Mali: hef de sancties op, neen tegen het imperialisme, neen aan militaire dictatuur

Reactie door Militant (ISA in Ivoorkust)

Op 9 januari heeft de ECOWAS (Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten) zware sancties opgelegd aan Mali wegens het besluit van de zogenaamde ‘overgangsautoriteiten’ van het land om de oorspronkelijk voor februari 2022 geplande verkiezingen uit te stellen. Deze economische sancties, die een bevriezing van de staatsfondsen en een logistieke blokkade inhouden en vooral de bevolking zullen treffen, hebben een golf van verontwaardiging teweeggebracht en in Mali maar ook in andere landen tot grote protestmarsen geleid. De betogers, waarvan sommigen tot de pan-Afrikaanse en anti-imperialistische linkerzijde behoren, hekelen het feit dat deze sancties worden gestuurd vanuit Frankrijk, de voormalige koloniale heerser over de meeste staten in de subregio.

Mali is een arm, niet aan zee grenzend land waarvan de voornaamste rijkdom momenteel goud is, waarvan slechts 1% van de productie wordt belast, en dat het voorwerp is van een omvangrijke handel met de buurlanden.

Sinds de grenzen van de West-Afrikaanse landen door de imperialistische machten zijn getrokken, wordt het land geconfronteerd met een grote Toeareg-beweging voor de hereniging van hun Saharaans grondgebied, dat zij “Azawagh” noemen. Er vinden ook conflicten plaats tussen nomadische Fulani-herders en Bambara-, Dogon- en Djerma-boeren, enz., die verergerd worden door de privatisering van land voor commerciële doeleinden (met name voor de katoenteelt), maar ook door de bevolkingsgroei en de klimaatverandering. Bovendien leidt de ontdekking van mineralen in de grond tot ongelijkheden en een strijd tussen verschillende regionale elites om de controle over de winsten van de mijnbouwbedrijven. Tenslotte hebben de ineenstorting van Libië, eveneens mee aangestuurd door het Franse imperialisme, in het noorden en de aanhoudende burgeroorlog daar geleid tot een grote toevloed van wapens in Mali.

In het algemeen zetten armoede, gebrek aan onderwijs, het onvermogen van de staat om in de basisbehoeften van de bevolking te voorzien, het verlies van referentiepunten, de zucht naar wraak die de geweldsspiraal met zich meebrengt, enz. vele groepen ertoe aan de wapens op te nemen. Deze bewapende groepen worden milities die aan zelfverdediging, banditisme en afpersing doen, waarbij sommige van deze groepen een reactionaire fundamentalistische ideologie aanhangen die een “terugkeer” bepleit naar de waarden van een “zuiverder” islam, die vaak ingaat tegen de plaatselijke traditionele islam.

In augustus 2020 was er een wijdverspreide beweging tegen president Ibrahim Boubacar Keïta, die als ondoeltreffend en corrupt werd beschouwd, gevolgd door een militaire staatsgreep onder leiding van kolonel Assimi Goïta, de huidige president van de overgangsregering.

De coupplegers zijn allen hooggeplaatste militaire officieren die militaire scholen in Frankrijk, de Verenigde Staten en Rusland hebben bezocht. Zij grepen de macht omdat het land zich in een impasse bevond en de volksbeweging moest worden afgebroken, waardoor de mensen gedwongen werden “naar huis te gaan”. Sinds zij aan de macht zijn, lijken zij een onafhankelijke rol te spelen. Sinds de machtsovername heeft de junta te maken met imperialistisch wantrouwen en sancties. Vooral sinds de nieuwe ‘interne’ staatsgreep van mei 2021, waarbij Goïta een einde maakte aan de functies van de officiële (burger)president van de overgangsregering, Moctar Ouane, om op eigen houtje het staatsbestuur in handen te nemen. Goïta beschuldigde Ouane er onder meer van geen einde te hebben gemaakt aan de golf van stakingen die het land op dat moment op zijn grondvesten deed schudden. Deze nieuwe staatsgreep bracht de beweringen van het Franse establishment dat Frankrijk in Mali en de Sahel intervenieerde om de stabiliteit te verzekeren en de democratie te beschermen, nog meer aan het licht, en bespoedigde Macrons besluit om tien dagen later operatie Barkhane te beëindigen en zijn strijdkrachten uit Mali terug te trekken. Dit besluit werd genomen in een context die werd gekenmerkt door het steeds duidelijker worden van het debacle van deze interventie, dat tot uiting kwam in de exponentiële toename van het geweld in de regio en de afwijzing door de bevolking van de Franse militaire aanwezigheid (die mede de massabeweging voorafgaand aan de staatsgreep tegen Keïta had aangewakkerd).

Anderzijds heeft de junta op geen enkel moment blijk gegeven van een revolutionaire of zelfs maar ‘sociale’ houding. Het was er vooral om te doen de orde te handhaven en zijn macht te consolideren, met name door lastige oppositiepartijen van de onderhandelingen uit te sluiten. Na meer dan een jaar overgang is de junta geconfronteerd met talrijke stakingen van leraren, gezondheidswerkers, mijnwerkers, enz. Op internationaal vlak heeft de junta nooit een openlijk confronterende houding aangenomen ten aanzien van het imperialisme, en is zij druk bezig geweest met onderhandelingen. Er is alle reden om aan te nemen dat de junta de crisis in Mali met louter militaire middelen tracht op te lossen en tijd probeert te winnen ondanks het verzet van zowel het imperialisme als een groot deel van de civiele samenleving.

Wat wil Frankrijk?

De voornaamste zorg van Frankrijk is controle. Grote Franse bedrijven zijn sterk aanwezig in Mali, ook al is het grootste deel van de goudsector in handen van Australische, Britse, Canadese en Zuid-Afrikaanse groepen. De laatste jaren heeft Mali ook de invloed van Chinese, Israëlische, Marokkaanse, Qatarese en Turkse bedrijven zien toenemen, met name voor de controle van nog niet ontgonnen minerale rijkdommen (er wordt melding gemaakt van olie-, aluminium- en ijzervoorraden die nog onaangeroerd zijn). Frankrijk heeft derhalve geen zeer grote economische belangen in het land.

Het gaat evenmin om democratie. Het Franse regime aarzelt niet om de ogen te sluiten voor de manipulatie van de grondwet en de verlenging van de mandaten van de familie Bongo in Gabon, de familie Wade in Senegal, de familie Faure in Togo, de familie Ouattara in Ivoorkust, de familie Déby in Tsjaad…

Waarom dan zo’n wurggreep? Het is hoofdzakelijk om geostrategische redenen : Frankrijk wil in de eerste plaats de veiligheid van zijn uraniummijnen in Niger verzekeren. Ook moet een zekere stabiliteit worden gehandhaafd om massale migratiestromen naar Europa, maar ook naar de landen van de subregio, zoals Ivoorkust, te voorkomen. Tenslotte is er het prestige, het gezag dat Frankrijk ontleent aan zijn overheersing van Afrika: zonder zijn controle over Afrika verliest Frankrijk een groot deel van zijn status als grote mogendheid, die met name zijn permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties rechtvaardigt.

Mali is ook van belang voor de Franse wapenindustrie, voor wie de operatie Barkhane en eerdere operaties een gelegenheid waren om ultramoderne uitrusting te demonstreren. Het land en de regio vormen een belangrijke markt voor deze industrie. Evenzo is het bekend dat de woestijnroutes worden gebruikt voor de doorvoer van illegale drugs naar Europa, die Frankrijk onder controle wil krijgen.

Het is in deze context dat Frankrijk woedend was over de oproep van de Malinese junta aan de Russische huurlingen van Wagner.

Bovendien komt het Malinese debacle ook op een zeer slecht moment voor Emmanuel Macron, aangezien de Franse presidentsverkiezingen over drie maanden plaatsvinden. Het Franse bewind zal daarom zijn uiterste best doen om tot juni van dit jaar enige schijn van controle over de situatie te handhaven.

Temeer daar elk teken van welwillendheid ten aanzien van een staatsgreep die zij niet controleert, andere soortgelijke staatsgrepen in buurlanden zoals Burkina, Niger of Senegal kan aanmoedigen, en de junta die reeds in Guinee-Conakry aan de macht is, de wens zou kunnen geven om voor onbepaalde tijd aan de macht te blijven. Net als de ongebreidelde repressie van het regime van Laurent Gbagbo in Ivoorkust (dat op geen enkel moment een bedreiging vormde voor het kapitalistische systeem), moet Mali dus als voorbeeld dienen voor de andere landen van de subregio.

Wat wil Rusland?

Malinese groepen hebben betoogd om Russische militaire interventie te eisen. Bij veel pan-Afrikaanse activisten heerst de illusie dat Rusland een welwillende anti-imperialistische macht is. Hoewel het waar is dat de huidige Russische heersende klasse zich verzet tegen de westerse heersende klassen, blijft Rusland een imperialistisch kapitalistisch land dat niet de minste sympathie koestert voor de Afrikaanse massa’s. De Russische staat wordt gekenmerkt door repressie ten aanzien van de eigen bevolking (het demonstratierecht is uiterst beperkt, duizenden tegenstanders van Poetin’s regime werden opgesloten tijdens de grote marsen van 2020, oppositieleiders worden op straat doodgeschoten of vergiftigd, enz.), in het bijzonder ten aanzien van etnische minderheden die tot tweederangsburgers worden gereduceerd, terwijl de hele economie in handen is van een paar grote particuliere groepen die worden gecontroleerd door een handvol oligarchen. Rusland is begin januari ook tussenbeide gekomen in Kazachstan om het corrupte dictatoriale regime aldaar te helpen betogers af te slachten die als “terroristen” worden omschreven.

Rusland heeft geen echte economische belangen in de subregio. Rusland wil echter een plaats voor zichzelf veroveren in Afrika om zich, net als Frankrijk, te profileren als een factor die bijdraagt tot de regionale stabiliteit, en mogelijk, in een volgende fase, zijn invloed aan te wenden om markten te veroveren en zijn toegang tot grondstoffen uit te breiden. Aangezien Wagner een particulier bedrijf is, zal de “bijstand” ervan natuurlijk ook niet gratis zijn, hetgeen een lucratieve markt op zichzelf vormt. Bovenal is Rusland blij dat het de autoriteit van Frankrijk nog wat verder kan ondermijnen, in lijn met zijn intense propaganda op sociale netwerken (met legers cyberactivisten met nepprofielen actief op Facebook) en zijn steun voor populistische rechtse partijen in Frankrijk en elders in het Westen.

Het besluit van Rusland (en China) om zich in de Veiligheidsraad tegen VN-sancties te verzetten, moet in dezelfde zin worden opgevat: uit puur berekende belangen, niet uit enige steun voor het Malinese volk.

Rijdt de junta zich vast in zijn eigen spel?

Door de rol van “redder van de Malinese democratie” op zich te nemen, heeft de junta bij een deel van de bevolking hoop gewekt. Hoewel zij wordt gewantrouwd door een groot deel van de bevolking en de burgerlijke politieke oppositie, die zij zichtbaar tracht te controleren, koesteren de massa’s een nog groter wantrouwen jegens de burgerlijke politieke partijen, en menen zij gemakkelijker met de junta te kunnen onderhandelen.

De junta, die wordt belegerd door het westerse imperialisme en de grote burgerij, ziet zich dus steeds meer genoodzaakt zich te verlaten op haar politieke basis, namelijk het volk in wiens naam zij de macht heeft gegrepen. Zo werd haar besluit om de verkiezingen uit te stellen eerst bekrachtigd door de “nationale oprichtingsvergaderingen” die de hele maand december duurden en werden georganiseerd in 725 van de 749 gemeenten en in 51 van de 60 departementen (in 9 departementen konden deze om veiligheidsredenen niet worden gehouden), alsmede in 26 Malinese ambassades overal ter wereld. Deze vergaderingen resulteerden in de aanbeveling om de verkiezingen “met zes maanden tot één jaar uit te stellen”, terwijl er ook een aantal aanbevelingen werden gedaan op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, enz. Er zij echter op gewezen dat deze vergaderingen door een groot aantal maatschappelijke organisaties en politieke partijen werden geboycot, die deze als een zuiver manoeuvre beschouwden om tijd te winnen en de junta een democratische stempel te geven.

Wat wij zien is het ontstaan van een soort Bonapartistisch regime dat ongewenst is door het imperialisme en gedwongen is zich te verlaten op het volk, terwijl het worstelt om zijn controle en onafhankelijkheid van het volk te behouden. En bij gebrek aan een revolutionair politiek alternatief vanuit de arbeidersklasse nemen de massa’s voorlopig genoegen met het delegeren van de macht aan de junta. Ook al heeft diezelfde junta nog steeds geen enkel regeringsprogramma aangekondigd.

We zien hoe contraproductief de door ECOWAS opgelegde sancties zijn. Het onmiddellijke gevolg was dat de bevolking zich rond het regime schaarde, waardoor het regime een iets openlijker nationalistische retoriek kon aanhangen dan voorheen, terwijl het de vakbonden opriep af te zien van elke staking of protestbeweging ‘in naam van de nationale eenheid’, en de deur openhield voor onderhandelingen, aangezien het nog steeds niet heeft verklaard of het de verkiezingen zal uitstellen met zes maanden of zelfs vijf jaar.

Het is voor het regime ook gemakkelijk om Frankrijk ervan te beschuldigen de echte aanstichter van deze sancties te zijn, aangezien dit helpt om sterke pan-Afrikaanse steun te verwerven, terwijl de netelige kwestie wordt ontweken dat de moderne Afrikaanse samenleving zelf een door burgerij geleide en door klassen opgedeelde kapitalistische samenleving is. De Afrikaanse staatshoofden van de ECOWAS, die hun eigen belangen verdedigen, hebben Frankrijk niet nodig om sancties te nemen tegen een andere Afrikaanse staat die diezelfde belangen bedreigt.

Bovendien zijn de andere westerse landen, aangevoerd door de Verenigde Staten en niet alleen Frankrijk, eensgezind in hun steun voor sancties, evenals de Secretaris-Generaal van de VN. De agitatie van de Franse boeman dient vooral als verzamelpunt voor de woede van de Malinese en Afrikaanse massa’s, om zichzelf een vals imago van patriottische strijder te geven, en om de aandacht af te leiden van zijn wanbeheer van de economie en het gebrek aan sociale vooruitgang.

De ECOWAS daarentegen heeft reeds herhaaldelijk bewezen niet doeltreffend te zijn in de onderhandelingen met zowel Mali als Guinee, en speelt hier gevaarlijk spel. Omdat haar bestaansreden op het spel staat, heeft ECOWAS besloten hard toe te slaan om de mensen eraan te herinneren dat zij in staat is haar besluiten af te dwingen. Ook hier is het de bedoeling Mali als voorbeeld te stellen om potentiële kandidaten voor staatsgrepen in andere landen van de subregio te ontmoedigen. Door dit te doen ontmaskert de ECOWAS zich echter nog meer als een alliantie van de bazen van de subregio, en niet als een vertegenwoordiger van de volkswil.

De heersende junta in Mali is niet in staat aan de verwachtingen van het Malinese volk te voldoen. Zij weet dit en vertrouwt op haar belofte om veiligheid en stabiliteit in het land te brengen. Daarom is het bereid een beroep te doen op buitenlandse huurlingen. Het risico bestaat echter dat het streven om de eenheid van het land met louter militaire middelen te herstellen, alleen maar zal leiden tot een nog explosievere situatie in de separatistische regio’s. Echte eenheid kan alleen worden bereikt door een grootscheeps plan van sociale investeringen in de verwaarloosde regio’s, en door een oprechte dialoog tussen de verschillende gemeenschappen, waarbij de mogelijkheid van onafhankelijkheid van deze regio’s wordt overwogen als dit inderdaad de wens is van de meerderheid van hun bevolking. Aangezien is besloten dat de verkiezingen niet kunnen plaatsvinden voordat het gezag van Bamako in het hele land is hersteld, is het namelijk heel goed mogelijk dat de junta de onveiligheid zal gebruiken om de verkiezingen steeds weer voor onbepaalde tijd uit te stellen.

De Toearegs en de Fulani vormen evenmin een verenigde natie. Ook onder deze groepen heersen elites van rijke landeigenaren, intellectuelen, traditionele en religieuze leiders over een onderworpen en verarmde bevolking. Alleen het verlenen van onafhankelijkheid aan de Azawagh zal geen garantie zijn voor het welzijn van de Toeareg-bevolking, zolang de minerale rijkdommen, de wapens, de grote kuddes, de controle over het land en de waterpunten in handen zijn van een kleine elite.

Hoe verder?

De huidige protesten zullen niet genoeg zijn om ECOWAS te doen buigen. Vroeg of laat zal het land verstikken.

Het is geenszins zeker dat de junta stand zal kunnen houden: ofwel zal zij bondgenootschappen moeten sluiten met andere mogendheden (maar het is geenszins zeker dat Rusland of China bereid zullen zijn openlijk en resoluut een regime te steunen dat door de internationale gemeenschap vogelvrij is verklaard, aangezien zij de voorkeur geven aan een neutrale houding), ofwel zal zij een revolutionair programma moeten aannemen dat gericht is op de nationalisatie van de strategische sectoren van de economie, eventueel in bondgenootschap met het militaire regime van Guinee. Assimi Goïta heeft reeds verklaard een bewonderaar te zijn van Thomas Sankara: zal hij de moed hebben deze weg in te slaan? We hebben al gezien dat politieke figuren op het laatste moment door de knieën gingen voor dergelijke sancties. Denk maar aan wat er in Griekenland gebeurde met de capitulatie van Syriza een week na een grote overwinning in een volksreferendum.

En natuurlijk weten de massa’s dat zij er geen belang bij hebben dat er nu verkiezingen worden gehouden, aangezien er geen politieke partij is die openlijk voor hun belangen opkomt en klaar staat om de macht over te nemen.

Voor volksdemocratie, voor een nieuwe confederatie van West-Afrikaanse socialistische staten

De oplossing ligt dus in organisatie van onderuit van de bevolking rond een programma van socialistische wederopbouw dat de nationalisatie van strategische sectoren van de economie zal omvatten, waaronder banken (met inbegrip van de BCEAO), mijnen, energie en telecommunicatie. Hierdoor zouden middelen vrijkomen om de sociale en milieucrisis aan te pakken, zouden veel nieuwe jobs in het ambtenarenapparaat worden gecreëerd, zouden ambtenaren goed worden betaald en zouden nieuwe economische sectoren worden ontwikkeld, waaronder voedselgewassen, lokale industrie en hernieuwbare energie.

Ook zullen multi-etnische zelfverdedigingsgroepen in de verschillende departementen en dorpen moeten worden opgericht en opgeleid (met inbegrip van politieke vorming) om de jihadistische dreiging en de verdeeldheid binnen de gemeenschap te bestrijden.

Naast de huidige nationale conferentie moet er een echte constituerende vergadering worden georganiseerd, bestaande uit afgevaardigden van alle dorpen van Mali, die de nieuwe structuren van de socialistische staat moet vaststellen en met name moet werken aan een oplossing voor de nationale kwestie, waarbij open moet worden gestaan voor de mogelijkheid van volledige onafhankelijkheid voor Azawagh en de andere separatistische regio’s als dit inderdaad de wil van de bevolking is, en waarbij broederlijke banden met deze nieuwe staten moeten worden onderhouden.

Er moeten ook banden worden gesmeed met de arbeiders en de onderdrukten die in de buurlanden strijden, om de vestiging van broederlijke regimes aan te moedigen waarmee handel kan worden gedreven, met het oog op een nieuwe socialistische confederatie van West-Afrikaanse staten.

Delen: Printen: