Vlaams Belang wil vakbonden kortwieken

Tegenover de asociale verdeeldheid van extreemrechts plaatsen wij solidariteit.

Artikel overgenomen vanop blokbuster.be

Het Vlaams Belang wil dat de vakbonden rechtspersoonlijkheid aannemen. Daartoe werd in maart vorig jaar nogmaals een wetsvoorstel ingediend. Zelfs de Raad van State, niet bepaald een bastion van arbeidersstrijd, kwam met een vernietigend advies over het voorstel.

Het extreemrechtse voorstel zou betekenen dat vakbonden niet langer feitelijke verenigingen zijn zoals vandaag het geval is, en zoals politieke partijen dat overigens ook zijn. Het doel van het Vlaams Belang is om een aansprakelijkheid in te voeren voor ‘dé vakbond’ als organisatie, met de mogelijkheid om sancties op te leggen voor feiten gepleegd door individuele leden in het kader van door de vakbonden erkende acties. Het wetsvoorstel ingediend door Hans Verreyt, Barbara Pas, Ellen Samyn en Marijke Dillen stelt letterlijk voor dat de vakbonden “aansprakelijk zijn voor de daden die worden begaan door hun leden wanneer deze handelen in het kader van een actie waarvoor die organisaties het initiatief hebben genomen en die ze hebben erkend.” Rechtspersoonlijkheid betekent bovendien dat de volledige boekhouding, inclusief stakerskas, publiek bekend wordt. Het komt neer op het kortwieken van de vakbonden, zodat de bazen nog meer kunnen doen wat ze willen.

Als de vakbonden vandaag geen rechtspersoonlijkheid hebben, is dat omdat ze gegroeid zijn als feitelijke verenigingen van leden waarbij het de leden zijn die in principe over alles beslissen. Het organiseren en erkennen van acties is daar onderdeel van en heeft gevolgen, bijvoorbeeld voor de uitbetaling van een stakingsvergoeding. Daar hebben mensen die geen lid van de feitelijke vereniging zijn geen zaken mee. En ja, een feitelijke vereniging kan leden die zich uitdrukkelijk verzetten tegen de doelstellingen van die vereniging uiteraard uitsluiten.

Voor zichzelf, een feitelijke vereniging die quasi volledig gefinancierd wordt met publieke middelen, zou het Vlaams Belang een objectieve aansprakelijkheid voor daden van individuele leden niet aanvaarden. Maar voor de vakbonden, die voor een veel groter aandeel door de leden gefinancierd worden, wil het dat wel. Een dergelijke aansprakelijkheid zou de deur openen voor vervolging wegens ‘economische schade’ van bazen bij stakingen. Het doel van een collectieve stakingsactie is uiteraard net dat het gevoeld wordt door de baas. Dat ondermijnen, betekent de positie van de vakbonden helemaal ondergraven. Het wetsvoorstel van het Vlaams Belang is net daarop gericht.

Het voorstel van het Vlaams Belang voorziet bovendien in harde sancties en zelfs een schorsing van het recht om deel te nemen aan collectieve onderhandelingen. Voor het Vlaams Belang is het blijkbaar een doorn in het oog dat de werknemers via hun organisaties deelnemen aan collectieve onderhandelingen en, desnoods, het werk neer te leggen indien die onderhandelingen nergens toe leiden.

De Raad van State werd om een advies over het VB-voorstel gevraagd en sprak zich er principieel tegen uit. Daarvoor wordt gewezen op de internationale verdragen rond vakbondsvrijheid en op de vrijheid van vereniging, die inhoudt dat een vereniging ervoor kan kiezen om een rechtspersoonlijkheid aan te nemen maar ook om dat niet te doen. Terwijl het Vlaams Belang tegen de coronamaatregelen protesteert onder de slogan ‘vrijheid’, is het niet bereid om de vrijheid van vereniging van vakbonden te erkennen. Het is uiteraard niet de eerste keer dat extreemrechts zo’n spreidstand van hypocrisie aan de dag legt. Waar het om gaat, is in wie het VB bondgenoten ziet en wie het bestrijdt. Vakbonden behoren duidelijk tot de laatste categorie.

De Raad van State erkent dat objectieve aansprakelijkheid voor de vakbonden een belemmering zou vormen voor het organiseren van betogingen en stakingen, terwijl stakingen “vaak juist de ultieme middelen zijn die een vakorganisatie kan inzetten om een doorbraak te bewerkstelligen tijdens collectieve onderhandelingen binnen een bedrijf, een sector of op nationaal vlak.” Op basis van het principieel ingenomen standpunt, stelt de Raad van State dat het geen verder onderzoek zal doen naar de voorstellen van het Vlaams Belang.

Natuurlijk is het niet voor instanties als de Raad van State dat vakbondsrechten afgedwongen worden, dat gebeurt door die rechten in strijd te hanteren. Maar dit advies maakt wel nogmaals duidelijk aan welke kant extreemrechts staat als het gaat om werkenden die opkomen voor hun rechten. Het Vlaams Belang keert zich tegen de werkenden en hun organisaties. Vakbonden worden voorgesteld als organisaties die enkel in het verleden iets positief betekenden voor de werkende klasse (wat de voorgangers van extreemrechts in datzelfde verleden uiteraard betwistten). Wie komt vandaag op voor de koopkracht van de werkenden? Wie verzet zich tegen asociale aanvallen op de pensioenen? Neen, niet extreemrechts voor wie een ‘sociaal imago’ in het beste geval een electorale berekening is. Tegelijk verzet het Vlaams Belang zich met hand en tand tegen diegenen die zich organiseren om sociale eisen te verdedigen en te realiseren. Voor wiens belang staat het VB? Niet dat van de werkenden en hun gezinnen!

Delen: Printen: