Frankrijk. Stakingen in raffinaderijen toonden de weg

Voor een grootschalige strijd tegen het asociale beleid van Macron

Bijna 50 dagen lang heeft het personeel van zeven Franse raffinaderijen gestaakt. Dit schokte zowel de oliegiganten TotalEnergies en ExxonMobil als de regering van Macron. De krachtige stakingsbeweging, die zelfs begon over te slaan naar andere sectoren, had het potentieel om uit te groeien tot een grote strijd om een loonsverhoging voor miljoenen werkenden af te dwingen.

Artikel uit de ISA-publicatie die afgelopen zaterdag op een betoging in Parijs werd verkocht

De arbeiders gebruikten hun collectieve kracht om te reageren op de patronale weigering om de lonen te verhogen. Die verhoging werd geëist als antwoord op de fors stijgende kosten van levensonderhoud en als reactie op de recordwinsten. TotalEnergies verdubbelde op een jaar tijd de nettowinst: van 2,2 miljard dollar in het tweede kwartaal van 2021 naar 5,7 miljard dollar in het tweede kwartaal van 2022. ExxonMobil kondigde zijn grootste kwartaalwinst ooit aan. Het bedrijf verviervoudigde zijn winst bijna van 4,69 miljard dollar in het tweede kwartaal van 2021 naar 17,9 miljard dollar in het tweede kwartaal van 2022!

De dag na de eerste stakingsacties kondigde TotalEnergies de betaling van 2,6 miljard euro aan dividend aan haar aandeelhouders aan. Het bedrijf is wel degelijk bereid de winst te delen. Spoiler alert: het is niet met het eigen personeel, dat nochtans met hun arbeid de rijkdom heeft gecreëerd.

Het brandstoftekort als gevolg van de staking werd in het hele land gevoeld. Het had echo’s in heel Europa. Medio oktober had bijna een op de drie tankstations in Frankrijk een tekort aan ten minste één product, wat in sommige gebieden tot rantsoenering leidde.

De dieven en hun handlangers probeerden de slachtoffers de schuld te geven…

De regering heeft kosten noch moeite gespaard om de stakers de schuld te geven, volgens een bedrieglijke ‘logica’ die vergelijkbaar is met de zogenaamde ‘loon-prijsspiraal’. Laten we duidelijk zijn: het is de jacht op winstmaximalisatie die de inflatie weer opdrijft, niet de werknemers die inflatoire loonsverhogingen eisen om hun energierekening, huur en eten op tafel te kunnen betalen.

Met hun vastberadenheid om personeel onophoudelijk uit te buiten voor winst, zijn het de energiebedrijven die verantwoordelijk zijn voor de ernstige brandstoftekorten. Het zijn de bazen die de hele arbeidersklasse gijzelen. De stakers de schuld geven, had enkel als doel om de arbeidersklasse te verdelen, de steun voor de stakingen te ondermijnen en ze te breken.

Het werkte niet: op geen enkel moment was er een meerderheid van de bevolking tegen de stakers. Dit toont de woede aan de basis van de samenleving. De hele arbeidersklasse begrijpt beter dat zij dezelfde belangen deelt. Dit is al sinds het begin van de pandemie krachtig geïllustreerd: het zijn de arbeiders die de samenleving draaiende houden, maar slechts een handvol kapitalisten profiteert ervan.

Het begin van grootschalige stakingen

Op de chantage van de bedrijven en het dreigement van de regering om de hervatting van het werk af te dwingen door het personeel op te eisen, reageerde de arbeidersklasse met een intensivering van de staking. Uiteindelijk is TotalEnergies er medio oktober alleen in geslaagd de werknemers te verdelen door een beroep te doen op elementen van onze sociale klasse: sommige vakbondsleiders (CFDT en CFE-CGC) accepteerden ontoereikende loonvoorstellen. Zij besloten daarom de staking af te blazen.

De door het bedrijf aangekondigde verhoging bedroeg 7%, maar dit cijfer omvat anciënniteitspremies en individuele verhogingen; het is in feite 5%. Onder druk van de staking probeerde de directie een paar kruimels te geven om de leiders van de minder strijdbare vakbonden – met succes – tevreden te stellen. Door deze slechte deal te accepteren, hebben deze vakbondsleiders niet alleen ingestemd met een feitelijk verlies van koopkracht voor hun leden, maar hebben zij ook een verenigd front van de arbeidersklasse de rug toegekeerd.

Anderzijds riepen de vakbonden CGT, FO, Solidaires en FSU op tot voortzetting van de staking op basis van de eis van een loonsverhoging van 10%: “7% voor inflatie en 3% voor winstdeling”. Vervolgens werd opgeroepen om de stakingsbeweging te veralgemenen en zo de woede te kanaliseren die overal bestaat, maar vaak op een versnipperde manier. De arbeiders in de raffinaderijen wisten dat een verbreding van de beweging de kans op winst vergrootte, en tegelijkertijd andere sectoren in staat stelde een ambitieuzere strijd te voeren met het potentieel om loonsverhogingen af te dwingen.

De spoorwegarbeiders hadden 18 oktober al als actiedag gekozen. Die datum werd aangegrepen om er “een interprofessionele en nationale beweging voor lonen en tegen opeisingen” van te maken. Deze stakingsdag en de volgende tot begin november waren sterk, maar tot dusver niet doorslaggevend om tot een ander akkoord te komen.

Een “hete herfst” die zich langzaam liet zien…

De stakingsbeweging in de raffinaderijen heeft het vertrouwen in andere sectoren hersteld. Zelfs midden september was het onmogelijk voor te stellen dat enkele weken later een algemene strijd op gang zou komen; dat zich een dergelijke dynamische stakingsbeweging zou ontwikkelen.

Begin september begonnen Macron en zijn regering meer te praten over het gebruik van het beruchte artikel 49.3, dat de regering toestaat een wet aan te nemen zonder stemming in het parlement. Dit zou gebruikt worden om een onpopulaire pensioenhervorming op te leggen. Het is een teken van zwakte als de regering administratieve maatregelen nodig heeft om aanvallen door te drukken. Deze arrogante aanpak werd echter ook aangemoedigd door de schandalige passiviteit van de vakbondsleiding.

Eind september hadden de CGT en Solidaires opgeroepen tot twee nationale stakingsdagen. Die waren geen complete mislukking, maar ook helemaal niet wat nodig was om een strijd te winnen. De stakingsdagen waren slechts met tegenzin georganiseerd, vooral als reactie op de oproepen van Mélenchon en La France Insoumise die de woede onder de basis probeerden om te zetten in een sociale beweging in september. CGT-topman Philippe Martinez toonde in juni al dat hij niet bereid was om een algemene beweging op te bouwen. “Sociale mobilisaties zijn de verantwoordelijkheid van de vakbonden,” antwoordde hij op de oproepen van Mélenchon. Die laatste had zonder succes geprobeerd de vakbonden te mobiliseren voor de ‘mars tegen de hoge prijzen en het falende klimaatbeleid’ op 16 oktober. Deze mars werd uiteindelijk een groot succes met meer dan 100.000 aanwezigen in Parijs.

Nochtans werd verwacht dat de mobilisatie voor deze mars moeilijk zou zijn, gezien de context van beperkte strijd maar ook vanwege de terechte kritiek op de rampzalige aanpak van de affaire-Quatennes door Mélenchon en de leiding van La France Insoumise (het raakte bekend dat LFI-parlementslid Quatennens zijn vrouw afsloeg, de LFI-leiding weigerde tegen hem op te treden). De nieuwe context van het begin van de veralgemening van de stakingen versterkte echter de mobilisatie. De mars van 16 oktober kwam op het juiste moment, zowel om de woede tot uiting te laten komen als om eindelijk opnieuw vastberaden tegenover de patroons en de regering naar buiten te komen.

De CGT-leiding was niet van plan om naar een algemene stakingsbeweging toe te werken. Het was de groeiende woede van de basis, aan de oorsprong van de stakingsacties, die de vakbondsleiding ertoe aanzette verder te gaan dan zij aanvankelijk van plan was.

Het is ook deze nieuwe context van sociale onrust die Macron ertoe dwong de lancering van zijn pensioenhervorming uit te stellen tot begin volgend jaar. Zonder deze krachtige staking zou het bereikte akkoord – hoe zwak ook – nooit het licht hebben gezien. Eens te meer toonde deze beweging aan dat enkel strijd loont, dankzij het wapen van de staking en rond offensieve eisen.

Het wapen van de staking ernstig gebruiken

Een algemene en ernstig georganiseerde stakingsbeweging kan leiden tot aanzienlijke loonsverhogingen voor miljoenen mensen in Frankrijk. Een dergelijke beweging zou ook een belangrijke rol spelen bij het organiseren van de strijd tegen de pensioenhervorming van Macron en bij het terugvechten tegen de gevolgen van de economische recessie die in 2023 dreigt. Een echte algemene staking moet op de agenda staan van een vakbondsactieplan dat offensief verzet opbouwt op elke werkplek, en dat probeert mensen in arbeiderswijken en mensen op het platteland, die vaak te weinig gevraagd worden om mee te doen aan dit soort strijd, erbij te betrekken.

Naast de werkplaatsen in strijd, vinden momenteel betogingen van middelbare scholieren plaats tegen de voorgestelde hervorming van het middelbaar beroepsonderwijs. Anderen mobiliseren zich tegen de hervorming van de werkloosheidsverzekering, die erin voorziet dat een uitkering gemakkelijker kan worden ingetrokken wanneer mensen ontslag nemen. De vakbonden moeten een rol spelen bij het verenigen van de strijd die gaande is en bij het stimuleren van nieuwe.

In elke werkplaats, wijk, middelbare school, enz. moeten bijeenkomsten worden georganiseerd om te bespreken welk actieplan en welke eisen nodig zijn. Democratische discussies onder de basis zijn een cruciaal instrument om een strijdbare beweging op te bouwen die weerstand kan bieden aan de angst- en lastercampagnes van de bazen en de overheid. Ze zijn ook de beste verzekering tegen verraad van de top.

Een offensief programma om het systeem te veranderen

Het is belangrijk de strijd te wapenen met een offensief programma, te beginnen met de noodzakelijke eis tot nationalisatie van de energiesector en de financiële sector onder democratische controle van de werknemers en de samenleving. Alleen dan kunnen de arbeidersklasse, de jongeren en de onderdrukten democratisch beslissen over wat er wordt geproduceerd en hoe het wordt verdeeld.

Nationalisatie onder democratische controle – in tegenstelling tot de overdracht van rijkdom van de publieke naar de particuliere sector, zoals de regering heeft gedaan door het resterende private aandeel in energiebedrijf EDF te ‘nationaliseren’ – is ook een voorwaarde om kapitaalvlucht te voorkomen, om ervoor te zorgen dat de arbeidersklasse zicht heeft op alle geldstromen en dat de beschikbare middelen en de geproduceerde rijkdom worden geïnvesteerd in wat sociaal noodzakelijk is, zoals groene en betaalbare energie.

De energiekapitalisten en klimaatcriminelen onteigenen

Voor de werknemers in de energie- en transportsector is een belangrijke rol weggelegd: voor onze rekeningen, maar ook om de basis te leggen voor een echte energietransitie.

De jongeren en de internationale klimaatbeweging kunnen een belangrijke rol spelen bij de uitbreiding en internationalisering van de stakingsbewegingen. De CGT heeft zelf de deur geopend door in september te verklaren: “Geen sociale rechtvaardigheid zonder klimaatrechtvaardigheid.” De georganiseerde arbeidersbeweging moet de ecologische eisen aangrijpen; en de jongeren in de strijd tegen de klimaatverandering moeten zich wenden tot de strijd van de arbeidersklasse: dit is het moment om steun te betuigen aan de stakende arbeiders, zoals “Code Rood”-klimaatactivisten begin oktober in België deden, door de infrastructuur van TotalEnergies te blokkeren uit solidariteit met de stakende arbeiders in Frankrijk.

De klimaatcrisis, de kosten van levensonderhoud en de energiecrisis zijn nauw met elkaar verbonden: we moeten een verenigd front vormen met de arbeiders en de vakbeweging om te strijden tegen de gemeenschappelijke oorzaak van deze meervoudige crisis, het kapitalistische systeem.

Nationalisatie van de hele energiesector onder democratische controle zou de arbeidersklasse in staat stellen de enorme winsten te gebruiken om de prijzen te drukken, de lonen te verhogen en de noodzakelijke investeringen in groene energie en een rechtvaardige overgang van bedrijven die fossiele brandstoffen gebruiken, te betalen. Een dergelijke overgang moet een aanbod tot heroriëntering van de werknemers in de industrie omvatten, gekoppeld aan de garantie van werkgelegenheid en zekerheid van behoud van loon.

Voor een democratische socialistische samenleving

Ecologische planning is urgent; zij moet deel uitmaken van een algemene democratische economische planning van de samenleving: de productie moet worden gericht op wat nodig is, op de werkelijke behoeften van de grote meerderheid van de bevolking en die van onze planeet.

We moeten discussiëren over en toewerken naar een ander soort economisch systeem, naar een maatschappij die vrij is van uitbuiting en de wet van de winst: een democratische socialistische maatschappij. Dat is de enige die ervoor kan zorgen dat een handvol ultrarijken niet alles naar hun hand zet. Het is de enige die het harmonieuze bestaan van de mens en zijn omgeving kan garanderen.

In deze strijd om zich de middelen toe te eigenen, een dergelijk programma uit te voeren en een maatschappelijke verandering tot stand te brengen, is het de georganiseerde arbeidersklasse die een leidende rol kan spelen en de klimaatbeweging, de vrouwenbeweging en andere sociale bewegingen met zich kan verenigen. Dit zou de basis leggen voor de omverwerping van het kapitalistisch systeem.

Delen: Printen: