VS. Waarom rechts oorlog voert tegen trans jongeren en hoe daartegen strijden

Dossier door Greyson Van Arsdale (Socialist Alternative, ISA in de VS)

Eind oktober stemden twee Public Health Boards (volksgezondheidsraden) in Florida voor nieuwe richtlijnen. Indien aanvaard, zullen deze een verwoestende impact hebben op trans jongeren in de staat. Niet alleen zou genderaffirmatieve gezondheidszorg voor minderjarigen verboden worden, het zou ook bestaande behandelingen voor jonge transpersonen intrekken waardoor ze onder dwang detransitioneren.

De openbare hoorzitting voor deze richtlijnen was tegen transjongeren gericht, met voorstanders van het verbod die als eerste aan het woord kwamen. ‘Experts’ die getuigden gaven schaamteloos verkeerde informatie, zoals iemand die de schandalige ongegronde bewering deed dat 90% van de transgender tieners uiteindelijk detransitie ondergaan. Vice News meldde in augustus dat 10 onderzoekers wiens werk werd aangehaald in de richtlijnen van Florida zeggen dat hun onderzoek verkeerd werd geïnterpreteerd of verdraaid om het verbod te rechtvaardigen.

Alleen al sinds 2020 hebben 18 staten wetten aangenomen die voorschrijven dat transstudenten alleen in sportteams mogen spelen die overeenkomen met hun geslacht bij geboorte. Dit jaar hebben twee staten een verbod aangenomen op genderaffirmatieve gezondheidszorg (inclusief operaties, die zeldzaam zijn voor minderjarigen, evenals de meer gebruikelijke behandelingen van puberteitsblokkers en hormoontherapie). Sommige rechtse gouverneurs hebben zelfs nog draconischer maatregelen genomen, zoals Ron DeSantis, gouverneur van Florida, die de dekking van genderaffirmatieve zorg uit de Medicaid van de staat haalt, en Greg Abbott, gouverneur van Texas, die de lokale gezondheidsdiensten opdracht gaf ouders van transgender kinderen te onderzoeken op kindermishandeling.

Voor transgender personen voelt het alsof er een oorlog is tegen ons bestaan.

Dit gevoel wordt nog versterkt door het feit dat de Democraten consequent buigen voor de anti-transwoede van rechts in plaats van weerstand te bieden.

In juni vaardigde president Biden een decreet uit waarvan hij beweerde dat het stappen zou zetten om de toegang tot genderaffirmatieve zorg voor transjongeren te verbeteren. In werkelijkheid deed het decreet weinig meer dan verschillende federale departementen te vragen om voorbeelden van inclusieve staatswetgeving op te stellen. Het probleem is natuurlijk niet dat de Republikeinen niet weten hoe ze wetten moeten schrijven die de veiligheid voor transpersonen vergroten – het is dat ze zich helemaal tegen die veiligheid verzetten.

“Mijn boodschap aan alle jongeren: wees gewoon jezelf,” zei Biden bij de ondertekening in een poging om uit te blinken in het missen van het punt waarover het eigenlijk gaat. “Er wordt van je gehouden. Je wordt gehoord. Je wordt begrepen. Je hoort erbij.”

Wat op het spel staat voor transpersonen is niet het gevoel erbij te horen. Rechts, dat een waanzinnige cultuuroorlog voert om een chaotisch en instabiel tijdperk politiek te domineren, beperkt in toenemende mate de toegang van transpersonen tot de gezondheidszorg en gaat zelfs verder met het beperken van aspecten van zelfexpressie.

Queer jongeren hebben zich hier niet bij neergelegd. Dit jaar zijn er in staten als Florida en Virginia steeds grotere betogingen geweest tegen deze aanvallen. Maar om het tij van de Republikeinse aanval te keren, moet de beweging honderden keren groter zijn en beschikken over een strategie voor de strijd. Wat zijn de oorzaken van de huidige situatie en hoe kunnen we een veilige toekomst bekomen?

De culturele oorlog tegen trans jongeren

Op Grant Middle School in Michigan schilderde een leerling vorige maand een muurschildering met personages die T-shirts dragen met verschillende pride-vlaggen, waaronder de transgender- en biseksuele vlag. De kunstenaar bracht ook andere culturele voorstellingen van leerlingen van de school aan, zoals beeld van een geschilderde hand van een Latino. De kunstenaar in kwestie werd op een vergadering van het schoolbestuur meedogenloos aangepakt door enkele ouders die de werken omschreven als ‘haatdragend’ en ‘discriminerend’ ten aanzien van christenen.

Het anti-trans sentiment van dit moment heeft een schuimbekkend karakter gekregen dat bijna niet rationeel te verklaren is. Dat is uiteraard erg beangstigend. Daarbij moet opgemerkt worden dat de transfobische ‘cultuuroorlog’ momenteel weliswaar bijzonder acuut is, maar slechts een onderdeel is van een breder fenomeen dat concrete oorzaken heeft en bestreden en verslagen kan worden.

In de afgelopen jaren heeft de rechtse culturele vuurstorm zich niet alleen gericht op trans jongeren, maar op een groot aantal kwesties die Republikeinse politici en media hebben uitgekozen. Bijna een jaar lang publiceerde Fox News eindeloze verhalen over hoe de ‘critical race theory’ op school zou onderwezen worden. In juni 2021 vernoemde Fox deze theorie maar liefst 901 keer. Ondertussen is de theorie in zeven staten verboden in het lesprogramma.

Bij gebrek aan een programma dat de arbeiders onder de Republikeinse kiezers ten goede komt, heeft de rechterzijde wel nood aan zondebokken. In een tijdperk gekenmerkt door de verwoestingen door de pandemie, de vernietigingen door klimaatveranderingen en de almaar stijgende kosten van levensonderhoud, hoeven de Republikeinen geen campagne te voeren over oplossingen als ze in plaats daarvan beroep kunnen doen op het zaaien van angst. Dit onophoudelijk toegeven aan delen van de reactionaire kern van de Republikeinse partij is de sleutel tot hun electorale strategie.

Drie belangrijke factoren hebben deze golf van aanvallen op de transrechten in een stroomversnelling gebracht: de recente mislukkingen van linkse bewegingen om concrete overwinningen te behalen, extreme sociale ontwrichting die mensen kwetsbaar maakt voor rechtse angstzaaierij over ‘traditionele Amerikaanse waarden’ en de strijd van reactionair rechts om de volledige controle over de Republikeinse partij.

Linkse bewegingen ondermijnd

In 2020 gingen arbeiders en jongeren de straat op in de grootste protestbeweging die het land ooit zag: de beweging die opkwam voor gerechtigheid voor George Floyd. Deze beweging weerspiegelde een diepe woede binnen de Amerikaanse samenleving over racistisch politiegeweld en de vijandigheid van het rechtssysteem. Het toonde een enorme multiraciale solidariteit tegen anti-zwart racisme. De beweging nam de vorm aan van een meer algemene jongerenopstand tegen ongelijkheid.

Cruciaal is dat de beweging verder ging dan het eisen van kleine hervormingen zoals die welke kenmerkend waren voor eerdere vormen van de BLM-beweging, zoals body camera’s, en verdergaande conclusies trok over de toewijzing van middelen door het kapitalisme aan de politie, waarbij een aanzienlijk deel van het belastinggeld naar politieafdelingen gaat ten koste van broodnodige sociale voorzieningen als onderwijs, betaalbare huisvesting en COVID-steun.

Maar zonder enige organisatiestructuur aan de basis, en zonder een geconsolideerde politieke vorm, werden de eisen van de beweging in handen gelegd van de Democraten, die maar al te graag slogans van de beweging echoën om munt te slaan uit de massale woede om extra stemmen te halen. Ondertussen hielden dezelfde Democraten, die de meeste grote steden van het land controleerden (en nog steeds controleren), de betogers tegen en zetten ze traangas in.

De Democraten gebruikten hun macht niet om een oorlog te voeren tegen racistisch politiegeweld, om de rijken te belasten om betaalbare huisvesting en noodzakelijke openbare diensten te financieren. Vrijwel alle Democraten die zich in 2020 opwierpen als ‘BLM-bondgenoot’ hebben hun beloften om maatregelen te nemen tegen politiegeweld overboord gegooid. In de meeste steden hebben ze integendeel grote verhogingen van de politiebudgetten doorgevoerd.

Met andere woorden, ondanks het opnemen van holle “woke” antiracistische slogans, heeft de Democratische Partij de eisen van de grootste protestbeweging in de Amerikaanse geschiedenis terzijde geschoven. De beweging heeft niet de structuren die nodig zijn om overeind te blijven.

Op soortgelijke wijze overspoelden deze zomer nog Democratische functionarissen, kandidaten en gelieerde NGO’s abortusrechtenevenementen, waardoor een veelbelovende protestbeweging werd omgebogen naar een verkiezingsmomentum tijdens de midterms.

In plaats van het op te nemen tegen het Hooggerechtshof met massaprotesten zoals die waarmee Roe v. Wade in de eerste plaats werd afgedwongen, verlegden de Democraten die energie naar de midterms, een doodlopende weg als het gaat om het terugwinnen van abortusrechten. Door de strijd tegen onderdrukking in woorden op te nemen (zoals Biden die de term “Latinx” gebruikt) en vervolgens helemaal niets te doen om onderdrukking te bestrijden (zoals Biden die in zijn eerste jaar meer mensen deporteert en vastzet dan Trump), drijven ze eigenlijk de spot met onze strijd.

Dit voortdurende demobiliseren van mensen die strijden voor progressieve eisen is een belangrijke factor die de rechtse reactionairen versterkt. Een meerderheid van de mensen steunt progressieve maatregelen zoals het recht op abortus. Maar als de weg om die zaken af te dwingen voortdurend wordt ondermijnd, heeft rechts het momentum aan haar kant. Om precies deze reden moeten jonge queer activisten op hun hoede zijn voor groepen van de Democratische Partij en NGO’s die proberen het momentum in aanvaardbare kanalen onder te brengen.

Sociale ontwrichting

Gewone mensen worden geconfronteerd met een enorme sociale crisis. Het vertrouwen in belangrijke Amerikaanse instellingen is al enige tijd aan het afnemen. In 2022 heeft volgens Gallup slechts 7% van de mensen “veel” of “behoorlijk veel” vertrouwen in het parkement. Slechts 25% heeft vertrouwen in het Hooggerechtshof, en dat cijfer is sinds 2002 sterk gedaald. Het presidentschap, het strafrechtsysteem en de banken hebben de afgelopen decennia allemaal een vergelijkbare scherpe daling qua vertrouwen gekend.

Er is een algemeen gevoel dat de samenleving in een crisis verkeert. De financiële crisis van 2008 heeft een tornado van gebeurtenissen op gang gebracht die enorm destabiliserend waren. Alleen al de laatste jaren hebben we genoeg instabiliteit gezien om 100 jaar te vullen.

In deze context hebben rechtse politici, experts en media gedaan wat ze al bijna een eeuw doen: een vijand vinden.

Het overleven van rechts hangt af van hun vermogen om sociaal isolement aan te boren en het ongenoegen weg te leiden van elke vorm van verenigde strijd tegen het systeem. Ze hebben dit gedaan door verschillende groepen tot zondebok te maken die ze kunnen positioneren als een bedreiging voor ‘onze manier van leven’. In het verleden wezen ze op feministen, homo’s en lesbiennes, zwarte radicalen, immigranten, communisten en joden. Nu is hun voornaamste doelwit de transgemeenschap.

De zwakte van de arbeidersbeweging in het actief voeren van strijd tegen onderdrukking draagt ertoe bij dat deze ideeën ingang vinden.

De strategie van de Republikeinen

Dit gevoel van crisis is een enorme zegen voor de “X”-factor die deze golf van aanvallen aanstuurt – opstandige Republikeinen, die strijden om de volledige controle over hun partij. Terwijl de Republikeinse partij als geheel is getransformeerd door Trump, zijn er nog steeds figuren als McConnell die, hoewel ze geen morele of politieke bezwaren hebben tegen deze aanvallen op gemarginaliseerde mensen, deze strategie zien als potentieel gevaarlijk voor de Republikeinse Partij en voor het kapitalisme meer in het algemeen. Opstandig reactionair rechts, geïllustreerd door de 53% van de midterm Republikeinse genomineerden die de leugen onderschreven dat de verkiezingen van 2020 van Trump zijn gestolen, zien deze risico’s niet. Ze willen hun zondebokstrategie niet alleen gebruiken voor electoraal succes, maar ook om de meer gematigde figuren in de Republikeinse Partij te verdringen.

