Medische hulp voor trans personen komt niet te snel, maar net te laat

De meeste jongeren komen niet te snel uit bij onomkeerbare medische ‘hulp’, de medische ‘hulp’ komt nét vaak te laat! Meer investeringen in transgenderzorg en transgender onderzoek zijn de oplossing, niet het in vraag gaan stellen van de affirmatieve transgenderzorg.

Artikel uit maandblad De Linkse Socialist

Het opiniestuk van Griet Vandermassen in de Standaard (31 juli) “Als hormonen en chirurgie het verkeerde antwoord blijken” raakte een gevoelige snaar. Er is een groeiende bezorgdheid rond de zogenaamde ‘explosieve’ toename in het aantal aanmeldingen in genderklinieken wereldwijd. Vaak wordt tegelijkertijd geïnsinueerd dat er “iets gaande is”, want hoe komt het dat er plots zoveel jongeren zich als transgender identificeren?

Statistisch gezien is het correct om te spreken van een exponentiële toename in het aantal aanmeldingen. Dit komt omdat er vroeger weinig mensen de weg naar de juiste hulp vonden. Het bestaan van transgenderzorg was nog grotendeels onbekend. Zo’n tiental jaar geleden waren er slechts een handvol mensen per jaar die contact opnamen met het centrum voor Seksuologie en Gender in Gent. Grootschalig onderzoek toont nochtans dat een veel grotere groep zich anders voelt dan het biologisch geslacht waarmee men geboren werd. Gelukkig vinden vandaag steeds meer personen de juiste hulp. De toename is exponentieel, maar het aantal transgender personen blijft beperkt als je rekening houdt met het aantal mensen in Vlaanderen.(1)

In haar opiniestuk stelt Griet Vandermassen dat er groeiende groep detransitioners zou zijn. Dat zijn mensen die spijt hebben van bepaalde stappen in hun transitie. Deze bewering baseert ze niet op wetenschappelijk onderzoek. Er is een kleine groep personen die achteraf spijt heeft van (een deel) van hun transitie. Het hoogste cijfer dat gerapporteerd wordt is 1%, meestal ligt het tussen de 0,2 en 0,3%.(2) Spijt draait meestal niet rond de transitie op zich, maar rond de psychosociale gevolgen ervan, zoals mensen uit de omgeving die slecht reageren. Stel je voor dat je je lichamelijk goed in je vel voelt, maar wel je familie verliest, je job verliest, geen woning vindt… De discriminatie van transgender personen is ruim gedocumenteerd. Als we als maatschappij spijt willen voorkomen, betekent dit dus ook opkomen voor een tolerante samenleving met een goed sociaal vangnet.

Griet Vandermassen lijkt het toenemende aantal detransitioners aan grijpen om transgenderzorg in vraag te stellen. Nochtans is een stijgende groep detransitioners te verwachten, gezien het aantal personen dat hulp zoekt stijgt. Wetenschappelijk onderzoek moet uitwijzen of ook het percentage van mensen met spijt toeneemt. Hier is er nu nog geen bewijs voor. Heel verontrustend is de misinformatie rond de impact van een gendertransitie op trans personen. Zo stelt Griet: ”Voorstanders van de affirmatieve ­benadering bezweren dat een hormonale behandeling genderdysfore jongeren helpt. Misschien klopt dat soms, maar globaal is het wetenschappelijke bewijs flinterdun.” En dat een gendertransitie “desastreuze gevolgen heeft voor de seksualiteit” van transgender personen. Nochtans is de meerderheid van de personen tevreden van hun medisch traject en de genitale operaties. Griet Vandermassen bouwt verder op misverstanden rond puberteitsremmers. Zo stelt ze dat puberteitsremmers genderdysfore gevoelens niet verminderen. Terwijl dit een logische bevinding is gezien deze remmers enkel de puberteit afremmen maar niet voor de gewenste lichamelijke verandering zorgen. Wanneer nadien ten vroegste op 16 jaar gestart wordt met hormoontherapie van het gewenste gender, dan vermindert genderdysforie wél.(3)

Griet Vandermassen stelt de affirmatieve transgenderzorg in vraag. Ze gebruikt hiervoor één specifieke casus van iemand die op eigen houtje gezocht heeft naar hulpverlening buiten de reguliere genderteams. De meeste transgender personen in Vlaanderen worden begeleid door multidisciplinaire genderteams met jarenlang ervaring. Artsen die zelf beslissen om hormoontherapie voor te schrijven, kunnen dit vandaag inderdaad doen. Door de lange wachtlijsten bij de genderteams, zijn er volwassenen die zelf hun weg zoeken en (gelukkig ook) hulpverleners die hen willen helpen. Niet al deze hulpverleners hebben evenveel ervaring. Meer inzetten op de opleiding van artsen en psychologen in het begeleiden en ondersteunen van een gendertransitie is dan ook broodnodig. Uiteindelijk blijft het wel nog steeds de patiënt zelf die de inschatting maakt onder begeleiding van een psycholoog of dokter welke medische stappen hij/zij/die wil ondernemen.

Waar Griet Vandermassen de bal volledig misslaat, is het idee dat ze oppert dat jongeren te gemakkelijk een gendertransitie kunnen starten. De realiteit is net het omgekeerde. Er zijn ellenlange wachtlijsten voor het grootste genderteam in Vlaanderen, dat van het UZ Gent. De wachttijd bedraagt minimaal één jaar, maar er wordt verwacht dat deze in de toekomst zal oplopen tot meer dan twee jaar. Jongeren kunnen in België geen puberteitsremmers krijgen zonder dat ze een genderteam gepasseerd zijn. Hierdoor is het in de realiteit vaak te laat om nog te starten met deze remmers. Personen die de weg niet vinden naar een externe psycholoog of die niet kunnen betalen, zijn in tussentijd op zichzelf aangewezen. In die tijd zetten personen soms reeds (niet-medische) stappen zonder begeleiding van ervaren psychologen. Misschien is er zelfs een heel kleine groep die hierdoor te snel bepaalde stappen zet of zonder voldoende geïnformeerd te zijn. De transgender hulpverlening, voor wie deze zoekt, moet snel toegankelijk is. Het in vraag stellen van affirmatieve transzorg, kan ervoor zorgen dat deze zorg op termijn minder toegankelijk wordt. Zoals gebeurd is in het Verenigd Koninkrijk, waar op basis van één casus, een beslissing genomen werd waardoor puberteitsremmers voor -16 jarigen (de doelgroep) enkel nog onder heel strenge juridische voorwaarden mogelijk zijn.

Waar Griet wel een punt heeft is dat het medisch discours als antwoord te beperkt is. We leven in heel binaire maatschappij. De opdeling tussen jongens en meisjes is op verschillende vlakken toegenomen. Denk maar aan aparte duplo blokken voor meisjes en jongens en de opkomst van de Gender Reveal Parties. Terwijl genderdiversiteit eigen is aan veel niet-Westerse culturen, is er bij ons weinig ruimte voor. Momenteel wordt vooral naar een medische oplossing gekeken. Trans lichamen werden in de vroegere medische wereld geconformeerd aan cisgender lichamen, zo was er het idee dat geslachtchirurgie een must was voor alle trans personen. Een ander voorbeeld is dat er minder aandacht was voor de metadoioplastie operatie bij trans mannen die als resultaat een kleinere penis heeft dan de gemiddelde cisgender man. Gendernormen drukken zowel op cisgender als transgender personen. Een bevrijding van rigide en stereotiepe ideeën zou ten goede komen aan alle personen. “Detransitioners” in het YouTube filmpje gedeeld door Griet Vandermassen vertellen hoe hun periode van trans identificatie als jonge vrouw kaderde binnen een strijd tegen rigide ideeën rond vrouwelijkheid die in hun gezin gehanteerd werden. Het losbreken uit dat gezin hielp hen om hun eigen identiteit en expressie vorm te geven.

Uit alle polemiek en debat blijkt de noodzaak van degelijk wetenschappelijk onderzoek. Maar wie onderzoek wil doen naar transgender jongeren en volwassen botst continu tegen de muur. Er is geen geld voor deze kleine groep. Ander onderzoek gaat voor als het gaat om op eerste zicht meer levensbedreigende kwesties. Maar ook een transgender identiteit kan levensbedreigend zijn. De concurrentie om onderzoeksgeld binnen te halen is gigantisch. Allerlei topprojecten vechten onderling voor middelen. Meer middelen voor onderzoek naar de fysieke en mentale gezondheid  van genderdiverse personen is nodig.

Er is vandaag meer aandacht voor vrouwenrechten en LGTBQI-rechten. De eerste ‘Pride is a Protest’ acties in Gent, Brugge en Antwerpen waren een succes. Deze strijdbare acties zorgden voor een alternatief op de commercieel geworden Pride. Wat opviel was de generatie jongeren die het woord nam tijdens de open micro. Deze jongeren getuigden van hun gevecht om zichzelf te kunnen zijn en de zoektocht naar acceptatie. Zij komen op straat om seksuele voorlichting op school minder heteronormatief te maken en genderstereotiepen in vraag te stellen. Dit helpt de strijd voor genderdiverse personen vooruit. Door de opbouw van een LGTBQI-beweging die solidair is met andere bewegingen (zoals de vakbond, mensen zonder papieren, klimaatbeweging), kunnen we LGTBQI-fobie ook in de bredere maatschappij gaan uitdagen.

 

  1. Van Caenegem, E., Wierckx, K., Elaut, E., Buysse, A., Dewaele, A., Van Nieuwerburgh, F., … & T’Sjoen, G. (2015). Prevalence of gender nonconformity in Flanders, Belgium. Archives of sexual behavior, 44(5), 1281-1287. “Extrapolated to the current number of Flemish inhabitants, gender incongruence would concern between 17,150 and 17,665 men and between 14,743 and 15,221 women.”
  2. https://atm.amegroups.com/article/view/64719/html
  3. Mahfouda, S., Moore, J. K., Siafarikas, A., Zepf, F. D., & Lin, A. (2017). Puberty suppression in transgender children and adolescents. The Lancet Diabetes & Endocrinology, 5(10), 816-826.

Delen: Printen: