Voor gratis en degelijk onderwijs zullen we moeten vechten!

De hele geschiedenis van het hoger onderwijs in België is een verhaal van strijdbewegingen voor democratische rechten tegenover de constante drang naar besparingen door de regering en de kapitalisten.

Tim Joosten

Een blik op de geschiedenis toont ons duidelijk aan hoe belangrijk een sterke en strijdbare studentenorganisatie, die een correct politiek programma naar voren kan schuiven, wel niet is.

De strijd voor democratisch onderwijs

Tot het einde van de jaren ’60 was het hoger onderwijs een bij uitstek elitair milieu. De universiteiten waren de plaats waar de toekomstige elite van het kapitalistische systeem werd opgevoed. Er was geen sprake van een democratische toegang tot het hoger onderwijs, en de manier waarop het onderwijs was georganiseerd, de relaties tussen studenten en professoren, de inhoud van de cursussen, het uitzicht van de campussen,…, straalde vooral autoriteit en elitarisme uit. Voor een deel vinden we dit nog terug in de manier waarop de academische openingszittingen aan onze universiteiten nog steeds worden georganiseerd. Ook politieke organisaties op de universiteiten waren uit den boze.

Het karakter van het onderwijs

“De bourgeoisie heeft niet de middelen noch de zin om het volk een echt onderwijs te geven.” stelt Marx. De geschiedenis heeft zijn woorden niet weerlegd.

Want het is een erkend feit dat de evolutie van het onderwijs een speelbal is van de interesses van de heersende klasse. Soms vergemakkelijkt ze de toegang tot het onderwijssysteem voor bredere lagen, dan weer probeert ze de toegang drastisch te beperken door belangrijke besparingen. Op dit moment zijn de patroons het er over eens dat er te veel universitairen zijn in verhouding tot de eisen van de markt.

Het is een wijdverbreid idee dat de massale werkloosheid een gevolg is van het feit dat de vorming van de jongeren niet aangepast is aan de behoeften van de bedrijven. Maar die valse verklaring (want de werkloosheid is een kwaad dat het kapitalisme zelf in haar schoot draagt!) heeft geen ander doel dan het legitimeren van de samenwerking tussen scholen en bedrijven in het voordeel van de patroons. Een ontwikkeling die vandaag al gevaarlijk voelbaar is.

Als de bourgeoisie oordeelt dat er te veel universitairen zijn, komt het er voor haar op aan om te snijden in de financiële middelen van het onderwijs en om de toegang te bemoeilijken (stijging van de inschrijvingsgelden, numerus clausus enz.) die nu al vooral het voorrecht is van de rijken. De uitverkoop van de openbare diensten en het onderwijs zijn maatregelen waarmee de burgerij reageert op de crisis die het kapitalisme sinds dertig jaar kent. Sinds het begin van de jaren ’90 staat het onderwijs in dienst van het kapitaal. Onderwijs werd een product waar winsten op gemaakt konden worden. Het onderwijs staat in dienst van de heersende klassen. Alles wat onderwezen wordt gebeurd vanuit de ideologie van het kapitalistische systeem. De ongezonde concurrentie, de kunstmatige verdeeldheid tussen hand en geestelijke arbeid zijn hier uitdrukkingen van. Zeker de universiteiten zijn erop gericht om de toekomstige elite te vormen, waarbij ze er alles aan doen dat de studenten zich niet met de arbeidersbeweging verbonden voelen.

Wij willen een onderwijs waarin iedere student gelijke kansen krijgt, ongeacht zijn afkomst of klasse. Een onderwijs dat jongeren een kritische vorming meegeeft, dat de ontplooiing van het individu centraal stelt. Een onderwijs dat niet gericht is op het bevredigen van de winsthonger van een kleine minderheid, maar gericht is op het bevredigen van de behoeftes van de meerderheid van de bevolking! En dit kan enkel een socialistisch onderwijs zijn.

Onder invloed van strijdbewegingen in de jaren ’60, de economische groei en het bestaan van de Stalinistische staten, was de burgerij gedwongen toegevingen te doen. In deze periode werd de sociale zekerheid, ziekteverzekering, werkloosheidsuitkering, pensioensstelsels, kinderbijslag,… ingevoerd, en werd ook het hoger onderwijs toegankelijker werd gemaakt voor kinderen uit de arbeidersklasse. Aan de universiteiten en de hogescholen werden ook sociale voorzieningen uitgebouwd.

Waardoor heel veel kinderen uit de arbeidersklasse voor het eerst de kans kregen om aan hogere studies te beginnen. Studenten zagen in de georganiseerde arbeidersbeweging dan ook hun natuurlijke bondgenoot, en ook studentenorganisaties gingen zich op dezelfde manier organiseren als de organen van de arbeidersklasse.

De creatie van de Studentenvakbond, eind jaren ’60, is hiervan slechts één voorbeeld. Al deze investeringen in het onderwijs hadden natuurlijk een enorme weerslag op de budgetten die de overheid aan het onderwijs uitgaf. Zo stegen deze uitgaven van 3,2% van het BNP in 1960 tot meer dan 7% gedurende de jaren ’70! Aan de universiteiten ontstonden ook studentenafdelingen van de traditionele partijen, maar nog veel meer van linkse of uiterst- linkse organisaties. Ook overkoepelende studentenorganisaties zoals het VVS of de FEF worden gedomineerd door linkse studenten, en spelen dan ook een actieve en mobiliserende rol in de strijd voor democratisch onderwijs.

Het besparingsoffensief wordt ingezet

Van het begin af aan was het duidelijk dat de toegevingen die de burgerij tegenover de arbeidersklasse had gedaan, zoals onder andere de democratisering van het hoger onderwijs, helemaal geen vast verworven rechten waren. Vanaf het midden van de jaren ’70 ging de burgerij weer in het offensief. In die periode werden de eerste grote besparingsmaatregelen in het onderwijs afgekondigd. De gevolgen voor de studenten waren vooral stijgende inschrijvingsgelden, en de afbraak van sociale voorzieningen.

Studenten protesteerden wel tegen deze aanvallen, en enorme studentenbewegingen tegen de besparingen vonden plaats. Helaas werd steeds minder de link gelegd met de strijd van de arbeidersbeweging, en veel studentenprotesten eindigden, weliswaar na een lange krachtmeting, in een nederlaag. We zien dan ook dat de regering, in opdracht van het patronaat, sinds het midden van de jaren ’70 geleidelijk, maar systematisch, besparingen hebben doorgevoerd in het onderwijs.

In deze politieke context zag in 1976 de studentenorganisatie Aktief Linkse Studenten (ALS) het licht. Eerst als organisatie op de VUB, daarna ook in Leuven en Gent, zou ALS al snel in de voorhoede staan van de strijdbewegingen tegen de besparingen en voor degelijk en gratis hoger onderwijs.

Ook verdedigde ALS steeds een programma dat de concrete strijdbewegingen van studenten koppelde aan strijdbewegingen in de rest van de maatschappij, en dat perspectieven gaf om de strijd uit te breiden, en succesvol te laten zijn, daar waar veel andere studentenorganisaties, en vooral de koepelorganisaties een begin maken met het bureaucratiseringproces dat vooral tijdens de jaren ’90 zal voltooid worden.

Bologna en de rampzalige jaren ‘90

Plotseling leek het alsof het “alternatief op het kapitalisme” niet meer bestond. De burgerij zette een enorm ideologisch offensief in, waarbij het kapitalisme werd afgeschilderd als het enige levensvatbare economische systeem. Collectieve actie en strijd werden ontmoedigd. Ook voor het onderwijs waren het duistere tijden. In 1989 reeds publiceerde de ERT, een geheimzinnige organisatie die de belangen verdedigt van de grootste bedrijven in Europa, een rapport waarin een aantal aanbevelingen werden gedaan om het hoger onderwijs grondig te hervormen in het voordeel van de Europese burgerij.

Het voorstel kreeg algemene bekendheid toen het in 1999 werd overgenomen in de Bolognaverklaring. Ondertussen wordt steeds meer duidelijk wat de concrete gevolgen zijn van deze Bologna-akkoorden. Bologna heeft tot doel het hoger onderwijs in Europa te privatiseren, en om te vormen naar een opleidingssysteem voor kant-en-klare werknemers voor de arbeidsmarkt. Ten eerste wil men de totale studieduur beperken door een scheiding in te voeren tussen een 3-jarige basisopleiding (de bachelor) en een 1 tot 2 jarige masteropleiding. De bedoeling is om op termijn massa’s studenten te leveren die enkel de bacheloropleiding hebben gevolgd, en om de master te reserveren voor een beperkte elite. Ook de universiteiten zelf worden met Bologna onderverdeeld in elite-universiteiten enerzijds, en een meerderheid van “vuilbakuniversiteiten” anderzijds.

Enkel heel rijke studenten, of studenten met zeer hoge punten zullen dan nog in staat zijn om kwaliteitsvol onderwijs te krijgen. Je zal een onderwijs van 2 snelheden krijgen. Zoals in de VS. Natuurlijk zal in het hoger onderwijs na Bologna ook geen plaats meer zijn voor uitgebouwde sociale voorzieningen, studentenkoten of restaurants. De privatiseringen van deze voorzieningen die we nu al zien, zullen enkel in versneld tempo worden doorgevoerd.

De gevolgen van dit beleid worden ook steeds meer duidelijk. Meer dan de helft van de studenten in het hoger onderwijs werkt tijdens het academiejaar om zijn/haar studies te betalen. De studiekost in het hoger onderwijs is tussen 1986 en 1999 gestegen tussen de 40% en de 60%, na aftrek van de inflatie. De budgetten die worden gespendeerd aan onderwijs blijven echter constant dalen. Op dit ogenblik geeft de Vlaamse overheid minder dan 5% van het BRP uit aan onderwijs, tegen meer dan 7% in de jaren ’70.

Veel studentenorganisaties werden ook sterk beïnvloed door de ontwikkelingen in de maatschappij, en de bureaucratisering van studentenfederaties als de VVS, de FEF en UNECOF is hiervan het gevolg. Deze organisaties zijn lang niet meer de democratische strijdorganen die ze ooit waren, en vertegenwoordigen al lang niet meer de meerderheid van de studenten.

Protest tegen de besparingen en privatiseringen

Toch is het duidelijk dat de regering onmogelijk hun asociaal programma zomaar zullen kunnen doorvoeren. In Nederland en Duitsland zijn studenten en jongeren al veel langer verwikkeld in een strijd voor democratisch onderwijs, maar zien we dat de voorbije maanden deze bewegingen zich hebben aangesloten bij de meer algemene strijdbewegingen die plaatsvinden tegen het asociaal beleid van Balkenende en Schröder. We zien ook dat deze tactiek van het aansluiting zoeken bij de strijd van de arbeidersbeweging tegen het asociale beleid ook zijn vruchten afwerpt: in Nederland kreeg Balkenende het zo heet dat hij besloot de aangekondigde besparingen in het onderwijs niet door te voeren.

ALS heeft reeds een hele geschiedenis achter zich van het verdedigen van de belangen van studenten in de strijd. In onze maatschappij wordt meer dan genoeg rijkdom geproduceerd om iedereen gratis onderwijs te voorzien. De voorbije twintig jaar is de geproduceerde rijkdom in België meer dan verdubbeld. Het deel van die rijkdom dat echter gaat naar sociale voorzieningen en onderwijs is gedurende diezelfde periode constant gedaald. Als de overheid zegt niet genoeg middelen te hebben voor onderwijs, is dit enkel het gevolg van de politieke keuze die zij maakt om in haar beleid enkel maar de winsten van de grote bedrijven veilig te stellen, en de levenskwaliteit van de meerderheid van de bevolking desnoods frontaal aan te vallen om deze winsten veilig te stellen. ALS zal daarom steeds blijven vechten tegen dit asociaal beleid, en voor gratis en degelijk onderwijs!

Delen: Printen: