien Lenin-maand, 100 jaar na zijn dood. Tijd om ‘Imperialisme als hoogste stadium’ en ‘Staat en revolutie’ terug boven te halen, maar ook het boek ‘Lenins last fight’. Veel leesplezier!

Delen:
Printen:

Steun ons: plaats uw boodschap in onze mei-editie!

Voorpagina van De Linkse Socialist

Uw boodschap in onze mei-editie