Evaluatie van de algemene staking… in opbouw naar de volgende!

De algemene staking van 9 november was een belangrijke krachtmeting tussen de twee belangrijkste klassen. Noch de werkgevers, noch de regering, noch zelfs de vakbondsleiders hadden verwacht dat de staking zo sterk zou zijn. 

door Wouter (Gent) uit maandblad De Linkse Socialist

Er zat overigens veel meer in. Veel mensen beseften pas een paar dagen voor de staking dat deze zou plaatsvinden. En zelfs waar de stakingsoproep bekend was, was het gebrek aan organisatie duidelijk. LSP-militanten in Luik botsten op een groepje leerkrachten, dat gemotiveerd was door de strijd in het Franstalig onderwijs (13.000 betogers in Namen in oktober!) en zocht naar piketten om de staking te steunen. Ze contacteerden een week op voorhand het ABVV-kantoor, maar kregen geen antwoord en gingen ’s ochtends zelf op zoek naar piketten. Hun enthousiasme was aanstekelijk. Hoeveel anderen, zeker waar de vakbondsdelegatie jonger of minder sterk is, bleven echter thuis terwijl ze graag aan een piket hadden deelgenomen? In sommige gevallen werd zelfs vanuit de vakbond opgeroepen om thuis te blijven. 

Het gebrek aan coördinatie en tijdverlies bij de mobilisatie was vooral merkbaar inzake de piketten. Er waren minder piketten (maar toch nog steeds meer dan 800) en soms waren die minder talrijk dan op vorige stakingen. Toch werd de staking goed opgevolgd. In de havens van Gent en Antwerpen, in de industriegebieden van Luik, Charleroi en Waals-Brabant, in de handelszones van het land, bij het openbaar vervoer, in de grootste bedrijven: alles lag stil, of bijna. In Brussel en Wallonië gingen 2 op de 3 ziekenhuizen op minimumdienst. Minder dan één op de vier treinen en minder dan de helft van de bussen en trams reed. Eens te meer heeft de collectieve actie van de arbeidersklasse getoond dat degenen die de economie doen draaien niet de aandeelhouders of de CEO’s zijn. Als de werkende klasse stopt, dan stopt alles. 

De valstrik van de verdeling vermijden

Er zijn zwaktes die we moeten aanpakken. In de chemische sector bijvoorbeeld was het resultaat van de staking meer gemengd. In sommige bedrijven leefde de hoop op een akkoord met de directie voor een loonsverhoging, ondanks de dwangbuis van de loonwet van 1996. We moeten de val van de verdeeldheid vermijden en kijken hoe sterke sectoren andere kunnen meetrekken of ondersteunen. Dat is waarom algemene eisen zoals een loonsverhoging met 2 euro per uur (of 330 euro per maand) voor iedereen en een minimumloon van 15 euro per uur zo belangrijk zijn. Met dergelijke eisen is het mogelijk om de beweging rond een duidelijk doel te consolideren en de sectoren waar de vakbond momenteel minder sterk of minder militant aanwezig is mee te trekken. 

In Gent sloegen stakers van bedrijven als Volvo Cars, Volvo Trucks, Arcelor en de haven de handen in elkaar om een gezamenlijke actie te organiseren en de haven te blokkeren. Dergelijke stakingen zijn een gelegenheid om de krachten te bundelen om zwakke punten te compenseren. Tijdens de algemene staking tegen het Globaal Plan in 1993 werden voor het eerst volledige industriegebieden geblokkeerd. Tijdens de stakingen tegen het Generatiepact in 2005 werden gezamenlijke stakersposten op de hoofdwegen naar de steden uitgeprobeerd. 

Het gevoel van solidariteit en de wil om de strijd verder te veralgemenen door beroep te doen op de sterkste sectoren, waren in heel het land aanwezig. Zo legde een ABVV-delegee bij Volvo Trucks in Gent ons uit: “Wie in de Panos mijn broodje klaarmaakt, heeft evenzeer of misschien nog meer die loonsverhoging nodig.” De noodzaak van eenheid in de strijd wordt algemeen begrepen. 

De angst en woede zijn niet fundamenteel verschillend in Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Als er een verschil in dynamiek is, komt dit mee door het politieke landschap en het bijhorende publiek debat. De beweging van 2014 toonde hoe de arbeidersbeweging het publiek debat kan keren. Het oplopend actieplan van een nationale betoging, provinciale stakingen en een nationale algemene staking deden de regering-Michel toen wankelen. Alleen het ontbreken van een tweede actieplan, heeft de regering toen overeind gehouden. De situatie is vandaag niet minder ernstig. 

De kracht van een staking wordt ook afgemeten aan de inhoud ervan 

De woede tegen de winsten van de grote bedrijven en de lage lonen was overal voelbaar. Het idee van een eenmalige premie in bedrijven die het goed doen, werd meestal als een belediging beschouwd en door de stakers sterk afgewezen. 

Onze eis voor een verhoging van 2 euro per uur voor alle lonen werd goed ontvangen, evenals de kwestie van de nationalisering van de hele energiesector. De markt werkt niet in ons voordeel, daar bestaat geen twijfel over, en dit maakt de vraag naar massale publieke investeringen in onze openbare diensten, die overal afbrokkelen, alleen maar groter. 

We moeten verder gaan: in veel kleine bedrijven werd de staking slechts beperkt opgevolgd, vaak door een gebrek aan informatie maar ook uit de vrees dat het de werkplek zou beschadigen. We mogen die zorgen niet onbeantwoord laten. Het openen van de bedrijfsrekeningen zodat duidelijk is hoeveel winst er wordt gemaakt en hoe dit voor onze lonen kan gebruikt worden, is een belangrijke eis. Bij de dreiging van massaal ontslag, sluiting of delokalisatie verdedigen we de onteigening zonder afkoop of compensatie (behalve op basis van bewezen behoefte) en de nationalisatie onder democratische controle en beheer van de werkenden en de gemeenschap.

Delen: Printen: