Recensie. Fascinerend boek over het arbeidersverzet van trotskisten in Bretagne

Over de Tweede Wereldoorlog zijn er veel boeken verschenen. Recent is er ook opnieuw meer aandacht voor de rol van het antifascistisch verzet. Dat wordt soms over één kam geschoren, terwijl er grote politieke verschillen waren binnen het verzet. Het boek ‘Résistance antinazie ouvrière et internationaliste: De Nantes à Brest, les trotskistes dans la guerre (1939-1945)’ van Robert Hirsch, Henri Le Dem en François Preneau (uitgegeven door Syllepse in Frankrijk) brengt een specifieke politieke visie binnen dat verzet: een consequent revolutionaire en internationalistische strekking.

Door Geert Cool

Het verzet van de groep trotskisten in Bretagne was gericht op de arbeidersklasse en zocht bewust naar steunpunten onder gewone Duitse soldaten die clandestien antifascist waren. Tegen het einde van de oorlog was er effectief een werking met een kern van Duitse soldaten die meewerkten aan het illegale blad ‘Arbeiter und Soldat’ en de vier nummers van ‘Arbeiter im westen’ die telkens op 150 tot 200 exemplaren verdeeld werden in Brest.

Van juli 1943 tot december 1944 werden een twintigtal edities van het blad ‘Front Ouvrier’ verdeeld in de fabrieken en werkplaatsen van Brest, Nantes en de regio. In ‘Front ouvrier’ werden de problemen van de werkenden besproken en gekoppeld aan de noodzaak van collectieve actie tegen de bazen, ook de Franse kapitalisten die gewillig voor de Duitsers werkten. Er werd gewaarschuwd dat het antifascistisch verzet niet zomaar mocht leiden tot een machtsoverdracht aan andere kapitalisten die dezelfde uitbuiting op ‘democratische’ wijze zouden verderzetten. “We laten ons geen chefs in dienst van de burgerij van Londen  of Washington opleggen, die strijden voor de ‘bevrijding’ door in hun concentratiekampen duizenden Noord-Afrikanen, militante arbeiders en antikoloniale activisten op te sluiten. We verzetten ons voor onze eigen rekening,” merkte ‘Front Ouvrier’ op.

In 1942 waren er razzia’s om Franse arbeiders te deporteren en tot dwangarbeid in Duitsland te verplichten. De oorlogsmachine had die dwangarbeid nodig. Het verzet hiertegen was groot. In een pamflet schreven de trotskisten in Brest: “Elke dag roepen de Hitler-aanhangers de overwinning uit in hun kranten, maar na drie maanden van ‘triomf’, moeten ze nu beroep doen op dwangarbeid. (…) Overal waar het mogelijk is, moeten we het collectief verzet organiseren, in de fabrieken, op de werkplaatsen, in de stations. We moeten ervoor zorgen dat de nazi’s overal weten dat de werkende massa’s solidair zijn met de aangeduide arbeiders. De nazi’s moeten weten dat de Franse arbeiders in Duitsland niets zullen ondernemen tegen hun Sovjet-broeders maar alles om de oorlogsmachine van Hitler te saboteren. We zullen onze vrijheid niet heroveren door onderwerping maar door strijd.” Er werd op gewezen dat de bewuste arbeiders weten dat ze maar één vijand hebben: het internationale kapitalisme.

De opeisingen leidden tot stakingen en als er uiteindelijk een groep arbeiders op een trein werd gezet, bleven die strijdbaar. Met opgeheven vuisten zongen ze de Internationale terwijl ze aan een erg traag tempo werden weggevoerd. Sneller ging niet omdat er steeds weer alarmsignalen waren, geactiveerd door sympathiserend spoorpersoneel. De trein deed er drie uur over om 16 kilometer af te leggen. La Vérité, de illegale krant van de Franse trotskisten, merkte op dat er ook in Duitsland protest was. “Duitse vrouwen protesteerden door zich op de rails te leggen.” In de zomer van 1943 stelde het clandestiene krantje ‘Front Ouvrier’ dat slechts 12% van de opgeëiste arbeiders uit Nantes dat jaar effectief was vertrokken. De jonge arbeiders rebelleerden en doken onder.

Er waren stakingen, zoals op 11 november 1943 ter herdenking van de Wapenstilstand in 1918, waarbij duizenden arbeiders het werk neerlegden. Een pamflet van ‘Front Ouvrier’ in L’Arsenal d’Indret waarin bekendgemaakt werd dat de directeur 1000 francs per gedeporteerde arbeider kreeg, zorgde voor zoveel ophef dat de directeur, steevast “admiraal-slavenhandelaar” genoemd, overgeplaatst werd.

‘Front Ouvrier’ vertrok steeds van een klassenonderscheid, ook in de gevolgen van de oorlogsdaden. Terwijl de rijken zich veilig konden schuilhouden, werden de arbeiders het slachtoffer van bombardementen. Ook de geallieerde bombardementen hielden lelijk huis in Nantes en omgeving. ‘Front Ouvrier’ wees erop dat er niet omgekeken werd naar de burgerbevolking. “Onder het mom van de vernietiging van militaire doelwitten of om de Duitsers te verjagen, werden 3000 inwoners van Nantes afgeslacht en werd de stad met de grond gelijk gemaakt. Churchill en Roosevelt voeren geen oorlog om de Franse arbeiders van de ellende en de slavernij te bevrijden. (…) Ze voeren oorlog om de haaien van het Duitse financiekapitaal te onderwerpen omdat ze de financiële hegemonie van Londen en Washington over Europa en de wereld bedreigden. (…) Ze voeren oorlog om te weten wie de heerser over de wereld zal zijn: het Angelsaksische kapitalisme of het Duitse kapitalisme. In die oorlog tussen kapitaal wordt niet omgekeken naar de arbeiders. (…) De arbeiders willen brood, vrede en vrijheid. Ze kunnen enkel op zichzelf rekenen om dit af te dwingen door een harde strijd tegen de kapitalisten die enkel ellende en bloedbaden te bieden hebben.” Daarbij werd gewezen op het Italiaanse voorbeeld waar een algemene staking het regime van Mussolini aan de kant schoof en er werd opgeroepen tot eenheid van de werkende klasse, “van de Amerikaanse mijnwerkers tot de Griekse arbeiders, van de Portugese arbeiders tot de Britse staalarbeiders.” Er werden concrete eisen gesteld zoals betonnen schuilplaatsen, kantines voor arbeiders die hun huis verloren waren en dubbel loon. “Dat het geld gezocht wordt bij de oorlogswinsten,” merkte ‘Front Ouvrier’ nog op.

Er werd steevast opgekomen voor brood, vrede en vrijheid. Bij de ordewoorden werd nadruk gelegd op de noodzaak van arbeiderscontrole op de middelen en de productie, als opstap naar bevrijding door de werkende klasse zelf. Dat vertrok vaak van erg directe eisen zoals een hogere bijdrage voor de aanschaf van maaltijden in de kantines, controle op de kantine zodat de kwaliteit van het eten zou verbeteren of nog dat de volledige voorraden naar de arbeiders zouden gaan. Toen de kantine van Batignolles 680 liter wijn kreeg terwijl de 600 gebruikers elk maar een kwart liter kregen, vroeg ‘Front Ouvrier’ waar de overige 530 liter naartoe waren… “Het is uiteraard niet het keukenpersoneel dat hiervoor verantwoordelijk is, maar de gerant,” merkte het vlugschrift nog op. De uitgebreide citaten uit de pamfletten geven een beeld van het klassenkarakter van het trotskistisch verzet. Ze geven ook aan dat er een grote invloed uitging van wat een kleine groep revolutionaire activisten was.

Het verzet stond sterker met een internationalistische benadering. Dat kan evident lijken, maar de nationalistische strekkingen (inclusief de stalinisten) scheerden alle Duitsers over dezelfde nazi-kam. Nochtans merkte ‘Front Ouvrier’ op dat het verzet gebaat was bij een passieve of zelfs een steeds actievere antifascistische houding van de gewone Duitse soldaten. “Beschouw hen niet als ‘vuile moffen’, we strijden tegen dezelfde gemeenschappelijke onderdrukker: Hitler.” Op het hoogtepunt waren er 27 Duitse soldaten betrokken bij het netwerk van de Franse trotskisten in Bretagne en een tiental van hen nam regelmatig deel aan vergaderingen. In de pamfletten aan de Duitse soldaten werd opgeroepen om de jonge Franse arbeiders te helpen in hun verzet tegen deportaties of werd ingegaan op de situatie van de Franse arbeiders. Dodelijke repressie door de nazi-machine maakte een einde aan deze werking: verschillende soldaten werden gefusilleerd en ook de Duits-Joodse militant Martin Monath, die deel uitmaakte van de leiding van de Vierde Internationale en actief meewerkte aan de pamfletten voor de Duitse soldaten, werd in 1944 opgepakt en vermoord door de Gestapo.

Dit boek maakt duidelijk dat de nazi’s in de bezette gebieden op een sterk arbeidersverzet botsten. In eigen land hadden ze de arbeidersbeweging met de grond gelijk gemaakt, maar in Frankrijk, België, Nederland en elders botsten ze op verzet, inclusief met stakingen. Revolutionaire militanten speelden daar een actieve rol in. Denk aan de ‘staking van de 100.000’ in België in 1941 of nog de mijnwerkersstaking van 1942 in Charleroi, geleid door trotskisten die in de grote mijnwerkersstaking van 1932 en in de algemene staking van 1936 een sterke positie hadden uitgebouwd. De staking van 1942 was kleinschalig, maar toonde de impact van de revolutionaire marxisten.

Een gedetailleerde beschrijving van het arbeidersverzet van Franse trotskisten biedt niet alleen een beeld van hoe dit georganiseerd was, maar ook van de politieke benadering. Dit boek vertelt het verhaal van de Tweede Wereldoorlog op een manier die je bijna nergens anders vindt, vanuit het standpunt van de werkende klasse, arbeidersstrijd en de politieke benadering van revolutionaire marxisten. Het benadrukt de steunpilaar van de concrete klassenstrijd in het revolutionair verzet tegen oorlog.   

‘Résistance antinazie ouvrière et internationaliste: De Nantes à Brest, les trotskistes dans la guerre (1939-1945)’ door Robert Hirsch, Henri Le Dem en François Preneau, uitgegeven door Syllepse in september 2023.

Delen:
Printen:

Steun ons: plaats uw boodschap in onze mei-editie!

Voorpagina van De Linkse Socialist

Uw boodschap in onze mei-editie