Publieke controle, publieke pool, nationalisatie van de hele sector. Hoe kunnen we de energieprijzen controleren?

In september gaf de Nationale Bank in haar maandelijkse rapport aan dat het consumentenvertrouwen op een historisch dieptepunt staat, nog slechter dan in de eerste golf van Covid-19. Kort voor de militantenconcentratie van de vakbonden op 21 september onthulde de ‘Grand Baromètre Le Soir-RTL-Ipsos’ dat 64% van de Belgen vreest hun energierekening niet te kunnen betalen. Aan de vooravond van de vakbondsbetoging met 80.000 deelnemers in juni laatstleden was dat ‘maar’ 38%… 

door Boris Malarme uit maandblad De Linkse Socialist

De peiling vroeg ook naar de steun voor antwoorden. Het belasten van de ‘overwinsten’ in de sector en het opleggen van een prijsplafond waren de populairste. Het voorstel van ‘energieproductie door de staat in plaats van door de private sector’ kwam op de zesde plaats, nek aan nek met een vermogensbelasting. Tot hiertoe hebben noch de vakbonden noch de PVDA het voorstel van nationalisatie, dat LSP verdedigt, gepopulariseerd. In Groot-Brittannië blijkt uit een peiling dat zelfs de helft van de kiezers van de Conservatieve Partij wil dat de sector in publieke handen komt! Margaret Thatcher, het brein achter de privatisering van de sector, moet zich omdraaien in haar graf. Stel je voor wat er zou gebeuren als de georganiseerde arbeidersbeweging deze eis zou overnemen.

We weten dat het kapitalisme gebaseerd is op de zucht naar kortetermijnwinst. De energiereuzen profiteren van de crisis om recordwinsten te boeken. In het tweede kwartaal van dit jaar alleen al was BP goed voor 18 miljard dollar winst, Total 5,7 miljard dollar, ENI 3,8 miljard dollar, Exxon 17,9 miljard dollar, Chevron 11,6 miljard dollar … Joseph Stiglitz, voormalig hoofdeconoom van de Wereldbank, hekelt “een fenomeen van herverdeling van inkomen van consumenten naar rijke fossiele-brandstofbedrijven”. Stiglitz verdedigt het idee om ‘superwinsten’ te belasten om de gedupeerden te helpen. In België heeft iedereen zijn eigen variatie op dit thema. Tinne Van der Straeten, minister van Energie (Groen), wil de ‘overwinsten’ belasten aan 25%, Paul Magnette (PS) wil een miljard euro belastingen op deze winsten boeken, ABVV-voorzitter Thierry Bodson wil deze winsten aan 50% belasten en Sofie Merckx (PVDA) aan 100%. De studiedienst van de PVDA berekende dat de ‘overwinst’ van Engie-Electrabel de afgelopen 12 maanden 1,8 miljard euro bedroeg.  

Een tijger wordt geen vegetariër

De energiereuzen kunnen leven met een symbolische tijdelijke belasting om het kapitalistisch systeem te beschermen tegen de groeiende woede. Maar Engie-Electrabel belasten voor een bedrag van 9 miljard euro over 3 jaar, zoals voorgesteld door de PVDA, is geen sinecure. De multinational zal dit niet toelaten zonder zich uit alle macht te verzetten. In het verleden aarzelden multinationals niet om over te gaan tot chantage over de bevoorrading. De regels van de markt staan grote private bedrijven toe om schaarste te organiseren en de economie om zeep te helpen. Het feit dat de bank en verzekeraar Belfius, waarvan de overheid aandeelhouder is, het contract met het Waals Gewest in vraag stelt, uit vrees dat de PVDA in 2024 op regionaal vlak aan de macht komt, is een indicatie van het soort sabotage en chantage waartoe het kapitaal bereid is. (1) De georganiseerde arbeidersbeweging moet zich daar nu op voorbereiden, met een programma dat dit kan aanpakken.

Op het ABVV-congres van eind mei en begin juni werd bevestigd dat de vakbond voorstander is van een energiesector in publieke handen. Ook PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw verdedigde dit standpunt. Zowel het ABVV als de PVDA stellen dat de sector niet aan de private sector en de markt mag overgelaten worden, maar dat de overheid er controle over moet uitoefenen. Betekent dit de nationalisatie van de sector? 

Nationalisatie, een oude eis die niets aan actualiteit verloren heeft

In hun eisen voor de concentratie van het gemeenschappelijk vakbondsfront op 21 september spraken de vakbonden over het terugdraaien van de totaal mislukte liberalisering en het reguleren van de sector en de prijzen. We moeten erop wijzen dat de energiesector in België na de Tweede Wereldoorlog niet volledig werd genationaliseerd, in tegenstelling tot andere landen waar deze toegeving aan de arbeidersbeweging moest worden gedaan. 

Zoals Jean-Pierre Hansen, voormalig baas van Engie-Electrabel, in een podcast op de RTBF over de hoge energieprijzen en de kwestie van nationalisatie verklaarde: “In België is elektriciteit nooit genationaliseerd. De ondernemingen waren privaatrechtelijk, maar ze waren gereguleerd (…) met zeer duidelijke methodes en zeer precieze instanties die hun inkomsten regelden. Het doel was dat ze genoeg konden verdienen om een beroep te doen op de kapitaalmarkt, inclusief internationaal kapitaal. Punt. Het was niet meer of minder dan dat. Het was geen nationalisatie, maar regulering.”

Na de oorlog pleitte het ABVV op zijn congres van 1954 voor de nationalisatie van de basisindustrieën, vooral de energiesector, en voor kredietcontrole om een vorm van planning in de economie in te voeren. De sociaaldemocratische premier Achille van Acker, die tussen 1954 en 1958 een regering van sociaaldemocraten en liberalen leidde, wees het idee af: nationalisaties maakten geen deel uit van het regeerakkoord. Vakbondsleiders en werkgeversvertegenwoordigers uit de elektriciteitssector werden het in 1955 eens over een model van marktregulering. De nationalisatie van energie maakte in 1958 nog deel uit van het actieprogramma van structurele hervormingen van het ABVV. 

Dit idee komt vandaag sterk terug, ook soms aan de top van het ABVV. Tijdens de staking van de openbare diensten op 31 mei verdedigde ACOD-voorzitter Michel Meyer de nationalisatie van de energiesector. Aan de vooravond van de vakbondsactie van 21 september omschreef Waals ABVV-voorzitter Jean-François Tamellini nationalisatie als de beste manier om de prijzen te blokkeren. 

De PVDA wil de liberalisering van de sector terugdraaien en hekelt de deelname van de PS en Ecolo aan de privatisering van SPE (Samenwerkende vennootschap voor Productie van Electriciteit) in 2000 vóór de fusie met de private leverancier Luminus. De partij verdedigt een publieke groene energiepool op basis van een investering van 10 miljard euro. Die pool zou naast de private bedrijven op een gereguleerde markt bestaan. 

In een artikel in het Amerikaanse tijdschrift Forbes, voerde de Britse vakbondsfederatie TUC als argument tegen de nationalisatie van energieleveranciers aan dat “producenten als BP en Shell de prijzen bepalen en grote winsten maken. Dit betekent dat zonder parallelle subsidies op elektriciteit een nationalisatie waarschijnlijk niet veel zal uithalen”. De conclusie is dat de voorkeur uitgaat naar een model waarbij de staat aan de private sector het verschil betaalt tussen de marktprijs en de verlaagde rekening, zoals voorgesteld door de leiding van de Britse Labour Party of de regering PSOE-Podemos in Spanje. Als we willen voorkomen dat we aan private winsten raken, zal de rekening voor dit overheidsingrijpen vroeg of laat aan de arbeidersklasse worden gepresenteerd in de vorm van besparingen op de publieke uitgaven. Daarom moet de hele energiesector uit handen worden genomen van de private sector en zijn hebzucht.

Vóór de liberalisering van de sector had SPE, de op één na grootste elektriciteitsproducent, slechts 9% van de productiecapaciteit van het land in handen en werd heel sterk gedomineerd door Electrabel. Een groene publieke energiepool zal niet volstaan om de prijzen te doen dalen en de historische taak te vervullen om de opwarming van de aarde te beteugelen door af te stappen van fossiele brandstoffen.

De nationalisatie van de gehele energiesector (productie, distributie, onderzoek en ontwikkeling) en de financiële sector is ook noodzakelijk om speculatie met energie- of voedselprijzen te voorkomen. Dit zou de nodige financiële middelen mobiliseren voor massale investeringen in groene energie voor huishoudens, als onderdeel van een rationele en ecologische planning van de economie en een transformatie van de samenleving naar democratisch socialisme. 

Ook moet duidelijk worden wie deze nationalisaties controleert en wiens belangen zij dienen. In Frankrijk wil de staat bijna 10 miljard euro uitgeven om 100% aandeelhouder te worden van het energiebedrijf EDF. Daarmee worden de schulden van het bedrijf opgevangen en wordt het klaargestoomd voor een herstructurering, een beetje zoals de nationalisaties van de staalindustrie in de jaren 1970 en 1980. Het idee is de gemeenschap te laten opdraaien voor de kosten van nieuwe modellen van kleine kernreactoren om de strategische energieonafhankelijkheid van het Franse kapitalisme te waarborgen. Zodra de rendabiliteit na de overheidsinvesteringen is hersteld, zal de privatisering terug op tafel liggen. Dat wordt nu al erkend. De Duitse regering volgt dezelfde logica met de nationalisatie van de gasgigant Uniper, de grootste gasimporteur in Duitsland, die zwaar is getroffen door het Russische besluit om de Nord Stream 1-pijpleiding te sluiten. 

Tot slot volgen nog twee verduidelijkingen. Ten eerste kan er geen sprake zijn van compensaties of het uitkopen van kapitalisten die zich jarenlang verrijkt hebben op de kap van onze facturen en die het milieu ernstig in gevaar brachten. Compensatie kan enkel voor kleine spaarders op basis van bewezen behoefte. Ten tweede verdedigen wij de uitbreiding van de democratie tot het hart van de economie, via de controle en het beheer door de werkenden. De Russische revolutionair Trotski schreef hierover in 1934: “Zelfs indien de regering aartslinks was en met de beste voornemens bezield, dan nog zouden we voor de arbeiderscontrole op de productie en de handel zijn: we willen niets weten van een bureaucratische leiding van de genationaliseerde industrie; we eisen de directe deelneming, aan de controle en de leiding, van de arbeiders zelf, door middel van de fabriekscomités, de vakbonden …” 

1) Sinds 1 januari 1991 beschikt Wallonië over eigen gecentraliseerde kassierscontracten vooral de verrichtingen van alle door Wallonië geopende rekeningen.

Delen: Printen: