Wielrennen en seksisme – waar armoede troef is

Het ROSA-peloton werd in Wetteren verwelkomd door een ABVV-delegatie met bordjes van ‘Fight for 14’. Campagne ROSA steunt de strijd voor een hoger minimumloon. Ook voor wielrensters eisen we degelijke lonen!

“Heeft u ooit uw team moeten vergoeden voor bepaalde diensten, zoals technische bijstand, medische tests of verplaatsingen?” Dit is een opmerkelijke, maar standaard, vraag gesteld in de jaarlijkse enquête van de Cyclist Alliance, de internationale vakbond voor het vrouwenpeloton die werd opgericht in 2018. Maar het resultaat is nog opmerkelijker en schokkender: de meerderheid antwoordt ja. Veel van de professionele wielrensters moeten zelf instaan voor hun verzekering, reiskosten, medische kosten en testen, inschrijvingsgeld voor wedstrijden, materiaal om te kunnen fietsen … Laat staan dat ze kunnen leven van hun job. De realiteit voor de meeste vrouwen in het professionele peloton is dat zij verplicht zijn extra jobs uit te oefenen om de eindjes aan elkaar te knopen.

door Eveline (Brussel)

 

Een maand geleden, op 23 mei 2021 reed het eerste ROSA Peloton uit. 300km werd er gereden: op een dag tijd België door. Via deze actie werd er meer dan 6.000 euro opgehaald ter ondersteuning van Campagne ROSA. Waarom wielrennen? Niet enkel omdat dit een leuke sport is en dit zeker tijdens de pandemie een perfect te organiseren uitdaging bleek, maar eveneens omdat deze sport op professioneel vlak (maar ook op amateuristisch) weinig toegankelijk is voor vrouwen om dit in optimale omstandigheden uit te oefenen. Lees hier het verslag van het ROSA peloton 2021.

 

Structurele onderfinanciering

Het is pas de laatste 30 jaar dat het wielrennen voor vrouwen geprofessionaliseerd is. Maar ondanks deze professionalisering blijft deze sport weinig toegankelijk om het voltijds in optimale omstandigheden uit te oefenen. De onderfinanciering in de sport in het algemeen – zowel bij mannen als bij vrouwen, zowel op amateurs- als op professioneel niveau – is een structureel gegeven.

Slechts een minderheid van de vrouwelijke topsporters heeft het statuut van voltijds atlete. Voor de meeste vrouwen die daadwerkelijk betaald worden om aan topsport te doen, zijn lage salarissen, kortlopende of deeltijdcontracten en slechte arbeidsomstandigheden de norm.

Als sport wordt het wielrennen voor vrouwen ontsierd door minder wedstrijdkansen, prijzengeld, sponsoring en verslaggeving. De deelname van vrouwen aan de Ronde van Frankrijk beperkt zich tot een eendagswedstrijd (“La course by Le Tour”), die plaatsvindt voor de aanvang van de drie weken durende Ronde van Frankrijk. De plannen zijn om dit in 2022 uit te breiden naar een week.

In 2019 werd bekend dat Rebecca Twigg, één van de grote kampioenen in het  wielrennen voor vrouwen in de jaren ’80 en ‘90, dakloos was. Twigg werd in ’84 tweede tijdens de allereerste koers voor vrouwen van de Olympische Spelen in Los Angeles in 1984. Daarnaast won ze niet minder dan zes gouden WK-medailles en brak verschillende wereldrecords. Het ontbrak haar nooit aan teamcontracten en sponsors, maar verdiende desondanks nooit meer dan 50.000 dollar op jaarbasis. Verrassend is het dan niet dat er tijdens en na deze carrière niet echt iets overblijft om op terug te vallen.

Voor de grote meerderheid van de professionele wielrensters is armoede troef. Wielrensters blijven vaak heel hun wielercarrière thuis wonen of worden in teamhuizen geplaatst tijdens het wielerseizoen. Daar staan ze zelf in voor hun boodschappen die veeleer worden betaald met hun spaargeld of met een creditcard (=schulden). Praten over armoede in de wielersport lijkt net zo’n groot taboe als het spreken over doping. Ook wordt veel personeel niet of niet goed betaald, het zijn niet alleen de renners: het is het hele team.

Er is nood aan publieke investeringen om de werkelijk nodige ondersteuning (materiaal, medisch, fysiek, mentaal, omkadering …) voor alle sportsters en sporters te voorzien.

 

Hoe professioneel is een professioneel?

Er wordt van professionele wielrensters uit de erkende ploegen verwacht dat zij minimum 20 uur per week trainen om in staat te zijn om in het weekend deel te nemen aan wedstrijden en alle andere belangrijke evenementen die op de kalender staan gedurende het jaar. Als we dit samen nemen, zitten we gemakkelijk aan 30-40 uur per week. Deze wielrensters zijn in elke betekenis van het woord “professioneel”, behalve als het aankomt op de verloning en alles dat hierbij komt kijken (materiaal, ondersteuning, verzekering, medische kosten, reiskosten …). Zo zijn er voorbeeld heel wat teams die verwachten dat de wielrensters zelf hun ziektekostenverzekering betalen, wat ertoe kan leiden dat deze onvoldoende gedekt zijn als ze in andere landen racen. En wie aan wielrennen doet of het volgt, weet dat een ongeval snel gebeurd is.

De in 2018 opgerichte internationale vakbond voor het vrouwenpeloton, de Cyclists’ Alliance, voert jaarlijks een enquête uit bij haar achterban. Uit de laatste bevraging (2020) blijkt dat het percentage vrouwelijke beroepsrenners dat nul salaris ontvangt, stijgt van 17% in 2019 tot 25% in 2020. Maar liefst 32% van de wielrensters verdient een jaarsalaris dat lager is dan 15.000 euro. De helft daarvan zelfs minder dan 10.000 euro.

Voor 43% is het nog steeds zo dat zij financieel dienen tussen te komen voor verschillende kosten zoals uitrusting, technische diensten, medische kosten (waaronder verzekeringen) en reiskosten. Daarnaast zijn ook de indirecte kosten systematisch gestegen (huisvesting, voeding …). Dat weegt nog zwaarder door op het algemene gebrek aan middelen door de besparingen op alle bestuursniveaus.

De realiteit voor de meeste vrouwen in het peloton is dat zij verplicht zijn extra jobs uit te oefenen om de eindjes aan elkaar te knopen. Er is maar een handjevol rensters dat dankzij sponsoring, loon of een extra toelage van het nationale team de kloof kan overbruggen. Drievoudig wereldkampioen Giorgia Bronzini, bijvoorbeeld, diende tijdens haar wielercarrière in het Italiaanse leger. Viervoudig Zwitsers kampioene Doris Schweizer werkt naast het wielrennen in de McDonald’s. Een werkgever die niet gekend staat voor zijn goed personeelsbeleid. Slechte werkomstandigheden en miserabele lonen zijn de norm. Gezien de trainingstijden en de onregelmatigheden van het wielerseizoen zijn de ‘bijjobs’ die renners doen vaak “studentenjobs”, legt ze uit. Studentenjobs zijn veelal slecht betaald en vaak (zeker in de horeca) staande jobs, wat voor een wielrenster gevolgen heeft. Tijdens de eerste corona-lockdown werd de druk die hiermee gepaard ging nog verder opgevoerd. Van eerst angstaanjagende periodes van helemaal geen werk en dus geen inkomen, naar intense werkweken van 50 uur. En dit in combinatie met de verwachte trainings-en wedstrijduren.

Voor een onderbetaalde wielrenster is er geen “laagseizoen”: ze kan nooit vrij nemen, laat staan op vakantie gaan.

Sportuitoefening mag geen middel zijn voor enkele individuen om miljoenen te verdienen. Sportcompetities, -clubs en -teams moeten uit de handen van big business en hun volgzame managers gehaald worden. Ze moeten worden georganiseerd door de sportsters en sporters zelf en de professionals en vrijwilligers in de sector, niet door een handvol geïsoleerde besluitmakers die enkel winst voor ogen hebben.

 

Covid-19 wrijft het erin

De hele gezondheidscrisis heeft op alle facetten in de samenleving zijn afdruk achtergelaten. Ook in het wielrennen.

De Cyclists’ Alliance voerde als gevolg van de pandemie een aparte enquête uit. Hieruit blijkt dat veel bevraagden van mening waren dat de COVID-19-richtlijnen en -protocollen moeilijk te handhaven waren bij het wielrennen voor vrouwen op topniveau: protocollen werden bij sommige wedstrijden niet naar behoren gevolgd, teambubbels bleken moeilijk te handhaven tijdens het reizen en op wedstrijdaccommodaties, sommige teams hadden geen directe toegang tot een teamarts, en sommige rensters werden gedwongen om hun eigen COVID-19-tests te organiseren en te betalen om te kunnen deelnemen.

Als gevolg van de pandemie zag 29% van de wielrensters hun loon dalen of zelf volledig verdwijnen (als ze al een loon ontvingen). Verder blijkt uit deze enquête dat 76% van de bevraagde wielrensters vrezen dat afgelopen periode gevolgen zal hebben op de mogelijkheden om al dan niet een contract aangeboden te krijgen voor volgend wielerseizoen. Hetgeen zal leiden tot nog een grotere financiële instabiliteit.

Het zijn de sportsters en sporters zelf die moeten kiezen welke (hygiëne)maatregelen, regels en materiaal nodig zijn om zich veilig te voelen tijdens de beoefening van hun sport. Lees meer op: https://nl.campagnerosa.be/artikels/21358-24-januari-internationale-dag-van-sportuitoefening-door-vrouwen

 

Prestatiegericht beleid en mentaal welzijn

Het is in het wielrennen niet anders dan in andere sporten. Elk jaar hangt het al dan niet verkrijgen van een contract bij een bepaald team of sponsor af van de prestaties van het afgelopen seizoen. Voor een vrouwelijke wielrenster betekent het winnen van een wereldtitel niet noodzakelijk een financiële meevaller. Integendeel, het vergroot alleen haar hoop op een behoorlijk loon. In België voorbeeld worden er momenteel drie wielrensters door de overheid betaald om voltijds te sporten. Ze hebben een topsportcontract en worden betaald als ambtenaren. Ze danken die status aan hun resultaten: top 12 op een WK, top 8 op een EK. Elk jaar wordt hun contract herbekeken.

Dergelijk systeem legt een enorme druk op atleten en heeft niet te negeren gevolgen op het mentaal en fysiek welzijn van de atleten. Wil je een contract of een sponsor in de wacht slepen, dan moet je resultaten behalen. Wil je resultaten behalen, dan moet je alles geven en blijven trainen tot je er letterlijk of figuurlijk bij neervalt of zelfs overgaat tot het nemen van doping. Om nog eens Rebecca Twigg als voorbeeld te nemen: zij stopte haar carrière op 26 jarige leeftijd na een burn-out door overtraining.

Mentaal welzijn is een constant probleem. Voor een wielrenster met een loon dat ‘net genoeg’ is, “is het elke dag stressvol”. Want dit kan van op de een op de andere dag veranderen. Als er iets gebeurt, dan heb je niets meer.

Dat “iets” kan zijn dat een ploeg haar contracten niet nakomt en haar renners niet betaalt, iets wat deprimerend vaak voorkomt. In haar gedenkwaardige afscheidsspeech vertelde Nicole Cooke, voormalig Olympisch kampioen, wereldbekerhoudster en  meervoudig Brits kampioene tussen 1999 en 2012, dat ze in haar elfjarige carrière vier keer naar de rechter is gestapt om haar loon betaald te krijgen – zelfs in 2012 toen ze regerend olympisch kampioene was.

Het is vandaag nog steeds een groot taboe om te praten over de financieel instabiele en onzekere situatie waarin vele wielrensters zich bevinden. Wanneer een contract niet wordt nageleefd, durft men amper klacht in te dienen uit schrik voor de toekomst in de ploeg. Een anoniem voorbeeld: een Canadese wielrenster won uiteindelijk de rechtszaak tegen een Italiaanse ploeg die haar vier maanden lang niet betaalde. Zeker is dat deze ploeg ook de andere teamsleden niet betaald heeft, maar slechts 1 renster vond de moed naar de rechtbank te stappen. Als gevolg van haar actie, probeerde de ploeg haar aan te klagen voor het verlies van sponsoring.

Het is onvermijdelijk dat als de helft van de renners in het peloton niet in optimale omstandigheden kan trainen en herstellen, zij, hoe getalenteerd ze ook zijn, in het nadeel zijn ten opzichte van degenen die dat wel kunnen.

Uit de enquête van de Cyclists’ Alliance gaf 72% van de ondervraagde wielrensters tenslotte aan dat zij zouden overwegen de sport te verlaten om financiële redenen, 56% om een gezin te stichten en 40% om een nieuwe carrière te beginnen. Anderzijds gaf 87% aan dat ze hun carrière in de wielersport zouden verlengen als ze meer financiële steun krijgen, terwijl 46% aangaf behoefte te hebben aan ouderschapsbeleid om een gezin te kunnen stichten terwijl ze nog steeds wedstrijden rijden.

Hoewel er de laatste jaren grote veranderingen zijn in het vrouwenwielrennen, zoals de invoering van een minimumloon voor vrouwen en de invoering van betaald zwangerschapsverlof op UCI (Union Cycliste Internationale) WorldTeam-niveau (8 teams) in 2020, blijven deze issues overeind.

Het minimumloon voor vrouwen is een welkome verandering die er al heel lang zat aan te komen, maar dit blijft heel beperkt tot een handjevol teams. We zitten nog steeds met een situatie waarin nog eens 47 continentale vrouwenteams zich professioneel mogen noemen zonder blijkbaar verplicht te zijn hun renners ook maar iets te betalen: en er zijn er nog steeds veel die dat effectief niet doen.

Bovendien is dit minimumloon niet meer dan 20.000 euro op jaarbasis in 2020. Men voorziet een jaarlijkse verhoging naar ongeveer 30.000 euro in 2023. Rekening houdend met het feit dat vele van deze wielrensters zelf instaan voor hun materiaal, technisch onderhoud, reiskosten, trainingskampen enzovoort, kunnen we ervan uitgaan dat dit minimumloon nog steeds te beperkt is.

Hogere lonen zijn eerder een uitzondering dan de norm en afhankelijk van de goodwill van het management van het team. Het wielrennersteam Trek-Segafredo bijvoorbeeld biedt haar vrouwelijke profwielrensters eindelijk dezelfde beloning als de mannen. Met ingang van 1 januari 2021 hebben hun WorldTour-teams voor mannen en vrouwen nu dezelfde minimumsalarissen, namelijk 40.045 euro op jaarbasis.

Iedereen moet dezelfde mogelijkheden hebben om te sporten, zonder voor financiële, familiale of andere dilemma’s te staan. Er moeten publieke middelen in sport geïnvesteerd worden, zodat vrouwen in de beste omstandigheden hun sport kunnen uitoefenen:  (gratis) kinderopvang tijdens trainingen en wedstrijden; betaald ouderschapsverlof zowel voor mannen als vrouwen uiteraard; gratis menstruatieproducten; aangepast trainings- en competitieschema’s, rekening houdend met de familiale situatie, alsook de effecten dat de maandelijkse regels kunnen hebben op de sportieve prestaties; …

 

Post-carrière

Toch blijkt het minimumloon niet de enige belangrijke vraag bij wielrensters. In de eerste plaats wordt er gevraagd naar betere werkomstandigheden: een ziekteverzekering, juridische bijstand … Een andere pertinente vraag is meer zekerheid en begeleiding  voor een carrière na het wielrennen, want zoals de meeste professionele sporters stopt hun carrière als dertigers.. Het voorbeeld van Rebecca Twigg is hierbij nog maar eens een goed voorbeeld ter illustratie.

Tal van factoren kunnen een zware mentale tol eisen van topsporters bij de overgang naar het “burgerlijke” leven. Maar vrouwelijke wielrenners gaan met pensioen met een extra last in vergelijking met de meeste van hun mannelijke collega’s, aangezien de overgrote meerderheid van de vrouwen de sport verlaat zonder enig spaargeld of pensioenregeling en met een grote schuldenlast. Dit kan een donkere schaduw werpen over de jaren die volgen.

Met een gat van 10 jaar in je CV is het een hele uitdaging om beide dingen tot een goed einde te brengen. Voor de overgrote meerderheid van de vrouwelijke beroepsrenners is er geen loopbaanadvies, geen financiële buffer die hen wat tijd geeft om een baan te vinden, of om uit te zoeken wat ze daarna kunnen doen.

Professionele atleten verdienen een volwaardige verloning die hen in staat stelt te leven van hun sport zonder een constante druk te voelen om te presteren. Ze moeten hun beroep kunnen uitoefenen zonder een race naar contracten of sponsering te moeten voeren. Er is nood aan deftige contracten die niet beperkt zijn in tijd of verbonden zijn aan resultaten. Contracten waarin naast verloning uiteraard ook andere zaken zoals verzekering, medische kosten en testen, reiskosten, ondersteuning en omkadering worden  voorzien. Contracten die juridisch bindend zijn en dienen te worden nageleefd en de atleten in staat stellen de periode na hun wielrennerscarrière zonder stress  te kunnen overbruggen. Dit dient gepaard te gaan met de nodige publiek georganiseerde en gefinancierde (loopbaan)ondersteuning.

 

Niet enkel vrouwelijke atleten

De Cyclists’ Alliance toont via haar laatst bevraging dat de loonongelijkheid tussen de hoogst en laagst betaalde renners toeneemt. Een gegeven dat we overigens waarnemen in elke sport, evenzeer bij mannen als bij vrouwen.  Ook bij mannen zijn contracten beperkt in tijd, gekoppeld aan prestaties … en heeft dit alles eveneens een enorm effect op het mentaal welzijn.

Ongelijkheid tussen mannen en vrouwen blijft de boventoon voeren in de meeste professionele sporten – en het professionele wielrennen behoort tot de ergste – met een vicieuze cirkel van enorm onevenredige financiering, uitbetalingen, steun en aandacht voor mannen en vrouwen in deze sport. Op deze manier weerspiegelt de sport de realiteit van veel vrouwen in onze kapitalistische maatschappij, waarbij de vrouw veelal gereduceerd wordt tot een tweederangspositie. Op deze manier wordt de ongelijkheid niet alleen verder in stand gehouden, maar is er eveneens een ongelijkheid in kansen geïnstitutionaliseerd.

Als er echter al een niveauverschil is, heeft dit vaker te maken met het enorme verschil in de financiering en de omkadering, en niet met de intrinsieke capaciteiten van de atleten en atletes zelf. Een gemiddeld UCI-team voor de mannen in de World Tour bijvoorbeeld heeft een budget van ongeveer 16 miljoen dollar; het gemiddelde budget van een vrouwenteam bedraagt slechts 200.000 dollar. Dit alles kent als oorzaak de manier waarop de onderdrukking van vrouwen historisch is ontstaan door de ontwikkeling van de klassenmaatschappij en hoe deze nog steeds wordt bestendigd door het kapitalistische systeem, dat volgens ons omvergeworpen moet worden om werkelijk gelijkheid te bereiken.

In de sportwereld en in de samenleving in het algemeen moet een gezamenlijke strijd (vrouwen en mannen, sporters en supporters, arbeiders en studente ,…) worden gevoerd om echte gelijkheid en een aan de behoeften van de bevolking aangepaste financiering van de sport, af te dwingen.

 

Strijden voor verandering

Deze sport, zoals vele andere, wordt gedomineerd door machtige private actoren, zoals Amaury Sport Organisation (ASO), de organisator van verschillende legendarische wedstrijden, waaronder de Ronde van Frankrijk, Parijs-Nice, Luik-Bastenaken-Luik, Parijs-Roubaix en de Waalse Pijl. ASO beheert deze wedstrijden niet in het belang van de wielrenners en supporters, maar om winst te maken.

Winstbejag is inherent aan het kapitalistische systeem; elke evenement- en teameigenaar kijkt alleen naar zijn budget en hoe hij zijn winst kan vergroten. Een einde maken aan dit principe betekent een einde maken aan het kapitalistische systeem, en een democratische socialistische maatschappij opbouwen die de behoeften van de meerderheid dient, niet die van de ultra-rijken. Wielrenners, en vooral vrouwelijke wielrensters, hebben dit hard nodig.

Verandering kan alleen worden bereikt door het probleem bij de wortel aan te pakken. Tegelijkertijd is een gezamenlijke en georganiseerde beweging bestaande uit sporters en supporters nodig in de strijd voor een gelijke behandeling in de sport en meer middelen te eisen zodat iedereen sport kan uitoefenen te eisen. Een beweging die strijd voert voor concrete structurele verbetering. Alleen door samen te strijden kunnen we dit bereiken. En alleen door een andere soort samenleving op te bouwen, kunnen wij op duurzame wijze een sportbeoefening invoeren die aan de reële behoeften van de meerderheid tegemoetkomt.

 

 

Bronnen

Delen: Printen: