Brazilië: welk verzet tegen het neo-liberaal beleid?

Eind november kwam de verkozen internationale leiding van het CWI samen voor een week discussies en uitwisselingen. We publiceren hieronder een verslag van de inleiding tot de discussie die er was over de situatie in Brazilië. De politieke situatie in dat land is snel gewijzigd met de verkiezing van president Lula op een uitgesproken linkse basis. Het beleid van de huidige regering en president maakt echter geen breuk met het neo-liberalisme wat tot ontgoochelingen leidt en zelfs de oprichting van een nieuwe partij waarin ook onze Braziliaanse kameraden bijzonder actief zijn.

Verslag van de inleiding door André Ferrari opgetekend door Els Deschoemacker

De massa’s van Latijns Amerika zijn de zogenaamde alternatieven op het neo-liberalisme aan het uittesten. In Brazilië zitten we in een speciale fase van dat proces. Brazilië heeft misschien de meest belangrijke anti-kapitalistische partij van heel het continent, de PT van Lula. Maar deze partij is zich op een snel tempo aan het omvormen tot een instrument van de burgerij en het imperialisme. Op dit ogenblik zijn delen van de arbeidersklasse hun conclusies aan het trekken op basis van hun ervaringen met de politiek van Lula. De afgelopen twee jaar bewees de regering onder leiding van Lula dat ze bereid is de rol van burgerlijk instrument te vervullen.

Economisch herstel versterkte positie van Lula

Het jaar 2003 werd gekarakteriseerd door een algemene neergang van de economie en door sociale chaos. Maar 2003 werd ook gekarakteriseerd door de immense winsten die banken en speculanten maakten. In 2003 kromp de Braziliaanse economie met 0,2%. De regering werd geconfronteerd met een hele reeks schandalen.

Dit jaar herstelde de regering echter deels haar positie, vooral door een zeker herstel in de economie die er kwam door een boom in de export, vooral op vlak van landbouwproducten. De verwachtingen voor groei het volgend jaar liggen op 4,5%. Deze groei kan echter zeer snel stilvallen omwille van een gebrek aan investeringen, vooral in infrastructuur. Het land heeft problemen met de energievoorziening en ook het transport kent ernstige tekortkomingen.

Brazilië is zeer afhankelijk van de wereldeconomie. De regering-Lula zal meer dan waarschijnlijk de intrestvoeten verhogen om op die manier inflatie tegen te gaan. Ze wil tegen het einde van het jaar naar een begrotingsoverschot gaan om zo de internationale schuld te verminderen met 4,5% van het BBP. De regering zegt dat het niet noodzakelijk is om een nieuw akkoord te sluiten met het IMF. Maar gezien het risico op interne crisis en het huidige onzekere internationale klimaat, is het meer dan waarschijnlijk dat er toch een nieuwe akkoord getekend zal worden. Er was een verhoging van de werkgelegenheid de laatste maanden, maar de nieuwe jobs worden gekenmerkt door lage lonen en arbeidscondities. De meerderheid van de arbeiders verwachten een verbetering van de economische toestand, maar deze verwachtingen zijn op weinig of niets gebaseerd.

Nieuwe ronde van neo-liberale maatregelen

De regering plant nieuwe neo-liberale hervormingen. Vooral in de universiteitssector plannen ze tegenhervormingen. Ze wil er publiek-private samenwerking introduceren en probeert dat in te kleden als een “progressieve” hervorming! De regering wil ook quota voor Afro-Brazilianen in de vorm van positieve discriminatie. Daarmee wordt de indruk gewekt dat tegemoet gekomen wordt aan een reeks eisen van sociale bewegingen, zoals de MST (beweging van landloze boeren). In realiteit leiden de hervormingen van bijvoorbeeld het onderwijs ertoe dat de privatiseringen via de achterdeur ingevoerd worden. Hiermee zullen de crisis en de onderfinanciering van het onderwijs echter niet opgelost worden.

De regering wil ook syndicale hervormingen doorvoeren. Ze wil de macht van de bureaucraten aan de top van de vakbonden versterken. In realiteit is het een voorbereiding op de hervorming van de arbeidsmarkt. Eerder verworven rechten moeten sneuvelen. Ze willen nu ook genetisch gemanipuleerd voedsel op de markt brengen, in tegenstelling tot de eerdere beloftes van de PT om dat niet te doen. Betreft de beloofde landhervormingen: de minister van landbouwhervormingen, een lid van het Verenigd Secretariaat van de Vierde Internationale (de internationale groepering van onder meer de Franse LCR en de Belgische SAP), heeft slechts 44% van zijn streefdoel voor verdeling van land gerealiseerd, en dat terwijl het streefdoel al niet hoog was, integendeel. Slechts één derde van het voorziene budget werd effectief gebruikt. Alle sociale programma’s komen onder druk te staan omdat de prioriteit van de regering ligt bij de afbetaling van de schuld en omwille van de strikte fiscale normen die de regering handhaaft. Ook de landbezettingen gaan gewoon door. Terwijl de leiding van de MST zich toegevend opstelt tegenover de regering, komt ze onder druk van de eigen basis. In april, rode april genoemd, vonden 109 landbezettingen plaats. Momenteel is er een nieuwe golf van bezettingen bezig die geconfronteerd worden met repressie en aanvallen van de politie. En dat allemaal met een arbeiderspartij, de PT, aan de macht.

Lula speelt ook een reactionaire rol in de internationale arena. Een voorbeeld daarvan is het sturen van troepen naar Haïti. Daar helpen de Braziliaanse troepen een regering overeind te houden die aan de macht gekomen is met een staatsgreep die gesteund werd door de VS. Op die manier willen ze credibiliteit opbouwen tegenover het VS-imperialisme en willen ze een zetel bekomen in de VN-Veiligheidsraad.

Recent was er een crisis als gevolg van uitspraken van de minister van defensie. Die stelde publiekelijk dat de martelingen onder de militaire dictatuur gerechtvaardigd waren! En Lula trad er niet tegen op. Meer nog, hij weigerde in te gaan op de vragen om de militaire archieven te openen. Deze archieven kunnen mogelijk meer informatie geven over diegene die verdwenen onder de militaire dictatuur. Een lid van de Communistische Partij, lid van de regering, ging met deze politiek akkoord ondanks het feit dat zijn partij één van de slachtoffers was tijdens de dictatuur.

Lessen van de laatste verkiezingen

Het belangrijkste kenmerk van de laatste verkiezingen was het gebrek aan een links alternatief. Voor het eerst in 25 jaar was er geen links alternatief. De nieuwe partij P-Sol was nog niet legaal geregistreerd. Ook de linkerzijde in de PT heeft geen eigen campagne gevoerd. De PSTU, de LIT, heeft gefaald om het links vacuüm op te vullen. De PT slaagde erin verschillende steden te veroveren. Ze heeft in 411 steden de meerderheid veroverd. Dit waren vooral kleinere steden.

Maar ze verloren ook in verschillende grote steden, zo verloor de PT in Sao Paulo. Dit is een belangrijke nederlaag voor de PT en voor Lula zelf, omdat hij zelf nauw betrokken was bij de campagne. Ook in Porto Allegre verloor de PT haar meerderheid. De kandidaat in Porto Allegre was een lid van het Verenigd Secretariaat van de Vierde Internationale, maar hij differentieerde zich niet van het regeringsbeleid. Daar betaalde hij een zware prijs voor door zijn positie te verliezen. In Rio de Janeiro haalde de PT haar slechtste resultaat ooit. De PT haalde slechts 6% van de stemmen. Wat een verschil met de tweede ronde van de presidentsverkiezingen, toen Lula in Rio 80% van de stemmen binnenhaalde. Een deel van de stemmen ging naar de CPB (Communistische Partij van Brazilië). De CPB-kandidate stelde zich kritisch op tegenover de regering-Lula, en dit tegen de lijn van haar partij in.

Een andere belangrijke ontwikkeling zagen we in een deelgemeente van Porto Allegre. Het voorbeeld toont het potentieel voor een linkse oppositie. Ook hier was de kandidaat een lid van de vierde internationale, maar één die opkwam tegen de politieke richting van de PT. Lula moeide er zich persoonlijk mee en steunde openlijk de kandidaat van de CPB. Omwille van de kritische houding tegenover de regering was het de PT-kandidaat (niet gesteund door Lula) die de verkiezingen won. In het algemeen zijn er geen illusies in de linkerzijde binnen de PT, maar deze uitslag toont het electorale potentieel voor al wat links staat van Lula. In het algemeen heeft georganiseerd links binnen de PT zich aangepast aan de politiek van de PT in de regering. De PSTU, de LIT, heeft geen vooruitgang geboekt in deze verkiezingen. Ze hadden een zeer exclusieve en sectaire lijn. Ze gebruikten hun zendtijd op televisie bijvoorbeeld om de P-Sol aan te vallen.

Er is een crisis bij de basis van de PT. De resultaten van de verkiezingen hebben een electorale polarisatie gecreëerd tussen de PT en de PSDB (de partij van Cardoso, de ex-president) wat van belang zal zijn in de volgende verkiezingen in 2006. De PSDB won de gemeenteraadsverkiezingen in Sao Paulo en won ook terrein in heel wat andere steden. Er is een strijd tussen de PT en de PSDB over wie het best de belangen van de burgerij en het imperialisme kan verdedigen.

De PT onder druk van klassenstrijd

We verwachten dat er nog voor de verkiezingen van 2006 een verscherping van de strijd zal plaatsvinden. Dit jaar was er een nationale staking van bankarbeiders van 1 maand. Deze sector staat onder voortdurende aanvallen onder druk van IT-vernieuwing. Deze sector heeft het aantal jobs zien verminderen van 800.000 naar 400.000 in de laatste 10 jaar. Deze staking vond plaats tegen de nationale leiding van de vakbond in. Deze staking schokte ook de regering omdat de PT traditioneel sterke steun heeft onder de arbeiders werkzaam in deze sector. 3 PT-ministers zijn ex-leiders van bewegingen in de sector. Deze sector heeft nu gebroken met de PT. Onder de basis en zelfs in de vakbonden van deze sector is er nu een echte haat aan het ontwikkelen tegenover de PT-regering. De regering wilde een nederlaag voor deze sector realiseren, naar het voorbeeld van wat de regering-Cardoso deed met de petroleumarbeiders in 1995. De banksector behaalde echter een prachtige overwinning en hun moreel is zeer hoog. Ze initieerden o.a. een nieuwe vakbondsorganisatie. Het is meer een politieke dan een economische overwinning.

Er is een debat begonnen onder links over welke positie ingenomen wordt ten aanzien van de vakbondsfederatie CUT. De discussie gaat over al dan niet affiliatie aan de CUT. De CUT wordt in het algemeen gezien als een instrument van de regering. Verschillende vakbonden hebben zich al los gemaakt van de CUT. Maar is geen duidelijk idee wat ze moeten doen als alternatief. De PSTU probeert het vacuüm te vullen met haar oproep voor een nationale coordinatie van strijd en voor een alternatieve CUT. Dat idee is op zich correct, maar de PSTU heeft deze oproep op een sectaire en exclusieve manier gedaan. Het debat gaat over het opzetten van een nieuwe coordinatie of deze oproep gebruiken om de CUT te hervormen. In het algemeen is er niet veel geloof in het feit dat de CUT hervormd kan worden. Dit debat is niet nieuw en komt keer op keer terug. Maar de vraag is hoe we de condities voor een nieuwe vakbondsfederatie kunnen creëren. Zo’n nieuwe formatie kan niet op een kunstmatige manier tot stand komen. Eén van de initiatieven is een mars naar Brasilia op 25 november. Deze betoging is er één tegen de onderwijshervormingen en de hervormingen van de arbeidsmarkt. De betoging is breed van karakter en omvat de PSTU alsook delen van links binnen de PT. Het is een belangrijk initiatief omdat het ingaat tegen de exclusieve benadering om links te organiseren. De MST was akkoord met deelname aan deze mars, maar onder druk van de regering hebben ze hun steun terug ingetrokken. Ze organiseren een andere mars in dezelfde stad maar op een ander tijdstip in een ander deel van de stad. Ze stonden immers onder druk van hun eigen basis om toch iets te doen.

Er is een algemeen proces van reorganisatie bezig in de georganiseerde arbeidersbeweging onder druk van een aantal belangrijke stakingen en strijdbewegingen. Een voorbeeld daarvan is de staking van arbeiders die werken in de rechtbanken in Sao Paulo. Die zijn al drie maanden aan het staken. De leiding van de vakbond is geel (staat voor samenwerking met het patronaat). De staking wordt georganiseerd door de basis, met stakingscomités met een grote participatiegraad en vakbondsdemocratie. Deze stakingscomités hebben zich omgevormd tot een permanente organisatie die arbeiders organiseert in de hele deelstaat Sao Paulo.

De Psol: wat is het en wat is het niet

De lancering van de Psol (Partij voor socialisme en vrijheid) is de politieke uitdrukking van die reorganisatie die bezig is in de arbeidersbeweging. Het is niet het hele proces, maar wel de belangrijkste politieke uitdrukking van dit proces. De nieuwe partij is niet ontstaan uit de nood voor een electoraal initiatief, maar staat onder druk om electoraal een rol te spelen. De partij is geboren uit de druk van stakingen in de openbare diensten arbeiders en jongerenstrijd. De Psol wordt in het algemeen geïdentificeerd met de 4 uitgesloten parlementairen uit de PT.

De partij werd in juni gelanceerd op een meeting met 800 militanten en activisten van overal in het land en een aantal belangrijke posities werden toen aangenomen. De Psol ging akkoord met statuten die het recht op tendensen erkend en ook met een voorlopig programma dat zeer progressief is, meer progressief dan gelijk welk initiatief in Europa. Het programma is essentieel anti-kapitalistisch en anti-imperialistisch, klassenbewust en socialistisch. Het voornaamste gevaar is dat het enkel bij theorie blijft. Er zijn elementen in de leiding van de Psol die het programma slechts zien als decoratie. Er zijn anderen die zeggen dat de belangrijkste taak voor de partij de voorbereiding is van de presidentsverkiezingen in 2006 en de kandidatuur van het parlementslid Helena. Ze zien het belang niet van het potentieel aan arbeiderstrijd dat zich kan ontwikkelen in 2005 en hebben er geen orientatie naar. In het algemeen zijn ze te gefixeerd op verkiezingen en overschatten ze het electoraal proces en enkelen zouden zelfs bereid zijn om lokale allianties te sluiten met kleine burgerlijke partijen. Het is mogelijk dat één van de parlementairen de Psol zal verlaten omdat hij er niet van overtuigd is herverkozen te kunnen worden als kandidaat voor de Psol.

Onze organisatie heeft samen met anderen een alternatief document voorgelegd met daarin voorstellen over wat soort partij de Psol zou moeten zijn: namelijk een partij die fundamenteel gebaseerd is op klassenstrijd en die breekt met de burgerij. We stellen de vraag waar deze partij naartoe wil. We zitten in het begin van het proces van de vorming van de partij. Maar het moet duidelijk zijn waar we naartoe moeten. We ontkennen het belang niet van tactische overwegingen betreffende de verkiezingen van 2006. Maar het is belangrijker te zien wat de staat van de partij zal zijn die de campagne voor Helena zal voeren. Helena heeft een zeer hoog profiel en wordt gesteund door brede lagen in de samenleving. Haar positie is vergelijkbaar met de “standing” die Lula had eind jaren ’70, begin ’80. Die vergelijking gaat uiteraard niet 100% op, maar er zijn wel gelijkenissen. De vraag is of de Psol ervoor zal kiezen een electoraal instrument te worden om Helena verkozen te krijgen, of als het een instrument zal worden dat bruikbaar is in de klassenstrijd en daar ook haar centrale oriëntatie op heeft.

Het is meer dan waarschijnlijk dat er een nieuwe golf van splitsingen zullen plaatsvinden, weg van de PT en de CPB. Deze zullen niet noodzakelijk allemaal in de richting van de Psol ontwikkelen. Er is een zekere fixatie van een deel van links op verschillende sociale bewegingen en het is niet uitgesloten dat nog andere nieuwe partijen gevormd worden. Tot nu zijn er weinig gekende leiders die zich hebben aangesloten bij de Psol. De basis van de Psol bestaat voor het overgrote deel uit nieuwe generaties. Het is mogelijk dat een meer gematigde Psol delen van links binnen de PT zou kunnen aantrekken. Het is waarschijnlijk dat het WSF in januari 2005 zal leiden tot een nieuwe vooruitgang voor de Psol. De Psol zal zijn 2de congres organiseren in Porto Allegre, maar zal ook een internationaal initiatief nemen. Het zal een meer open meeting worden, om in staat te zijn nieuwe krachten aan te trekken.

Het is noodzakelijk dat de Psol een programma van debatten opstelt om haar programma en strategie verder uit te diepen. 2005 zal gekenmerkt worden door intense debatten over programma en strategie. Op dit moment presenteert de Psol zich als een breed dak/schuilplaats voor socialistisch links. Maar het is belangrijk en noodzakelijk om de brede ruimte ter linkerzijde te bezetten, een ruimte die opengelaten wordt door de verrechtsing van de PT. Het is overduidelijk dat een aantal linksen binnen de Psol tevreden zijn met de huidige stand van zaken en de nood niet zien dat de Psol ontwikkelt in de richting van het revolutionair socialisme. We begrijpen dat er limieten zijn aan de Psol zoals ze vandaag is. We weten dat we aan de start staan van een periode van hersamenstelling van links en dat het proces van verburgerlijking van de PT op zijn einde loopt. Het zal geen gemakkelijk en geen lineair proces zijn.

De rol van het CWI in de Psol

Het is belangrijk dat we tussenkomen in deze discussie en dat we het idee van democratisch centralisme en van een revolutionaire strategie verdedigen. Het is belangrijk dat we binnen Psol ons eigen profiel behouden en dat we verder bouwen aan de eigen organisatie. Het was een correcte beslissing om deel te worden van de Psol en te helpen deze partij te lanceren. We verdedigen socialistische ideeen, maar we willen ook helpen de beweging te bouwen. Maar we hebben ook moeilijkheden met onze werking binnen de Psol. Er is een algemene houding in de Psol van respect voor het recht op het bestaan van verschillende tendensen, maar ook is er de overtuiging dat de sleuteltaak nu is om de Psol uit te bouwen. Er wordt zwaar druk uitgeoefend op ons om onze reeds zeer beperkte middelen in te zetten om de Psol uit te bouwen. We hebben een belangrijke positie in het nationaal comité van de Psol, maar het vergt veel van onze tijd, geld en energie. Het is duidelijk dat we zullen moeten zoeken naar een betere balans. We trekken mensen aan voor de Psol, maar tegelijkertijd stellen we ook dat er nood is aan een revolutionaire organisatie.

Er zijn veel mogelijkheden in de Psol, maar in een beginstadium van de vorming van deze zeer linkse partijen, kan het zeer moeilijk zijn om te recruteren voor de revolutionaire partij. Het is immers moeilijker om ons te differentiëren. Dat verandert eenmaal er meer duidelijkheid komt. Wij moeten vooraan staan, om de partij te wapenen met een duidelijke linkse prognose, een revolutionair programma, en we zullen een echo vinden. Zelfs de beste figuren kunnen onder druk komen te staan. Er kan een ongeduld groeien in de partij. Er kan een teleurstelling groeien op het parlementaire terrein. Er is het voorbeeld van de PT in 1981 die toen 4% haalde. Er was grote teleurstelling in de rangen van de PT. Het is zeer moeilijk voor een nieuwe partij om succes te hebben op dat niveau. Kijk naar het voorbeeld van de PASOK in Griekenland in de eerste periode na het omverwerpen van de militaire dictatuur. De verkiezingsresultaten waren zeer laag, veel lager dan de verwachtingen die de leiders van de PASOK toen hadden. Het is noodzakelijk een duidelijk doel voor ogen te hebben met de revolutionaire partij. We hebben een open houding nodig, maar we mogen niet twijfelen om te spreken als we niet akkoord gaan met strategie en tactieken als dit nodig is.

Het CWI heeft belangrijke lessen getrokken inzake de ontwikkeling van nieuwe linkse formaties. We zouden in Brazilië niet in staat geweest zijn om een leefbare organisatie uit te bouwen zonder de hulp en de leiding van het CWI. We hebben geleerd van de ervaring en het debat over de vorming van de SSP in Schotland, van de discussie over het linkse blok in Portugal, van de nieuwe electorale ontwikkelingen in Duitsland, de beperkingen van Respect in Engeland, … De politieke analyses en de ervaringen van het CWI zijn van enorm belang. De uitbouw van het CWI in Latijns Amerika is dan ook een cruciale taak voor de kameraden in Brazilië.

Delen: Printen: