100ste verjaardag van de Linkse Oppositie 

De eerste stappen in de open strijd tussen revolutionaire marxisten en antirevolutionaire bureaucratische krachten

15 oktober 1923. Een groep van 46 prominente Sovjetleiders stuurt een verklaring naar de leiding van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Ze bekritiseerden de economische tekortkomingen van de partij en riepen op tot het herstel van de democratie in de partij. De gebeurtenis markeerde de eerste stappen in het organiseren van verzet tegen de totalitaire stalinistische fractie. Deze 46 Sovjetleiders waren sleutelfiguren die samen met Lenin en Trotski de uitgebuite massa’s aan de macht brachten tijdens de Russische Revolutie van 1917.   

door Nicolas Croes

Het isolement van de revolutie, bakermat van de opkomende bureaucratie 

Sindsdien is er alles aan gedaan om deze titanenstrijd voor te stellen als een eenvoudige botsing van persoonlijkheden tussen Trotski en Stalin. In werkelijkheid ging het om een sociaal conflict waarin de politieke vertegenwoordigers van de nieuwe geprivilegieerde staat haast hadden om hun positie te consolideren en daarbij tegenover de communisten kwamen te staan die de ontevredenheid van de arbeidersklasse weerspiegelden. Uiteindelijk draaide het debat om het lot van de arbeidersstaat zelf. 

De jonge Sovjetrepubliek had een achtergebleven economie geërfd van het voormalige tsaristische regime (het volstaat te zeggen dat de lijfeigenschap pas in 1861 was afgeschaft…) en was verwoest door zowel de Eerste Wereldoorlog als de burgeroorlog. De Britse, Franse, Amerikaanse, Canadese, Japanse, Roemeense, Poolse, Griekse, Tsjecho-Slowaakse en Italiaanse regeringen hadden aanzienlijke middelen ingezet om de contrarevolutionaire Russische legers (de ‘Witten’) te helpen en het regime dat uit de revolutie was voortgekomen (de ‘Roden’) omver te werpen. De revolutie kwam als overwinnaar uit het conflict, maar stond helemaal alleen. Bij gebrek aan een revolutionaire partij die gedurende vele jaren naar het evenbeeld van de Bolsjewistische partij was gesmeed, waren revoluties en arbeidersopstanden in andere landen in een patstelling geëindigd. 

Trotski legde uit dat de Sovjet-bureaucratie “des te machtiger werd, naarmate de slagen, die de wereldarbeidersklasse troffen, heftiger werden. De nederlagen van de revolutionaire bewegingen in Europa en Azië ontnamen de sovjetarbeiders langzamerhand het geloof in hun internationale bondgenoten. In het binnenland heerste al die tijd bittere nood. De dapperste en meest opofferende vertegenwoordigers van de arbeidersklasse kwamen in de burgeroorlog om het leven of stegen enige treden hoger en pasten zich voor het grootste deel bij de bureaucratie aan, waarbij zij hun revolutionaire geest inboetten. Moe van de verschrikkelijke inspanning van de revolutiejaren, de perspectieven verliezend, verbitterd door een gehele reeks van ontgoochelingen, viel de brede massa in de passiviteit.”1

1923: een keerpunt

De problemen van bureaucratisering in de staat en de partij waren niet nieuw en hadden Lenin al sinds 1922 beziggehouden. Hij had Trotski voorgesteld een blok te vormen om het bureaucratisme te bestrijden, maar de verwezenlijking van deze plannen werd doorkruist door een ernstige ziekte die Lenin in december 1922 trof.2 Tegelijkertijd maakte het Sovjetsysteem een diepe crisis door. In de zomer en herfst van 1923 werden de industriële centra getroffen door een stakingsbeweging. In oktober liep het aantal stakers op tot 165.000 (in Moskou, Petrograd, Saratov, de mijnen van Donbass en Charkov, enz.) De onvrede ging vooral over lonen, maar ook over administratieve willekeur. 

Op 8 oktober 1923 stuurde Trotski een brief naar het Centraal Comité van de partij. Daarin hekelde hij dat “het regime dat is ingesteld (…) veel verder afstaat van arbeidersdemocratie dan het hardvochtigste regime van het oorlogscommunisme.” Een week later ging de ‘Verklaring van de 46’ in dezelfde richting. De partijleiding rond Stalin, Zinovjev en Kamenev beweerde dat de economische problemen, de sociaal-politieke crisis en de interne crisis van de partij verzinsels waren van Trotski. Toch moest enig debat erover toegelaten worden. Daaruit bleek dat er een brede steun was voor Trotski en de ‘46’. 

“Het enige wat jullie kunnen doen is met je hoofd tegen de muren bonken”

Paniekerig en zich ervan bewust dat de discussie niet in haar voordeel was, onderdrukte het apparaat snel elk kritisch standpunt. Op het 13de partijcongres in januari 1924, waarvoor de afgevaardigden zorgvuldig geselecteerd waren, wilde de leiding elke discussie stoppen. De oppositie won veel stemmen en haalde zelfs een meerderheid in Tsjeljabinsk, Tsjita, Chabarovsk, Vladivostok, de Krim, Kiev, Kazan, Rjazan, Simbirsk, Kaluga en vele andere plaatsen. Maar er werd voor gezorgd dat er amper afgevaardigden van de oppositie naar het congres konden gaan. Het bureaucratische regime had zijn meest complete totalitaire vorm nog niet ontwikkeld in Moskou of Petrograd, maar in de provincies regeerde de partijbureaucratie al bijna onbetwist. Een communist uit Koersk vatte het zo samen: “De pers is in hun handen, de politie, en het enige wat je kunt doen is je hoofd tegen de muur slaan. Overal waar je kijkt is er verontwaardiging, maar tegelijkertijd angst.”3

Naast het selecteren van de afgevaardigden was er ook sprake van vervalsingen. In hun memoires leggen voormalige medestanders van Stalin uit hoe die laatste op een bepaald moment zei: “Nu maakt het niet uit wie stemt en hoe, maar wat extreem belangrijk wordt, is wie de stemmen zal tellen en hoe.”4 Boecharin schreef in die tijd ook aan Zinovjev, toen ze nog in de gratie van Stalin waren: “Ik vraag je om de omvang, het karakter en de kracht van de overwinning niet te overschatten. We hebben echt gewonnen in Moskou. We hadden het hele apparaat in handen. We hadden de pers, etc. (…) Maar de oppositie in Moskou bleek behoorlijk groot te zijn, om niet te zeggen de meerderheid.”5

Er waren niet alleen bureaucratische manoeuvres nodig om deze overwinning te behalen, het resultaat moest ook nog aanvaard worden door de massa’s en de basis van de partij. 

In 1923 kwam er een einde aan het revolutionaire proces in Duitsland. In juli had een algemene staking de regering weggeveegd. Op bevel van Moskou organiseerde de Duitse Communistische Partij vervolgens een debacle van een kunstmatige poging tot revolutie. Nadat de Russische partij al zes jaar wachtte op de verspreiding van de revolutie leidde de nederlaag in Duitsland tot ontmoediging en apathie. Een jaar later gaf Stalin zijn eerste overwinning op de oppositie een ideologische inhoud met het idee van de mogelijkheid om ‘het socialisme in één land’ op te bouwen.

Dit is slechts één episode uit de vastberaden strijd van de revolutionaire marxisten tegen de opkomende bureaucratische dictatuur. Het is een belangrijk moment, onder meer als antwoord op diegenen die het stalinisme als een ‘natuurlijk’ gevolg van Lenin en de revolutie voorstellen. Het is daarnaast een uitnodiging om met ons de strijd van Trotski en de ‘46’ voor democratisch socialisme voort te zetten.

Lees ook: Documenten van de Linkse Oppositie (op marxists.org)

Meer weten? Lees Trotski’s analyse over hoe het stalinisme kon opkomen en wat het betekende in zijn werk ‘De Verraden Revolutie’

Product afbeelding
In onze webshop:
Leon Trotski: ‘De verraden revolutie’
€15
Kopen
  1. Leon Trotski, ‘Waarom heeft Stalin over de oppositie gezegevierd?’, artikel uit 1935. Online op: https://www.marxists.org/nederlands/trotski/1935/1935waarom_stalin.htm ↩︎
  2. Zie het boek ‘De laatste strijd van Lenin’ van Moshe Lewin, waarvan een Nederlandse vertaling in 1971 verscheen.  ↩︎
  3. Cahiers Léon Trotsky n°54, « Naissance de l’Opposition de gauche », december 1994. ↩︎
  4. Cahiers Léon Trotsky n°54, « Naissance de l’Opposition de gauche », december 1994. ↩︎
  5. Cahiers Léon Trotsky n°54, « Naissance de l’Opposition de gauche », december 1994. ↩︎
Delen:
Printen:
Voorpagina van De Linkse Socialist