Dit verschil in strategie werd duidelijk getoond over abortusrechten. Zelfs toen veel Republikeinen zich verheugden over de intrekking van Roe v. Wade, raakten de topstrategen van de partij in paniek. Het recht op abortus is immers populair: 60% van de mensen was tegen het besluit om Roe in te trekken.  Veel Republikeinen namen onmiddellijk afstand van harde standpunten tegen abortus en zagen het als een bedreiging voor hun electorale kansen. Maar de radicale reactionaire rechterzijde ziet niet dezelfde bedreiging in het aanvallen van de rechten van trans personen.

Het resultaat van deze drie factoren is een nijpende situatie: reactionaire politie die denken dat homofobe aanvallen de weg naar electorale macht openen, een bevolking die kwetsbaar is voor retoriek die verdeeldheid zwaait als gevolg van het wantrouwen na tientallen jaren falen van het establishment om in de behoeften van werkende mensen te voorzien, en een andere partij die de transfobe aanvallen in het beste geval negeert en in het slechtste geval bewegingen die ertegen ingaan verraadt.  

Het tegengif voor rechtse hysterie

Zelfs nu de anti-transgolf grondig van antwoord is gediend, lijken deze krachten nog steeds bijzonder sterk te staan. De reactionaire rechterzijde handelt snel en de Republikeinse Partij doet niets om dit tegen te houden, zoals wel gebeurde met enkele onpopulaire abortusverboden.

Queer jongeren hebben een indrukwekkende strijd opgezet tegen deze aanvallen in de door Republikeinen gedomineerde ‘rode staten’. Ze werden daarbij vervoegd door grote groepen hetero en cis jongeren. Er waren grote walkouts in Florida tegen de ‘Don’t say gay’-wet en in Virginia tegen het discriminerende onderwijsbeleid. Deze acties toonden hoeveel jongeren bereid zijn zich in te zetten voor queer rechten. Jongeren in Ohio behaalden een concrete overwinning tegen een draconisch beleid, voorgesteld door de onderwijsraad van de staat, dat trans studenten met geweld zou hebben uitgesloten.

Om dit verzet te laten groeien en verspreiden, moeten deze jongeren een bredere beweging opbouwen, niet alleen onder jongeren, maar onder de arbeidersklasse in het algemeen en de georganiseerde arbeiders in het bijzonder.

De rechtse cultuuroorlog tegen queer jongeren treft ook leraren en verpleegkundigen die zelf gay of trans zijn. Anti-transregels of wetten tegen de ‘critical race theory’ bepalen wat leerkrachten in hun lesprogramma mogen opnemen en wat niet. Zorgverleners worden aangepakt omdat ze diensten verlenen die hun patiënten nodig hebben. In beide gevallen probeert de rechterzijde het handelen van onderwijzers en zorgverleners die gewoon hun werk doen meedogenloos te politiseren en te polariseren.

De rechtse aanvallen op trans personen zijn een fundamenteel risico voor de werkende klasse in het algemeen. Zoals Socialist Alternative opmerkte toen de Equality Act vorig jaar door het parlement werd goedgekeurd, toont het gemak waarmee wettelijke discriminatie wordt ingevoerd en waarmee zorg en zelfs het recht op het gebruik van openbare ruimte wordt ontnomen, hoe weinig bescherming er is voor cisgender en hetero werkenden en jongeren die ook het status quo bedreigen. Met bedrijven die afdanken als werknemers een eerlijk loon willen en een Hooggerechtshof dat zowel arbeidswetgeving als antidiscriminatiebescherming wil afbreken, is er meer dan ooit nood aan een verenigde beweging.

Net als bij de arbeidersbeweging en de burgerrechtenbeweging is geen enkele vooruitgang in onze positie ons door het systeem cadeau gedaan. We hebben voor elke vooruitgang moeten vechten.

Delen: Printen:

Vakbonden moeten het protest tegen deze aanvallen steunen en mobiliseren voor walkouts en betogingen. We hebben een gemeenschappelijk programma nodig tegen de anti-trans campagnes en voor degelijke jobs en leefomstandigheden voor de werkenden die verstrikt zijn geraakt in de cultuuroorlog van rechts.

We moeten de tactieken van de arbeidersbeweging gebruiken – stakingen, piketten en massabetogingen – om de reactionaire aanvallen een halt toe te roepen. Massale actie is het beste tegengif voor de rechtse dynamiek. Jongerengroepen die zich verzetten tegen de aanvallen op trans personen, moeten onderlinge connecties ontwikkelen om te bouwen aan een nationale actiedag rond een gemeenschappelijk programma. Ze kunnen op die basis vakbonden en linkse organisaties mobiliseren om het protest te versterken.

Cruciaal is dat mensen uit de arbeidersklasse en queer mensen in het algemeen een eigen politieke partij nodig hebben die gebaseerd is op de methode van strijd. De Democratische Partij heeft decennia lang onze bewegingen ondermijnd en dient met hart en ziel het grootkapitaal, waardoor hun belangen haaks staan op die van arbeiders en queer mensen. Hoewel er goedbedoelende queer activisten actief zijn binnen de Democratische Partij, zou het veel beter zijn om een onafhankelijke partij op te richten die verantwoording aflegt aan onze beweging, een partij geleid door en voor mensen uit de arbeidersklasse.

De gemeenschappelijke strijd opbouwen

Al vóór het Stonewall-tijdperk hebben queer en trans mensen moeten worstelen met de aanpak en strategie die nodig is om ons bestaan te verdedigen. Net als bij de arbeidersbeweging en de burgerrechtenbeweging is geen enkele vooruitgang in onze positie ons door het systeem cadeau gedaan. We hebben voor elke vooruitgang moeten vechten.

Precies daarom zou het een vergissing zijn ons te beperken tot een aanpak die aanvaardbaar is voor de gevestigde orde – de Democratische Partij, de bedrijven die Pride-evenementen sponsoren, en de NGO’s die donaties van bedrijven aannemen en deze strijd op leven en dood voor ons bestaan behandelen als een probleem van bestuurlijke diversiteit.

Queer rechten zijn een zaak van de arbeidersklasse, en het zijn de methoden van arbeidersstrijd en solidariteit die ons laten zien hoe we vooruit kunnen komen en kunnen winnen. Een gezamenlijk programma voor de rechten van queers en trans personen zal ons niet alleen verdedigen tegen rechts, maar zal het leven van alle arbeiders verbeteren.

Deze gezamenlijke strijd wijst op wat uiteindelijk nodig is om een wereld te winnen waarin onze rechten niet voortdurend in gevaar zijn. Autonomie over ons lichaam, veiligheid in de openbare ruimte, gratis en toegankelijke gezondheidszorg, hoogwaardige en betaalbare huisvesting, veilige werkplekken en leefbare lonen. Dat is de werkelijkheid waar queer en trans mensen wanhopig naar op zoek zijn, maar het is ook de wereld die de arbeidersklasse lange tijd is ontzegd. Tegenover het kapitalistisch systeem dat vastbesloten is die wereld van ons weg te houden, zijn we het aan onszelf verplicht de beweging op te bouwen die nodig is om een socialistische wereld te veroveren.

We eisen:

Veiligheid op het werk en op school!

  • Een vakbond op elke werkplek – gezamenlijke strijd is onze beste verdediging tegen aanvallen van de bazen en rechts.
  • Bouw strijdbare jongerenorganisaties om jongeren uit minderheden te beschermen tegen pesterijen en discriminatie.

Gratis gezondheidszorg voor iedereen!

  • Niemand mag failliet gaan aan medische zorg! Belast de rijken om Medicare for All te financieren & neem onze gezondheid uit handen van de bedrijven.
  • Gratis en toegankelijke genderaffirmatieve en reproductieve zorg.

Wettelijke erkenning en gelijke rechten!

  • Transpersonen hebben het recht om onze gekozen namen en voornaamwoorden te gebruiken en deel te nemen aan activiteiten die overeenstemmen met onze genderidentiteit, op het werk en op school.
  • Transpersonen beschermen tegen discriminatie in de gezondheidszorg, huisvesting, werk en openbare ruimten.
  • Legaliseren van abortus in het hele land

Een partij voor onze belangen!

  • De Democraten hebben decennialang toegekeken terwijl de rechten van queers bedreigd waren. We hebben nood aan een partij die voor ons vecht.
  • Bouw een nieuwe partij onafhankelijk van de grote bedrijven, een partij die verantwoording aflegt aan de beweging.
Delen: Printen: