Een ramp wordt voorbereid. Maar is er een alternatief voor de opwarming van de aarde?

Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat de concentratie van koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer, door verbranding van fossiele brandstoffen als steenkool en aardolie, onrustwekkend is toegenomen in de laatste twee jaar. En dat volgt reeds op verschillende decennia van continue toename van de broeikasgassen.

Pete Dickenson

De verhoogde concentratie aan CO2 veroorzaakt een wereldwijde opwarming van de temperatuur op het aardoppervlak doordat broeikasgassen zorgen dat de invallende zonnestralen niet teruggekaatst worden, en zo de atmosfeer opwarmt. De specifieke effecten van de opwarming van de aarde op armere landen zijn ook onderzocht in een recent rapport.

Het onderzoek dat tot stand kwam door een samenwerking van verschillende NGO’s, toonde de rampzalige gevolgen dat het fenomeen kan hebben in ex-koloniale landen, zoals overstromingen, droogte en andere extreme weerselementen. Het toont aan dat armere landen meer zullen opdraaien voor de gevolgen dan welke andere regio ook, omdat ze niet in staat zijn zich tegenmaatregelen, als bijvoorbeeld stuwdammen, te veroorloven.

De verhoogde concentratie aan CO2 zou kunnen verklaard worden door wat men het “feedback”-effect noemt. Het ziet ernaar uit dat er geen duidelijke verhoging van de uitstoot van gassen heeft plaatsgevonden in deze periode, maar het vermogen van de aarde om de gassen te absorberen zou stelselmatig zijn afgenomen.

De oceanen kunnen bijvoorbeeld een gedeelte van de CO2 opnemen, en daardoor de concentratie in de atmosfeer laten dalen, maar als ook de zee opwarmt, neemt de mogelijkheid om de koolstofdioxide op te nemen af of kan zelfs geheel stilvallen.

Op deze manier, is er een duidelijke kring gemaakt, die bekend staat als het “feedback effect”, wat tot een ophoping leidt van vervuilende stoffen binnen de atmosfeer. Het is te vroeg om echt sluitende conclusies te trekken op lange termijn aangezien een onderzoek van 2 jaar daarvoor te kort is. Maar als de cijfers bevestigd worden, zullen de schattingen over de effecten van het broeikaseffect snel op negatieve wijze moeten aangepast worden.

Hoe dan ook, zelfs als de nieuwe gegevens een misrekening zouden zijn, dan nog is de hedendaagse situatie heel ernstig, en is dringende actie geboden.

Illusies in Europa

De Europese regeringen denken dat ze in tegenstelling tot het Amerikaanse regime van Bush, de dreiging van het broeikaseffect serieus hebben genomen en zij hopen op het Kyoto-akkoord om het probleem van de baan te ruimen. Deze hoop werd enkele weken versterkt toen ook de Russische president Poetin eindelijk het akkoord zou ondertekenen.

Deze koerswijziging van Poetin was van cruciaal belang omdat de Russische steun technisch gezien noodzakelijk was om de regeling wettelijk te bekrachtigen.

Het Kyoto-akkoord bevatte een marktelement om landen aan te sporen inspanningen te doen om de uitstoot van koolstof te verminderen, wat inhield dat er de mogelijkheid was om vergunningen te kopen om te mogen vervuilen. Bedrijven, en andere organen die meer koolstof uitstoten dan een bepaalde norm, zullen quota moeten afkopen van diegenen die minder uitstoten dan de richtlijn.

Men gaat van de veronderstelling uit dat deze meerkost, vervuilers zal aansporen om stelselmatig minder te vervuilen, of ze zullen vervangen worden door bedrijven die milieuvriendelijker produceren. Het akkoord wil dat het niveau van uitstoot van broeikasgassen tegen 2012 met 4,8 % zal dalen tegenover het niveau van 1990.

De vraag is of het zal werken. In eerste plaats zou het doel, 4,8% reductie, indien bereikt, heel beperkt zijn tegenover wat nodig is. De meeste klimatologen zeggen dat men 80% minder zou moeten uitstoten om in een controleerbare situatie terecht te komen, en zelfs indien dat bereikt wordt, zou het nog decennia duren tegen dat de situatie gestabiliseerd is.

Een nader onderzoek op Kyoto leert ons ook dat de reeds beperkte normen die voor een terugval van de uitstoot zouden zorgen, vals zijn. Dat komt omdat het referentiejaar dat gekozen is geweest, (1990) voor de val van de Sovjet-Unie viel, en ook voor zijn economische crash.

Deze gebeurtenis zorgde voor meer dan een halvering van de uitstoot in deze streek, wat betekent dat de Kyoto norm, wanneer het werd voorgesteld in 1997, zeer ruim was genomen, en veel grotere inspanningen nodig zouden zijn om deze positie zo te houden tot 2012. Kyoto is op zich nogal kunstmatig samengesteld, met als doel de Verenigde Staten aan te moedigen om deel te nemen, wat compleet mislukte. Bush, of om het even welke Democraat op dat gebied, ook Kerry, wil er niets mee te maken hebben. Voor hen, en de bedrijven die zij vertegenwoordigen, is het een norm van een kleine vleugel van milieuactivisten en zij gaan ervan uit dat het tegen de VS op zich gericht is.

Dat komt omdat Amerika op zichzelf voor meer dan 25% van de uitstoot instaat, bijna dubbel zoveel als de EU. De weigering van de VS om in het Kyoto akkoord te stappen, betekende dan ook een enorme opdoffer voor het marktelement, dat in het systeem opgenomen was.

Rusland en de VS zijn telkens naar voor geschoven geweest als de hoofdrolspelers op deze nieuwe markt. Rusland, omdat zij een grote capaciteit hadden om meer te vervuilen wegens het crashen van hun economie, en dus schone lucht konden “verkopen”. En aan de andere zijde de VS, omdat zij de grootste vervuilers waren en de grootste uitstoters van broeikasgassen.

Zonder de grootste consument aan “propere lucht”, zal de nieuwe markt nooit ver van de grond gaan, zeker niet in de zin dat zij een toonbare terugval van de uitstoot zullen veroorzaken.

De begrensde markt die zal ontstaan, zal weinig impact hebben op de opwarming van de aarde, volgens recente schattingen, zouden de niveaus van de broeikasgassen, integendeel, blijven stijgen, mogelijk zelfs met een versneld ritme.

De armsten lijden

Tegelijkertijd zullen de marktmechanismen die wel werken, een belasting op koolstof bijvoorbeeld, de armsten het hardste treffen. Dit komt omdat de kosten die bedrijven maken door vergunningen te kopen om te mogen vervuilen, zullen doorgeschoven worden naar de armste lagen, die in verhouding een grotere hoeveelheid van hun inkomen geven aan aardolie voor verwarming, verlichting en koken.

Veel milieuactivisten beginnen in te zien dat de Kyoto akkoorden een ontgoocheling vormen die nooit zal werken, maar waarachter Europese kapitalistische leiders zich kunnen verbergen en zich kunnen voorhouden dat ze wel degelijk iets doen aan de opwarming van de aarde.

Sommige milieucampagnes, zoals ‘Friend of the Earth’ en ‘Greenpeace’ blijven echter aan Kyoto vasthouden op grond van het idee dat het het enige beschikbare middel is, en zij hopen er nog iets van te kunnen maken in de volgende fase, na 2012. Er is echter niet onmiddellijk een aanwijzing dat een dergelijke ommezwaai zou plaatsvinden, wat niet te verwonderen is omdat de grote belangengroepen, d.i. de grote bedrijven, van de dominante macht, de VS, zich direct bedreigd zouden voelen.

Kernafval

Met de steeds duidelijker wordende mislukking van Kyoto, is de invloed van de nucleaire lobby fel toegenomen, en vele regeringen overwegen ernstig om deze sector opnieuw uit te breiden, omdat kernenergie geen broeikasgassen met zich meebrengt. Dit kan een milieuramp met zich meebrengen, aangezien er geen veilige methode bestaat om het kernafval op te slaan dat in grote hoeveelheden geproduceerd zou worden.

Aangezien dit afval voor meer dan 100.000 jaar gevaarlijk zal blijven, is er een opslagmethode noodzakelijk die een veilige opslag voor zo’n periode kan garanderen. Dat is een taak die enorm veel onzekerheden en problemen met zich meebrengt omdat het zeer moeilijk te voorspellen is wat de natuurlijke omstandigheden zullen zijn zo ver in de toekomst.

Indien het materiaal begraven wordt, dan is een onverwachte aardbeving een mogelijke factor, net als een inslaande meteoriet. Als het afval op de zeebodem wordt begraven, dan is er geen zekerheid over hoe de materialen van het opslagvat zullen reageren op lange termijn, wat kan leiden tot lekken. Ook onderzeese vulkanische activiteit kan rampzalige gevolgen hebben.

Technische moeilijkheden – en begrijpbare tegenstand van de lokale gemeenschappen van de plekken waar het afval gedumpt zou worden – betekenen een nieuw uitstel van minstens 10 jaar in Amerika om een degelijke bergplaats te vinden, en 20 jaar in Europa. Een manier vinden om het kernafval te bergen is een groot probleem, het zou onverantwoord zijn om zonder oplossing de productie nog te verhogen.

Daarbij komt ook nog het gevaar van een ramp vergelijkbaar met de kernramp van Tsjernobyl in 1986. Het is waar dat de kans dat zo’n gebeurtenis vrij klein is, maar je moet het ook afwegen met de gevolgen die zo’n ramp met zich mee kan brengen.

Toen de kernreactor in Tsjernobyl ontplofte, werd de radioactieve wolk in noordelijke richting geblazen, naar gebieden waar relatief weinig mensen woonden. Indien de wind de andere richting zou hebben uitgeblazen, zou het giftige gas de volledige stad Kiev, die zich op slechts enkele kilometers bevond, vervuild hebben met radioactief materiaal. In dat geval zouden miljoenen mensen te kampen hebben gehad met een sterk verhoogd risico op kanker, in plaats van enkele tienduizenden nu.

Maar er is meer, voorstanders van nucleaire energie hebben dikwijls geen aandacht voor andere mogelijke gevaren. Het verdwijnen van ongeveer 350 ton dodelijke explosieven uit Irak brachten daar enkele elementen van naar voor.

Kerncentrales produceren grote hoeveelheden plutonium. Dit kan leiden tot een snelle toename van kernwapenarsenalen van natiestaten of zelfs “nucleair terrorisme” tot gevolg hebben. In verschillende landen zijn reeds grote hoeveelheden spijtstoffen verdwenen. Terroristische organisaties, of sommige landen zouden deze kunnen gebruiken om zogenaamde vuile bommen te maken of zelfs om een volwaardige nucleair wapen te produceren.

Hernieuwbare technologie

Blair heeft geen verdere uitbouw van kernenergie uitgesloten, de Belgische regering wil de uitstap uit de kernenergie herzien en ook andere landen, zoals de Frankrijk zijn gestart met de hernieuwde bouw van nucleaire installaties. En in hun wanhoop zijn ook eerdere tegenstanders van kernenergie, zoals “de groene bisschop” Hugh Montefiore, van gedacht veranderd omdat zij de opwarming van de aarde als dreigender aanvaarden en geen andere ‘waardige’ alternatieven zien buiten nucleaire energie.

Amicus, de Britse vakbond die de meeste arbeiders in de kerncentrales vertegenwoordigt, volgt een pro-nucleaire koers, net als verschillende andere arbeidersorganisaties, zoals de TUC uit Wales, zijn gaan nadenken om hun vroegere oppositie tegen kernenergie uit hun programma te schrappen.

Hoewel vakbonden met leden in de kernindustrie begrijpelijk bezorgd zijn over eventueel job-verlies wanneer de huidige kerncentrales zouden ophouden te bestaan, moeten ze ook inzien dat de afbouw van de huidige centrales en de opbouw van veilige opslagmethodes duizenden ervaren arbeiders nodig zal hebben. De bestaande goedopgeleide nucleaire arbeiderskrachten zouden gebruikt moeten worden om dit werk te voltrekken.

Het kapitalistische systeem biedt helemaal geen mogelijkheden om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen, het geeft ons in plaats daarvan een mislukt marktelement en het risico van kernrampen. ‘Friends of the Earth’ en ‘Greenpeace’ zijn momenteel verkeerd bezig met het zoeken naar een niet-nucleair alternatief voor Kyoto.

Socialisten komen op voor een democratische planning buiten het marktsysteem, voor de versterking van niet-vervuilende energiebronnen zoals wind, golfslag en zonnestralen en om hernieuwbare energie verder te ontwikkelen, bvb. op vlak van het gebruik van brandstofcellen.

Technologieën om wind, golfslag en de zon te gebruiken bestaan nu al, hun ‘waardigheid’ zou echter niet moeten worden beoordeeld op basis van de mogelijke winst op korte tijd en de berekeningen van het verlies dat de ontwikkeling van die energie met zich mee kan brengen, maar op de noden van de menselijke samenleving op lange termijn.

Ook de introductie en ontwikkeling van hernieuwbare technologieën kan slecht effectief uitgevoerd worden op basis van een wereldwijde samenleving gebaseerd op het vervullen van de noden van de mensen. Dat kan niet in een wereld gedomineerd door multinationals waarbij enkel de winst telt.


Vertaald door Jonas Van Vossole

Delen: Printen: