Onderwijsvakbonden voeren actie tegen hoge werkdruk, berichtte het persagentschap Belga op 15 september. Ondertussen vonden al acties plaats aan de Howest, Hogeschool Gent en Arteveldehogeschool en andere. De voorziene acties zijn eerder van symbolische aard. Er worden pamfletten uitgedeeld waarin het gebrek aan middelen wordt aangekaart en in sommige hogescholen geven docenten tijdens hun eerste les uitleg aan de studenten over de gevolgen van het tekort aan middelen in het hoger onderwijs.

LSP en de Actief Linkse Studenten steunen het protest ten volle. Wij voeren al jaren campagne tegen de besparingen in het onderwijs, het nieuwe financieringsmodel voor het hoger onderwijs en het tekort aan middelen doordat de financiering achterblijft op de stijgende studentenpopulatie. Het pamflet dat de Actief Linkse Studenten aan diverse hogescholen uitdeelt, vindt u hier (pdf). Het vakbondspamflet vind je hier (word).

Waarom zijn er te weinig middelen?

In 1980 bedroegen de middelen voor het onderwijs nog 7% van het BNP. Sindsdien werd een politiek van besparingen gevoerd, waardoor ze nog slechts 5,5% van het BNP bedragen. Nadat de overheid eerst had beloofd om de middelen voor onderwijs op te trekken, besliste ze in 2009 om opnieuw 1,27% te besparen. Daar komen bovendien extra besparingen bij, zoals de aanwendingspercentages in het leerplichtonderwijs (dit wil zeggen dat je i.p.v. 100% middelen bijvoorbeeld maar 98% krijgt) of de onderindexering van de enveloppen voor het hoger onderwijs. Door die onderindexering is de enveloppe voor de universiteiten nu minder dan 90% waard van die in 1991, het jaar dat de enveloppenfinanciering werd ingevoerd.

De minister beweert in de pers dat de overheid voorziet in een drastische verhoging van de middelen voor het hoger onderwijs, namelijk 225 miljoen euro. Dat kan veel lijken, maar hij verzwijgt drie zaken. Ten eerste is de verhoging uitgesmeerd over een periode van meer dan 10 jaar. De volle 225 miljoen euro krijgt men pas in 2024! Ten tweede compenseert die stijging nauwelijks de onderfinanciering, zodat men in 2024 terug op het niveau staat van 1991 op voorwaarde dat de middelen vanaf nu wel correct geïndexeerd worden. Wij hebben daarover onze twijfels. Ten derde verzwijgt de minister ook dat de stijging absoluut niet evenredig is met de stijging van het aantal studenten. Volgens De Standaard steeg het aantal studenten in de hogescholen tussen 1997 en 2009 met 37% en het aantal lectoren maar met 11%. Aan de universiteiten steeg de studentenpopulatie in diezelfde periode met 29% en het onderwijzend korps maar met 3%. De rectoren zeggen minstens 10 tot 20% extra professoren nodig te hebben om kwaliteitsvol onderwijs te kunnen verstrekken.

Haal het geld waar het zit?

De voorzitter van de Leuvense associatie heeft het ei van Columbus gevonden. Wie denkt dat Oosterlinck ervoor pleit dat de bedrijven nu eindelijk eens belastingen gaan betalen zoals iedereen of de rijken een extra duit in het zakje mogen doen, is eraan voor de moeite. De ex-rector van de KUL pleit voor de verhoging (verdubbeling) van het inschrijvingsgeld. Daarmee zou Vlaanderen dan dezelfde weg opgaan van onze buurlanden waar het inschrijvingsgeld jaar na jaar stijgt en in Engeland ondertussen tot 13.000 (jawel dertienduizend) euro bedraagt. Anderen pleiten ervoor om het aantal studenten te beperken. Wie niet slaagt voor een toelatingsexamen komt er niet in. Maar in het verleden hebben dergelijke systemen al bestaan en bewezen dat ze vooral extra financiële hinderpalen opwerpen voor jongeren uit gewone gezinnen. Wie veel geld heeft, koopt zich wel een plaats aan de unief en in ruil voor de gulle sponsoring krijgt de papa dan een gebouw naar hem genoemd. U denkt dat we overdrijven? Wel ga dan eens kijken in de VS.

De ALS zullen in de komende week verder campagne voeren tegen de besparingen en roepen de studenten op om de vakbonden te vervoegen in hun protesten tegen besparingen en voor meer middelen.

Hoe de strijd organiseren?

Hoewel we het alleen maar kunnen toejuichen dat de vakbonden actie voeren, stellen sommigen zich toch wel vragen bij de aanpak zowel inhoudelijk als qua tactiek. Inhoudelijk zegt het pamflet dat de vakbonden uitdelen aan de hogescholen heel weinig. Er wordt enkel gesproken over de professionele bacheloropleiding terwijl de problemen zich voor doen in het hele hoger onderwijs. En er wordt niet gesproken over de besparingen in de onderzoeksector die de universiteiten zwaar treft.

Over het nieuwe financieringsmodel dat sinds 2008 in voege is in het Vlaams hoger onderwijs spreekt men niet. Nochtans is het dat model, dat aan de basis ligt van de steeds hoger wordende werkdruk in het hoger onderwijs. Sinds 2008 worden de instellingen gefinancierd op basis van hun output en niet langer op basis van het aantal ingeschreven studenten. Dit mechanisme dwingt de universiteiten en hogescholen om steeds meer studenten te laten afstuderen, steeds meer artikels te publiceren en steeds meer onderzoeksprojecten binnen te halen. Maar omdat het totale budget gelijk blijft en enkel herverdeeld wordt op basis van het aandeel in de output, zien we dat iedereen meer presteert maar dat enkel diegenen die boven het gemiddelde zitten worden beloond en de anderen zelfs financieel worden afgestraft. Elke docent is een concurrent geworden van zijn collega. Bevorderingen gaan immers naar diegene met de meeste output. Waarom zou je nog samenwerken, als je daar eigenlijk voor wordt gestraft?

Qua tactiek hebben we toch ook wel onze bedenkingen. Er wordt nergens een gemeenschappelijk (voor hogescholen en universiteiten) eisenplatform aangeboden. Door eenzijdig te focussen op de professionele bachelors dreigt men het personeel in het hoger onderwijs te verdelen, in plaats van samen ten strijde te trekken voor meer middelen.De overheid is altijd kampioen geweest om hogescholen en universiteiten tegen elkaar uit te spelen. Vakbonden mogen niet in die val trappen.

Tenslotte is de aanpak ook voor discussie vatbaar. Op dit moment geven de vakbonden de indruk op een rommelige manier actie te voeren in gespreide slagorde. Er zijn nauwelijks personeelsvergaderingen geweest om de problematiek aan te kaarten en het personeel op te roepen tot actie. Het lijkt alsof de actie wordt beperkt tot enkele afgevaardigden. Er wordt ook geen oproep gedaan naar de studenten om de docenten concreet te steunen. Nochtans is dat de manier om de overheid tot andere gedachten te dwingen. In Frankrijk kent men een lange traditie van gemeenschappelijke strijd tussen studenten en personeel en bereikt men veel betere resultaten dan met de beperkte symbolische acties in Vlaanderen.