Stemrecht: ons laten verdelen tegenover de patroons?

De kwestie van het migrantenstemrecht voor de gemeenteraadsverkiezingen staat in het centrum van de politieke belangstelling. De vorige regering besloot het thema pas na de verkiezingen terug op te nemen. Maar de regering is verdeeld: PS, SP.a, Spirit en MR zijn voor. De VLD is tegen. De oppositiepartijen cdH en Ecolo zijn voor. CD&V, NV-A, Vlaams Blok en het FN zijn tegen. Een alternatieve meerderheid in het parlement is mogelijk.

Guy Van Sinoy

Alle maneuvers lijken echter toegelaten. Hugo Coveliers, kamerfractievoorzitter van de VLD, dreigde ermee de "alarmbelprocedure" – voorzien in de Grondwet – in te schakelen om het debat in het parlement te blokkeren. Rechtse kranten als Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg hielden een peiling om aan te tonen dat de meerderheid van de bevolking tegen de toekenning van het stemrecht is. Bij wie er juist gepeild werd en de manier waarop de vragen werden geformuleerd, is een ander paar mouwen.

De regionale verkiezingen van 2004 naderen. Elke politicus vraagt zich af of de aanvaarding of de verwerping van zo’n wet zijn of haar partij stemmen zal kosten. Wanneer we de zaken van nabij bekijken, zien we snel dat de mooie democratische principes in de vuilbak worden gesmeten wanneer een eerste ongunstige opiniepeiling verschijnt. Ook SP.a en PS benaderen het migrantenstemrecht allerminst vanuit het standpunt van klasse-eenheid tegenover de patroons.

Meer dan 2 eeuwen geleden vervingen de Montagnards tijdens de Franse Revolutie het cijnskiesstelsel – waarbij het stemrecht een voorrecht voor de rijken was – door stemrecht voor alle burgers (en niet enkel op gemeentelijk vlak) onafgezien hun nationaliteit. Maar dit waren revolutionaire leden van de burgerij, die toen een beetje meer stoutmoedig waren dan de politieke kruideniers van bij ons vandaag.

Moeten we aan de democratische middelmatigheid van onze politieke leiders sinds de geboorte van België herinneren? 10 oktober 1830, toen de volksmassa’s zich op de barricades opofferden tegen de Hollandse legers, besliste de voorlopige regering om "tijdelijk" het oude cijnskiesstelsel aan te nemen. Op een bevolking van 4 miljoen verkozen 46.000 stemgerechtigden een Nationaal Congres, bevoegd voor de uitwerking van een Grondwet.

Het "tijdelijke" karakter van deze beslissing duurde 63 jaar. Het was wachten tot in 1893 toen, onder druk van de stakingen voor het algemeen stemrecht, het cijnskiesstelsel plaatsmaakte voor het meervoudig stemrecht (elke man een stem; zij die een huis hadden, belastingen betaalden of een diploma hadden, kregen meerdere stemmen).

Het was pas in 1919, uit schrik voor de uitbreiding van de Russische Revolutie, dat het algemeen enkelvoudig stemrecht werd ingevoerd. Maar enkel voor de mannen! De vrouwen mochten pas stemmen voor de parlementsverkiezingen in 1948 – 118 jaar na de Belgische onafhankelijkheid. De burgerlijke politici die zich zo graag beroemen op de "democratische tradities van België" zouden zich deze data eens moeten herinneren. Het stemrecht werd bewust gebruikt om de arbeidersklasse te verzwakken en te verdelen tegenover de patroons. De VLD, als schoothond van het patronaat, doet vandaag niets anders.

LSP/MAS is voor het stemrecht en het zich verkiesbaar stellen van iedereen die in België verblijft. Op zich is dat niets revolutionairs: het bestaat al tientallen jaren voor de sociale verkiezingen. De grote meerderheid van zij die zullen genieten van de uitbreiding van de democratische rechten zijn arbeiders. De uitbreiding van het stemrecht voor iedereen die in België verblijft, zal de arbeiders in staat stellen om hun verdeeldheid gemakkelijker te overstijgen en de arbeidersbeweging sterker te maken tegenover de patroons.

Delen: Printen: