Coventry: acties tegen afdankingen bij Jaguar

Eind november werd in het Britse Coventry betoogd tegen de geplande afdankingen in de vestiging Browns Lane van Jaguar in de stad. Jaguar is eigendom van automultinational Ford. Enkele duizenden betogers namen deel aan de manifestatie van 27 november.

Ken Smith

De strijdbare sfeer onder de arbeiders van Coventry werd duidelijk in de verkoopcijfers van ons weekblad ‘The Socialist’, meer dan 300 nummers werden er verkocht. De woede in de stad is zodanig groot dat zelfs de lokale Conservatieve gemeenteraadsleden zich verplicht voelden om deel te nemen aan de betoging en dat met een spandoek: "Conservatieven uit Coventry steunen Jaguar". Leden van de Socialist Party vroegen zich uiteraard af of daarmee het patronaat of de arbeiders van Jaguar werden bedoeld…

De conservatieve burgemeester van de stad reed voor de betoging uit met zijn Jaguar van het stadsbestuur. De betoging begon om 9u30 ’s ochtends waardoor het een lokale betoging was in plaats van een nationale actie zoals door velen gevraagd was. Een aantal arbeiders kwamen uit andere delen van het land meebetogen, maar hun aantallen waren erg beperkt.

Zelfs de Labour Party was voor het eerst sinds lang aanwezig op een betoging en organiseerde zelfs een eigen delegatie met spandoeken en borden.

Een kans gemist

Heel wat arbeiders die de betoging steunden en deelnamen, verlieten de actie met het gevoel dat heel wat kansen gemist waren om effectief te mobiliseren tegen de plannen van Ford. De ene spreker na de andere sprak zich uit tegen het feit dat Ford terugkwam op haar akkoord inzake de toekomst van het bedrijf waardoor het meer dan 120 miljoen euro staatsteun had gekregen sinds 1995. Nu wordt dat geld gebruikt om de arbeiders in Browns Lane af te danken.

Onder de sprekers waren er parlementsleden van Labour en zelfs enkele ministers zoals de multimiljonair Geoffrey Robinson en Mike O’Brien, de minister van handel en industrie. Die stelde dat het meer zou kosten om de fabriek te sluiten dan om het open te houden. Maar de ministers gingen niet verder dan de stelling dat er druk moest gezet worden op Ford om te onderhandelen en dat met een "gevoelige dialoog". Ze zouden eens moeten verteld worden dat het steken van een mes in de rug van de arbeiders niet aanvaardbaar is.

Een aantal vakbondsleiders zoals Derek Simpson van Amicus en Tony Woodley van de TGWU stelden dat het beter is voor de arbeiders om terug te vechten aangezien het resultaat slechter zou zijn als er geen verzet zou zijn. Maar ook hun woorden over het verzet waren erg beperkt. Derek Simpson eindigde zijn toespraak met de belofte: "we zullen doen wat we kunnen".

Tony Woodley was strijdbaarder en bracht de noodzaak naar voor van een strijdbare verdediging van de arbeiders van Jaguar en van de arbeiders in het algemeen. Zo sprak hij zich uit tegen de anti-vakbondswetgeving waardoor het gemakkelijker wordt om werknemers te ontslaan. Hij vergeleek de arbeiders van Jaguar met het management met de volgende zegswijze: "Leeuwen geleid door blinde ezels."

Stemming over staking

Woodley deed ook een oproep aan de arbeiders die zullen ontslagen worden. Hij stelde dat zij "mogelijks" effectief zullen ontslagen worden, maar dat ze alleszins voor stakingsacties moeten stemmen bij de stemming die daaromtrent wordt georganiseerd.

Gerry Hardwick, de hoofddelegee van Amicus bij Browns Lane, sprak op de betoging en riep daarbij op voor een uitbreiding van de strijd. Hij riep de Duitse Ford-arbeiders op om de strijd te steunen en solidariteitsacties op te zetten. Hardwick stelde ook: "We zullen nagaan hoe we een werkonderbreking kunnen organiseren waarbij er een financieel effect is voor Ford waardoor ze opnieuw naar de onderhandelingstafel zullen komen en de beslissing om Browns Lane te sluiten opnieuw kan besproken worden."

Volgens arbeiders van Jaguar stelt Ford 120 miljoen euro voor om iedereen te ontslaan, waarbij er een ontslagpremie zou zijn tot 54.000 euro, met een volledig pensioen op 50 jaar. Heel wat arbeiders zijn verleid door de wortel die hen voorgehangen wordt.

Maar de vakbondsleiders moeten opkomen voor een strijdbare strategie en duidelijk maken dat het gevecht meer omvat dan een pro forma verzet – dat het kan leiden tot een langetermijn toekomst en investeringen voor de vestiging.

Dave Nellist

Na de betoging was er een meeting van de Socialist Party waarop ons lokale gemeenteraadslid Dave Nellist sprak. Hij stelde dat een strijdbeweging moet opkomen voor het nationaliseren van Jaguar en de auto-industrie in heel het land, waarbij minstens een deel van de arbeiders van Jaguar kunnen ingezet worden voor andere sociaal nuttige productie.

Het feit dat de strijd om Browns Lane verder gaat dan het redden van het merk ‘Jaguar’, werd duidelijk gemaakt door de eerste spreker op de meeting. De 15-jarige Martin gaat vlakbij in de buurt naar school. Zijn vader, moeder en oom werden door Jaguar ontslagen bij de recessie begin jaren 1990. Martin zei: "Ik hoop dat jullie zullen stemmen om de strijd aan te gaan om het bedrijf open te houden en ons een toekomst aan te bieden waarbij we een degelijke job hebben."

De opkomst op de betoging was goed, maar veel beperkter dan wat mogelijk was geweest. Er zijn heel wat kansen gemist om de beweging uit te breiden. Toch is er een brede steun in heel de stad, en ook in het land. Die steun kan aangewend worden om over te gaan tot beslissende acties en een ‘ja’-stem bij de stemming over verdere acties.

Delen: Printen: