Clara Zetkin: Wat vrouwen aan Marx te danken hebben (1903)

Onderstaand artikel verscheen in Die Gleichheit op 25 maart 1903 naar aanleiding van de twintigste verjaardag van het overlijden van Karl Marx. De eerste vertaling verscheen in het nieuwe boek dat Marxisme.be uitbracht met teksten van Zetkin.

Op 14 maart is het twintig jaar geleden dat Karl Marx in Londen overleed. Engels, wiens leven gedurende veertig jaar in strijd en werk nauw verbonden was met dat van Marx, schreef in die tijd aan hun wederzijdse vriend en kameraad Sorge in New York: “De mensheid is ingekort met één hoofd, dat toevallig ook het belangrijkste hoofd van onze tijd is.” Dat sloeg de spijker op de kop.

Het kan niet onze taak zijn om in het kader van dit artikel te bespreken wat Karl Marx de arbeidersklasse heeft geschonken in zijn rol als man van de wetenschap, als revolutionair strijder en wat hij vandaag voor de arbeidersklasse betekent. Als we dat doen, zouden we enkel herhalen wat er dezer dagen in de socialistische pers geschreven wordt over Marx’ enorm vruchtbare en diep geleerde en praktische levenswerk en over zijn reusachtige persoonlijkheid die zich zo geheel in dienst van de arbeidersklasse stelde. In plaats daarvan willen we aangeven wat de vrouwenbeweging aan hem te danken heeft.

Zeker, Marx heeft zich nooit ‘als zodanig’ met de vrouwenkwestie beziggehouden. Toch schiep hij de meest onvervangbare en belangrijke wapens voor de strijd van de vrouwen voor het verkrijgen van al hun rechten. Zijn materialistische opvatting van de geschiedenis heeft ons geen kant en klare formules aangereikt voor de vrouwenkwestie, maar heeft wel iets veel belangrijkers gedaan: het heeft ons de juiste, feilloze methode aangereikt om die kwestie te onderzoeken en te begrijpen. Alleen de materialistische opvatting van de geschiedenis heeft ons in staat gesteld de vrouwenkwestie te begrijpen binnen de universele historische ontwikkelingen, de geldende sociale verhoudingen en hun historische noodzaak en rechtvaardiging. Alleen zo konden we de drijvende krachten en de door hen nagestreefde doelen zien, evenals de voorwaarden die essentieel zijn voor een oplossing van deze problemen.

Het oude bijgeloof dat de positie van de vrouw in het gezin en in de maatschappij voor altijd onveranderlijk was omdat zij op morele voorschriften of door goddelijke openbaring tot stand was gekomen, werd met de grond gelijk gemaakt. Marx onthulde dat het gezin, net als alle andere instellingen en bestaansvormen, onderhevig is aan een voortdurend proces van eb en vloed dat verandert met de economische omstandigheden en de daaruit voortvloeiende eigendomsverhoudingen. Het is de ontwikkeling van de productiekrachten van de economie die deze transformatie voortstuwt door de productiewijze te veranderen en door in conflict te komen met het heersende economische en eigendomsstelsel. Op basis van de gerevolutioneerde economische omstandigheden wordt het menselijk denken gerevolutioneerd en wordt het de taak van de mensen om hun maatschappelijke bovenbouw aan te passen aan de veranderingen die zich in de economische onderbouw hebben voorgedaan. Versteende vormen van eigendom en persoonlijke relaties moeten dan worden verwijderd. Deze veranderingen worden bewerkstelligd door middel van de klassenstrijd.

Uit het voorwoord van Engels bij zijn verhelderende studie “De oorsprong van het gezin, het privé-eigendom en de staat” weten we dat de in dit boek ontwikkelde theorieën en gezichtspunten voor een groot deel ontleend zijn aan Marx’ ongepubliceerde werk, waarover zijn loyale en briljante vriend als testamentair executeur waakte.

Welke delen ervan ook als hypothesen kunnen (en moeten) worden afgedaan, één ding is zeker: als geheel bevat dit werk een duizelingwekkend aantal heldere theoretische inzichten in de complexe omstandigheden die hebben geleid tot de huidige vormen van het gezin en het huwelijk en de invloed van de economische en eigendomsverhoudingen die daarmee verbonden zijn. Het leert ons niet alleen de positie van de vrouw in het verleden juist te beoordelen, maar het stelt ons ook in staat de sociale, juridische en constitutionele posities van het vrouwelijk geslacht vandaag de dag te begrijpen.

“Het Kapitaal” toont op overtuigende wijze aan dat er in de huidige maatschappij onophoudelijke en onweerstaanbare historische krachten werkzaam zijn, die deze situatie van onderaf revolutionair veranderen en de gelijkheid van de vrouw tot stand zullen brengen. Door op meesterlijke wijze de ontwikkeling en de aard van de kapitalistische productie tot in de meest verfijnde details te onderzoeken, en door haar bewegingswet te ontdekken, d.w.z. de theorie van de meerwaarde, heeft Marx in zijn discussies over vrouwen en kinderarbeid onomstotelijk bewezen dat het kapitalisme de basis voor de aloude huishoudelijke activiteit van de vrouw heeft vernietigd, waardoor de anachronistische vorm van het gezin is opgeheven. Dit heeft vrouwen economisch onafhankelijk gemaakt buiten het gezin en een stevige basis geschapen voor hun gelijkheid als echtgenote, moeder en burger. Maar iets anders wordt duidelijk geïllustreerd door de werken van Marx: de arbeidersklasse is de enige revolutionaire klasse die door de vestiging van het socialisme de onontbeerlijke voorwaarden kan en moet scheppen voor de volledige oplossing van het vrouwenvraagstuk. Afgezien van het feit dat de burgerlijke suffragettes de sociale bevrijding van de vrouwelijke arbeidsters niet willen en niet kunnen bereiken, zijn zij niet in staat de ernstige nieuwe conflicten op te lossen die zullen worden uitgevochten over de sociale en wettelijke gelijkheid van de seksen binnen de kapitalistische orde. Deze conflicten zullen niet verdwijnen voordat de uitbuiting van de mens door de mens en de daaruit voortvloeiende tegenstellingen zijn opgeheven.

Het gemeenschappelijke werk van Marx en Engels, “Het Communistisch Manifest”, vat beknopt samen wat “Het Kapitaal” ons op wetenschappelijke wijze leert over de desintegratie van het gezin en de oorzaken daarvan:

“Hoe minder vaardigheid en kracht de handenarbeid vordert, dat wil zeggen hoe meer de moderne industrie zich ontwikkelt, des te meer wordt de arbeid van mannen door die van vrouwen verdrongen. Onderscheid van geslacht en leeftijd geldt maatschappelijk niet meer voor de arbeidersklasse. Er bestaan nog slechts arbeidsinstrumenten, die naar gelang van leeftijd en geslacht verschillende kosten met zich meebrengen. (…)

“De burgerij heeft van de familieverhouding haar roerend sentimentele sluier afgerukt en haar tot een zuivere geldverhouding teruggebracht. (…)

“De levensvoorwaarden van de oude maatschappij zijn reeds vernietigd in de levensvoorwaarden van de arbeidersklasse. De arbeider is zonder eigendom; zijn verhouding tot vrouw en kinderen heeft niets meer gemeen met de burgerlijke familieverhouding. (…)

“Waarop berust het tegenwoordige, het burgerlijke huisgezin? Op het kapitaal, op het privé-inkomen. Geheel ontwikkeld bestaat het slechts voor de burgerij, maar het vindt zijn aanvulling in de gedwongen familieloosheid van de arbeiders en in de openbare prostitutie. (…)

“De burgerlijke redeneringen over huisgezin en opvoeding, over de innige verhoudingen van ouders en kinderen worden des te misselijker, hoe meer ten gevolge van de grootindustrie alle familiebanden voor de arbeiders verscheurd en de kinderen in eenvoudige handelsartikelen en arbeidsinstrumenten veranderd worden.”

Marx laat ons echter niet alleen zien dat de historische ontwikkeling afbreekt, maar hij vervult ons ook met de overtuiging dat zij een nieuwere, betere en volmaakter wereld construeert.

“Het Kapitaal” stelt: “Hoe afschuwelijk en weerzinwekkend de desintegratie van het oude familiesysteem binnen het kapitalisme ook lijkt, de moderne industrie heeft, door vrouwen en jongeren van beide seksen te betrekken bij de sociaal georganiseerde productieprocessen buiten de huiselijke sfeer, niettemin de economische basis gelegd voor een hogere vorm van het gezin en de relatie tussen de twee seksen.”

Trots en met de nodige minachting pareren Marx en Engels in “Het Communistisch Manifest” de laster die over dit toekomstig ideaal wordt uitgesproken door een genadeloze karakterisering van de huidige omstandigheden.

“De bourgeois ziet in zijn vrouw alleen een productie-instrument. Hij hoort dat de productiewerktuigen gemeenschappelijk zullen worden gebruikt en kan zich nu natuurlijk niets anders indenken dan dat het lot van gemeenschappelijkheid de vrouw eveneens zal treffen. Hij vermoedt zelfs niet dat het juist daarom gaat, de plaats van de vrouw als uitsluitend productie-instrument op te heffen. Niets is overigens belachelijker dan de hoogzedelijke ontzetting van onze bourgeois over de zogenaamde officiële vrouwengemeenschap van de communisten. De communisten behoeven de vrouwengemeenschap niet in te voeren, zij heeft zo goed als altijd bestaan. Onze bourgeois, niet tevreden ermee dat de vrouwen en dochters van hun proletariërs hun ter beschikking staan, nog gezwegen van de openlijke prostitutie, vinden er een genot in elkaars vrouwen wederkerig te verleiden. Het burgerlijk huwelijk is in werkelijkheid het gemeenschappelijk bezit van de getrouwde vrouwen. Hoogstens zou men de communisten kunnen verwijten dat zij in plaats van een huichelachtig verborgen, een officiële, openhartige vrouwengemeenschap zouden willen invoeren. Het spreekt overigens voor zich dat met de opheffing van de tegenwoordige productieverhoudingen ook de uit hen voortkomende vrouwengemeenschap, d.w.z. de officiële en niet-officiële prostitutie, verdwijnt.”

De vrouwenbeweging heeft echter veel meer aan Marx te danken dan alleen het feit dat hij, als geen ander vóór hem, een helder licht heeft geworpen op de pijnlijke weg van de ontwikkeling die het vrouwelijk geslacht voert van sociale dienstbaarheid naar vrijheid en van atrofie naar een sterk, harmonieus bestaan. Door zijn diepgaande, indringende analyse van de klassentegenstellingen in de huidige maatschappij en de wortels daarvan, opende hij onze ogen voor de verschillen in belangen die de vrouwen van de verschillende klassen scheiden. In de sfeer van de materialistische opvatting van de geschiedenis is het ‘liefdesgewauwel’ over een ‘zusterschap’, dat zogenaamd een verenigend lint om burgerlijke dames en vrouwelijke arbeidsters zou wikkelen, als zoveel sprankelende zeepbellen uiteengespat. Marx heeft het zwaard gesmeed en ons geleerd het te hanteren, dat de verbinding tussen de proletarische en de burgerlijke vrouwenbeweging heeft verbroken. Maar hij heeft ook de ketting van onderscheid gesmeed waardoor de eerste onlosmakelijk verbonden is met de socialistische arbeidersbeweging en de revolutionaire klassenstrijd van de werkende klasse. Zo heeft hij onze strijd de helderheid, grootsheid en sublimiteit van haar einddoel gegeven.

“Het Kapitaal” is gevuld met een onmetelijke rijkdom aan feiten, waarnemingen en prikkels betreffende de arbeid van de vrouw, de situatie van de vrouwelijke arbeidsters en de wettelijke bescherming van de vrouw. Het is een onuitputtelijk geestelijk wapenarsenaal voor de strijd voor zowel onze onmiddellijke eisen als voor het verheven toekomstige socialistische doel. Marx leert ons de kleine, alledaagse taken te herkennen die zo noodzakelijk zijn om de strijdvaardigheid van de vrouwelijke arbeidsters te verhogen. Tegelijkertijd tilt hij ons op tot de vaste, vooruitziende erkenning van de grote revolutionaire strijd van de arbeidersklasse om de politieke macht te veroveren, zonder welke een socialistische maatschappij en de bevrijding van het vrouwelijk geslacht loze dromen zullen blijven. Bovenal vervult hij ons met de overtuiging dat het dit verheven doel is dat waarde en betekenis geeft aan ons dagelijks werk. Zo behoedt hij ons voor het uit het oog verliezen van de grote fundamentele betekenis van onze beweging, wanneer we worden overspoeld door een overvloed aan individuele verschijnselen, taken en successen en het gevaar lopen tijdens het vermoeiende dagelijkse gezwoeg ons vermogen te verliezen om de brede historische horizon te zien, die de dageraad van een nieuwe tijd weerspiegelt. Zoals hij de meester is van het revolutionaire denken, zo blijft hij de leider van de revolutionaire strijd in wiens gevechten het de plicht en de glorie is van de proletarische vrouwenbeweging om te strijden.

Delen: Printen: