Artikel door Laure uit de juni-editie van ‘De Linkse Socialist’

Met de vakantie voor de deur wordt al eens gezegd dat leraars het toch gemakkelijk hebben. De realiteit is anders. Werkonzekerheid en het opvoeren van de werkdruk zijn ook in het onderwijs schering en inslag. Wij vroegen op de Luikse onderwijsbetoging van begin mei aan een lerares waarom er ongenoegen heerst onder het personeel van het onderwijs.

“Er zijn honderden ongemakken op ons werk. Te beginnen met de onzekerheid. Ik ken een leraar die pas na 26 jaar werd benoemd. Dat betekent dat je 26 jaar lang niet weet of je de volgende maand nog werk zult hebben. Het is ook zwaar om van de ene naar de andere school te trekken zonder te weten waar je het jaar nadien zal staan. Op die manier kan je niet deelnemen aan projecten op langere termijn.

“Vervolgens is er uiteraard het probleem van het grote tekort aan middelen. Dat maakt ons werk heel moeilijk. Er zijn overbevolkte klassen. Als je met 26 leerlingen in de klas zit, lukt het niet om hen allemaal de leerstof over te brengen op hun niveau en rekening houdend met hun zwakheden. Er zijn ook problemen zoals plaatsgebrek, een tekort aan technische ondersteuning, gebrekkige infrastructuur,…

“Ik geef bijvoorbeeld beeldende kunst op een gemeenteschool. De school heeft voor het materiaal dat ik nodig heb slechts een budget van 1 euro per leerling per jaar. Daar kan ik niets mee doen. Ik kan uiteraard aan de leerlingen niet vragen om zelf bij te leggen, zij moeten bij het begin van het jaar al veel betalen. Ik zit daar dan met 26 pubers voor mij die ik met de beschikbare middelen niet echt iets interessant kan aanbieden. En dan betaal je zelf maar voor wat materiaal.

“Een ander ongemak komt voort uit het feit dat jongeren vandaag veel moeilijker zijn dan vroeger. Dat is niet verbazend met de tekorten op alle vlakken. En waarom zou je je inzetten op school als dit geen garantie biedt op werk?

“Je moet ook beseffen dat we in de klas geen seconde rust hebben, we moeten steeds alert zijn, les geven, een klas in de hand houden, erop toezien dat iedereen mee is,… Dat vraagt veel en het komt bovenop de voorbereidingen en allerhande activiteiten naast het lesgeven zelf. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een op de twee jonge leraars het niet langer dan acht jaar volhoudt.”