Groeiende roep om boycot van Olympische Winterspelen in Beijing

Waarom is het Internationaal Olympisch Comité (IOC) zo nauw geallieerd met de Chinese dictatuur? Dit is een vraag die steeds meer mensen zich stellen na de verdwijning van de tennisster Peng Shuai sinds 2 november, nadat ze op internet een bericht had geplaatst waarin ze Zhang Gaoli, een topman van de CCP (de zogenaamde ‘Communistische’ Partij), beschuldigde van aanranding.

De post was minder dan 30 minuten later al gewist. Peng kon geen contact opnemen met vrienden en kon ook niet reageren op oproepen van bezorgde groeperingen zoals de Women’s Tennis Association. Op 21 november kondigde de voorzitter van het IOC, Thomas Bach, aan dat hij Peng in een video-interview had gesproken en dat ze “in orde” was. Noch de video, noch een transcriptie zijn door het IOC gepubliceerd. Het interview van Bach is in brede kring veroordeeld omdat het in samenwerking met het Chinese regime was geënsceneerd om een groeiende internationale legitimiteitscrisis rond de Olympische Winterspelen van Beijing, die op 4 februari van start gaan, te bezweren.

Het IOC heeft een geschiedenis van samenwerking met rechtse, racistische en autoritaire regimes, van Hitlers Duitsland in de jaren dertig tot het door militairen geregeerde Zuid-Korea in de jaren tachtig. Dit is ook het geval in het huidige China, waar vakbonden en stakingen verboden zijn en de arbeidersklasse het recht wordt ontzegd zich te organiseren door middel van wrede repressie. Het politieoptreden van het Chinese regime in Xinjiang en Hongkong heeft wereldwijd de aandacht op zijn rol gevestigd, maar deze voorbeelden zijn niet uitzonderlijk. Zoals wij eerder stelden, is Xinjiang een oefenterrein voor repressieve technieken die in toenemende mate in heel China worden gebruikt.

Achter zijn mantra “hou de politiek uit de sport” heeft het geheimzinnige, ondemocratische en berucht corrupte IOC een uitgesproken politieke agenda om zijn kapitalistische sponsors superwinsten te bezorgen en democratische en mensenrechtenkwesties met voeten te treden.

Dit is de achtergrond van het huidige wereldwijde debat over een Olympische boycot in februari. Deze kwestie wordt door verschillende en tegenstrijdige krachten aan de orde gesteld. Er zijn oproepen van mensenrechtengroeperingen en activisten die betrokken zijn bij het protest tegen de repressie tegen Oeigoerse moslims in Xinjiang en de vernietiging van democratische rechten in Hong Kong. Dan zijn er kapitalistische regeringen zoals de regering-Biden, wier motieven voor een boycot helemaal niets te maken hebben met het handhaven van democratische rechten, maar veeleer hun imperialistische belangen dienen om een wereldwijde coalitie tegen het Chinese kapitalisme op te bouwen, om te voorkomen dat het de Amerikaanse macht uitdaagt.

Een ‘diplomatieke boycot’

Biden en verschillende VS-bondgenoten hebben het idee gelanceerd van een “diplomatieke boycot” van de Spelen in Beijing. De meeste waarnemers wrijven zich in de ogen. Wat is het nut van deze niet-boycot boycot? Zoals zelfs een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken opmerkte: “Het kan niemand schelen of jullie diplomaten komen.” Er had even goed een oproep kunnen zijn voor een muziekboycot (geen gezang) of een humorboycot (geen grappen).

Op het moment van schrijven hebben de landen van de ‘Five Eyes Alliance’, bestaande uit de VS, het VK, Australië, Canada en Nieuw-Zeeland, aangekondigd dat zij zich bij de ‘diplomatieke boycot’ zullen aansluiten. Het doel van dit gebaar is om de betrokken regeringen te kunnen laten zeggen dat ze een standpunt innemen, zonder evenwel de enorme winsten die de Spelen voor hun eigen multinationals en mediabedrijven opleveren in gevaar te brengen. Ze kozen voor deze strategie om een terugslag in de public relations te vermijden en om de mogelijkheid van een echte boycotcampagne te ondermijnen.

Gezien de steeds duidelijker bewijzen van de gruwelijke onderdrukking van de plaatselijke moslimmeerderheid in Xinjiang, de aanval op vakbonden, oppositiepartijen en de vrijheid van vergadering in Hongkong, zullen velen sympathie hebben voor de oproepen tot een boycot – niet de melige oproep tot een ‘diplomatieke’ boycot, maar een totale terugtrekking van de steun voor de Spelen.

Volgens een opiniepeiling in de Toronto Star is 56% van de Canadezen voorstander van een volledige boycot. Dit is duidelijk beïnvloed door China’s gevangenneming van de Canadese burgers Michael Spavor en Michael Kovrig gedurende bijna drie jaar als vergelding voor de detentie – huisarrest in haar eigen herenhuis in Vancouver – van Huawei-erfgename Meng Wanzhou. Ze werden in september allemaal vrijgelaten. Uit de Canadese peiling blijkt een wijdverspreide ontevredenheid over de door Biden geleide “diplomatieke boycot” als een leeg en inadequaat gebaar. Uit een Amerikaanse opiniepeiling van Morning Consult bleek dat 24% voor een totale boycot is, 31% voor een diplomatieke boycot en slechts 12% is tegen een boycot.

Deze kwestie weerspiegelt tegenstrijdige stromingen. De kapitalistische regeringen van het Westen misbruiken de kwestie om hun ‘democratische’ geloofsbrieven op te poetsen en hun Koude Oorlogsagenda van het onder druk zetten van Beijing te bevorderen, hoewel zij huiverig zijn voor de economische verliezen die een echte boycot met zich mee zou brengen. Maar er zijn ook veel gewone mensen, vooral slachtoffers van de onderdrukking door de CCP, die een boycot om oprechte redenen steunen in de overtuiging dat dit druk kan uitoefenen op het Chinese regime om zijn repressieve optredens te veranderen. Helaas onderschat deze opvatting het soort druk en strijd dat nodig is, met name het opbouwen van solidariteit met Chinese arbeiders om hen te helpen zich te organiseren om voor hun rechten te vechten.

Het is ook geen toeval dat de eerste regeringen die zich tot een diplomatieke boycot hebben verbonden, afkomstig zijn uit de ‘Five Eyes Alliance’. Drie van deze landen, de VS, het VK en Australië vormden onlangs de AUKUS-alliantie, om militaire capaciteit te leveren aan de alliantie van de ‘Vijf Ogen’. Hoewel de Japanse regering momenteel overweegt of zij de diplomatieke boycot zal steunen, zijn andere regeringen, met name die van Frankrijk, hiertegen gekant. Dit weerspiegelt de spanningen en de uiteenlopende prioriteiten van de grote westerse mogendheden: de Franse regering likt nog steeds haar wonden over AUKUS, dat Parijs een contract voor onderzeeërs van 66 miljard dollar kostte. Als we beter kijken, zien we dat voor al deze regeringen ‘democratie’ en de ‘kwestie Xinjiang’ slechts een dekmantel zijn voor naakte financiële en grootmacht-belangen.

Geen van de regeringen die zich inzetten voor de zogenaamde boycot zijn zelf onschuldig aan de onderdrukking van minderheden en militaire interventies in andere landen – de historische misdaden tegen de inheemse bevolking in Canada en Australië, de behandeling van vluchtelingen in het VK en Australië, racistisch politieoptreden in de VS en de oorlogen die het Westerse imperialisme is begonnen in Irak, Syrië en elders, betekenen dat deze regeringen serieuze schenders van de mensenrechten zijn. Elke echte campagne tegen de onderdrukking van de Chinese staat moet zich volledig afkeren van deze regeringen en hun hypocrisie.

Internationaal Olympisch Comité verzet zich tegen boycot

Het is niet verrassend dat het hoofd van het IOC, Thomas Bach, zich tegen een boycot verzet. Tijdens een vergadering van het Uitvoerend Comité van het IOC betoogde hij: “Als we op de één of andere manier politieke partij kiezen, zouden we nooit alle 206 nationale Olympische comités naar de Olympische Spelen krijgen… Dit zou de politisering van de Olympische Spelen zijn en dit zou, zou ik verder denken, het einde kunnen betekenen van de Olympische Spelen, net zoals dit het geval was met de oude Spelen.”

Zonder in te gaan op Bachs bewering over de politisering van de oude spelen, die volgens recent onderzoek waarschijnlijk eindigden omdat ze gewoon te duur werden om te organiseren, is de hele geschiedenis van de moderne Olympische Spelen er één van politisering geweest, bovendien ter ondersteuning van rechtse en autoritaire regimes en belangen van het grootkapitaal ten koste van de werkende mensen.

Dit wordt onderstreept door het beleid van de IOC-voorzitters, onder wie Baron de Coubertin (1896-1925) die vrouwensport afwees als “onpraktisch, oninteressant, onesthetisch, en we zijn niet bang om eraan toe te voegen: onjuist”; Graaf de Baillet-Latour (1925-1942) die tussen Adolf Hitler en Rudolf Hess stond bij de opening van de spelen in 1936; de anti-semitische Zweedse industrieel Sigfrid Edström (1942-52) die schreef dat “in de VS de dag kan komen dat je de Joden zult moeten tegenhouden”; Avery Brundage (1952-72), een antisemiet die Hitlers Duitsland bewonderde, en hoewel hij dacht dat “het communisme een kwaad was waartegenover alle andere kwaden onbeduidend waren” bewonderde hij Stalins autoritaire regime; en natuurlijk Juan Samaranch (1980-2001), het Spaanse lid van de fascistische Falange dat vele topfuncties bekleedde in Franco’s regering. Bach werd voorafgegaan door een andere aristocraat: Jacques Graaf Rogge (2001-2013) die toezag op een geheime deal met de Chinese regering om censuur van persberichten toe te staan.

Gezien de rechtse, vrouwenhatende traditie van zijn voorgangers is het niet verwonderlijk dat de huidige IOC-voorzitter Thomas Bach medeplichtig lijkt te zijn aan het helpen van de CCP bij het verdoezelen van de beschuldigingen tegen zijn vriend Zhang Gaoli, die Peng Shuai heeft beschuldigd van aanranding. Nadat hij meedeed aan de nu beruchte ‘bewijs van leven’-video, beschuldigde de belangengroep van atleten, Global Athlete, het IOC van “een afschuwelijke onverschilligheid voor seksueel geweld en het welzijn van vrouwelijke atleten.”

Wanneer het IOC zegt dat de spelen niet ‘gepolitiseerd’ mogen worden, maakt het er geen bezwaar tegen dat de spelen door rechtse en autoritaire regimes worden gebruikt om hun gezag te versterken.

Beginnend met de beruchte Spelen van Berlijn in 1936, volgden de Spelen van 1968 in Mexico slechts enkele dagen na een bloedbad onder linkse studenten door het Mexicaanse leger. Eén van de liederen van de studenten was “¡No queremos olimpiadas, queremos revolución!” (We willen geen Olympische Spelen, we willen revolutie!). Twee Amerikaanse atleten, aanhangers van de zwarte-rechtenbeweging Tommie Smith en John Carlos, werden van die spelen geweerd nadat zij de ‘Black power’-groet hadden gebracht.

Het militaire regime in Zuid-Korea kreeg de spelen van 1988 toegewezen in 1981, een jaar nadat het meer dan 2000 pro-democratische demonstranten had afgeslacht in de “Gwangju Opstand” van 1980. Het kon de Spelen gebruiken als platform om het imago van het regime in de wereld te verbeteren.

Natuurlijk werden de spelen van 1980 in Moskou na de Sovjet-invasie van Afghanistan, ondanks de boycot, door de stalinistische bureaucratie gebruikt om haar steun in eigen land te versterken. Dat de door de VS geleide boycotcampagne in 1980 niet echt ging over het beschermen van de rechten van het Afghaanse volk, maar eerder over het projecteren van de macht van de VS, blijkt duidelijk uit de acties van de VS in de vier decennia daarna, waaronder de chaotische terugtrekking van dit jaar die de terugkeer van de Taliban inluidde.

De Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji droegen bij aan de versterking van de positie van het reactionaire en steeds autoritairder wordende Russische regime. Met het prestige van het regime gestimuleerd door wat toen de duurste spelen ooit waren, gaf Poetin twee dagen voor de slotceremonie het geheime bevel om te beginnen met de overname van de Krim.

De Olympische Spelen vertegenwoordigen het slechtste aspect van de moderne sport

Het IOC stelt de Olympische beweging voor als één waarin iedereen gelijke kansen heeft. Maar alles is gecorrumpeerd door geld. De meeste atleten komen van elitescholen – ongeveer een derde van de atleten in het Britse team van 2012, 2016 en 2021 bijvoorbeeld komt van privéscholen, hoewel 93% van de Britse kinderen naar staatsscholen gaat. Besparingen op openbare sportfaciliteiten en het toenemende gebruik van commerciële sponsoring maken deze situatie nog erger.

De locaties voor de Spelen worden in feite bepaald door wie de grootste steekpenningen biedt. Beschuldigingen over corruptie aan de top van het IOC mondden uiteindelijk uit in een publiek schandaal nadat Salt Lake City was gekozen voor de Winterspelen van 2002. Ondanks nieuwe regels kwamen er nog meer beschuldigingen nadat Londen de toewijzing voor 2012 had gewonnen. De criteria die worden gebruikt om de beslissingen te nemen, houden geen verband met wat het voordeligst is voor de ontwikkeling van de sport, maar met welke zakelijke, sponsoring- en uitzendfaciliteiten de winnaar biedt.

Na de selectie van de locaties wordt er gebouwd. Bij de bouw van de Russische, Engelse, Braziliaanse, Japanse en Chinese locaties werd gebruik gemaakt van kinder- en slavenarbeid, vaak met superuitbuiting van migranten.

De regeringen beweren dat de Spelen zelf de respectieve economieën ten goede komen. De ervaring heeft het tegendeel aangetoond: mensen zijn uit hun huizen verdreven om plaats te maken voor stadions (volgens één schatting zijn 1,25 miljoen mensen uit hun huizen verdreven voor de spelen van 2008 in Peking, 720.000 voor die van 1988 in Seoel). De nasleep van de Spelen van Athene, en meer recent de Olympische Spelen van Rio, omvat enorme schulden, ongebruikte stadions en een dramatische toename van de ongelijkheid. Zoals een commentator na de Spelen van Rio opmerkte: “De ongelijkheid werd verergerd in een stad die toch al berucht is om haar ongelijkheid.”

Sponsors

Ook de bedrijven beweren dat ze los staan van politiek! Coca-Cola gebruikte precies dat excuus toen het, ondanks de boycot door de VS, de spelen in Moskou sponsorde. Vandaag zien we dezelfde situatie bij de officiële sponsors van de spelen in Beijing.

Tot de sponsors behoort Alibaba, dat volgens de New York Times software voor gezichtsherkenning en -bewaking heeft ontwikkeld en op de markt gebracht om gezichten van Oeigoeren en andere etnische minderheden in China te herkennen. AirBnB is ervan beschuldigd te hebben samengewerkt met paramilitairen van de Chinese staat die betrokken zijn bij de onderdrukking van de Oeigoeren.

Verder is er Samsung, dat betrokken is bij het gebruik van kinderarbeid, het opdoeken van vakbonden, corruptie, prostitutie en steun aan extreemrechtse groeperingen. Dan is er ATOS, fabrikant van bewakingssystemen. De sponsoring van de Paralympics door ATOS maakte activisten voor de rechten van gehandicapten woedend, aangezien het beheer door ATOS van het “work capability”-programma van de Britse regering duizenden gehandicapten hun arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft ontnomen. Het is dan ook geen verrassing dat geen van de bedrijven die de winterspelen in Beijing sponsoren, de boycotoproep steunt. Ze zullen te veel winst verliezen.

Hebben eerdere boycots gewerkt?

De spelen van 2008 in Peking werden voorafgegaan door een wrede onderdrukking in Tibet. Toch kwam er van de zogenaamde internationale gemeenschap geen steun voor de oproep om de spelen te boycotten, ondanks de wijdverspreide sympathie voor het voorstel onder gewone mensen. President Bush behoorde tot de wereldleiders die deze Olympische Spelen bijwoonden, net als de leiders van Australië, Frankrijk en Japan, wat aantoont hoeveel er veranderd is in de mondiale betrekkingen. In die tijd werd de Chinese dictatuur in de Westerse wereld met rode lopers onthaald, terwijl ‘mensenrechten’ een taboe-onderwerp waren omdat het Westerse kapitalisme zoveel mogelijk handelsdeals wilde sluiten.

In de decennia na de Russische revolutie namen de bolsjewieken niet deel aan de Olympische Spelen. Ze gaven de voorkeur aan een coöperatieve lichaamscultuur boven deelname aan wat een kapitalistische en elitaire benadering van sport was. De Sovjet-Unie begon pas in 1952 deel te nemen nadat de stalinistische bureaucratie volledig geconsolideerd was. De Olympische Spelen werden een arena waarin de Koude Oorlog werd uitgespeeld. In 1936 werd een alternatieve ‘Volksolympiade’ gepland die in Barcelona zou plaatsvinden als protest tegen de Olympische Spelen van de Nazi’s in Berlijn. De ‘Volksolympiade’ vond nooit plaats wegens het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog.

De boycot van de Olympische Spelen van 1980 in Moskou had geen effect op het gedwongen vertrek van de Sovjet-Unie uit Afghanistan, maar stelde de Sovjetbureaucratie wel in staat om de Spelen in eigen land voor te stellen als een grote overwinning, ondanks de boycot, aangezien de Sovjetatleten een recordaantal medailles wonnen.

Met de nieuwe periode van neoliberalisme die in de jaren tachtig aanbrak, werden ook de Olympische Spelen neoliberaal gemaakt: ze werden nog commerciëler en elitairder.

Wanneer vandaag de kwestie van het boycotten van de Spelen van Beijing ter sprake komt, nemen socialisten een welwillende houding aan ten opzichte van dit idee wanneer het wordt geopperd door arbeiders en jongeren die oprecht op zoek zijn naar manieren om te protesteren tegen de onderdrukking door de Chinese staat. Maar we waarschuwen ook voor elke illusie in het IOC, dat het eerste doelwit van elke boycotcampagne zou moeten zijn, en we waarschuwen vooral voor illusies in kapitalistische regeringen die deze kwestie gebruiken voor hun eigen machtsbelangen. Evenzo maken we, wanneer verschillende activistische groepen deze kwestie aan de orde stellen, onderscheid tussen echte onafhankelijke basiscampagnes en die welke worden gefinancierd of gesponsord door regeringsbelangen in de nieuwe Koude Oorlog.

Kan een boycot werken?

In 1959 werd een internationale boycot tegen het Zuid-Afrikaanse racistische apartheidsregime gelanceerd. Het ging om een boycot van sport- en academische evenementen, met de steun van de VN en regeringen. Maar grote bedrijven bleven handel drijven met het land. Dat veranderde toen de Zuid-Afrikaanse arbeidersklasse heldhaftig in opstand kwam en zich organiseerde: 1,5 miljoen mensen namen deel aan de staking van 1 mei 1986, nieuwe vakbonden ontstonden en verenigden zich tot een machtige kracht, waardoor solidariteitsacties van arbeiders in andere landen aan kracht wonnen. Dit betekende het begin van de ineenstorting van het apartheidsregime.

Meer recentelijk, toen enkele grote voetbalclubs probeerden een Europese ‘Super League’ op te richten, werd dit idee door een opstand van de fans binnen enkele dagen de kop ingedrukt.

Waar staan socialisten voor?

  • Socialisten veroordelen de grootschalige onderdrukking door het Chinese regime en steunen volledige en onmiddellijke democratische rechten die alleen kunnen worden afgedwongen door massale strijd, door de werkende klasse en de armen;
  • Wij waarschuwen tegen elk vertrouwen in boycots georganiseerd door kapitalistische regeringen en kapitalistische instellingen die gebruikt worden om het publiek te misleiden, hetzij door theatrale maar lege voorstellen (‘diplomatieke boycot’) of door het verbergen van hun werkelijke bedoelingen die in toenemende mate verbonden zijn met de zich ontvouwende Koude Oorlog tussen de VS en China;
  • Wij zijn tegen de commercialisering van de sport en het gebruik ervan om rechtse, autoritaire regimes te promoten – zoals we volgend jaar opnieuw zullen zien bij de Wereldbeker voetbal in Qatar. Het grootkapitaal moet uit de sport worden geschopt en vervangen door een grote uitbreiding van openbare sportfaciliteiten en programma’s voor iedereen onder de democratische controle van de atleten en de fans;
  • Eenheid van de arbeidersklasse en internationale solidariteit gekoppeld aan een revolutionair democratisch en socialistische politiek zijn de sleutel tot het omverwerpen van dictaturen. Het kapitalisme als wereldsysteem is een bedreiging voor al onze democratische rechten en alleen een arbeidersbeweging die onafhankelijk is van alle kapitalistische regeringen en instanties kan dit met succes bestrijden.
Delen: Printen: