Algerije: het begin van de onafhankelijkheidsstrijd

Op 8 mei 1945 protesteerden jongeren en werkenden in Algerije tegen fascisme en tegen kolonialisme. Het protest botste op harde repressie.

De Franse verovering van Algerije begon in 1830 met een lange en bloedige koloniale oorlog die eindigde in 1847. De Sahara zou in 1902 veroverd worden. In 1847 werd het Algerijnse grondgebied in drie departementen verdeeld: Oran in het westen, Algiers in het centrum en Constantine in het oosten. Algerije werd geassimileerd met Frankrijk en werd een verlengstuk ervan aan de overkant van de Middellandse Zee.

Door Guy Van Sinoy. Dit is het eerste deel van een reeks naar aanleiding van de 60ste verjaardag van de Algerijnse onafhankelijkheid.

Ten tijde van de verovering was de bevolking van Algerije niet homogeen. De Berbers, die een eigen taal hebben (Amazigh), leefden er al 3000 jaar en waren vooral geconcentreerd in de bergachtige gebieden (Kabylië, Aures). De Arabieren kwamen in de 8e eeuw en voerden de Islam in. De Sefardische Joden arriveerden aan het eind van de 15e eeuw, nadat zij door de katholieke koningen uit Spanje waren verdreven. Vóór de Franse verovering leefden deze verschillende volkeren in betrekkelijke armoede samen.

Kolonialisme

Nadat de verovering van Algerije was voltooid, vestigden de militairen een koloniaal systeem. De vruchtbaarste gronden werden van de moslims gestolen en aan kolonisten gegeven die alle rechten genoten, terwijl de gekoloniseerden voor alles moesten betalen. Zij waren geen ‘burgers’ maar ‘onderdanen’.

Algerije werd ook een kolonie waar anderen naartoe trokken. Arme mensen uit het hele Middellandse Zeegebied (Zuid-Frankrijk, Andalusië, Sicilië, Malta) emigreerden naar Algerije in de hoop daar hun lot te verbeteren. Zij werden arbeiders, ambachtslieden, bedienden en ambtenaren. Hun in Algerije geboren nakomelingen kregen automatisch de Franse nationaliteit. In 1870 verleende het decreet-Crémieux de Franse nationaliteit aan de joden in Algerije, terwijl moslims alleen “op verzoek” de Franse nationaliteit konden krijgen.

De Noord-Afrikaanse Ster (ENA)

Tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden in Frankrijk 25.000 Algerijnse moslims op het slagveld, terwijl 119.000 Algerijnse moslims werden opgevorderd om de Franse arbeidskrachten te vervangen. De nasleep van de oorlog was een periode waarin het verlangen naar vrijheid de kop opstak. In 1926 stichtte Messali Hadj de Étoile Nord-Africaine (ENA), een beweging die opriep tot Algerijnse onafhankelijkheid.

In die tijd kreeg ENA de steun van de Franse Communistische Partij (PCF). ENA werd beschuldigd van “subversieve propaganda” en werd in 1929 door de Franse autoriteiten ontbonden. Het telde op dat ogenblik 3.600 leden, waarvan de helft in Parijs. Ondanks de aanhoudende repressie hielden de aanhangers van Messali in de zomer van 1935 nog 35 bijeenkomsten.

Toen de PCF toetrad tot het Volksfront, nam ze afstand van de antikoloniale strijd. Deze brutale bocht van de PCF had ernstige gevolgen. De Algerijnse nationale beweging ontwikkelde zich weg van de arbeidersbeweging. In 1937 richtte Messali de Algerijnse Volkspartij (PPA) op. Vervolgens werd hij afwisselend gevangen gezet en onder huisarrest geplaatst in provinciesteden, hetgeen tot gevolg had dat hij van zijn aanhangers werd afgesneden.

Wereldoorlog II

Het Vichy-regime trok de sociale en vakbondswetgeving voor moslims in. Het Crémieux-decreet, dat de Franse nationaliteit toekende aan Algerijnse joden, werd afgeschaft.

In november 1942 landde het Amerikaanse leger in Noord-Afrika en vestigde het in Algerije een regime dat vijandig stond tegenover Vichy. 15% van de Fransen in Algerije en van de moslims (waarvan de meesten geen staatsburgers waren) werden ingelijfd om te gaan vechten in Italië, en van daaruit in de Provence.

8 mei 1945

Op 8 mei 1945, de dag van de capitulatie van de nazi’s, waren er in heel Algerije betogingen onder de slogan: “Weg met het fascisme en het kolonialisme.” In Sétif schoot de politie op betogers die een Algerijnse vlag meedroegen. De betogers namen wraak door de politie en Europeanen aan te vallen. Op het platteland kwamen de boeren in opstand. Een honderdtal Europeanen kwam om het leven en er vielen evenveel gewonden.

De represailles waren verschrikkelijk. Dorpen werden gebombardeerd door de luchtmacht en de marine die vanaf de kust vuurde. Er waren tienduizenden slachtoffers onder de Algerijnen. De Algerijnse Communistische Partij en de PCF veroordeelden de Algerijnse nationalisten in zeer vijandige bewoordingen. De breuk tussen de nationalisten en de georganiseerde arbeidersbeweging werd compleet.

 

Delen: Printen: