Vivaldi onder druk. Intense klassenstrijd zal de politieke agenda van het najaar beheersen

Edito uit maandblad De Linkse Socialist door Els Deschoemacker

Tijdens een bedrijfsbezoek waarschuwde premier De Croo voor de zeer lange impact die de energieprijzen zullen hebben op de economie. Zijn boodschap dat we 5 tot 10 moeilijke winters tegemoet gaan, was een reactie op een toespraak van de topman van Voka die het had over “donderwolken boven de economie” en “zwarte sneeuw” voor veel bedrijven.

Het was evengoed een waarschuwing voor de vakbonden en de arbeidersbeweging in zijn geheel. De komende jaren worden moeilijk, daar moeten we van uitgaan, is het discours. Maar we kunnen dit ‘mits de nodige inspanningen’.

Dit is niet alleen een Belgisch verhaal. Macron stapte in Frankrijk in de voetsporen van De Croo. Hetzelfde zien we in Nederland, Spanje en Duitsland. Macron stelde dat we voorbereid moeten zijn om “de prijs van de vrijheid” te betalen.

Politici en bedrijfsleiders komen met dit type waarschuwingen nu de arbeidersbeweging zich terug in gang zet om drastische ingrepen te eisen om de koopkracht en de sociale bescherming van de werkende klasse te beschermen in een periode van uitdijende kapitalistische crisis.

De oorlog in Oekraïne wordt aangegrepen alsof het één of ander natuurverschijnsel is dat ons overkomt. Oorlog is nooit iets dat uit de lucht komt vallen, maar het resultaat van toenemende spanningen en competitie tussen grootmachten en van een kapitalisme in crisis. De economische strijd voor meer winst krijgt een militaire dimensie. Oorlog wordt nooit gevoerd voor de belangen van de werkende klasse in de betreffende landen, altijd in het belang van de heersende klassen, voor economische en politieke invloed.

De werkende klasse dreigt wereldwijd het gelag te betalen in de vorm van dalende koopkracht door exploderende prijzen, tenzij ze in staat is weerwerk te bieden en deze kapitalistische waanzin een halt toe te roepen. Daarvoor is strijd nodig en een antikapitalistisch noodprogramma.

Vivaldi tussen twee vuren

De bedrijfsleiders stellen het graag voor alsof ‘alleen nog de bedrijven de crisis betalen.’ Dat is een schot voor de boeg als boodschap aan de regering vooraleer die aan de begroting 2023-24 begint. Het pleidooi van de bazen is er één voor nog meer staatssteun dan ze de afgelopen decennia reeds kregen. Die transfer van middelen naar de bedrijfswinsten zet de staatskas steeds verder onder druk. Behalve meer overheidssteun willen ze ook een indexsprong op de agenda zetten of, als ze ermee wegkomt, de volledige afschaffing van de index.

Denktank Minerva plaatst op zijn minst vraagtekens bij het verhaal dat de lonen naast de energieprijzen deel van het probleem zijn. In de eerste helft van dit jaar, toen de oorlog in Oekraïne reeds bezig was, inflatie een realiteit en de energieprijzen explodeerden, werden recordwinsten geboekt. De Belgische bedrijven deden het beter dan die in de buurlanden. Op basis van de cijfers van de afgelopen decennia stelde de denktank dat “de brutowinstmarge van de Belgische bedrijven nog nooit zo hoog was als in het eerste kwartaal van 2022. De structurele tendens wijst op een systematische versteviging van de bruto winstmarge: terwijl rond de eeuwwisseling de brutowinstmarge van niet-financiële vennootschappen in België nog schommelde rond de 36%, noteren we vandaag een globale winstmarge van meer dan 46%.”

Een automatisch gevolg is dat een steeds kleiner deel van de welvaart die de arbeidersklasse in de bedrijven produceert, ten goede komt van de werknemers in de vorm van lonen en bijdragen aan de sociale zekerheid.

De paniek bij de werkgevers vandaag is mee ingegeven door de angst dat een doorgedreven strijd van de arbeidersbeweging een einde maakt aan deze mooie winsten. De boodschappen van chantage zullen de komende dagen, weken en maanden toenemen. Daar moeten we niet over twijfelen. De bazen hebben ook de sleutel in handen: als de productieprijzen te hoog worden, leggen ze de productie stil.

We schreven eerder dat de klassenstrijd zich na de pandemie op een explosieve manier op de agenda zou zetten. Hoe explosief het kan worden, zullen we de komende maanden meemaken. Feit is dat de arbeidersbeweging geen keuze heeft. De werkende klasse moet zich schrap zetten tegen de brutale aanvallen van de bazen. Tijdens de pandemie leerde ze dat zij de rijkdom creëert. Deze rijkdom hoort haar toe. Dat moet het vertrekpunt zijn van alle acties en het moet de mobilisatie naar de algemene staking voeden.

De Vivaldi-regering zal tussen twee vuren gevangen zitten. De arbeidersbeweging beschikt over een potentiële kracht die veel sterker is dan die van de kapitalistische klasse. Als ze zich in beweging zet en haar kracht ook echt organiseert en inzet, zal de regering onmachtig zijn om het programma van de burgerij uit te voeren.

Het is onwaarschijnlijk dat Vivaldi nog voor de verkiezingen van 2024 een grootschalige bijkomende aanval inzet op de arbeiderswereld. Geen actie ondernemen, is echter geen optie voor de arbeidersbeweging. Met het huidige regeerakkoord dat de loonwet van ’96 behoudt, zonder drastische actie om de energiebedrijven die recordwinsten boeken aan banden te leggen door ze desnoods te nationaliseren, in een periode van een snel ontwikkelende recessie en mogelijk stagflatie, komt niets doen neer op een grootschalige operatie verarming voor de meerderheid van de werkende bevolking, de middenklasse inbegrepen.

Delen: Printen: