Van inflatie naar recessie: kapitalisme loopt vast

De maandelijkse energiefactuur, de indexering van de huur of gewoon een bezoek aan de pomp: het is tegenwoordig genoeg om het aan je hart te krijgen. Voor de overgrote meerderheid van de bevolking is de stijgende levensduurte een voelbaar en nijpend probleem. Het einde is bovendien nog niet in zicht. Waar komt die inflatie vandaan? Wat betekent dit voor de toekomst? Wat kunnen we eraan doen?

dossier door Koerian (Gent) uit maandblad De Linkse Socialist

Perfecte storm

Overal ter wereld duikt het inflatiespook op. In België bedraagt de inflatie volgens Eurostat 10,4%, bijna 2% boven het Europese gemiddelde. Voor de oorzaak van de inflatie wijzen de media vooral op de oorlog in Oekraïne. De inval van Rusland kwam uit het niets en gooide de wereldeconomie uit balans, dat is het discours. Enerzijds komt de oorlog in Oekraïne natuurlijk niet uit het niets. Ze is het resultaat van een opbouw aan inter-imperialistische spanningen tussen de EU en Rusland, het westen en China. Anderzijds zijn de oorzaken voor de inflatie veel complexer. Wanneer politici en opiniemakers wijzen naar de oorlog in Oekraïne, is dat omdat ze hun kop in het zand willen steken voor de dieperliggende oorzaken van de inflatie en de diepe crisis van hun kapitalistisch systeem.

Uiteraard speelt de oorlog in Oekraïne een belangrijke rol. Heel wat multinationals maken gebruik van de relatieve tekorten die de oorlog creëert om woekerwinsten te boeken. Energiebedrijf Engie maakte in de eerste helft van 2022 5,2 miljard euro winst. BASF maakte, met het excuus van de hogere grondstofprijzen, een kwart meer winst in het tweede kwartaal van 2022. Het neemt daarbij een voorbeeld aan de farma-giganten en hun woekerwinsten tijdens de coronacrisis. Zij graaien, wij betalen. De stop in toevoer van graan uit Oekraïne en Rusland wordt door speculanten aangegrepen om voedselprijzen op te drijven, vooral op kap van de bevolking in de neokoloniale wereld, maar ook bij ons neemt de inflatie van voedselprijzen hard toe.

De spanningen tussen de wereldmachten spelen ook op andere manieren een rol in de galopperende inflatie. De strijd tussen de VS en China om militaire en economische dominantie leidt tot deglobalisering en verstoring van de toevoerketens. Bedrijven gingen tot voor een aantal jaar op zoek naar de landen waar ze het goedkoopst kunnen produceren om hun fabrieken te vestigen. Goederen werden over erg lange afstanden vervoerd en voorraden werden zo laag mogelijk gehouden (just-in-time productie) om winsten te maximaliseren. Het conflict tussen de VS en China, dat nog versterkt werd tijdens de pandemie, zette dit onder druk. Het leidde tot aanvoerproblemen die de prijzen van goederen omhoog jagen en het zet bedrijven ertoe aan hun productie dichter bij huis te brengen.

Ook de ecologische crisis heeft haar impact op prijsstijgingen. Droge, hete zomers en koude winters worden een steeds grotere economische factor. Niet alleen in traditioneel klimaatgevoelige sectoren als landbouw overigens. Het lage waterpeil van de Rijn zorgde deze zomer voor grote problemen voor de industrie in het Duitse Ruhr-gebied. Klimaatrampen veroorzaakten in de eerste helft van dit jaar al voor 35 miljard euro verzekerde schade. De quasi-zekerheid op een escalatie van extreme weerfenomenen zal een steeds grotere impact hebben op de economie.

De enorme bergen geld waar de kapitalisten zelf op zitten, spelen ook een rol. Het kapitalisme heeft zich deels tegen de economische crisis van 2008 verweerd door enorme hoeveelheden goedkoop geld in de economie te pompen, de zogenaamde Quantitative Easing, en door de rentevoeten voor leningen laag te houden. Ze hoopten dat bedrijven geld zouden lenen en investeren in de economie. In realiteit was het veel winstgevender om het op te potten in aandelen, vastgoed en speculatiebubbels (bijvoorbeeld cryptomunten) die niets bijdragen aan de reële economie. Slechts een klein deel van het goedkope geld dat bedrijven leenden, vloeide terug naar echte bedrijven en fabrieken, met echte jobs en een echte meerwaarde. Meer geld, zonder een stijging in de productie betekent dat dat geld minder waard wordt en veroorzaakt dus inflatie. De overaccumulatie van kapitaal leidt tot een gebrek aan rentabiliteit en een gebrek aan productieve investeringen.

Deze oorzaken voor inflatie komen dus niet uit het niets. Ze zijn eigen aan het kapitalistisch systeem. De nieuwe Koude oorlog is in essentie een competitie tussen Amerikaanse en Chinese bedrijven om economische toegang, invloedssfeer en dus winsten. De ecologische crisis is het gevolg van 150 jaar vervuiling door de Shells en Arcelor Mittals van deze wereld. Speculatiewinsten en een gebrek aan investeringen in de reële economie zijn bij uitstek kenmerken van een kapitalisme in crisis. Het kapitalisme zit vast in een perfect storm van een economische, ecologische en sociale crisis die het zelf heeft gecreëerd.

Het kapitalisme met de handen in het haar

De oplossingen van centrale bankiers, economen en politici tonen vooral dat ze niet weten van welk hout pijlen te maken. Twee jaar terug was hun perspectief dat alle vraag die tijdens de lockdowns en coronacrisis was opgebouwd zou resulteren in ongebreidelde economische groei wanneer het rijk der vrijheid aanbrak. Dat was dus buiten hun eigen systeem gerekend.

De Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, verhoogde dit jaar de rentevoeten met samen 2%. De ECB verhoogde haar rentevoeten met 0,5% procent. In september volgen wellicht nieuwe verhogingen. Ze proberen eigenlijk, wat zij een milde recessie noemen, uit te lokken om zo een lange periode van inflatie te vermijden. Door geld lenen duurder te maken hopen economen de vraag naar producten te doen dalen en zo de prijzen naar beneden te halen.

Deze tactiek is niet zonder risico. 20% van de Amerikaanse bedrijven drijft op kredieten, in Europa ligt dit cijfer nog hoger. Dat betekent dat wanneer lenen duurder wordt, veel van die bedrijven over kop zullen gaan. Werkloosheid zal opnieuw stijgen. Voor kapitalisten betekent meer werkloosheid een kans om de lonen te doen dalen. Voor ons betekent het miserie.

Stijgende werkloosheid is niet het enige effect van een renteverhoging. Mensen met een variabele hypotheek zullen bovenop de stijgende prijzen te maken krijgen met hogere aflossingen. Wie een eigen woonst wil kopen, zal bovenop de onmogelijke prijzen ook nog eens met een duurdere lening rekening moeten houden. Tientallen landen in de neokoloniale wereld zullen door het verhogen van de rentevoeten (en dus het duurder worden van hun schulden in dollars en euros) dieper in de schuldafhankelijkheid van het IMF en de Wereldbank zakken.

Een milde recessie voor hen, betekent dus een diepe put voor gewone werkenden wereldwijd. Het is een beproefde strategie. In het begin van de jaren ‘80 trok Volcker, toenmalig voorzitter van de Federal Reserve, de rentevoeten op naar 20% om een crisis uit te lokken en inflatie tegen te gaan. Meer dan een uitweg uit de crisis, betekende het een sociaal kerkhof.

Het kapitalisme heeft zich vastgereden. Wanneer het de rentevoeten te traag optrekt loopt het risico op hyperinflatie, wanneer het dat te snel doet duwt het een massa bedrijven richting failliet, fnuikt het de vraag en staan we mogelijk voor een nooit geziene recessie.

Strijd op straat

Hoe de heersende klasse concreet met deze crisis omgaat, zal vooral afhangen van welke strijd op straat wordt gevoerd. Het ongenoegen over de dalende koopkracht bezorgde Frankrijk het eerste parlement zonder meerderheid in de geschiedenis van de Vijfde Republiek, na de overwinning van het links blok NUPES en het extreemrechtse Rassemblement National. De schuldencrisis in Sri Lanka veroorzaakte een revolte die de president van het land op de vlucht dreef. Traditionele politici zijn bang van de woede over de dalende levensstandaard.

Ook de Belgische heersende klasse is bang. De bazen van het VBO en zeker van VOKA pleiten al maanden voor een indexsprong. De Croo houdt de boot af en prijst de index als mechanisme voor stabiliteit. Niet omdat de liberale premier de index genegen is, maar omdat hij onder druk van de vakbonden staat, zeker na de nationale betoging van 20 juni. De Croo en co zijn terecht bang voor een koopkrachtrevolte.

Dit najaar starten onderhandelingen over de welvaartsenveloppe en de loonnorm. Op basis van de loonnormwet van 1996, die bepaalt dat de lonen in België niet sneller mogen stijgen dan die in de buurlanden, zat er vorige keer slechts 0,4% in. Nu zal het wellicht helemaal niets zijn. In volle koopkrachtcrisis, in aanloop naar een winter van onmogelijke gasprijzen, in de context van een renteverhoging door de Europese Centrale Bank, willen de patroons en hun politici onze lonen bevriezen. Het resultaat is dat we achteruit gaan. De vakbonden kondigden al een nieuwe nationale actiedag aan in november. Nu de index aanvallen, zou politieke zelfmoord zijn.

Niet dat er niet verder aan de index zal geprutst worden. Begin dit jaar werd duchtig over de zogenaamde loon-prijsspiraal gepraat. Volgens traditionele politici en kapitalistische economen zouden hogere of zelfs geïndexeerde lonen automatisch hogere prijzen veroorzaken. Alsof de prijzen enkel bepaald worden door de lonen. De winsten stijgen overigens veel sneller dan de lonen en hebben dus een groter effect op prijsstijgingen.

De aanpassing van de lonen aan de stijgende prijzen is al ondermijnd. De gezondheidsindex houdt bijvoorbeeld geen rekening met motorbrandstof en ook over de samenstelling van de indexkorf (de producten en hun gewicht) valt één en ander te zeggen. De index volgt de stijgende prijzen niet volledig. Het blijft een belangrijk instrument om de werkenden te beschermen tegen de ergste armoede, maar een herstel van de volledige index is nodig.

De woede organiseren

Wereldwijd zullen revoltes rond de stijgende levensduurte blijven losbarsten. Maar woede alleen is niet genoeg, de woede moet georganiseerd worden. De beweging van de gele hesjes toonde dat je enkel op buikgevoel geen overwinningen kan boeken, maar dat er nood is aan democratische structuren en een programma dat zich tegen het systeem richt.

De stakingsgolf in Groot-Brittannië bij onder meer het openbaar vervoer en de post is opmerkelijk. Het toont dat de werkende klasse terug is (zie pagina 6). De campagne ‘Enough is enough’ van vakbondsleiders en linkse parlementairen eist degelijke lonen, een einde aan voedselarmoede, lagere energieprijzen, degelijke huisvesting voor iedereen en een belasting op de rijken. Met lokale meetings wordt de campagne opgebouwd. De website van het initiatief crashte toen meer dan 200.000 mensen zich wilden inschrijven. Er zijn beperkingen aan het initiatief, maar ook sterktes waar we iets uit kunnen leren. Lokale meetings en open personeelsvergaderingen die opbouwen naar actiemomenten rond een sterk eisenprogramma, kunnen van de staking in november een enorm succes maken. Een campagne van de vakbonden en de linkerzijde kan aan iedereen, op welke werkplek, school of universiteit dan ook een plaats geven in de uitbouw van de beweging. Zo kan alle woede samengebracht worden in de opbouw naar de staking van november.

Een eisenprogramma voor de beweging moet eerst en vooral tegemoet komen aan de meest dringende noden: hogere en gegarandeerde uitkeringen om de meest kwetsbare lagen uit de armoede te houden of halen, investeringen in sociale huisvesting, breken met de loonnormwet om een betekenisvolle loonsverhoging af te dwingen, het bevriezen van hypotheekrentes en huurprijzen en lagere energieprijzen.

Anderzijds kan het daar ook niet bij blijven. Als we de woekerprijzen in de energiesector willen aanpakken, moet die in publieke handen komen. Wanneer we onze koopkracht willen beschermen hebben we nood aan een volwaardige index. Willen we voor iedereen een zinvolle job, hebben we nood aan een 30-uren werkweek met loonbehoud en extra compenserende aanwervingen. Willen we de woekerwinsten van energie-, farma- en voedselmultinationals aanpakken, moeten we die bedrijven in publieke handen nemen.

Deze koopkrachtcrisis is eerst en vooral eigen aan het systeem. Het kapitalisme heeft zichzelf vastgereden in een situatie die haar de keuze laat tussen inflatie en recessie en die ons de keuze laat tussen veel miserie of nog meer miserie. Om definitief komaf te maken met deze crisis, moet het systeem op de schop.

Delen: Printen: