De falende markt breken: breng de sleutelsectoren in publieke handen!

Elke energiefactuur en elke tankbeurt maken duidelijk dat de markt niet in ons voordeel werkt. Waals minister-president Elio Di Rupo (PS) merkte op: “De controle zonder meer overlaten aan de markten brengt ons in een situatie die onhoudbaar is.” De liberale premier Alexander De Croo zei dat de markt niet functioneert in de energiesector. Dat klopt niet: de markt functioneert wel voor de grote aandeelhouders. Als er maatregelen worden genomen in de hoop de prijzen te temperen, is het minstens evenzeer bedoeld om een explosie van woede te vermijden.

Dossier uit maandblad De Linkse Socialist

Zowel de vakbonden als de PVDA pleiten voor een reeks maatregelen zoals de definitieve verlaging van BTW op energie naar 6%, uitbreiding van het sociaal tarief, verlaging van accijnzen op brandstof en het afromen van de overwinsten van de energiebedrijven. Dergelijke maatregelen zouden zeker een stap vooruit betekenen om de aanslag op onze portemonnee te verzachten. Op een ogenblik dat het falen van de markt zo flagrant is, moet er echter een stap verder gegaan worden. De volledige energiesector moet in publieke handen komen. Zowel de PVDA als de vakbonden lijken bang om de noodzaak van nationalisatie te populariseren. Ze vergissen zich.

Nationaliseren betekent een bedrijf of een sector in publieke handen nemen, onder controle van de gemeenschap dus. Het betekent het uitschakelen van de marktwerking en de productie ten dienste van de winsten. Het opent de weg om democratisch te beslissen over hoe een bedrijf of sector wordt ingezet voor de noden van de werkende klasse, met inbegrip van onze ecologische noden. Er is nood aan een rationele en democratische planning van de productie, alle crises van het systeem maken dat duidelijk. Nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie is essentieel om zo’n planning mogelijk te maken. Als we dit nu niet verdedigen, wanneer dan wel?

Nationaliseren van de sleutelsectoren

Het voornaamste argument tegen nationalisatie is dat het een inbreuk vormt op de eigendomsrechten. Meteen wordt geprobeerd om het voor te stellen alsof socialisten alle privé-bezit willen afschaffen, van de bakker om de hoek tot en met de persoonlijke bezittingen van gewone werkenden. Dat is een karikatuur die niets met de socialistische eis van nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie te maken heeft.

Het gaat om sectoren die het dagelijks leven van de meerderheid van de bevolking bepalen, zoals energie of financiewezen, maar die in de greep zitten van een kleine groep superrijke aandeelhouders. In 2021 waren de grootste 500 bedrijven ter wereld goed voor een derde van het wereldwijde BBP. Het gaat om oliebedrijven die alles eraan doen om een groene energietransitie te vermijden omdat dit hun winsten bedreigt. Het gaat om distributiebedrijven als Amazon die hun personeel nog geen plaspauze gunnen. Het gaat om die tien rijksten ter wereld die tijdens de pandemie hun vermogen zagen verdubbelen en 15.000 dollar per seconde rijker werden.

Onder het kapitalisme betekent het recht op privé-eigendom van productiemiddelen het recht van een handvol superrijken om de belangrijkste economische en natuurlijke hulpbronnen van de wereld, inclusief de menselijke hulpbronnen, te bezitten en te controleren. Ze bezitten niet alleen rijkdom, maar ook de middelen om rijkdom te produceren. Die rijkdom wordt verkregen door de uitbuiting van iedereen die deze middelen niet bezit: de werkende klasse. Het kapitalisme biedt een wettelijke bescherming van uitbuiting en de bijhorende sociale ongelijkheid.

Zoals Marx en Engels al opmerkten in ‘Het Communistisch Manifest’ uit 1848: “Gij zijt ontsteld dat wij het privé-eigendom willen opheffen. Maar in uw bestaande maatschappij is het privé-eigendom voor negen tiende van haar leden opgeheven; het bestaat juist alleen daardoor, dat het voor negen tiende niet bestaat. Gij verwijt ons dus dat wij een eigendom willen opheffen dat het niet-hebben-van-eigendom van de overgrote meerderheid van de maatschappij als noodzakelijke voorwaarde vooronderstelt.”

Nationaliseren: hoe het niet moet

Het is niet omdat de overheid een bedrijf of een sector overneemt, dat deze ook daadwerkelijk verandert. Overheidsbedrijven werden de voorbije decennia kapot bespaard. Om dan te kunnen pleiten voor een privatisering. In restanten van overheidsbedrijven zoals de NMBS is ondertussen de marktlogica evengoed dominant. Heel wat publieke bedrijven waren of zijn bureaucratische gedrochten. In sommige gevallen komt daar nog misbruik bovenop, denk maar aan de Publifin-schandalen. Wij eisen een nationalisatie onder controle van de werkende klasse, niet onder leiding van managers die doordrongen zijn van de winstlogica of bureaucraten die hun postjes en prestige centraal stellen.

Nationalisatie betekent evenmin dat de private aandeelhouders gewoon uitgekocht worden. Dat betekent immers middelen die de gemeenschap toebehoren uitdelen aan diegenen die al jarenlang geprofiteerd hebben van het werk van anderen. Wij komen op voor nationalisatie zonder schadeloosstelling, behalve op basis van bewezen behoefte (bijvoorbeeld voor werkenden die hun spaargeld in aandelen hebben geïnvesteerd). Zoals eerder gezegd willen we de superrijken onteigenen, niet de werkenden of kleine zelfstandigen.

Democratische controle

Wat we niet bezitten, kunnen we niet controleren. Dat is waarom er vandaag zoveel sociale en ecologische noden niet ingelost worden. Het is ook waarom de energiefactuur compleet uit de hand kan lopen. Als de gemeenschap wil beslissen over hoe en wat er geproduceerd wordt, dan moet ze de sleutelsectoren van de economie in handen nemen.

Nationalisatie betekent voor ons publiek bezit en democratische controle door het personeel, de vakbonden en de gemeenschap. Verkozen vertegenwoordigers van die groepen controleren de volledige bedrijfsvoering, productie en distributie. Het personeel kent de werkvloer het beste en is dus ook het best geplaatst om de productie te organiseren. Tegelijk is er nood aan vertegenwoordiging van de bredere werkende klasse om de belangen van alle werkenden te vertegenwoordigen en van de overheid in het kader van een overkoepelende planning in het belang van de volledige samenleving.

Een democratisch geplande economie zou de productie en distributie richten op de noden van de werkende klasse. Uiteraard zou dit ruimte laten voor persoonlijke initiatieven. Meer nog: door een rationele planning, de uitbouw van meer openbare diensten en het uitschakelen van heel wat verspilling, kan iets gedaan worden aan de verstikkende druk die veel werkenden en hun gezinnen vandaag ondergaan. Werkenden zullen niet vervreemd raken van het product of de dienst die ze produceren en daardoor veel meer creativiteit aan de dag kunnen leggen en voldoening halen uit hun werk.

Transitie naar een andere samenleving

De private eigendom van de productiemiddelen van de sleutelsectoren van de economie in vraag stellen, gaat regelrecht in tegen het kapitalisme. Het raakt immers aan de centrale hoeksteen van dit systeem: de winsten van de kapitalisten. Een bedrijf of zelfs een sector nationaliseren is mogelijk onder het kapitalisme, soms zal het kapitalisme zelf overgaan tot nationaliseren om een sector of zelfs het volledige systeem overeind te houden. Dat gebeurde met heel wat banken tijdens de financiële crisis van 2008-09. Dat is echter niet het soort nationalisatie waar de arbeidersbeweging voor opkomt.

Om ervoor te zorgen dat nationalisaties in het belang van de werkende klasse gebeuren, moeten de werkenden zich er in elke fase mee bemoeien. Ze moeten zich erop voorbereiden door een zicht te krijgen op het beheer van hun bedrijf en de hele economie, maar ook door zich te organiseren op de werkvloer met een zo groot mogelijke betrokkenheid van collega’s. Elke staking stelt de vraag wie een bedrijf eigenlijk doet draaien en kan een opstap zijn naar bredere vragen over wie het voor het zeggen heeft op de werkvloer en in de samenleving. Een bewuste en strijdbare benadering is essentieel om tot verandering te komen. Het is bovendien een voorbereiding op de toekomstige democratische controle over onze samenleving.

De nationalisatie van één bedrijf creëert helaas geen eiland van socialisme. Zo’n bedrijf werkt in een vijandige omgeving waar marktlogica en uitbuiting  heerst. Wanneer door strijd een bedrijf of sector wordt genationaliseerd moet dit gebruikt worden als opstap, als voorbeeld in de strijd, om uiteindelijk een hele economie volgens dit model te kunnen organiseren.

Nationalisatie is dan ook wat wij een ‘overgangseis’ noemen. Het biedt een brug tussen de dagelijkse eisen van de werkende klasse en de noodzakelijke maatschappijverandering. Deze transitie voorbereiden en populariseren is nodig om de strijd rond dagelijkse eisen perspectief te geven. Doorheen deze strijd wordt de kwestie van de macht in de samenleving gesteld. De werkende klasse kan daarbij rekenen op de kracht van haar aantal.

De hele situatie vandaag schreeuwt om system change. Van de economische problemen over de ecologische rampen en de pandemie tot de oorlogen. Het kapitalisme is een uitgeleefd systeem van ellende voor de meerderheid van de bevolking om enorme concentratie van rijkdom bij een kleine groep kapitalisten mogelijk te maken. Een socialistische samenleving is noodzakelijk. Daarvoor opkomen is onderdeel van en versterkt onze dagelijkse strijd voor betere arbeids- en leefomstandigheden.

Delen:
Printen:

Steun ons: plaats uw boodschap in onze mei-editie!

Voorpagina van De Linkse Socialist

Uw boodschap in onze mei-editie