Verslag internationale leiding CWI: leidt de overwinning van Bush tot een nieuwe wereldwanorde?

Het Comité voor een Arbeidersinternationale (CWI), dat over afdelingen in 36 landen beschikt en waarvan LSP/MAS de afdeling in België is, heeft in de derde week van november een vergadering van het Internationaal Uitvoerend Comité gehouden. De afgevaardigden, afkomstig uit alle continenten, discussieerden over de politieke en economische wereldsituatie en werkten perspectieven voor de meest waarschijnlijke ontwikkelingen uit.

Vincent Devaux

Tweede ambtstermijn voor Bush

De actualiteit wordt vooral gedomineerd door de Amerikaanse verkiezingen. Bush werd herverkozen, ondanks het feit dat hij ongetwijfeld de meest gehate VS-president sinds lang is. Maar hoewel hij de verkiezingen heeft gewonnen, is zijn steun afgebrokkeld en staat hij mijlenver van de 90% steun die hij in peilingen kreeg na de aanslagen van 11 september.

Kerry stelde geen enkel alternatief voor op de politiek van Bush. De “allesbehalve Bush”- campagne is er enkel in geslaagd de steun voor Ralph Nader (- 1%) in te perken, de enige kandidaat die een programma voorstelde dat de belangen van de onderdrukte en uitgebuite lagen verdedigde.

Een groot deel van de stemmen zijn niet uitgebracht op basis van de buitenlandse politiek (Irak) en zelfs niet de binnenlandse politiek, maar veeleer op basis van traditionele morele waarden, door Bush naar voor gebracht met de hulp van de evangelisten. De onzekerheid over de politieke lijn in het tweede mandaat van Bush is nu verleden tijd. We stellen vast dat hij zijn agressieve politiek zal verderzetten. Hij heeft reeds verklaard dat hij een defensiebudget van 2.200 miljard $ wil tot in 2008, evenals een verdere belastingsverlaging op de winsten.

Wereldeconomie aangevoerd door de VS en China op losse schroeven

Bush zal rekening moeten houden met een begrotingstekort en een kolossaal handelstekort. De financiering van die schuld gebeurt via de uitgifte van kasbons. Drie kwart van de investeringen in kasbons door buitenlandse banken komt uit Azië, vooral China en Japan. Als de groei in de VS in 2004 4,4% bedroeg, is dat deels te wijten aan de voortdurende verlaging van de rentevoeten (van 6,25 naar 1,25% in enkele jaren), wat aanzette tot overconsumptie en leidde tot het ontstaan van een immobiliën-zeepbel. De belastingsverlaging – voor de rijksten – in het begin van zijn eerste legislatuur en de oorlog in Irak, waardoor de zakken van de wapenproducenten gevuld werden, ondersteunde eveneens de groei.

De daling van de waarde van de dollar stelde Bush in staat de V S – schuld kunstmatig te verminderen en tegelijkertijd gemakkelijker naar het buitenland te exporteren – en dus met andere woorden de crisis te exporteren. Maar deze ontwaarding van de dollar ondermijnt het vertrouwen van de investeerders die beginnen mikken op andere deviezen, zoals de euro.

De belangrijke economische groei in China gedurende de laatste jaren (met een jaarlijkse groei rond de 9%) kan haar karakter van groeiende ongelijkheid tussen de verschillende Chinese provincies niet verbergen. Het binnenland, vooral plattelandsgebied, blijft zeer arm.

De centrale macht probeert de opening van de Chinese economie naar het kapitalisme te controleren om de implosie te vermijden die toesloeg in Rusland na de transitie. Maar de Chinese economie, door zijn politiek van export van goederen en import van energie en grondstoffen, is zeer gevoelig voor de Amerikaanse economie en voor veranderingen in de rentevoeten: een verhoging van de rentevoet zal impact hebben op de Chinese groei. Anderzijds vertraagt China de investeringen in de VS-schuld, ondanks het feit dat de massale aankoop van Amerikaanse staatsbons de groei in de VS toelaat en dus ook de Chinese export naar de VS, omdat ze ook haar investeringen in de energiesector wil diversifiëren om haar bevoorrading te verzekeren.

Deze twee economieën zijn sterk verbonden en gelden vandaag als de motor van de wereldeconomie, maar ze houden zichzelf kunstmatig recht en kunnen elk moment als een kaartenhuisje ineenstorten. We waren de laatste maanden getuige van een stijging van de petroleumprijs tot boven de 45$ per vat. Dit was te wijten aan een combinatie van enerzijds een stijgende consumptie en anderzijds aan de instabiliteit van de meeste producerende landen: Irak dat zijn oude productie niet kan herstellen, politieke instabiliteit in Venezuela, herhaalde stakingen in Nigeria, de Joekos-affaire,…

Bovendien werden de laatste jaren zeer weinig nieuwe oliebronnen gevonden en de huidige installaties zijn niet voldoende ontwikkeld – experten denken dat 15 jaar nodig zal zijn om de situatie te herstellen.

Ook de staalproductie op wereldvlak staat onder druk van de Chinese vraag. Die stijging van de grondstoffenprijzen heeft onmiddellijke gevolgen voor de prijs van consumptiegoederen en beperkt de koopkracht van de bevolking, zelfs in producerende landen als Irak en Nigeria, die ruwe olie exporteren, maar geraffineerde producten moeten importeren.

Het kapitalisme draagt de oorlog in zich zoals een wolk de storm in zich draagt. (Jaurès)

De Amerikanen beschikken niet over de middelen om hun ambitie als politieman van de wereld waar te maken. Als ze zeggen dat de verovering van Falluja een overwinning is, weliswaar ten koste van 200.000 mensen die door het geweld de stad zijn ontvlucht, dan is het duidelijk dat het eerder een nederlaang is en dat het verzet steeds beter georganiseerd is. Het risico op een burgeroorlog is ook niet uitgesloten als de Soennieten niet vertegenwoordigd zijn in het parlement. De oorlogspolitiek van de regering Bush is verantwoordelijk voor de hervatting van de wapenwedloop. Noord-Korea en Iran, die bezig zijn met het ontwikkelen van kernwapens, staan onder druk van het westen.

Een militaire interventie in Iran is niet uitgesloten maar er zijn veel obstakels. Iran heeft verschillende contracten voor de levering van aardgas aan landen zoals China en nauwe economische banden met o.a Rusland. Iran is in volle economische groei, wat niet het geval is met Irak na een oorlog en meer dan 10 jaar embargo. Iran heeft ook een bevolking die 3 keer groter is en qua oppervlakte is het zelfs 4 keer groter dan Irak. Een militaire interventie is dus moeilijker dan in Irak. De regering Bush moet ook rekening houden met het groeiend ongenoegen binnen het Amerikaanse leger en de bevolking. Een interventie in Noord-Korea kan uitmonden in een regionale oorlog door de nabijheid van Zuid-Korea en China.

Een verhoging van de klassenstrijd

In Nigeria zijn er al 7 algemene stakingen tegen de verhoging van de olieprijzen geweest sinds het einde van de militaire dicatuur. Sinds Obasanjo in 1999 aan de macht is gekomen, voert hij een harde politiek van privatisering en liberalisering van openbare diensten.

In China is er een toename van de sociale strijd. In Wanzhou is er een betoging geweest van 40 à 50.000 mensen nadat een arbeider was neergeknuppeld door een overheidsfunctionaris. In een textielbedrijf dat werd geprivatiseerd, is er een staking geweest van 7 weken. 7.000 mensen protesteerden tegen de ontslagen en de nieuwe arbeidsomstandigheden, iets wat sinds 1949 niet meer is gebeurd. Er was ook een bezetting van een dam door 40 à 100.000 boeren nadat een betoger was gedood. De politie had geen andere keuze dan zich terug te trekken.

In Latijns-Amerika gebruiken de meeste regeringen een anti-liberale retoriek. In Colombia was er de verkiezingsoverwinning van een sociaal-democraat na meer dan 100 jaar van conservatieve presidenten. Dat is een teken dat het bewustzijn in Latijns-Amerika is gestegen. Op hetzelfde moment zien we echter de beperkingen van al die regeringen die niet willen breken met het kapitalisme.

De aanvallen op de levenscondities van de arbeiders zorgen ervoor dat de arbeiders op straat komen, soms met honderdduizenden zoals in Italië. In Groot-Brittanië heeft de vakbond van de brandweermannen gebroken met de Labour Party, omdat die partij een asociaal beleid voert. Duitsland, dat zonder twijfel de ergste aanvallen heeft gezien, kende de zogenaamde Maandagbetogingen (tegen de plannen Hartz IV). Er wordt ook gewerkt aan een nieuw electoraal initiatief, wat de start kan zijn van een nieuwe arbeiderspartij. In Nederland heeft het Poldermodel, gebaseerd op een goede verstandhouding tussen de sociale partners, haar limieten getoond. De manifestatie van 9 oktober bracht tussen de 200.000 en 300.000 mensen op de been. In Polen – met een werkloosheid tussen de 20 en de 30% – heeft de bevolking niet veel illusies meer in de verbeteringen die de toetreding tot de Europese Unie zou brengen.

Overal in de wereld zien we een stijging van de politieke instabiliteit en een toename van de spanningen tussen de verschillende economische blokken, een verrotting van de samenleving op alle plaatsen waar het imperialisme actief is en een militaire escalatie. Alleen een verandering van de samenleving, gedragen door een toename van de klassenstrijd, kan een einde maken aan de barbarij.

Delen: Printen: