Olie en gas onbetaalbaar – transitie naar hernieuwbare energie opvoeren!

Miljoenen werkenden zijn afhankelijk van hun auto om zich te verplaatsen. Ze geven nu veel meer uit aan brandstof, zeker nu het verbod van Biden op de invoer van Russische olie de wereldwijde bevoorradingscrisis verergert. De gemiddelde benzine prijs in de VS bedroeg op 21 maart 4,25 dollar per gallon (1,12 dollar per liter), tegenover 3,53 dollar per gallon vorige maand (0,93 dollar per liter) en met een uitschieter van 5,85 dollar per gallon in California (1,55 dollar per liter).

Door Greyson van Arsdale (Socialist Alternative, VS)

De schommelingen van de prijzen zijn bijzonder groot. In de eerste dagen van de pandemie in 2020 viel de vraag naar brandstof sterk terug en werd de productie vertraagd. Toen de werkenden hun normale leven weer oppakten, schoot de vraag terug omhoog. De productie steeg niet om aan die vraag te voldoen, wat tot hoge prijzen aan de pomp leidde.

Daar komt nu het verbod op de invoer van Russische olie bovenop. Dit verbod is al ingevoerd door de VS, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Australië. Voorheen was één op de tien vaten olie op de wereld afkomstig uit Rusland. De olieprijzen schoten tijdelijk omhoog tot 130 dollar per vat, wat enorme winsten opleverde aan de oliemagnaten en een lege portemonnee voor de werkenden. Naar verwachting zullen de prijzen voorlopig rond de 100 dollar per vat blijven. President Biden drong aan op het opvoeren van de Amerikaanse olieproductie, maar toplui uit de sector geven aan dat hun bedrijven de productie niet zomaar kunnen opvoeren, onder meer door problemen met de toeleveringsketens en door personeelstekort.

De stijgende brandstofprijzen en de inflatie in het algemeen ondermijnen de koopkracht van de werkenden en leiden tot een onhoudbare situatie, in het bijzonder voor laagbetaalde werkenden die op hun auto zijn aangewezen. Er is een oplossing nodig. De discussies over de energiecrisis gaan echter grotendeels voorbij aan de olifant in de porseleinenkast: het blijven verbranden van fossiele brandstoffen is onhoudbaar.

Een donker wordende horizon

Het rapport van 2021 van de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) schetst een sombere situatie. Jarenlang hebben deskundigen op het gebied van klimaatverandering gewaarschuwd voor een punt waarop geen terugkeer meer mogelijk is, een punt waarop het beteugelen van emissies niet langer in staat zal zijn om enorme schade aan de ecosystemen van de planeet en alles wat daarvan afhankelijk is, af te wenden. Het IPCC heeft nu gerapporteerd dat veel effecten van klimaatverandering “onomkeerbaar” zijn – wat betekent dat ze niet op korte termijn ongedaan kunnen worden gemaakt en dat het millennia kan duren voordat ze zijn omgeslagen.

Volgens het IPCC zullen gletsjers in de bergen en op de polen nog tientallen of zelfs eeuwen blijven smelten, en is de dooi van de permafrost “onomkeerbaar op een tijdschaal van honderd jaar.” De wereldwijde zeespiegelstijging is zeker. Volgens het IPCC-rapport zal de wereldgemiddelde zeespiegel de komende 2000 jaar met ongeveer 2 tot 3 meter stijgen als de opwarming beperkt blijft tot 1,5°C, 2 tot 6 meter als de opwarming beperkt blijft tot 2°C en 19 tot 22 meter bij een opwarming van 5°C. Zelfs bij een stijging van de zeespiegel met 1,5 meter zullen grote laaggelegen gebieden over de hele wereld volledig onder water komen te staan, waaronder grote steden als Tokio, Mumbai en New York City.

De stijging van de zeespiegel, en de directe gevolgen daarvan, zijn lang niet de enige rampzalige gevolgen. Zelfs gebieden in het binnenland zullen een groter risico lopen – en lopen nu al een groter risico – op rampen zoals droogte, overstromingen en stormen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie veroorzaakt de klimaatverandering nu al ongeveer 150.000 sterfgevallen per jaar, en tussen 2030 en 2050 zullen dat er naar verwachting 250.000 per jaar zijn.

Het IPCC-rapport is duidelijk: de enige manier om een verergering van de gevolgen van de klimaatverandering te voorkomen, is dat de wereldwijde koolstofuitstoot snel tot het nulpunt wordt teruggebracht.

Winst versus overleven

De wereld stootte in 1988 22,1 miljard ton CO2 uit. Dat was het jaar waarin het IPCC werd opgericht om het begin van de klimaatverandering te observeren. In 2019 was de jaarlijkse uitstoot van CO2 aangegroeid tot 36,70 miljard ton. Dat is een stijging van 66% sinds 1988. De uitstoot daalde in het jaar 2020 als gevolg van de wereldwijde COVID-19 lockdowns, maar slechts tot 34,81 miljard ton, of een daling met 5,1%.

Toen Biden aantrad, kwam hij met een belofte die door sommigen “gedurfd” werd genoemd: de uitstoot halveren tegen 2030, en de VS op het spoor zetten naar een netto-uitstoot van nul tegen 2050. In theorie zou een dergelijk plan voldoende zijn om de opwarming van de aarde tot 1,5°C te beperken. Het huidige beleid lijkt er echter op te wijzen dat de aarde nog steeds op weg is naar een opwarming van 2,9°C vóór 2100, wat volgens wetenschappers verwoestende gevolgen voor de samenleving zou hebben, zoals die welke in het IPCC-rapport worden beschreven.

Op dit moment is er, als gevolg van de oorlog, een aanzienlijke kloof tussen de energie die wordt geproduceerd en de vraag naar energie. Het is niet mogelijk om van de ene dag op de andere de wereld van meer olie te voorzien en zo de prijzen omlaag te brengen.

Dit zou moeten aangegrepen worden om hernieuwbare energiebronnen snel uit te breiden. Dat kan onder meer door vergunningen voor zonne- en windmolenparken goed te keuren. Zo kan de afhankelijkheid van olie en gas afgebouwd worden. De regering-Biden lijkt hier echter niet toe bereid: tot nu toe kregen slechts vier zonneparken en geen enkel windmolenpark groen licht.

In plaats daarvan zijn de regering-Biden en regeringen over de hele wereld bezig met een benadering die er eigenlijk op neerkomt dat de werkenden zelf maar maatregelen moeten nemen om hun energieverbruik te beperken, tijdens een crisis die maanden of zelfs jaren kan duren. Het Internationaal Energieagentschap heeft een 10-puntenplan uitgebracht om de energiecrisis aan te pakken, waarin wordt voorgesteld dat werkende mensen gebruik maken van het openbaar vervoer, carpoolen, deelnemen aan “autoloze zondagen”, drie keer per week thuis werken, enzovoort. Sommige werkenden zullen dit effectief doen omdat ze de brandstof niet meer kunnen betalen. Ondertussen had Biden al een ontmoeting met magnaten uit de olie- en gassector om hen aan te sporen hun productie op te voeren. “Dat betekent dat je nu meer moet produceren, waar en wanneer je maar kunt,” zei de Amerikaanse minister van Energie tijdens de bijeenkomst.

De reactie van de regering op de crisis suggereert dat, ondanks slogans die het tegendeel beweren, Biden uiteindelijk nog steeds een olie-en gaspresident is als elke andere. De kansen om nu te gaan voor een massale uitbreiding van hernieuwbare energie, ook om de prijzen onder controle te houden, worden niet gegrepen. In plaats daarvan stelt Biden zijn vertrouwen in de oliemagnaten. Hij is een president in dienst van de winsten van de olie- en gasaandeelhouders.

Een gigantische uitdaging

Het falen van de regering-Biden en de Democraten in het algemeen om prioriteit te geven aan de uitbreiding van hernieuwbare energie is veelzeggend. Het toont aan dat zij niet zozeer afkerig zijn van het ondermijnen van de olie- en gasindustrie wanneer deze presteert op een niveau dat goedkope energie oplevert voor de massa’s, maar dat zij vastbesloten zijn de industrie te steunen wanneer deze niet in staat is de vraag bij te houden.

Dit is een onaanvaardbare, en eerlijk gezegd suïcidale, aanpak. De partij die publiekelijk heeft geroepen dat ze “in de wetenschap gelooft” zou de eerste moeten zijn om erop te wijzen dat het voortbestaan van de olie- en gasindustrie op de lange termijn een bedreiging vormt voor de menselijke samenleving. De klimaatbeweging moet volledig onafhankelijk worden van de Democratische Partij, die keer op keer weinig interesse heeft getoond om met urgentie op te treden.

In de komende jaren zullen miljoenen mensen worden getroffen door de rampen als gevolg van klimaatverandering – ze zullen hun huis, hun middelen van bestaan of zelfs hun leven verliezen. Werkende mensen moeten, op een basis die onafhankelijk is van de twee partijen van het grootkapitaal, doen wat de instellingen van winstbejag niet bereid zijn te doen: zich organiseren om een grootschalige transitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie te bewerkstelligen op basis van een democratisch gecontroleerde publieke energiesector. Er is geen tijd te verliezen.

Delen:
Printen:
Voorpagina van De Linkse Socialist