Opmars verarming is ook in Vlaanderen probleem voor rechts besparingsbeleid

Met 47% die voor VB en N-VA stemt in Vlaanderen en de mogelijkheid van een meerderheid van PS en PTB langs Franstalige kant, lijkt het politieke landschap verder uiteen te lopen. Hierbij moeten echter enkele kanttekeningen gemaakt worden. 

Door Geert Cool

De Grote Barometer vroeg niet enkel naar stemintenties, maar ook naar hoe de ondervraagden hun koopkracht ervaren. Maar liefst 73% vindt dat de indexatie van de lonen niet volstaat om hun koopkracht op peil te houden. In Vlaanderen gaat het om 72%, in Wallonië om 77% en in Brussel om 70%. Amper 4% van de Vlamingen meent dat hun koopkracht dit jaar toenam, terwijl 64% aangeeft dat hun koopkracht afnam. In Brussel is dat 65% en in Wallonië zelfs 76%. Ruim de helft (58%) van de Vlamingen verwacht dat hun koopkracht ook volgend jaar zal afnemen, tegenover 6% die een stijging verwacht. Deze cijfers zijn vernietigend voor het gevoerde beleid op alle niveaus. Het sociaal ongenoegen, of toch minstens de malaise, is algemeen verspreid en niet fundamenteel anders in de verschillende delen van België.

De kiesintenties wijzen op winst voor Vlaams Belang, Vooruit en PVDA in Vlaanderen. In Wallonië en Brussel consolideert de PTB haar vooruitgang. Langs Franstalige kant is een meerderheid van PS en PTB mathematisch mogelijk. In Vlaanderen wordt het resultaat van Open VLD en CD&V dramatisch nu beiden al meerdere peilingen onder de 10% uitkomen. N-VA moet eveneens terrein prijsgeven. Volgens de peiling verliezen de Vlaamse regeringspartijen samen maar liefst 12% in vergelijking met de verkiezingen van 2019. Ze doen het bovendien slechter dan de gezamenlijke score van de Vivaldi-partijen in Vlaanderen: 43,7% voor de Vivaldi-partijen tegenover 40,9% voor de partijen in de Vlaamse regering. Er is terecht weinig vertrouwen in de regering-De Croo, maar ook de Vlaamse regering van Jan Jambon heeft volgens de peilingen een vertrouwensprobleem: amper 30% steunt Jambon en 37% steunt zijn regering. In de lijstjes van populairste politici is Jambon er nooit in geslaagd om een ‘sterke Jan’ te worden.

N-VA trekt zich op aan de score van het Vlaams Belang om de communautaire verschillen in de verf te zetten. De traditionele partijen in Vlaanderen interpreteren de vooruitgang van het VB in de peilingen als een steun aan racisme en harde rechtse maatregelen. Ze lopen extreemrechts achterna met Conner Rousseau die volkswijken wil ‘opkuisen’ en Sammy Mahdi die een bocht neemt om met een vinger naar de werklozen te wijzen. Dit houdt extreemrechts niet tegen, maar normaliseert de zondebokpolitiek verder.

De traditionele politici lijken niet te beseffen dat de electorale steun voor het Vlaams Belang deels ingegeven is door het compleet onterechte sociale imago dat die partij zich probeert aan te meten. Waar N-VA bij monde van De Wever verklaart dat er op de sociale zekerheid moet bespaard worden en we straks nog langer moeten werken – omdat de begroting nu eenmaal op orde moet gesteld worden – laat extreemrechts uitschijnen dat het de migranten hard wil aanpakken om een sociaal beleid voor de rest van de bevolking te voeren. Dat is boerenbedrog: waar extreemrechts aan de macht komt, voert het geen sociaal beleid. Integendeel! Aan pestmaatregelen en zelfs openlijk geweld tegen vluchtelingen en migranten is er telkens geen gebrek. Maar wie op een wachtlijst voor een sociale woning staat, onderuit gaat door ziekte of de torenhoge energiefacturen niet kan betalen, moet niet op enige steun rekenen. Extreemrechts verdedigt overal de belangen van de grote bedrijven en de rijken.

N-VA zit met een sociaal-economisch probleem. Een hard besparingsbeleid naar Thatcheriaans model is in de huidige context voor de burgerij geen optie. Dat bleek in Groot-Brittannië waar Liz Truss meteen aan de kant geschoven werd toen ze een beleid voerde dat lijkt op wat de N-VA bij ons wil. De burgerij vreest zowel economische als sociale onrust bij een dergelijk beleid. Aan die 72% van de Vlamingen die vinden dat de index niet volstaat om de koopkracht op peil te houden, zegt N-VA dat zelfs de index weg moet. De neoliberale besparingsretoriek die De Wever op Radio 1 verdedigde op 25 november deed de journalist vragen of hij met die boodschap naar de verkiezingen zou trekken. De Wever antwoordde naast de kwestie dat dit nu eenmaal ‘bittere waarheden’ zijn. Hij koppelde dit meteen aan nadruk op de communautaire kwestie. Het gebrek aan steun voor een rechts besparingsbeleid, ook in Vlaanderen, is echter een probleem voor De Wever.

Het valse sociaal imago van extreemrechts doorprikken, is een belangrijke uitdaging voor de arbeidersbeweging en de linkerzijde. De vooruitgang van de PVDA, zeker in Brussel en Wallonië, toont het potentieel voor steun aan linkse antwoorden op de tekorten en de dalende koopkracht. Om dit ook langs Nederlandstalige kant te versterken, is sociale strijd cruciaal. Het is doorheen strijd dat de arbeidersbeweging haar collectieve kracht toont en haar voorstellen centraal kan stellen in het publieke debat. Na het oplopende actieplan tegen het asociale beleid van de regering-Michel eind 2014 was een overgrote meerderheid van de bevolking, in alle delen van het land, voorstander van een vermogensbelasting.

De overgrote meerderheid van de bevolking kent vandaag koopkrachtverlies en stelt dat de index en de energiemaatregelen niet volstaan. Dat ongenoegen organiseren in een sterke beweging is de uitdaging waar we voor staan. De staking van 9 november gaf slechts een eerste glimp van het potentieel. Aan steun ontbrak het niet, aan organisatie vaak wel en aan een programma nog meer. Het is in die zin dat de voorstellen van LSP om de arbeidersbeweging te versterken moeten gezien worden. 

Lees ook:Allemaal op straat op 16/12. We kunnen winnen met een oplopend actieplan!

Delen: Printen: