Home / Belgische politiek / Nationaal / Een antwoord op het offensief van regering en patronaat: Jongerenmars voor werk

Een antwoord op het offensief van regering en patronaat: Jongerenmars voor werk

Een antwoord op het offensief van regering en patronaat

Het hoefde geen bijzondere gave om te voorspellen dat regering en patronaat dit najaar alweer een aanval zouden inzetten op de verworvenheden van arbeiders en hun gezinnen. Nog voor ze er echter goed en wel aan begonnen zijn, stoten ze op verzet. De jongste weken werd gestaakt in de non-profit, het Franstalig onderwijs, De Post en de Brusselse maatschappij voor openbaar vervoer (MIVB). In de privé-sector blijft het, met uitzondering van de luchthaven in Zaventem relatief kalm, maar onderhuids stijgt de spanning. De hete herfst is al een feit. Helaas beschikt de arbeidersbeweging niet over een programma, een strategie en vooral een leiding om dit gevecht te winnen.

Dossier door Eric Byl

De “Linkse” traditionele partijen

Op de zogenaamde “linkse” traditionele partijen moeten de arbeiders niet rekenen. Ecolo en Agalev hadden maar één regeringsdeelname nodig om kleur te bekennen. Ze brachten ons talloze sancties (sluikstorten, roken…) en nieuwe belastingen (ecotaksen, oppervlaktewater, benzine…), maar de industrie en de grote vervuilers bleven telkens buiten schot. Voormalig Ecolo-staatssecretaris Deleuze wou onder meer de confrontatie met het patronaat over Kyoto vermijden door schone lucht op te kopen in de voormalige Sovjetunie.

Vooral Agalev keek als regeringspartij neer op het gepeupel. Mieke Vogels dreigde als Vlaams minister van Welzijn de vakbonden buiten spel te zetten. Haar opvolgster Byttebier insinueerde dat veel invaliden frauderen. Nu ze niet meer in de regering zitten, duikt Groen weer op in de betogingen van de non-profit. Die betogingen draaien nochtans steeds om dezelfde eisen die door de groene excellenties destijds brutaal afwezen.

De sociaal-democratie neemt al sinds ’88 deel aan de regering. In die periode werd de flexibiliteit danig opgedreven dat nu al 39,5% van alle werkende vrouwen een deeltijds contract heeft. Jongeren zijn bijna uitsluitend aangewezen op interimarbeid. Openbare gebouwen en bedrijven, opgebouwd op kosten van de gemeenschap, worden voor een prikje verlapt aan de vrienden uit het bedrijfsleven. In ruil krijgen de “socialistische” leiders vetbetaalde posten in allerlei beheerraden. Oud SPa-minister Luc Vanden Bossche werd beloond met de lucratieve leiding over luchthavenexploitant Biac. De Gentse burgemeester Beke zetelt in de raad van bestuur van Dexia. Hij strijkt daar jaarlijks voor zijn deelname aan 7 vergaderingen 34.000 euro op.

Waar de PS af en toe nog eens dwars ligt, zijn de SP.a ministers de auteurs van het besparingsbeleid. Vande Lanotte en Vandenbroucke pleiten al sedert het voorjaar voor “structurele” maatregelen. Vandenbroucke mag zich het brein achter de jacht op de werklozen noemen, Vande Lanotte is degene die de openbare dienstverlening saneert.

De vakbondsleidingen

De vakbonden organiseren maar liefst 58% van alle actieven, dat is zonder (brug-)gepensioneerden en werklozen, een stijging met maar liefst 8% op 10 jaar tijd. Als de vakbonden die kracht zouden mobiliseren kunnen regering en patronaat hun plannen opbergen. Dat vergt echter een alternatief op het huidige beleid en net daaraan ontbreekt het de vakbondsleidingen. Ze zien gewoon niet hoe je tegen de neo-liberale logica kan ingaan. Ze hebben de invoering van interimarbeid en allerlei onzekere contracten toegestaan. Ze aanvaardden het verdwijnen van bijna 10.000 arbeidsplaatsen bij Belgacom ten koste van een hels arbeidsritme. Ze staan nu op het punt de splitsing van de NMBS te aanvaarden die op termijn eveneens 10.000 arbeidsplaatsen zal kosten en de veiligheid van reizigers en personeel in gevaar zal brengen. In de Post hebben ze geo-route en poststation geslikt waarbij alweer 10.000 arbeidsplaatsen zullen verdwijnen.

Bij gebrek aan reëel alternatief raakt de vakbondsleiding niet verder dan gerommel in de marge. Als de druk aan de basis te groot wordt, laat ze stoom af door in gespreide orde delen van de arbeiders te mobiliseren. “Mobiliseren” moeten we met een stevige korrel zout nemen, want meestal lijkt het erop dat de vakbondsleidingen eerder “demobiliseren”. Eigenlijk bestaat de huidige vakbondsstrategie uit stervensbegeleiding en lobbywerk bij bevriende politici.

De band tussen ACV en de voorloper van de CD&V, de CVP, is altijd al problematisch geweest. Opeenvolgende CVP-regeringen misbruikten het ACV om hun anti-sociaal beleid te verkopen aan de arbeiders. Nu de CVP niet langer het belangrijkste politieke instrument is van de burgerij, treden PS en SPa op de voorgrond. De ABVV- en FGTB-leiders gebruiken hun posities in de partijbureau’s van SPa en PS echter niet om een socialer beleid door te drukken, maar om de anti-sociale politiek van die regeringspartijen door het strot van de vakbondsbasis te rammen, en als het kan de sprong te wagen naar een lucratief politiek ambt. Zolang het ACV gedomineerd wordt door CD&V en het ABVV door PS en SPa zullen de vakbonden de nederlagen voor de arbeiders blijven opstapelen.

Structurele crisis

Als we het patronaat en haar politieke lakeien volgen, dan kan België enkel aan de top blijven door efficiënter te zijn dan de rest van de wereld. “Efficiënt” betekent hier niet “socialer”, “meer en betere diensten” of “maximale bevrediging van de behoeften van zoveel mogelijk mensen”, maar uitsluitend “winstgevender”. Als we echter de voorbije 30 jaar, sinds de crisis van ’74, in beschouwing nemen, dan blijkt ons economisch stelsel helemaal niet zo “efficiënt”. Het klopt dat de bedrijfswinsten enorm gestegen zijn, maar dat is niet het gevolg van een globale toename van de rijkdom, maar van roofbouw op onze gezondheid en onze inkomens. Belgische arbeiders staan wereldwijd op nummer 2 na Noorwegen inzake productiviteit. We produceren gemiddeld per uur 11% meer waarde dan onze Amerikaanse collega’s, 32% meer dan de Britse, 39% meer dan de Japanse en 8% meer dan de Franse. Ons economisch stelsel is echter zodanig efficiënt dat een kwart van die productieve arbeiders niet eens aan werken toekomt. Wie wel werkt, staat bloot aan enorme stress. België behoort tot de wereldtop inzake stress gerelateerde ziekten, hartinfarcten en depressies.

Volgens de patroons en de politici zijn Belgische arbeiders te duur. Tussen ’81 en 2001 daalde de reële loonkost per éénheid product jaarlijks echter met gemiddeld -0,3%, vorig jaar bedroeg die daling maar liefst -1,4%! Men zou kunnen aanvoeren dat inactieven met het geld gaan lopen. Dat is echter moeilijk vol te houden: 20 jaar geleden bedroeg het gemiddeld pensioen 34% van het gemiddeld loon, nu slechts 32%. De werklozen konden 20 jaar geleden nog “profiteren” van een uitkering die 42% bedroeg van het gemiddeld loon, nu is dat slechts 28%. Geen wonder dat het aantal officiële armen is verdubbeld. Tot voor de jaren ’90 was dat 6% van de bevolking, nu 13%, tot daar inzake “efficiëntie”.

Voorstellen van het patronaat

In aanloop naar de begroting en met het oog op de onderhandelingen over een nieuw Interprofessioneel Akkoord, pakt het patronaat sedert deze zomer met het ene voorstel na het andere uit. Als breekijzer gebruiken ze, naar het voorbeeld van Siemens Duitsland, een arbeidsduurverlenging zonder loonaanpassing.

Naar verluidt wil het patronaat op die manier de “tewerkstelling redden”. In het Luikse Marichal Ketin stelde de patroon voor om de arbeidstijd op te trekken van 36 uur naar 40 uur. Hoe hij hoopt de tewerkstelling te redden, maakte die patroon duidelijk door het plan te koppelen aan het ontslag van 10 van de 20 uitzendkrachten. Gelukkig slaagde hij er niet in die onzin aan de arbeiders verkocht te krijgen.

Voor de meeste patroons is het debat over de arbeidsduur echter een schijngevecht, iets dat ze op tafel gooien om andere zaken af te dwingen. Zo pleit de patroonsorganisatie van de metaal voor nog meer lastenverlaging en vooral een bevriezing van de lonen. In de bouwsector is het hem vooral te doen om een annualisering van de arbeidstijd. In de distributiesector en de voeding staat dan weer een versoepeling van de overuren centraal.

Om zeker te zijn dat die sociale achteruitgang ook aanvaard wordt, wordt er heel wat gedreigd. Zo wordt ons op de mouw gespeld dat de uitbreiding van Europa een stroom van goedkope arbeidskrachten op gang zal trekken. De Europese commissie wil het aanwerven in West-Europa van Oost-Europeanen aan een Oost-Europees loon mogelijk maken. Dat dit de lonen en arbeidscondities hier zal ondermijnen spreekt voor zich.

Tegelijk wil Vandenbroucke werklozen verplichten om het even welke job te aanvaarden. Diens jacht op de werklozen heeft niets te maken met de zogenaamde “sociale fraude”. Voor iedere vacature staan minstens 7 kandidaten klaar. Ieder wervingsexamen mobiliseert een veelvoud van het aantal beschikbare jobs. Wie een VDAB-cursus wil volgen moet dikwijls maanden wachten of komt niet in aanmerking. De bedoeling van het schorsingsbeleid is de werklozen te gebruiken voor het ondermijnen van de arbeidscondities en de lonen van diegenen die wel nog werken.

Volgens het loonrapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven ter voorbereiding van de onderhandelingen over het Interprofessioneel Akkoord, is er – wonder o wonder – ook deze keer geen ruimte voor loonsverhoging. Belgische lonen zouden maar liefst 1,4% sneller gestegen zijn dan die van de drie buurlanden (Frankrijk, Duitsland en Nederland). Dat zijn uiteraard gemiddelden. De lonen van managers als Jan Coene, die zichzelf een royale vergoeding van 800 miljoen bfr op 3 jaar tijd bedacht, zitten daar ook in. Bovendien zijn onze lonen niet “sneller gestegen”, maar “minder snel gedaald” dan die in de buurlanden. Volgens het patronaat heeft men in Nederland en Duitsland al veel langer de “juiste” conclusies getrokken. Kortom: ongeacht de miserie waarin onze gepensioneerden leven, ongeacht de stijging van het aantal officieel armen, watertanden onze patroons en hun politieke lakeien voor een beleid dat even anti-sociaal is als dat van Balkenende en Schröder.

Krachtsverhouding opbouwen

Nooit eerder in de geschiedenis was er zoveel rijkdom en werd zoveel winst gemaakt als nu. Toch waren er nooit eerder zoveel armen. Meer dan ooit is het nodig dat arbeiders en hun gezinnen de rijkdom die ze produceren zelf controleren en aanwenden ten behoeve van iedereen. Als de vakbondsleiders dat zouden willen, leggen ze heel Europa plat. Het komt bij hen echter niet op om de beschikbare rijkdom te onttrekken aan het handvol parasieten dat daar nu controle over heeft. Hun houding leidt tot ontmoediging bij heel wat arbeiders.

Dat kan de arbeidersbeweging tijdelijk verlammen, maar weegt niet op tegen de effecten van de reële situatie. Sector na sector komt in beweging, meestal ondanks de vakbondsleiders. Die slaagt er niet in de arbeiders onder controle te houden. Wat ze wel kan en met uitmuntendheid realiseert is de strijd opsplitsen per sector. Om de regering en het patronaat echter tot toegevingen te dwingen zal gecoördineerde en veralgemeende actie nodig zijn, net dat wat de vakbondsleiding als sinds de staking tegen het Globaal Plan in november ’93 kost wat kost wil vermijden.

Jongerenmars

LSP alleen kan deze situatie niet keren. We kunnen hooguit inspelen op de politieke en sociale situatie en het ongenoegen in de diverse sectoren. In een tijdperk van snel toenemende werkloosheid en tegen de achtergrond van de jacht op werklozen, hebben we besloten met onze campagne Blokbuster opnieuw een oproep te lanceren voor een Jongerenmars voor Werk.

In ’82 en ’84 kwamen telkens 10.000-en jongeren op straat tegen de groeiende werkloosheid. Die marsen werden voorbereid in talloze lokale jongerenmarscomités en mobilisatiecomités in scholen en bedrijven. Het waren niet zomaar betogingen tussen de vele andere, maar campagnes die een jaar lang aansleepten.

In ’93 organiseerden Blokbuster en de ABVV-jongeren een kleinere jongerenmars met 7.000 deelnemers. Dat was echter vlak na de val van het stalinisme, toen het kapitalisme voor velen het enig mogelijke systeem leek. Bovendien weigerden de ACV-jongeren deel te nemen. Klein links was naar gewoonte meer bezig met het beschimpen van de organisatoren dan met de mobilisatie. “Rood” noemde Blokbuster een filiaal van het Britse moederhuis “Militant” en de ABVV-jongeren een kaartenbak. “Solidair” vond deze jongerenmars maar niets.

Vandaag is de situatie totaal anders. De werkloosheid neemt opnieuw massaal toe. De regering heeft een offensief ingezet. Verschillende sectoren beginnen te bewegen. Wat ontbreekt is slechts een initiatief dat die strijd één kan maken en een perspectief kan bieden. Wij denken dat een jongerenmars die rol zou kunnen spelen. In april schreef Blokbuster de vakbondsjongeren aan voor een jongerenmars in oktober. De vakbondsjongeren gingen uiteindelijk akkoord met 19 maart 2005.

We vrezen echter dat de vakbondsjongeren niet aan hetzelfde type jongerenmars denken als wij. Wij zien het als het hoogtepunt waarnaar lokale comités en comités in bedrijven en scholen gedurende maanden mobiliseren via informatiepamfletten en vergaderingen, lokale acties aan interimkantoren, RVA etc… en infosessies in bedrijven en scholen. De mars zelf zien we liefst als een strijdbare mars waarin jongeren hun eisen inzake tewerkstelling en arbeidscondities op een krachtige manier naar voor brengen, niet door te rellen en andere dommigheden, maar door kordaat en massaal aanwezig te zijn.

We vrezen echter dat de vakbondsjongeren eerder denken in termen van een soort city-parade, met veel ballonnen, carnavaleske wagens, loeiharde muziek, dansende mensenmassa’s, maar weinig reële mobilisatie rond concrete eisen. Hoe de jongerenmars er uiteindelijk zal uitzien, zal grotendeels van onze sterkte afhangen. Wij roepen onze lezers op overal waar ze dat kunnen jongerenmarscomités op te starten rond enkele concrete eisen: pak de werkloosheid aan, niet de werklozen; geen onzekere klusjes, maar vaste jobs aan een degelijk loon; 32- urenweek zonder loonverlies en met evenredige aanwervingen.

Leave a Reply