Laat hervorming ziekenhuizen niet over aan managers als Vandenbroucke. Meer middelen en personeel nodig!

Actie van zorgpersoneel in juni 2020

Minister Vandenbroucke (Vooruit) werkt verder aan het plan van zijn voorganger Maggie De Block om de ziekenhuizen te hervormen. De ‘werven’ van Maggie De Block vertonen een blauwe draad waar Vandenbroucke niet mee breekt. Niemand ontkent dat er hervormingen nodig zijn: de zorgsector had het al bijzonder moeilijk voor de gezondheidscrisis en daar kwam dan de pandemie nog eens bovenop. Terwijl het personeel onder een onmogelijke werkdruk gebukt gaat en de vermoeidheid toeslaat, doen de ziekenhuizen het volgens de kapitalistische logica niet goed. Belfius publiceerde in november een studie waaruit blijkt dat ze vorig jaar meer dan 2 miljard euro verlies boekten. Het is dat financiële plaatje dat Vandenbroucke als een echte manager tot het verderzetten van de hervorming aanzet.

Het uitgangspunt van de hervorming is een zo efficiënt mogelijk zakenmodel, niet de gezondheid van de bevolking. Het klopt dat er een probleem is met de financiering van ziekenhuizen, die sterk afhankelijk is van de honoraria van artsen en de prestatiegeneeskunde, inclusief overbodige behandelingen. Zelfs Zorgnet-Icuro stelt dat er een “fundamentele redesign” nodig is, “geen zoveelste renovatie.”

Om de zorgsector volledig te hervormen in het belang van de gebruikers en het personeel, zijn er veel middelen nodig en een uitbreiding van de dienstverlening, zodat een omvattende en preventieve benadering mogelijk wordt. Er is meer personeel nodig, wat betekent dat er in arbeidsvoorwaarden en lonen moet geïnvesteerd worden zodat de job aantrekkelijk is en het personeel blijft. Voor preventie is nabijheid van de dienstverlening essentieel.

Een geïntegreerde nationale gezondheidsdienst is dan ook het meest geschikt. In Groot-Brittannië werd daar een aanzet toe gegeven na de Tweede Wereldoorlog, niet toevallig onder druk van een arbeidersbeweging die offensief voor haar belangen opkwam. Eén van de beperkingen van de Britse NHS was dat niet de volledige zorgketen in publieke handen werd genomen, onder meer de farmaceutische sector bleef in private handen. Alle besparingen en de managementlogica hebben de National Health Service zwaar ondermijnd, maar toch blijft deze tot vandaag beter scoren op vlak van preventie maar ook bijvoorbeeld wat betreft mentale gezondheidszorg. Het idee van een nationale gezondheidsdienst die een uitgebreide en geïntegreerde dienstverlening aanbiedt zonder financiële drempels, blijft bijzonder nuttig.

Vandenbroucke gaat met zijn plan een andere richting uit. Zijn vertrekpunt is niet wat nodig is voor de gezondheid van de bevolking, maar hoe de weinige middelen efficiënter kunnen ingezet worden vanuit een bedrijfslogica. Zo wil hij dat ziekenhuizen niet alle behandelingen aanbieden, maar zich specialiseren. Dat kan nuttig zijn indien er een nationale planning is. Maar Vandenbroucke lijkt zich niet te beperken tot gespecialiseerde ingrepen. Ziekenhuizen die bijvoorbeeld geen minimaal aantal bevallingen hebben, zouden hun materniteit moeten sluiten.

Inzake de financiering wil Vandenbroucke een overgang van financiering per behandeling naar een vastgelegd bedrag per aandoening. Dit is eveneens in gang gezet door De Block en  het eerste luik van deze ‘DRG- financiering’ zoals bijvoorbeeld in Duitsland is bij ons gekend  als “laagvariabele zorg”. Dit zou de overconsumptie moeten bestrijden door niet naar het aantal prestaties maar naar de aandoening te kijken. Als er een tekort aan middelen is, zal dit echter geen oplossing bieden. Gaan we straks naar een onderconsumptie omdat de voorziene middelen voor de aandoening niet volstaan voor een degelijke behandeling? Vandenbroucke wil tegen 2024 de kosten in alle ziekenhuizen in kaart brengen om een volgens hem ‘correcte’ financiering te bepalen. Wat zal daarbij het uitgangspunt zijn: de weinige middelen of de noden van patiënten?

Daar is er een eerste indicatie van in de plannen van Vandenbroucke. Zo stelt hij voor om niet langer alle scans te vergoeden, maar enkel het gemiddeld aantal dat logisch is voor de omvang van een ziekenhuis. Ook wil hij het aantal overnachtingen nog verder beperken en meer met daghospitalisatie werken. Dit is een verderzetting van het beleid van de afgelopen jaren dat ertoe geleid heeft dat één op de tien bedden in de ziekenhuizen verdween in de jaren ’10.

Het probleem van het plan van Vandenbroucke zit al bij zijn vertrekpunt: de kosten van alle ziekenhuizen, niet de noden van alle patiënten. Hierdoor blijven prestaties centraal staan en bovendien lijkt het plan vooral te zoeken naar ‘efficiëntiewinsten’, om de huidige tekorten in de sector weg te werken zonder extra middelen te voorzien, en wie weet nadien zelfs te besparen op het zorgbudget. De zieke zorgsector heeft vandaag geen behoefte aan nog meer managers, maar aan een planmatige aanpak waarin de zorgnoden centraal staan. Wie is beter geplaatst om dat in kaart te brengen en te organiseren dan het zorgpersoneel en de patiënten (de gemeenschap dus), twee groepen die tot hiertoe in de plannen van Vandenbroucke geen rol lijken te spelen.

Delen: Printen: