Documentaire over Woodstock 1999: als cultuur een financiële melkkoe wordt

Netflix bracht recent een documentaire uit over het vreselijke festival Woodstock 1999. Naar aanleiding van de verjaardag van het bekende Woodstock-festival uit 1969 werd het nog eens overgedaan. Alleen was het nu een festival waar de commercie en de winst de enige drijfveren waren.

Door Casper (Gent)

De documentaire toont hoe dit evenement een poort naar de hel was. Het brengt een zeer accuraat beeld van hoe misselijkmakend de impact van commercie is op vrije tijd en cultuur. Die worden gezien als een financiële melkkoe die zo snel mogelijk winsten moet opbrengen.

Het oorspronkelijke Woodstock-festival staat mee symbool voor de massabeweging van jongeren en onderdrukte mensen in de VS die on opstand kwamen tegen de oorlog in Vietnam en tegen racisme, samen met de burgerrechtenbeweging. Het was een bijeenkomst die een culturele uiting gaf aan die opkomende massabewegingen aan de vooravond van de jaren 1970, zelfs indien het oorspronkelijk gewoon bedoeld was als een driedaags festival om winst te maken. Er liep echter heel veel mis, waardoor duizenden mensen gratis kwamen kijken. Ondanks de drukte en het gebrek aan voorzieningen verliep het festival erg vreedzaam en relatief rustig (ook al vielen er enkele doden, was er overmatig druggebruik en was het verkeer rond het festival een complete ramp).

In de loop van de jaren werd de druk van de commercie op alles wat met en rond muziek gebeurde enkel maar groter. Dit werd versterkt door de grotere rol van muziek op televisie, met de opgang van MTV. Het Woodstock-festival van 1969 werd een mythische gebeurtenis, waarbij er in de jaren 1990 pogingen waren om dat te gebruiken voor nieuwe edities. In 1994, bij de 25ste verjaardag, was er een festival dat muzikaal goed ontvangen werd, maar financieel een ramp was omdat er opnieuw heel veel bezoekers gratis binnenkwamen.

Daar kon in 1999 geen sprake van zijn. Er werd uitgeweken naar een oud militair vliegveld in de staat New York zodat zeker niemand zomaar naar binnen kon. Het domein zelf was een betonnen vlakte waar er amper schaduw te vinden was. Het festival in 1999 toonde hoe rampzalig het neoliberale offensief ook in de muzieksector was. Het was een gigantisch entertainment evenement waarbij alle elementen van basiscomfort voor de bezoekers werd uitbesteed. De prijs werd steeds hoger, maar efficiënt was het niet. Het ‘gratis water’ was een bruin sopje nadat de toiletten waren overgelopen. De prijs voor een flesje water was net zoals voor alle andere producten erg hoog. Er was een gebrek aan veiligheidspersoneel en aan schoonmakers. De commerciële benadering van mythische inschattingen van zaken als ‘vrije liefde’ zorgden voor een groot aantal gevallen van aanranding en verkrachting. Daarvan werden er slechts enkele aangegeven bij de politie, maar het is duidelijk dat het breed verspreid was.

Wat de documentaire minder goed doet, is de harde feiten onderzoeken. Wie verdiende het meest aan het uitmelken van wat een onvergetelijke muzikale en culturele ervaring had moeten zijn? Wat gebeurde er met de officiële klachten wegens seksueel misbruik? Hoeveel (groeps-)aanrandingen vonden er plaats?

Op het einde van het festival waren er grote branden. De organisatie deelde kaarsen uit om een vredessymbool te maken tegen het wapengeweld dat toen al schering en inslag was in de VS. Tegelijk werd zo geprobeerd om de symboliek van de hippies en de vredesbeweging uit de jaren 1960 en 1970 te claimen. Dat moest meteen het centrale winstmotief verdoezelen.

De aanwezigen van het festival zagen het als bedrog. Het toonde alle problemen van een modern festival waarbij elk aspect van ons leven in het teken van winst staat. Dat gaat ten koste van de creativiteit en het leidt tot geldklopperij. Wij komen op voor een socialistische samenleving waarin vrije tijd en cultuur vrij zijn van winstbejag maar vrij toegankelijk voor iedereen.

Delen: Printen: