Hoe zou socialistische planning de klimaatcrisis kunnen oplossen?

Door Jonas Brannberg (Zweden) en Philipp Chmel (Oostenrijk) uit de brochure ‘Kapitalisme doodt de planeet’

Het kapitalisme vormt een existentiële bedreiging voor onze samenleving. Een volledige verandering van de manier waarop de maatschappij wordt bestuurd is een dringende noodzaak.

De boodschap van Greta Thunberg om “naar de wetenschap te luisteren” is even eenvoudig als onmogelijk te volgen voor kapitalistische leiders. In plaats van naar de wetenschap te luisteren, doet de heersende klasse alles wat ze kan om de kapitalistische economie weer op gang te brengen na de economische crisis die door de pandemie is versterkt. Als ze een kans zien op meer winst, wordt elk woord over een duurzame samenleving meteen vergeten. We zagen daar een scherpe illustratie van met de massale stimuleringspakketten die kapitalistische regeringen implementeerden om de economie weer op gang te brengen na de recessie van 2020, waarbij aanzienlijk meer werd geïnvesteerd in fossiele brandstoffen dan in hernieuwbare energiebronnen.

Dit geldt ook voor de toegenomen imperialistische rivaliteit die zich ontwikkelt tot een volwaardige koude oorlog tussen China en de VS, waarin de belangen van de grote mogendheden elke zorg voor het klimaat volledig verdringen. In een tijd waarin mondiale samenwerking nog nooit zo noodzakelijk was om de ernstigste bedreiging voor de wereldbeschaving het hoofd te bieden, stellen de kapitalisten hun eigen belangen voorop. Samenwerking en mondiale planning zijn verder van de realiteit verwijderd dan zij in decennia waren. De Koude Oorlog kan nieuwe internationale overeenkomsten blokkeren, zelfs ontoereikende, zoals het akkoord van Parijs in 2015.

Zoals elders uitgelegd, is de klimaatcrisis misschien wel het duidelijkste voorbeeld waarom we moeten afstappen van de kapitalistische economie, waar de “markt” wordt gestuurd door gigantische bedrijven en hun zoektocht naar maximale winst. De planeet heeft nood aan een geplande transitie waarbij fossiele brandstoffen binnen tien jaar volledig zijn uitgebannen, en waarbij biologische afbraak en vervuiling worden vervangen door programma’s voor het beschermen en herstellen van ecosystemen.

Om dit mogelijk te maken hebben we een maatschappij nodig waarin de werkende mensen via democratische arbeidersstaten de belangrijkste delen van de economie controleren, bezitten en democratisch plannen. Dat betekent het opbouwen van wereldwijd socialisme.

Socialisme kan alles veranderen

De jongeren riepen tijdens de klimaatstakingen: “alles moet veranderen”. Socialisme betekent precies dat: alles veranderen.

  • Het betekent dat de machtsstructuur van de samenleving op zijn kop wordt gezet. Een nieuwe arbeidersstaat zal het belang van de werkende mensen als prioriteit hebben in plaats van de kapitalistische staat van vandaag, waarvan de wetten, de repressie en de wapens er zijn om de kapitalistische winsten tegen elke prijs veilig te stellen.
  • Het betekent dat de belangrijkste delen van de economie genationaliseerd worden (collectief eigendom) en onder arbeiderscontrole en -beheer komen.
  • Het betekent dat werkplekken, samen met scholen en gemeenschappen, een forum worden voor het democratisch besturen van de samenleving, gebruik makend van ieders creativiteit en inbreng, in plaats van louter een plaats van uitbuiting.
  • Het betekent verdeling van het werk om werkloosheid tot het verleden te laten behoren en iedereen de tijd te geven om deel te nemen aan het bestuur van zijn werkplek, gemeenschap en samenleving, alsook voor vakantie en vrije tijd.
  • Het betekent productie volgens de behoeften van de mensen met producten die lang meegaan, kunnen worden gerepareerd en zijn gemaakt van grondstoffen die kunnen worden hergebruikt.

Een socialistische planeconomie zou de uitstoot in een paar maanden of een paar jaar drastisch kunnen verminderen:

  • 12% van de totale CO2-uitstoot is afkomstig van het wegvervoer. Door massaal te investeren in gratis openbaar vervoer in alle steden, door goederen per spoor te vervoeren en door te stoppen met het gebruik van wereldwijde scheepvaart als middel om arbeidskosten te besparen, zou deze uitstoot drastisch en zeer snel kunnen worden verminderd.
  • 6% van de uitstoot is afkomstig van ontbossing en bosbranden. Ontbossing kan snel in zijn tegendeel worden omgebogen, terwijl bosbranden kunnen worden teruggedrongen door bosbeheer, meer verantwoorde stadsplanning en het terugdraaien van besparingen op brandweerdiensten.
  • Het zogenaamde ‘zakenreizen’, dat een groot deel van het luchtverkeer uitmaakt (12% van het totale luchtverkeer in de VS), kan drastisch worden verminderd.
  • De huidige industrie en energiebedrijven veroorzaken enorme emissies (ongeveer 10% van de uitstoot) door inefficiënte processen. Met een planeconomie die onnodig afval elimineert en met energiebesparende investeringen zouden deze emissies drastisch verminderen.
  • 17,5% van de emissies is afkomstig van energie die in gebouwen wordt gebruikt. Door gebouwen te isoleren, vaak een vrij eenvoudige maatregel, kan dit snel verminderen.
  • Hele kapitalistische structuren en sectoren die extreem destructief zijn, kunnen worden ontmanteld: de wapenindustrie, de extreem excessieve reclame-industrie, en financiële speculatie, waaronder cryptovaluta.

Andere sectoren van de economie zullen meer tijd nodig hebben om te veranderen, en vereisen ook massale investeringen in intensief onderzoek:

  • We hebben investeringen nodig in fossielvrije energiebronnen, zonder dat die investeringen buitensporige emissies veroorzaken, en zonder andere schadelijke gevolgen voor het milieu, zoals het verlies van biodiversiteit.
  • Er is een enorme huisvestingscrisis over de hele wereld. We moeten betaalbare woningen bouwen voor iedereen, maar zonder de grote ecologische voetafdruk van vandaag.

Wetenschap in het belang van de planeet

Dit wijst op de noodzaak om wetenschap en onderzoek in te zetten in het belang van mensen en de planeet in plaats van te worden gericht op het produceren van winst voor grote bedrijven.

Een democratisch geplande socialistische economie zal ons in staat stellen te produceren naar behoefte, zowel menselijke als ecologische behoeften.

Via evaluaties van de volledige levenscyclus van bepaalde producten (met inbegrip van winning, verwerking, gebruik en verwijdering) kunnen we bepalen welke productieprocessen welk soort ecologische en klimatologische gevolgen hebben, op welk punt in het proces dit gebeurt en wat we eraan kunnen doen.

Om een concreet voorbeeld te geven. Bij de productie van cement wordt ongeveer 90% van de emissies veroorzaakt door het productieproces van klinker, het belangrijkste bestanddeel van cement. Bij dit proces wordt rechtstreeks CO2 uitgestoten via een chemische reactie waarvoor extreem hoge temperaturen nodig zijn. Maar met behulp van micro-organismen (cyanobacteriën) kunnen bio-betonstenen in vier dagen bij kamertemperatuur uit zand worden gecreëerd, waarbij CO2 wordt verbruikt in plaats van uitgestoten. Onder het kapitalisme vindt een transitie naar deze technologie echter niet plaats vanwege de hoeveelheid geld die de kapitalisten al in de huidige productiewijze hebben geïnvesteerd. Zonder kapitalistische beperkingen op onderzoek en productie is er een groot potentieel om materialen en productieprocessen te ontdekken met een lagere milieu-impact en deze op grote schaal toe te passen.

Kapitalistische vs. duurzame landbouw

Een ander voorbeeld is industriële versus duurzame landbouw. Voor de agro-industrie is het telen van monoculturen (enkelvoudige gewassen) op enorme velden het meest winstgevend. Daarbij maken ze gebruik van fossiel aangedreven grote machines, pesticiden en enorme hoeveelheden industriële meststoffen. Dit levert in korte tijd hoge opbrengsten op, maar het is uiterst inefficiënt wanneer men rekening houdt met de enorme hoeveelheid energie die nodig is voor de kunstmestproductie en de ecologische schade die wordt aangericht. Bovendien leidt dit soort industriële landbouw tot massale bodemdegradatie, waardoor een afhankelijkheid ontstaat van intensief kunstmestgebruik om de verminderde bodemvruchtbaarheid te compenseren.

Duurzame landbouw daarentegen zou een natuurlijk proces van bodembemesting (bekend als “biologische stikstoffixatie”) kunnen bevorderen in plaats van overmatig gebruik van industriële meststoffen, waardoor de landbouw een onderdeel wordt van een duurzaam ecologisch metabolisme in plaats van het te schaden. Veel inheemse gemeenschappen hebben kennis op het gebied van duurzame landbouwpraktijken, zoals het mengen van gewassen waarbij meerdere gewassen samen op dezelfde oppervlakte worden geplant. Hierdoor kunnen gewassen elkaar helpen groeien door voedingsstoffen uit te wisselen, de bodemvochtigheid op peil te houden en elkaar fysiek te ondersteunen, onder meer door ongedierte te bestrijden. Het verhoogt ook de opbrengst van de gewassen.

Duurzame landbouw betekent niet dat men een anti-technologische aanpak volgt, verre van. Duurzame praktijken kunnen worden gecombineerd met moderne technologie. Drones kunnen worden gebruikt om gegevens over plantengroei, de gezondheid van planten en het welzijn van vee vast te leggen. Sensoren, grote databanken en AI kunnen worden gebruikt om de bodemsamenstelling, de vochtigheid en de temperatuur te controleren en efficiënte geautomatiseerde druppelirrigatie te regelen waarbij ook rekening wordt gehouden met de neerslagvoorspellingen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van hoe technologie kan worden gebruikt om een duurzame samenleving mogelijk te maken.

Het klimaat herstellen

Om de klimaatcrisis en de opwarming van de aarde zoveel mogelijk te beperken, zullen we gigantische ecologische herstel- en saneringsprogramma’s moeten plannen. Het stoppen van de ontbossing is niet genoeg, we moeten miljoenen bomen planten, moerassen opnieuw aanleggen en methaanlekken dichten. De huidige bosbouw, waarbij grote gebieden worden gekapt en grote hoeveelheden broeikasgassen worden uitgestoten, kan worden vervangen door duurzame bosbouw die de koolstofopslag in de grond vergroot. Wat herbebossing betreft, bleek uit een studie van 2019 in het tijdschrift Science dat er, naast de bestaande bomen, landbouw- en stedelijke gebieden, het potentieel is om een extra 0,9 miljard hectare bos te ontwikkelen. Dit zou 205 gigaton koolstof kunnen opslaan, wat ongeveer vier keer de huidige wereldwijde jaarlijkse CO2-equivalente uitstoot is.

Grootschalig herstel van wetlands en moerassen zou bijzonder effectief zijn, aangezien dit de meest effectieve koolstofputten op aarde zijn. Zij bedekken slechts ongeveer 3% van het landoppervlak van onze planeet, maar slaan ongeveer 30% van alle koolstof op land op. Dat is tweemaal de hoeveelheid van alle bossen ter wereld samen.

De mogelijkheid om CO2 industrieel uit de atmosfeer te verwijderen, mag niet worden uitgesloten, ook al weten we dat “koolstofafvang” (CCS) onder het kapitalisme vaak wordt aangevoerd als excuus om fossiele brandstoffen te blijven verbranden.

Hoe de markt te overwinnen

Deze acties en beleidsmaatregelen kunnen en zullen de situatie veranderen. Een voorwaarde voor het welslagen van al deze maatregelen is echter democratisch publiek bezit van de economie, waardoor deze in dienst staat van de belangen van mensen en de planeet in plaats van de winst. Vandaag blokkeert privébezit zo’n transitie. Je kunt niet controleren wat je niet bezit! Helaas richten velen, zelfs aan de linkerzijde, zich alleen op noodzakelijke investeringen voor klimaatactie, ongeacht of deze publiek of privaat zijn. Zij stellen de kwestie van publieke eigendom en democratische socialistische planning niet aan de orde als onderdeel van het beleid dat nodig is.

Vaak komt dit voort uit de weigering om na te denken over een oplossing die de fundamentele logica van het kapitalistische systeem ter discussie stelt. Als de klimaatbeweging wil winnen, is het van essentieel belang dat zij uit dit keurslijf breekt en erkent dat voor een echte oplossing van deze crisis een fundamentele reorganisatie van de economie en de samenleving – een socialistische revolutie – nodig is.

Daarnaast zorgen het falen van de bureaucratisch geplande stalinistische economieën in de voormalige Sovjet-Unie en elders, en de rechtse verhalen over planeconomieën die “niet werken” vanwege een “gebrek aan informatie” en een “gebrek aan innovatie”, zeker voor scepsis over socialistische planning. Dit is een overblijfsel van het ideologische offensief van het kapitalisme na de val van de Berlijnse muur in 1989.

Als reactie op de al te gecentraliseerde, bureaucratische planning door stalinistische regimes pleiten sommigen in plaats daarvan voor een markt die gebaseerd is op “zelfbeheer” door ondernemingen of coöperaties die eigendom zijn van de werknemers. Een probleem met dit zelfbeheer binnen een marktomgeving is dat deze ondernemingen gedwongen worden met elkaar te concurreren. Een dergelijk systeem ontbeert een algemene democratische planning, aangezien het op regionaal en nationaal in plaats van internationaal niveau wordt georganiseerd. Dit zogenaamde “marktsocialisme” zou zeer spoedig de neiging hebben het marktkapitalisme te imiteren. Een andere stroming pleit voor een directe overgang naar het produceren voor menselijke behoeften zonder geld en markten, maar reikt geen strategie aan voor hoe daar te komen – d.w.z. hoe het huidige systeem overwinnen en een einde maken aan de heerschappij van het kapitaal – en blijft dus in het rijk van utopische dromen.

Marx daarentegen stelde dat het socialisme economisch gezien twee verschillende ontwikkelingsfasen zou kennen (dit moet niet worden verward met de stalinistische ‘tweefasentheorie’, die beweert dat landen eerst een kapitalistische fase met liberale democratie moeten doormaken alvorens naar het socialisme over te gaan).

Tijdens de eerste economische fase, wat marxisten de “overgangseconomie” noemen, zou algemene overvloed (de algehele afwezigheid van schaarste) nog niet bereikt zijn. Daarom zouden bepaalde elementen van een kapitalistische benadering van distributie, zoals het gebruik van geld, worden gehandhaafd, maar in een gewijzigde vorm. Bijvoorbeeld, elementen van een markt, geld en betaling volgens gewerkte uren. Naast de lonen zou er echter een indirect of sociaal loon zijn: een veelheid van gratis of bijna gratis openbare diensten. Zodra, dankzij de voordelen van de socialistische planning, voor bepaalde producten overvloed wordt bereikt, zou het aantal vrij verdeelde goederen en diensten kunnen groeien. Geld zou secundair worden naarmate de mensen gewend raken aan een wereld zonder tekorten.

Naarmate dit proces voortschrijdt, zou de “tweede fase” van het socialisme kunnen worden bereikt, wanneer schaarste, de klassenmaatschappij en de daaruit voortkomende staat “verwelken”, zoals beschreven door de Russische revolutionair Lenin. De volledige ontwikkeling van het socialisme zou de verwezenlijking betekenen van een maatschappij gebaseerd op wat Marx omschreef als “van ieder naar zijn mogelijkheden, aan ieder naar zijn behoeften.” (Marx in zijn ‘Kritiek op het programma van Gotha’).

Een van de eerste maatregelen, tijdens de eerste fase, zou de verkorting van de arbeidsduur zonder loonverlies zijn, om de werkloosheid uit te roeien en een beter evenwicht te bereiken tussen werk, gezin en vrije tijd, en om de economische en politieke besluitvorming door de arbeidersklasse mogelijk te maken.

Met openbaar en democratisch gepland vervoer zouden we korte en middellange vluchten kunnen vervangen door een breed netwerk van snelle treinverbindingen. Degenen die stoppen met werken in de luchtvaart of andere fossiele sectoren zullen natuurlijk niet werkloos zijn. We hebben dringend behoefte aan omscholingsprogramma’s om de arbeid te heroriënteren naar de bestrijding van en de aanpassing aan de klimaatcrisis, en aan meer werknemers in de sociale, gezondheids- en onderwijssector.

Hoe zou planning in zijn werk gaan?

Er zijn veel discussies over hoe een planeconomie zou werken. Moet zij gecentraliseerd of gedecentraliseerd zijn? Het antwoord is: dat hangt ervan af. Hier volgen drie verschillende manieren waarop economische planning kan worden georganiseerd:

  • Anticiperen op de vraag op basis van de evolutie in real time, wat het model is van de multinationale detailhandelsonderneming Walmart. Het bedrijf deelt de informatie uit de kassa in real time met zijn toeleveringsketen. Met deze informatie organiseren de leveranciers de voorraadaanvulling van Walmart, het bedrijf doet dit niet zelf. Hoewel socialistische planning een dergelijk technologie met groot effect kan gebruiken, zou het natuurlijk anders zijn met democratische discussies tussen werknemers en vertegenwoordigende organisaties ter vervanging van uitbuiting en top-down beslissingen over min of meer willekeurige verkoopdoelstellingen.
  • Planning op basis van orders. In dit geval begint de productie pas wanneer een order binnenkomt. Dit kan nuttig zijn voor grotere industriële of technologische producten, en wordt reeds in bijna elk groot bedrijf toegepast, maar zonder te zijn geïntegreerd in een algemeen plan voor de industrie of de economie als geheel.
  • Input-output-analyse. Dit is een vorm van planning die bijzonder nuttig is voor socialistische planning. Het betekent dat de planning van de productie gebaseerd is op productiedoelstellingen en de input die nodig is voor de productie daarvan. Dit is zeer nuttig wanneer het gaat om de planning van voldoende gratis en openbare gezondheids-, sociale en zorginfrastructuur zoals ziekenhuizen, scholen, dagopvang en openbare wasserijen. Hetzelfde geldt voor openbaar vervoer en schone energie.

Verschillende planningsmethoden kunnen van groot nut zijn, maar zij kunnen niet in de plaats komen van de noodzaak van een systeem van arbeidersdemocratie, dat de sleutel is tot het succes van een planeconomie. Onder socialistische planning zouden gekozen comités of raden van arbeiders op de werkplekken en in buurten, scholen en gemeenschappen echte macht hebben, met gekozen vertegenwoordigers van deze comités die op regionaal, sectoraal en nationaal niveau coördineren om de belangrijkste sectoren van de economie te beheren. Op die manier kunnen we beslissen welk type en niveau van planning voor welke sector en welk product of welke dienst nodig is.

Natuurlijk hoeft niet alle economische activiteit te worden genationaliseerd en gepland. Kleine winkels, bars, restaurants enz. kunnen andere vormen van eigendom hebben. Maar om te beginnen met de belangrijkste sectoren, moet het overgrote deel van de productie en distributie genationaliseerd en democratisch gepland worden, zodat er op de verschillende niveaus democratische discussies kunnen plaatsvinden om te beslissen welk deel van het overschot naar welke sector gaat en waar de investeringen het dringendst nodig zijn om de klimaatverandering en de menselijke behoeften aan te pakken.

Zelfs de meer vooruitziende lagen van de heersende klasse beseffen dat de “marktoplossingen” van het kapitalisme een rem zijn op alles wat nodig is om de veelheid van crises op te lossen waarmee hun systeem wordt geconfronteerd. Daarom zien we dat sommigen hun klimaatbeleid wijzigen in de richting van meer staatsinterventie. Dit is echter gedoemd te mislukken door de systemische tegenstrijdigheden van het kapitalisme. Alleen met een democratisch geplande socialistische samenleving zullen we de mogelijkheid hebben om de klimaatcatastrofe te beperken en arbeiders, jongeren en de hele mensheid een toekomst te geven.

Delen:
Printen:

Steun ons: plaats uw boodschap in onze mei-editie!

Voorpagina van De Linkse Socialist

Uw boodschap in onze mei-editie