Op 5 mei 2011 staken de Franstalige leerkrachten, eerder waren er twee werkonderbrekingen op 30 november en 15 maart. De redenen voor de woede zijn divers. Eerst en vooral is er het voorstel van onderwijsminister Simonet (CDH) om de leeftijd waarop brugpensioen mogelijk wordt met drie jaar op te trekken. Er is ook het drastische tekort aan middelen met een steeds kleiner budget. En er is verder ook de eis voor het herwaarderen van de lonen.

Een correspondent

Het onderwijspersoneel verzet zich ook tegen een ander plan van de minister, het zogenaamde ‘Robin Hood’-plan dat 60% van de subsidies voor ‘rijkere’ scholen wil overhevelen naar de 25% armste scholen. Er zijn echter geen ‘rijke’ en ‘arme’ scholen, maar wel ‘arme’ en ‘nog armere’ die allemaal samen te weinig middelen krijgen. Het verschuiven van de middelen tussen de scholen biedt geen antwoord op het algemeen tekort.

De minister wilde het protest aan de onderhandelingstafel beperken en wijzigde daarom de samenstelling van wie aan deze onderhandelingen deelneemt: ook de inrichtende machten van de scholen werden er bij gehaald.

De PISA-onderzoeken tonen elk jaar aan dat het Belgische onderwijs het meest ongelijke van de OESO is. Een gemiddelde loopbaan van nieuwe leraars bedraagt met moeite vijf jaar, dan geven ze al op. Deze gegevens maken duidelijk dat het weinig aantrekkelijk is om leraar te worden en dat er een groot tekort aan middelen is.

De staking van 5 mei zal op zich niet volstaan om de aanvallen van de minister af te wenden. Deze staking moet het begin van een actieplan vormen om niet alleen de huidige aanvallen te stoppen, maar om tegelijk in het offensief te gaan voor een publieke herfinanciering van het onderwijs tot minstens een niveau van 7% van het bbp, zoals dit begin jaren 1980 nog het geval was.